• Een missie

    Een missie

    Reinbert de Leeuw is overleden. Ik zal hem nooit zien dirigeren, voor altijd te laat. Ter compensatie bekijk ik de documentaire waarin hij zich voorbereidt op de Matthäus Passion: De Matthäus Missie. Bijzonder, omdat hij zijn hele leven wijdde aan de twintigste eeuwse muziek. Het beeld dat blijft: Reinbert, tenger en grijs, zit op een balkon. Je hoort flarden wind, de stad. Hij beweegt zijn hand met sigaret losjes op de maat van een geestelijke melodie, de voet tikt bescheiden mee. Wat zou ik graag horen wat er in zijn hoofd speelt. Maar het maakt niet uit, ik ga er toch in mee. In een volgende scène vertelt hij met vurig opengesperde ogen dat hij gewoon wéét dat zijn interpretatie van de Matthäus de enige juiste moet zijn. Jaloersmakend overtuigd, maar zonder een spoor van hoogmoed, het lijkt hemzelf ook te verbazen. Het moet gewoon zó. Te bedenken dat we bijna niets over Bach weten, we kennen hem alleen door zijn muziek. Gelukkig componeerde hij erg veel.

    Gedurende de hele documentaire hang ik aan Reinberts lippen en wil ik niets liever dan meedoen, geloven. Yuval Noah Harari stelt in zijn bejubelde Sapiens dat de mens als soort dominantie verwierf, omdat ze het vermogen bezit gezamenlijk in een verhaal te geloven: het intensifeert samenwerking. Koren op mijn molen, de zienswijze achtervolgt me al weken. En het klopt, realiseer ik me, als ik deze week over een eiland lees en er ineens heen wil, heen moet. Het klopt dat de verhalen die we elkaar vertellen aanzet tot beweging, of dat nou via kunst, religie of over zoiets abstracts als geld gaat.

    Dat eiland, iets houdt me nog tegen: het is mijn gebrek aan avonturenlust, een eigenschap die ik trouwens deel met de Mauritius-torenvalk. In biologische termen zijn wij filopatrische soorten, de valk en ik. David Quammen beschrijft in Het lied van de Dodo hoezeer deze honkvaste valk van zijn thuis houdt en hoe hij niet van zins is een nieuwe leefomgeving te zoeken. Ondertussen versnippert en verarmt het landschap onder zijn vleugels. Hij stevent af op uitsterving.
    Ergens tegen het eind van de documentaire verzucht Reinbert de Leeuw dat hij voor de bestudering van de Matthäus nog wel een heel leven voor zich had willen hebben. Het is de schuld van de verhalen, ik moet naar dat eiland.
    (wordt vervolgd)

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap(Atlas Contact).

  • Zomerboeken 2018 – Voor de thuisblijver met insulafilie

    Zomerboeken 2018 – Voor de thuisblijver met insulafilie

    De atlas van afgelegen eilanden

    Er zijn van die zomers dat ik niet op vakantie ga. Geen lijstje van boeken die betrekking hebben op mijn bestemming daarom, maar wel een over gebieden waar ik nooit zal komen: verre eilanden met een bijna mythische klank. Voor de thuisblijver met een onvervulbare insulafilie.

    Misschien is de aantrekkingskracht van verre eilanden op mij wel ontstaan door de TV-programma’s van Boudewijn Büch die er gek op was. Zijn beschrijvingen zijn in diverse bundels verschenen, maar ik vind ze vaak wat te encyclopedisch. Ze hebben de diepgang van een anekdotentrommel.

    In omvang nog beperkter dan bij Büch, maar levendiger, zijn de beschrijvingen die Judith Schalansky wijdt aan verre oorden in haar Atlas van afgelegen eilanden. Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen. Ze besteedt aan elk eiland één pagina tekst met daarnaast steeds fraaie, door haar zelf getekende kaarten. Zij streeft niet naar encyclopedische beknoptheid, maar geeft impressies die iets te raden overlaten. Op haar fantasiereis doet ze natuurlijk ook St. Helena en Tristan da Cunha aan.

     

    De atlas van afgelegen eilanden
    Auteur: Judith Schalansky
    Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers (2014)

    De donkere kamer van Longwood

    Die eilanden zijn het onderwerp van twee andere boeken die ik kan aanbevelen. St. Helena is natuurlijk beroemd door de ballingschap van Napoleon naar het eiland en de op daar gevestigde Longwood. Daarover is veel beschikbaar, maar het beste staat me bij De donkere kamer van Longwood (1997) van Jean-Paul Kauffmann. Het is zo dicht op de huid van Napoleon geschreven dat je het gevoel hebt naast de auteur over het eiland te wandelen.

     

    De donkere kamer van Longwood
    Auteur: Jean-Paul Kauffmann
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het waterhoentje van Tristan da Cunha

    Ook over Tristan da Cunha, dat met het eiland St. Helena en Ascenion deel uitmaakt van hetzelfde Britse overzeese gebied, is een aardige bibliotheek samen te stellen. De Nederlander Albert Beintema bezocht het eiland en verdiepte zich in de literatuur erover. Het resultaat werd een prachtig aanstekelijk boek Het waterhoentje van Tristan da Cunha (1997).

    Het waterhoentje van Tristan da Cunha
    Auteur: A. Beintema
    Uitgeverij: Atlas (2005)

    Het lied van de dodo

    En dan noem ik nog graag Het lied van de dodo (1996) van David Quammen, die het zelf ‘een eilandbiografie in een eeuw van extincties’ noemt. Hij doelt daarmee op de 17de eeuw toen verschillende diersoorten door ontdekkingsreizigers uitstierven. Hollandse zeevaarders hielpen zo op Mauritius de dappere dodo om zeep. Quammen schreef een ecologisch-wetenschappelijk boek, maar het is daarnaast ook een meeslepend verhaal over natuur, structuur en bevolking in die tijd dat de dodo op Mauritius zijn territorium had.

    Het lied van de dodo
    Auteur: David Quammen
    Uitgeverij: Atlas Contact, Uitgeverij