• Meesterlijk beschreven

    Meesterlijk beschreven

    Had ik nu echt tijdens een borrel tegen een schrijver gezegd dat ik aan een boek werk? Op de gekste momenten komt het bij me naar boven. Als een pop-up op de online pagina van een dagelijkse krant. Het verstoort mijn denken, zou het willen wegklikken.

    Het is dat hij het vroeg, de schrijver. Tijdens die borrel werd hij geïnterviewd over zijn boek Het archief. Na afloop vroeg hij (indringende blik) wat ik meer deed dan redactiewerk, columns. Alsof ik iets op te biechten had, zei ik het, van het boek. Hij knikte, ‘Ja, ja.’ Alsof hij het wel gedacht had. 

    Als iemand me in ‘real life’ aanspreekt op dingen die online verschenen zijn, hakkel ik me erdoorheen, spreek met stompe woorden. Zoiets. Ik vrees dat het ook werkelijk een boek gaat worden. En dan. Hoe houd je de dingen uit elkaar.

    Nog een geluk dat ik niet over zijn moeder begon. Niet dat gesprek voerde dat fietsend vanaf het station naar de borrel zomaar in mijn hoofd ontstond. ‘Goh, ik zag je moeder afgelopen zomer op Terschelling.’ Dat hij zou zeggen, ‘Oh, wat leuk, ja, ze heeft daar een huisje.’ Ik onderbrak mezelf: ‘Oh nee, geen sprake van. Je zegt niet dat je zijn moeder op een vroege ochtend bij een duinopgang op Terschelling zag.’ 

    Ik ging die ochtend met de jongste dochter zwemmen in zee. We kwamen niemand tegen.Toen zag ik haar aankomen fietsen. Ze stopte bij duinopgang Formerum, juist waar wij naar boven moesten. Ze zag er ontspannen uit, mooi ook, ze droeg iets in zwart wit. Mijn dochter had geen idee. Ik fluisterde, alsof het een zeldzaam duinvogeltje betrof dat ik niet wilde doen opschrikken, ‘Kijk, daar staat een belangrijk feministisch schrijfster, weduwe van die en die.’ Bij het zien van haar aanwezigheid, begreep ik opeens dat het wegvallen van een partner verdrietig en bevrijdend kan zijn. Het Beladen huis was nog niet verschenen. 

    Eigenlijk wilde ik het hebben over Het archief. Ik loop er al maanden mee, maar dan verschijnt die pop-up weer in mijn hoofd. Nee, dat is niet het ergste, wel het ontbreken van de juiste omschrijving van dit boek. Steeds denk ik, het is meer dan een geweldig knap geschreven boek over een literair tijdschrift. Het gaat om hoe de dingen samenvallen. De schrijver met zijn verhaal, het alter ego van de schrijver met de vader, de moeder uit Het archief, en dat weer met het dus later verschenen Beladen huis. Dat het oprechte personages zijn, er oprechte verlangens spelen. Dat verlangens een drijfveer zijn om ergens te komen. 

    Het alter ego van de schrijver wil van betekenis zijn in de literatuur. Al is het maar in de marge, als redacteur van het literaire tijdschrift Arabesk bijvoorbeeld.  Even was het alter ego bang dat hij gevraagd werd op de merites van zijn bekende vader. Dan wordt duidelijk hoe belangrijk de goedkeuring van zijn vader voor hem is. Hij legt het aanbod zijn vader (oud-hoofdredacteur opinieweekblad, programmamaker, acteur, schrijver) voor. Die zegt: ‘Mijn advies: gewoon ja zeggen.’
    Als je daarvoor gevraagd wordt, zeg je geen nee. Vertel mij wat.

    Maar dat de dingen zich niet laat dwingen, ook niet in een literair tijdschrift. Literatuur op zich is geen ‘spread the word’ ding.

    Ik lees over de nauwgezet beschreven redactievergaderingen, kwaliteit van ingezonden stukken, presentaties nieuwe edities, hoop (die gaandeweg vervliegt) op meer abonnees, zoeken naar een nieuwe uitgever, weer een nieuwe uitgever.En daar tussendoor de uitzonderlijk tedere beschrijvingen van de vader. De meesterlijk beschreven observaties. Zoals de dag dat zijn vader de diagnose kanker stadium vijf krijgt. De specialist zegt: ‘“(..) ik kan me voorstellen dat dit alles u nu een heel onwerkelijk, akelig gevoeletje geeft. Maar ik zou u willen vragen: heeft u een fijn leven gehad?” Mijn vaders handen belanden op de stoelleuningen, vielen ervan af, hij knipperde druk met zijn ogen. (…)
    “Jawel”, zei mijn vader. “Alleen het was nog niet helemaal klaar. En… ik ben niet zo geneigd tot grote tevredenheid.”
    “Het gras is groener aan de overkant?” vroeg de specialist.
    “Het gras is gewoon niet zo groen.’”

    De vader die daarna in het  ziekenhuiscafé bibberend een kopje thee drinkt. ‘Pas in de taxi naar huis vloekte hij. “Godverdomme zeg,” doorbrak hij de minutenlange stilte. “Had die arts het nou over een gevoeletje?”’
    Dat de vader overal bovenuit stijgt, daar kan een literair tijdschrift niet tegenop. Ik heb het over een zeer goed boek. 



    Het archief / Thomas Heerma van Voss / 274 blz. / DasMag


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest en ziet.

     

  • Literair Nederland duikt met Thomas Heerma van Voss Het archief in

    Literair Nederland duikt met Thomas Heerma van Voss Het archief in

    Op zaterdag 30 november kwamen recensenten en redactieleden van Literair Nederland en Jong Literair Nederland samen in antiquariaat Hinderickx & Winderickx in Utrecht voor de jaarlijkse borrel. Ook Thomas Heerma van Voss was erbij. Hij kwam praten over zijn roman, Het archief. In 2009 debuteerde Heerma van Voss met de roman De allestafel. Sindsdien schreef hij essays, korte verhalen en drie romans, waarvan de laatste, Het archief, deels is gebaseerd op zijn ervaringen bij literair tijdschrift De Revisor. Als nieuwste redactielid van Literair Nederland ging ik met hem in gesprek. Over redactie voeren, het belang van literaire tijdschriften en goed kunnen kijken naar kleine dingen.

     

    Het archief gaat over Pierre, die als ‘veelbelovend jong redactielid’ plaatsneemt in de redactie van literair tijdschrift Arabesk. Wat is hij voor iemand? 

    ‘Pierre is iemand die zich in de luwte wil bekommeren om wat anderen ontgaat. Hij is beschouwend, vaak meer analytisch dan deelnemend en heeft een groot hart voor de literaire zaak, zonder dat hij precies weet wat hij daarmee moet, kan of wil. Als hij gevraagd wordt om bij de redactie te komen zegt hij al snel ja.’


    Wat is Arabesk voor tijdschrift, hoe staat het blad ervoor?

    Arabesk is verwant met literair tijdschrift De Revisor, waar ik vanaf 2015 of was het 2014, zeven jaren in de redactie heb gezeten. Wat daar ingewikkeld was, en dat merkt Pierre ook bij Arabesk, is dat er voortdurend verwezen werd naar het roemruchte verleden, soms expliciet, soms impliciet. En de situatie is in het heden natuurlijk heel anders dan vroeger. Inmiddels heeft Arabesk meer inzendingen dan abonnees.’ 


    En is er een uitgeverij die de gang van zaken bekritiseert.

    ‘De uitgeverij die Arabesk uitgeeft, zegt tegen Pierre en de drie andere redacteuren: probeer te verjongen. Er worden initiatieven geopperd om het blad online zichtbaarder te maken. Met een zogeheten ‘diversiteitssubsidie’wordt er een externe redacteur met een multiculturele achtergrond ingeschakeld om de boel op te schudden. Dat is nodig en belangrijk, het blad is te traditioneel, te stoffig en te wit, maar het is tegelijkertijd ook een potsierlijke vertoning: ze betalen iemand om hardop te zeggen wat ze zelf al weten. Daarnaast leveren de beginnende vertalers en dichters die deze externe Arabesk-redacteur aandraagt matige stukken in. De redactieleden worstelen met de vraag of ze die moeten plaatsen. Aan goede intenties en welwillendheid is er bij Arabesk geen gebrek, alleen wordt de vraag steeds groter hoe de redactie het moet aanpakken, wat zin heeft en of het blad wel per se in stand gehouden moet worden.’


    Misschien is het probleem ook dat veel mensen geen weet hebben van het bestaan van literaire tijdschriften.

    ‘Mijn boek is een paar maanden geleden verschenen. Ervoor had ik met een PR-medewerker van uitgeverij DasMag een overleg. Hij zei: leg in elk interview opnieuw uit wat een literair blad is, want niemand weet dat nog. Dus hoorde ik mezelf in de radiogesprekken die ik had steeds zeggen: een literair tijdschrift bestaat uit literaire verhalen, essays en gedichten, het heeft vaak een kleine oplage maar dient wel als kweekvijver, enzovoorts.’ 


    Het eerste hoofdstuk gaat over Pierre en zijn vader, die een enorm archief bijhoudt. Wat is Pierres vader voor een man?

    ‘Hij is zo iemand die, zonder veel te zeggen, heel aanwezig kan zijn. Hij heeft zich verschanst in zijn kamer met allemaal papieren, allemaal oude tijdschriften. Hij was ooit ook redacteur en journalist en hij hecht eraan dingen te bewaren, te begrijpen waar iets vandaan komt.’


    Hoe is Pierre door hem beïnvloed?

    ‘Ik denk dat verlangens vaak halfbewust tot stand komen. Dus er zitten geen expliciete passages in het boek waarin Pierre denkt: “Ik zit bij dit blad omdat mijn vader dit interessant vindt.” Maar dat idee spreekt wel uit alles wat hij doet. Zijn vader is heel prominent aanwezig. Voor ik aan Het archief begon, was ik al bezig met een tekst over een blad waarvan ik niet wist hoe het verder moest gaan, wat het moest worden. Pas vanaf het moment dat ik dacht: “O wacht, er moet een vader in en ik weet hoe het met die vader moet aflopen”, werd het een roman.’

    Pierres vader wordt erg ziek. Pierre kan daar niets aan veranderen, een parallel met de teloorgang van het tijdschrift. Hij staat erbij en kijkt ernaar. Hoe vond je het om Pierre te schrijven?


    ‘Ik houd van boeken waarin de zwaarte de lichtheid versterkt en andersom. En ik houd van een hoofdpersoon die goed om zich heen kijkt. Ik denk dat Pierre die blik ook deelt met zijn vader: goed kijken naar kleine dingen. Het boek gaat over verschillende manieren om je te verhouden tot iets dat aan het verdwijnen is. Pierre probeert alles te doen wat hij kan, maar ja, wat kan je doen als een naaste heel ziek is? Je kan het niet verbeteren, je kan er wel zijn.’


    Pierres moeder neemt in het boek weinig ruimte in. Toch heeft ze een fascinerende relatie met Pierres vader.

    ‘Pierres ouders zijn al heel lang samen. Hun huwelijk uitpluizen is niet waar zijn blik op was gericht, dus dat zit relatief weinig in het boek. Zijn moeder heeft nooit precies begrepen hoe haar man in elkaar zit. Of ze heeft nooit de goede toon gevonden. Ze hebben allebei een andere manier van leven. Als het einde dan ineens zo concreet opdoemt, is daar geen ontkomen meer aan. De een wil antwoorden, de ander wil niets zeggen.’ 


    En hoe zit het met de relatie tussen Pierre en Lucie, zijn vriendin.

    ‘Lucie is er door het hele boek heen. Een van de moeilijkheden, dat is meer technisch, met het schrijven van Het archief was dat er in de redactietijd een spanningsboog moest zitten. Die periode duurt vier, vijf jaar. Dus ik moest suggereren dat er jarenlang leven is buiten het blad, zonder dat het daar te veel over gaat. Ik wilde daarbij per se een goede relatie, omdat het te voorspelbaar is als Pierres redacteurschap negatieve invloed heeft op zijn relatie met Lucie. Ze is iemand op wie hij kan leunen, een soort baken.’


    Er is een gedrukte editie van Arabesk met bijdragen van een aantal schrijvers die we kennen uit Het archief, waaronder Pierre. De echte schrijvers ervan staan achterin vermeld. Heb jezelf de redactie ervan gedaan? 

    ‘Ja, dat was heel leuk om te doen. In Het archief beschrijf ik allerlei teksten uit Arabesk, maar ik kon natuurlijk amper uit het blad citeren, dan zou je een onevenwichtig boek krijgen. Toen mijn roman af was maar het nog maanden zou duren voor hij verscheen, heb ik de uitgeverij gevraagd of we niet, ter promotie, eenmalig een uitgave van Arabesk konden maken. Ik dacht dat ze zouden zeggen: “Nee, dat wordt te duur, te veel gedoe”, maar ze zeiden dat het prima was als ik het zelf regelde. Dus heb ik een overzicht gemaakt van alle verwijzingen in de roman naar Arabesk en ben ik schrijvers gaan vragen. Wat me in positieve zin verraste, was dat iedereen die ik hiervoor vroeg het leuk vond om onder zo’n Arabesk-pseudoniem te schrijven. De schrijvers konden zich uitleven. Het werd een rollenspel op papier.’


    Hoe reageerden redactieleden van andere literaire tijdschriften. Zijn ze blij met de aandacht?

    ‘Het is  niet zo dat alle redacties hebben gereageerd. Wel heb ik van meerdere mensen gehoord dat ze na het lezen een abonnement gingen nemen op een literair blad. Dat was natuurlijk niet een doel op zich van mijn boek, wel is het een fijne bijvangst.’

     

     

    Op de foto: Thomas Heerma van Voss en Juno Blaauw
    (Foto: Carolien Lohmeijer)


     

     

     

     

     

     

    Het archief / Thomas Heerma van Voss / uitgeverij DasMag / 274 blz.

     

     

     

  • Dat vluchten een mens niet echt gelukkig maakt

    Dat vluchten een mens niet echt gelukkig maakt

    ‘Mam, mijn familie was mijn therapie,’ zegt de Koerdisch-Syrische vluchteling Baran in Mam, ik ben geen crisis, het debuut van Ismaîl Mamo. Baran spreekt deze woorden uit bij haar grafsteen in zijn geboortedorp in Syrië. Als hij na acht jaar, in het bezit van de Nederlandse nationaliteit, terugkeert naar zijn geboortedorp in het Koerdische deel van deze verscheurde staat, voelt hij de behoefte zijn levensverhaal te vertellen aan zijn gestorven moeder. Zij begrijpt hem als geen ander. ‘Je was mijn veiligheid, je was mijn beschermer, je was een open boek voor mij waar ik alles in kon opschrijven, je was de beste mama ter wereld en je bent mijn alles.’

    De roman heeft een sterk autofictief karakter. Het verhaal van Baran is gebaseerd op Mamo’s eigen ervaringen als vluchteling. In Syrië is alles voor Baran vertrouwd en warm. Hij herkent er de geuren van weleer en eet de maaltijden die hij er als jongen at. Hij geniet van het leven in Nederland, maar mist de warmte van thuis. Hij leeft in twee werelden die van elkaar gescheiden zijn. Hij heeft twee harten. Het ene klopt voor zijn moeder en alles wat daartoe behoort. Het ander voor zijn bestaan in Nederland. 

    Levensverhaal aan graf van moeder

    Het verhaal aan het graf van zijn moeder duurt maar liefst veertien opeenvolgende dagen. Baran vertelt haar wat hem is overkomen, sinds haar overlijden ver voordat Syrië in een burgeroorlog raakte. Wat hem overkwam op de middelbare school, waarin hij als Koerd zijn taal niet mocht spreken. Hoe zijn geneeskundestudie in Aleppo werd onderbroken door het uitbreken van de oorlog. Hoe hij probeerde geld voor zijn studie te verdienen in het Koerdische deel van Irak. En hoe hij uiteindelijk vluchtte in de hoop in Europa zijn studie af te kunnen maken. Op de vlucht ook voor de dienstplicht in het Syrische leger waarin hij moest vechten tegen zijn eigen volk. Hij vlucht, tegen de wil van zijn vader, die hem bij zich wil houden. Uiteindelijk zegt zijn vader: ‘Je mag gaan, maar van mij hoeft het niet.’  

    In het langste en spannendste hoofdstuk vertelt Baran zijn moeder wat hij allemaal beleefd heeft tijdens zijn vlucht naar Europa en hoe hij uiteindelijk via Turkije, Griekenland, Servië, Hongarije en Duitsland in Nederland terecht kwam. In Nederland loopt niet alles volgens plan. Geneeskunde studeren vergt een heel voortraject, dat hij niet kan voltooien. Hij kiest uiteindelijk voor een andere studie. Onderweg naar en aangekomen in Europa houdt hij via allerlei sociale media en soms ook in levende lijve contact met zijn nichten, tantes, broers en zusjes. Dit contact is essentieel voor hem. Bij zijn familie, en zeer in het bijzonder bij zijn moeder, kan hij zijn verhaal kwijt.

    De korte zinnen waarin het boek geschreven is, geven een enorme snelheid aan de roman, het leest als een trein. Baran heeft zoveel te vertellen aan zijn moeder, dat hij geen tijd voor lange zinnen heeft, laat staan voor uitgebreide beschouwingen. Hij moet zijn verhaal kwijt en gaat recht op de kern van de gebeurtenissen af, zonder al te veel omhaal van woorden. De korte zinnen zijn wellicht ook verklaarbaar doordat het Nederlands Mamo’s tweede taal is. Hoe dan ook, Mamo schrijft niet om de lezer te laten genieten van de taal. Wel is de redactie van DasMAg hier en daar wat slordig geweest. Op enkele plaatsen wordt het woordje ‘mijn’ toegevoegd aan vader of broer of zus, terwijl hij zijn moeder toch niet hoeft uit te leggen wie hij bedoelt als het over een van haar kinderen of over haar man gaat.  

    Geschiedenis van vele vluchtelingen

    Het boeiende van dit boek is dat Mamo in detail beschrijft wat Baran overkomen is. Wat hij ervoor over heeft gehad om hier te komen. Bedonderd door smokkelaars, uitgeput door barre weersomstandigheden op lange tochten over land en zee om zijn doel te bereiken. En dan komt hij uiteindelijk terecht in een land waar hij bepaald niet met open armen wordt ontvangen. Waar hij alles in het werk stelt om geaccepteerd te worden als Nederlander. Hij doet zelfs mee aan Holland’s got talent. Hij wil aan zijn familie en aan de Nederlanders bewijzen dat hij geen crisis is. Dat hij geen loser is. Dat hij niet de verkeerde keuze heeft gemaakt. Uit zijn verhalen blijkt ook dat hij niet de testosteronbom is, die volgens Wilders, onder meer uit Syrië, naar ons land vluchtten. Hij is een romantische, verlegen geheelonthouder die heel erg moet wennen aan de vrije omgangsvormen tussen mannen en vrouwen in zijn nieuwe vaderland.

    Barans geschiedenis is die van vele vluchtelingen, exemplarisch en illustratief voor de lange en moeilijke weg die zij moeten gaan. Vluchten is een daad van hoop en verlangen. Het verhaal van Baran maakt duidelijk dat het geen weg van de minste weerstand is. Het maakt ook duidelijk dat vluchten een mens niet echt gelukkig maakt. Barans ziel zweeft heen en weer tussen Nederland dat hij dankbaar is voor de geboden kansen en voor zijn familie in Syrië en in andere landen, waaraan hij met alle vezels verbonden is. Die vezels geven hem kracht en hoop om te overleven.



  • Onbeschreven blad

    Onbeschreven blad

    Ik las een wonderlijk mooi boek. Helderwit, de titel, Tosca, verticaal in wit reliëf op de voorkant. Drie zwarte bogen, twee opgenomen in de O, vormen gesloten haakjes. Een derde, liggende boog in de C van de titel. Op de achterflap vijf regels van twee tot drie woorden in reliëf, wit als het omslag zelf. Maar kom, nu eerst de roman, dat een lange brief van alter ego May Solovjov aan Daniël is, haar uitgever. Je denkt, hee, medeoprichter van DasMag. ‘Het ontroerde me dat je me het voorbije jaar een paar keer een bericht stuurde met de vraag hoe het ging en wanneer je eens iets van me kon lezen.’ May verontschuldigt zich dat ze het afgelopen jaar niet aan het boek over haar overleden vader werkte. Dat daar iets tussen kwam dat haar leven volledig in beslag nam.

    Ze vertelt over de lezing die ze hield over een Russische dichteres. Dat ze na afloop een portrettekening van haarzelf op haar lessenaar vond. Buiten dat May in het portret ziet hoe sterk ze op haar (Russische) vader lijkt, schenkt ze er niet veel aandacht aan. Een week later leest ze op Messenger, Facebook een bericht: ‘(Geachte mevrouw Slovjov. Dank u wel voor uw lezing over Vanja Lavrova. Ik had er erg naar uitgekeken. het was mijn laatste wens om het te kunnen meemaken. Met vriendelijke groeten, Aline. PS Ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik u heb getekend.)’

    Deze tekst en vooral het, ‘mijn laatste wens’, triggert May. Daarna valt haar op dat een meisje met een oranje muts zich overdag ophoudt in de buurt van de faculteit waar ze lesgeeft. Het is Aline uit het bericht. May zoekt toenadering, maakt zich bezorgd om haar. Aline eet en slaapt niet, lijdt aan paniekaanvallen. ‘Weer begon het beven. Als je haar zo zag zitten op het bankje, zo volledig in zichzelf gekeerd, kon je denken dat ze aan het bidden was, alsof ze vibreerde door een goddelijk kracht.’ Ze wordt mishandeld door een groepje leeftijdgenoten om haar geaardheid, (denk even aan Het smelt van Lize Spit, de ruwheid onder jongeren van eenzelfde orde). Ondanks dat ze bij haar moeder woont, brengt ze geregeld een nacht op straat door.

    May wil haar redden, ontwikkelt een dubbelleven. Enerzijds is er haar vrouw die sinds zes jaar zwanger probeert te worden. Ze verzwijgt voor haar de mate van omgang met Aline. Verstikkend blijkt dat zwijgen. Ondanks dat Connie Palmen laatst in een fijnee podcast opriep het begrip toxische relatie te verbieden, is deze relatie gewoonweg toxisch. Na vele mislukte pogingen van May, Aline te helpen en verschillende misverstanden, vermoedt je een tragische afloop. Soms houd ik het bijna niet meer uit. Fijn zijn dan de blanco pagina’s. Rustgevend wit, gevolgd door een gedicht. Achtentwintig keer wordt de roman doorsneden met zo’n ‘stille’ pagina, een gedicht. Prachtige gedichten die het verhaal verluchtigen, transparanter maken.

    Toen het boek uit was, waren de hagelwitte reliëfletters op de achterflap bezoedeld door mijn handen, waardoor deze tekst te lezen was: ‘Zij is een / gesloten boek; / beter dan ik / kan niemand / haar lezen

    Het werd er opeens zeer persoonlijk van. Alsof ik de enige was die dit boek kon lezen. Een betoverend boek, een kunstwerk. 

     

     

    Tosca / Maud Vanhauwaert / 243 blz. / Uitgeverij DasMag



    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks een boekencolumn.

     

     

     

  • Oogst week 43 – 2018

    Om aan te raken

    Harm Hendrik ten Napel is schrijver, filosoof en boekverkoper. Zijn verhalen en essays zijn onder andere in Tirade en De Revisor verschenen, en op Klecks, dat hij in 2016 samen met zijn broer oprichtte. ‘Met Klecks willen we ruimte maken voor literaire kritiek, en dan met name die van poëzie.’

    Onlangs is van hem bij uitgeverij Querido Om aan te raken verschenen, een bescheiden verhalenbundel. Korte zinnen, zonder opsmuk. Heel doelgericht. Zo schrijft Ten Napel. Het lukt de mensen in Om aan te raken niet altijd om uit hun hoofd te komen en de intimiteit te vinden waarnaar ze verlangen. Sommigen weten niet eens dat ze hunkeren, anderen kunnen het moeilijk uitdrukken.

    Uit het verhaal ‘Ze kwam en hij toen ook’:
    Hoelang wist hij het al? Al best wel lang. Al voordat ze iets kregen? Ja, in principe wel. Ze was opgestaan. Wilde ze er nog over praten? Nu niet. Het is oké, hoor, had ze gezegd. Het is oké. Ik ga denk ik maar gewoon vroeg slapen. Bel me morgenavond. Dan praten we verder.’

     

     

    Om aan te raken
    Auteur: Harm Hendrik ten Napel
    Uitgeverij: Querido

    Pessimisme kun je leren!

    Om zijn bloemlezing aan te prijzen met werk van Lévi Weemoedt schreef Özcan Akyol het volgende:

    ‘Aan het begin van deze eeuw, toen ik nog een puisterige puber was, voelde ik een grote behoefte om in de literatuur de antwoorden op mijn levensvragen te vinden. Dat lukte niet. Hoewel ik het kunstenaarsleven leidde, inclusief een getormenteerde ziel en een geveinsde zucht naar drank, net als mijn literaire helden, duwden de meeste boeken me verder in de put. Tot ik het werk van Lévi Weemoedt ontdekte.

    De persoonlijke ellende spat van zijn poëzie, maar hij verpakt het in de liefde voor taal en ongebreidelde zelfspot, een combinatie die ik niet voor mogelijk hield. Als hij een mislukking beschreef, bood me dat troost, en moest ik ongemakkelijk lachen om mijn eigen pathetische overdrijvingen. Nog vaker deed hij me huiveren om zijn tekstuele spitsvondigheid en het superieure spel met woorden dat hij telkens speelt. De gedichten kwamen soms wat kort en eenvoudig op me over, maar er zijn maar weinig dichters die het autonoom na kunnen doen.

    Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decennium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoond. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid houdt de taal hem overeind. Iedereen moet Weemoedt lezen! Vandaar deze bloemlezing, die ik met veel plezier heb samengesteld.’

    Pessimisme kun je leren!
    Auteur: Levi Weemoedt
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Drift

    Haar debuut De hemel boven Parijs dat in 2014 bij Cossee verscheen, werd goed ontvangen (‘een wonderlijk eigen toon’, De Groene Amsterdammer, ‘Een droomdebuut’, Tubantia).
    Het werd bovendien genomineerd voor verschillende literatuurprijzen.

    Haar nieuwste boek Drift is bij DasMag verschenen:
    ‘Feit: een jonge vrouw trouwt met haar jeugdliefde.
    Feit: niet veel later, in het holst van de nacht, verlaat ze hem.
    Ze neemt alleen haar dagboeken mee.
    Die vrouw ben ik. Die nacht is nu. Alles ervoor en erna is een verhaal.’

    Bregje Hofstede (1988) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn. Ze schrijft verhalen en essays. Na De hemel boven Parijs schreef ze de essaybundel De herontdekking van het lichaam: over de burn-out.

     

    Drift
    Auteur: Bregje Hofstede
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag