• Verbeelding

    Hoe verbeeld je het onbekende? Iets waar je nooit bent geweest en niet kent. Maar dat wel bestaat. Althans in je verbeelding. En daar zo ‘echt’ lijkt dat het echt wordt. En uiteindelijk werkelijkheid is voor wie ernaar kijkt en zich erin onderdompelt.
    Neem nou de Tuin de Lusten van Jheronimus Bosch (www.contrapposto.nl). Een schitterend drieluik uit de late vijftiende eeuw, maar ruim vijf eeuwen later nog steeds een publiekstrekker pur sang. Volksstammen trekken naar het Prado in Madrid om zich eraan te vergapen. Hordes kunsthistorici hebben geprobeerd de betekenis ervan te doorgronden. Maar niemand die het zeker wist. Het enige wat zeker is, is dat Jheronimus Bosch een geweldige verbeelding had en op onnavolgbare wijze het onbekende wist te verbeelden. Het paradijs en de hel. Niemand was er ooit geweest, totdat Bosch het schilderde. Met zoveel fantasie en overtuigingskracht dat iedereen die er voor staat eigenlijk maar één ding kan denken. ‘Als er een paradijs is, en een hel, dan is het er zo.’

    Zoals Bosch schildert schrijft Dante Alighieri. Zijn magnus opus is de Goddelijke Komedie. Het is in veel opzichten de oudere broer van de Tuin der Lusten. Ook Dante creëerde een drieluik: De Hel, Louteringsberg en Paradijs. En ook Dante verbeeldde het onbekende; een wereld waar hij niet geweest kan zijn. Alhoewel hij het tegendeel beweert. Want zijn Goddelijke Komedie is immers het persoonlijk reisverslag van een man met een midlife crisis. Als we althans die wereldberoemde allereerste strofe van zijn relaas moeten geloven:

    Op ’t midden van ons levenspad gekomen,
    Kwam ik bij zinnen in een donker woud,
    Want ik had niet de rechte weg genomen.

    Maar die persoonlijke crisis stond aan de wieg van een grootse prestatie. En dus is de Goddelijke Komedie net als de Tuin der Lusten van onnavolgbare schoonheid. Een hommage aan de verbeelding. En een ode aan de zonden in de wereld, die nimmer mooier beschreven zijn, hoe erg ze ook zijn. Ook als ze eigenlijk helemaal niet zo heel erg zijn, maar meer menselijk. Zoals de zonden uit de tweede hellekring, waar onmatig-verliefden verpozen, de wellustigen. Met in hun midden Francesca en Paolo:

    Gelijk twee duiven, door één wens gevoed,
    Hun wijde vleugels in de vlucht geheven.
    Die nader vliegen naar het nest zo zoet

    Dante’s taal is zo schilderachtig dat je onmiddellijk een paradijs voor je ziet, ook al ben je in de hel. Een Bosschiaans paradijs avant-la-lettre, maar dan in woord geschreven. Een ‘echt’ paradijs, dat werkelijkheid wordt als je je erin onderdompelt. En niet langer onbekend is. Omdat het verbeeld is.

    De citaten uit: De Goddelijke Komedie, vertaling Ike Cialona en Peter Verstegen.

     

     

  • Vakantierubriek 2014 – een persoonlijke top 3

    Zoektochten naar personen

    door Adri Altink

    Reizen kun je niet alleen fysiek, maar ook in je geest; onderzoekend. En misschien is wel het mooiste een combinatie van die twee: reizen in geografische zin en in de geschiedenis. Dat brengt me op drie boeken die mij erg veel leesgenot verschaften.

    Frans van Dooren (1934-2005) is vooral bekend als vertaler van Italiaanse literatuur. Daaronder de Divina Commedia van Dante. Van Dooren hield ook van fietsen en reizen. Zo ging hij onder andere per auto in tientallen tochten de gangen van Dante na. Waar zijn sporen van hem te vinden? Wat weten Italianen van hem en van zijn magnum opus? Verrassend veel soms, blijkt uit het lichtvoetige verslag van zijn rondreis Met Dante door Italië. Het verscheen in 2004.
    Verschenen bij Uitgeverij Ambo

    Richard Holmes, geboren in 1945 in Engeland, deed iets dergelijks, en deels te voet. Hij liep de sporen na van vier schrijvers uit de Romantiek: R.L. Stevenson, Mary Wollstonecraft, Shelley en Gérard de Nerval en deed er verslag van in Voetstappen, dat in 1986 in Nederlandse vertaling verscheen.Voetsporen
    Holmes schrijft zo invoelend dat de lezer de geportretteerden erg dicht nadert. Ondertussen kom je ook veel te weten over de problemen waar biografen tegenop lopen.
    Verschenen bij Uitgeverij Pandora

     

     

    Van veel recentere datum is Het been in de IJssel  van de Nederlandse journalist Joris van Casteren (geboren in 1976). Bij van Casteren speelt de nieuwsgierigheid op als in 2005 een onderbeen in de IJssel wordt gevonden waar lang onduidelijkheid over blijft bestaan. Het been in de IJsselVan wie is het? Zit er een moord achter? Een ongeluk? Is het verslag van Van Casteren, dat in 2013 verscheen, een reisboek? Het ligt niet voor de hand het zo te categoriseren, maar ik doe het wel. Het is het zelfs in dubbel opzicht. Van Casteren achterhaalt de weg die het been stroomafwaarts heeft afgelegd en maakt in de tweede helft van het boek een wandeltocht een tegengestelde richting. Prachtig.
    Verschenen bij Uitgeverij Prometheus