• Een indrukwekkende reconstructie

    Een indrukwekkende reconstructie

    In januari 2003 zit er bij de familie van Anne Berest tussen de kerstkaarten een ansichtkaart: ‘Hij zat onopvallend tussen de andere enveloppen, als het niets was, alsof hij zich had verstopt om onopgemerkt te blijven.’ Op de voorkant staat een foto van de Opéra Garnier in Parijs. Aan de adreskant vier namen in een onbeholpen handschrift, Ephraïm, Emma, Noémie, Jacques. Het zijn de voornamen van de grootouders van moederskant, en van de tante en oom van Lélia, de moeder van Anne Berest. Zij werden alle vier in 1942 in Auschwitz vermoord. De kaart verdwijnt in een lade en de familie praat er niet meer over.

    Tien jaar later moet de zwangere Anne rust nemen om ervoor te zorgen dat haar baby niet te vroeg komt. ‘Tijdens het wachten dacht ik aan mijn moeder, mijn grootmoeder, aan de lange lijn van vrouwen die vóór mij een kind ter wereld hadden gebracht. Op dat moment wilde ik dolgraag het verhaal van mijn voorouders horen.’ Anne schaamt zich ervoor dat ze helemaal niets van hen weet: ‘Ik kende de landen niet waar ze doorheen waren gereisd, wist niet welke beroepen ze hadden uitgeoefend en hoe oud ze waren toen ze werden vermoord.’

    Reconstructie

    Zo begint het verhaal over de zoektocht naar de mensen achter de namen en naar de afzender van de ansichtkaart. Het blijkt dat Annes moeder Lélia jaren bezig is geweest met het uitzoeken van hun familiegeschiedenis. Haar studeerkamer staat vol boeken, ordners en archiefdozen. Anne: ‘Als tiener wist ik dat deze dozen op de boekenplanken sporen bevatten van onze sombere familiegeschiedenis, ze deden me denken aan kleine doodskisten.’ Op grond van documenten uit Franse archieven, getuigenissen van overlevenden uit de kampen en een paar foto’s met onleesbare bijschriften kon ze een reconstructie maken van de familiegeschiedenis. ‘Alles wat ik weet, heb ik gereconstrueerd door archieven uit te pluizen, door boeken te lezen en ook omdat ik na mijn moeders dood aantekeningen heb gevonden tussen haar spullen.’ Door documenten zorgvuldig te vergelijken kon ze feiten en data vaststellen.

    Omzwervingen

    Het boek bestaat uit twee delen. Het verhaal begint in Rusland in 1919 in de datsja van Nachman en Esther Rabinovitch. Hun zoon Ephraïm en zijn zwangere vrouw Emma en alle neven en nichten zijn uitgenodigd voor de viering van het Joodse paasfeest. Nachman leest als familiehoofd tijdens de seidermaaltijd de hagada voor, het bijbelse verhaal van de uittocht van het Hebreeuwse volk uit Egypte.
    Dan komt hij met de ernstige boodschap dat het tijd is om uit Rusland te vertrekken: ‘es’ shtinkt shlekht drek’ – er is stront aan de knikker. Hij vertelt over het toegenomen antisemitisme en de anti-Joodse maatregelen. Hij vraagt iedereen goed na te denken en besluit met: ‘Knoop dit in jullie oren, op een dag willen ze ons allemaal dood zien.’

    Nachman en Esther vertrekken naar Palestina. Na de oktoberrevolutie is Ephraïm als sociaal-revolutionair zijn leven in Rusland niet meer zeker. Hij en Emma vluchten naar Letland. Joden zijn daar niet onderworpen aan handelswetten. Net voor hun vertrek bevalt Emma op 7 augustus 1919 van dochter Myriam. In 1923 krijgt Myriam er een zusje bij, Noémie. Het gaat een tijd voorspoedig met het gezin in Riga, maar na omzwervingen via Polen en Israël vertrekken Ephraïm en Emma in 1929 met de beide meisjes en de pasgeboren Jacques naar Frankrijk. Daar worden na verloop van tijd onder invloed van de bezetter steeds meer verordeningen van kracht die de vrijheid van Joden inperken: buitenlandse onderdanen van ‘het Joodse ras’ moeten zich laten registreren, ze mogen niet meer reizen en niet meer werken ‘als zakenman, directeur en bestuurder.’ Het gezin, met uitzondering van Myriam komt uiteindelijk om in Auschwitz. Lélia: ‘Zo eindigen de levens van Ephraïm, Emma, Noémie en Jacques. Myriam heeft er nooit over verteld toen ze nog leefde. Ik heb haar nooit de namen van haar ouders, haar broer of zus horen noemen.’

    Het onderzoek voortgezet

    Het tweede deel van het boek gaat over de periode na de oorlog, de zoektocht naar de levensgeschiedenis van Myriam en het zoeken naar de afzender van de ansichtkaart. Over Myriams leven na de oorlog heeft Lélia niets kunnen vinden. Anne: ‘Ik wil mijn eigen onderzoek doen om die periode uit Myriams leven te reconstrueren.’ Zo zet zij het onderzoek (in eerste instantie nog) deels samen met haar moeder voort: ‘Mama, ik ben je dochter. Jij leerde me hoe ik onderzoek moest doen, hoe ik informatie moest controleren, hoe ik het kleinste stukje papier iets kon ontfutselen. In zekere zin maak ik het werk af dat jij mij leerde en zet ik het alleen maar voort. Die kracht die mij ertoe drijft het verleden te reconstrueren heb ik van jou.’ Anne plaatst de persoonlijke verhalen in een historische context. Al hun speurwerk leidt ertoe dat Epraïm, Emma, Myriam, Noémie en Jacques mensen van vlees en bloed worden. Anne kent nu de landen waar haar voorouders doorheen reisden. Als lezer leven we met familie mee, leren hun angsten, ambities en hun dromen kennen.

    Anne schrijft dat ze na de reconstructie beter begrijpt wie ze zelf is. Ze realiseert zich dat ze dochter en kleindochter van overlevenden is.

    La carte postale verscheen in 2021. Op de Franse uitgave staat op de omslag een grote foto van Noémie. Het boek kreeg Franse en internationale prijzen. Ghislaine van Drunen en Annelies Kin verzorgden de prima Nederlandse vertaling die in 2023 uitkwam. Op de omslag staan de ansichtkaart en foto’s uit het familiealbum en een quote uit Le Figaro: ‘Een indrukwekkende waargebeurde geschiedenis die leest als een roman.’ Dit boek verdient het om op grote schaal gelezen te worden.

     

     

  • Oogst week 16 – 2023

    Oogst week 16 – 2023

    Stadse beestjes

    In een interview in Trouw van april 2022 vertelt (stads)bioloog Remco Daalder dat hij zich nooit verveelt als hij ergens moet wachten omdat er altijd vogels zijn. In zijn columns voor het NRC Handelsblad die hij tot december van datzelfde jaar schreef, beperkte hij zich niet tot alleen die vogels. Ook de slak, het pissebed, de salamander, de mol en nog veel meer dieren die je in de stadse omgeving tegen kunt komen kwamen aan de orde.
    Het zijn charmante, geestige en leerzame columns, afschrikwekkend ook soms. Wist u dat een vrouwtjesmuis zes keer per jaar een nest jongen kan krijgen, met zo’n zes jongen per nest, die zelf na twee maanden al geslachtsrijp zijn?, of dat het vrouwelijke rivierkreeftje, – een invasieve exoot, die we liever kwijt dan rijk zijn – , wel 600 eitjes in één keer produceert?

    Deze columns zijn nu gebundeld in Stadse beestjes dat onlangs is verschenen bij Atlas Contact.
    Stadse beestjes begint met de kokmeeuw, ’s ochtends vroeg op de pont over het IJ. Hij ziet ze wolken. ‘Ze draaien cirkels boven het IJ, steeds hoger en hoger, ze vormen samen een lange spiraal. Tot ze ineens naar beneden zeilen, zich in groepen verdelen en naar hun werkgebieden verdwijnen, een groep naar Oost, een groep naar de binnenstad, een groep richting IJmuiden, enzovoort.’

    Remco Daalder is stadsbioloog en schrijver. Hij schreef verschillende boeken. Met De gierzwaluw won hij de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek.

    Stadse beestjes
    Auteur: Remco Daalder
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    De ansichtkaart

    In Frankrijk zijn de kritieken laaiend over De ansichtkaart van Anne Berest. Achter op het omslag prijken de volgende nominaties en prijzen: nominaties voor de Prix Goncourt en de Prix Femina. Winnaar van de Prix Renaudot, de Grand Prix Des Lectrices ‘ELLE’, de Prix littéraire des étudiantes de Sciences Po en de US Goncourt Prize.

    Aanleiding voor het boek is inderdaad een ansichtkaart. Die viel 20 jaar geleden, in januari 2003 bij de auteur in de bus. Op de ene kant de Opéra Garnier en aan de andere kant de namen van een viertal gestorven familieleden. De kaart was niet ondertekend.
    Anne Berest laat de kaart jarenlang liggen, maar besluit uiteindelijk om uit te zoeken waar de kaart vandaan komt, wie hem gestuurd heeft en waarom.
    Ze schrijft: ‘Ik begon bij de namen op de kaart, mijn overgrootouders, oudtante en -oom. Wie waren zij eigenlijk precies? Mijn moeder vertelde me alles wat ze wist over onze familie en daarna schakelde ik een privédetective en een criminoloog in. Ik ondervroeg de bewoners van het dorp waar mijn familie werd gearresteerd, bewoog hemel en aarde. En ik ontdekte wat er gebeurd was.

    Dit onderzoek bracht me 100 jaar terug in de tijd en deze roman gaat over het lot van de Rabinovitchen, hun vlucht uit Rusland, via Letland naar Palestina. En ten slotte hun aankomst in Parijs, met de oorlog en de ramp die daar geschiedde. Hoe kon alleen mijn grootmoeder Myriam ontsnappen? En wat betekent deze geschiedenis voor mij en mijn gezin?’

    De ansichtkaart
    Auteur: Anne Berest
    Uitgeverij: Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Atman

    Hoofdpersoon in Atman is Lonnio, een conservatoriumstudent die na jaren afwezigheid terugkeert in Suriname. Hij gaat op reis naar gebieden die hij uit zijn jeugd nog kent. Hernieuwd contact met oude vrienden maakt diepe indruk, evenals de spanningen tussen verschillende etnische bevolkingsgroepen. Mede in het licht van zijn eigen, gemengde bloed zorgen al die elementen ervoor dat hij op zoek gaat naar zichzelf en het begrip Atman (Zelf, kennis van het Zelf).

    Leo Ferrier werd in Suriname geboren, kwam in 1961 naar Nederland, werd onderwijzer en studeerde piano aan het conservatorium. Na 10 jaar keerde hij terug naar Suriname. Een langdurige depressie stond zowel een carrière in de muziek als een schrijverscarrière in de weg.

    Atman werd voor het eerst in 1968 uitgegeven bij De Bezige Bij. Michiel Van Kempen, noemt dit boek ‘een van de allerbeste en opmerkelijkste romans uit de Surinaamse literatuur’.
    Van Kempen is een kenner van de Surinaamse literatuur en schrijver van De geschiedenis van de Surinaamse literatuur dat als hèt standaardwerk op dat gebied bekend staat.

    Atman
    Auteur: Leo Ferrier
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus