• De ambitie herkennen van wat een Grote Nederlandse Roman zou willen

    Martijn Knol werkte zes jaar aan zijn nieuwe roman De lange adem. Na de novelle Elders uit 2014  is dit zijn vierde roman. ‘In stilte’ werkte hij eraan, zoals de auteursbio op de binnenflap vermeldt. Wie hem op internet zoekt, komt behalve zijn eigen website en blog niet veel tegen. Wat er over Martijn Knol te vinden is, gaat waarschijnlijk over een naamgenoot, wat nog wel eens voor verwarring zorgt. 

    ‘Er is een andere Martijn Knol die aan wielrennen doet. Een tijdje geleden kwam iemand naar me toe en vroeg of ik tips voor hem had. “Ja,” zei ik, “gewoon doortrappen.”’ Zijn plek buiten het centrum van de aandacht bevalt hem wel.

    ‘Ik ben gecharmeerd van schrijvers van wie je helemaal niets weet, zoals Salinger of Elena Ferrante. Het enige wat je kunt doen is hun boeken lezen. Dat vind ik wel mooi. Deze tijd vraagt misschien ook wel om een beetje persoonlijke terughoudendheid en het boek het boek te laten zijn.’

    Zoeken naar betekenis

    Maar wie hem zoekt voor een boekpresentatie of literair programma, weet hem wel te vinden, vertelt Knol. Het is dan ook niet zo dat hij niet graag over zijn boeken praat. De enige hapering tijdens het interview komt door een slechte Skypeverbinding aan het begin. Zodra het euvel verholpen is, gaat het gesprek moeiteloos verder. De rijkdom van zijn roman biedt genoeg stof om over te praten. In De lange adem volgen we Robbert, een beveiliger in een warenhuis. In talloze hoofdstukken, scènes en fragmenten komen we meer te weten over hem, zijn collega’s, geliefden en zijn grote kinderwens. Knol schetst hem als een rauwdouwer, iemand die er niet voor terugdeinst om als het nodig is een tik uit te delen, maar tilt hem moeiteloos uit boven het archetypische door ook zijn binnenwereld met zijn kinderwens te beschrijven.

    De andere hoofdfiguur is Roman, een vlotte reclameman die ambities in de politiek krijgt en de Partij voor de Toekomst. Net als Robbert wordt Roman omringd door vele bijfiguren onder wie zijn vrouw en collega’s op zijn reclamebureau die ruim aandacht krijgen. Het maakt van De lange adem een volle en meerstemmige roman waarin figuren uit verschillende lagen van de bevolking elkaars levens kruisen. ‘Als het waar is dat mensen zich tegenwoordig steeds vaker opsluiten in hun eigen gelijk, wat gebeurt er dan als je ze in een roman tot contact dwingt?,’ vroeg Martijn Knol zich af bij het schrijven.

    De lange adem gaat over hoe we betekenis geven aan ons leven. Voor Roman is dat gein, reclamecampagnes maken en rijk worden. Later zoekt hij het in de politiek. Robbert zoekt betekenis in goed burgerschap een gezin, zijn werk en vaderlandsliefde. Als je al die personages volgt, dan krijg je begrip voor al die standpunten. Ik heb willen laten zien dat het ene streven niet meer waard is dan het andere.’

    Luchtgaten naar de buitenwereld

    De meerstemmigheid van De lange adem zit hem niet alleen in de hoofd- en bijfiguren van de twee verhaallijnen. Knol heeft ook stukjes ingelast met moppen en commentaar van fictieve lezers. Ze verwoorden reacties op het gelezene en gaan gesprekken met elkaar aan over bijvoorbeeld de noodzaak van een bepaalde scène in het boek of de mogelijke bedoeling van de schrijver.

    ‘Met deze stemmen kon ik de roman verrijken met andere standpunten en ook twijfel en kritiek toelaten. Op deze manier wilde ik de roman al tijdens het lezen als het ware openwerken naar de samenleving. Soms is het heel leuk om een helemaal gesloten alternatieve wereld te creëren in een roman. Maar in De lange adem zijn de samenleving en democratie belangrijke thema’s en daarom wilde ik luchtgaten maken naar de buitenwereld.’

    Op geheel toevallige wijze kwam de buitenwereld in de roman terecht. Afgelopen voorjaar richtte Henk Krol, nadat hij 50PLUS had verlaten, de Partij voor de Toekomst op, dezelfde naam die Knol had bedacht voor de politieke partij van zijn personage Roman.

    ‘De essentie van politiek campagne voeren is kiezers beloften doen. Die liggen natuurlijk in de toekomst, dus ik dacht: een politicus verkoopt toekomst. Ik vond het zelf wel grappig, die naam. Het is zo over the top.’

    Roman ontpopt zich in De lange adem tot een politicus van populistische snit, wat tot geweldige passages leidt waarin hij zijn ideeën uiteenzet.

    ‘Dat populisme en opportunisme en het gebruiken van de politiek voor je eigen belangen wilde ik graag in mijn roman verwerken, maar tijdens het schrijven kwam het toch wel wat genuanceerder te liggen. Roman heeft weliswaar nare en rare trekken, maar het begon me op te vallen dat hij de politiek onderzocht om te proberen echt iets te betekenen. Er zit een soort ambivalentie in, want wij herkennen de populistische stromingen, maar tegelijkertijd zit er voor hem op psychologisch niveau een soort authentiek verlangen in om de leegte die hij voelt met betekenis te vullen.’

    Grote Nederlandse Roman

    Op de achterflap wordt De lange adem een ‘hilarische, wilde, dwarse, ernstige Grote Nederlandse Roman’ genoemd. Waar het de vorm van deze roman betreft, vormde het essay The Great Dutch Novel van Daniël Rovers een van de beginpunten voor Martijn Knol. Het essay stelt de vraag of er naar analogie van de Great American Novel iets vergelijkbaars in Nederland mogelijk is. Je zou dan een roman moeten schrijven waarin meerdere sociale groepen een plek krijgen en waarin je nadenkt over de samenleving vanaf een afstand en van dichtbij via je empathie. 

    De lange adem is een Grote Nederlandse Roman omdat ik de ambitie herken van wat een Grote Roman zou willen doen, namelijk het maken van een verhaal waarin meerdere perspectieven en stemmen samenkomen. En door de veelheid aan stemmen wordt zoiets al gauw een wat volumineuzer boek.’

    De Great American Novel ontstond in de negentiende eeuw, en misschien kunnen we vanaf dat moment ook zulke romans in Nederland vinden. 

    ‘Misschien zijn Multatuli’s Ideeën wel het begin van de traditie. In dat boek zitten zo veel verschillende stemmen. Voor een Grote Nederlandse Roman is een politiek bewustzijn nodig. Sinds de millenniumwisseling is de emancipatie pas echt een inhaalslag aan het maken. En dan bedoel ik vrouwenemancipatie, homo-emancipatie, emancipatie van mensen van kleur. Eindelijk beginnen al die perspectieven hun ruimte te krijgen dus het is heel logisch dat de roman daar ook wat mee gaat doen. Ik denk dat er een hele mooie canon van dit soort romans gaat komen.’

    Ruimte bieden

    Een andere inspiratiebron voor deze roman is het werk van Jeroen Mettes geweest. 

    ‘Bij hem zie je ook zo mooi dat hij door zijn inhoud anders te structureren probeert om iets anders te zeggen. Een andere vorm levert een andere inhoud op. Door het fragmentarische van bijvoorbeeld zijn lange prozagedicht N30, dat tegelijk wel degelijk een ordening kent, zie je dat het voor hem gewerkt heeft om iets anders te vertellen. Je ziet dat ook bij andere schrijvers zoals Tonnus Oosterhoff, of Ali Smith in haar laatste vier romans waarin ze de Brexit volgt. Dat kun je geen klassiek gestructureerde romans noemen en zo slaagt zij erin de werkelijkheid naar binnen te halen. Zij schept ruimte voor meerdere perspectieven en dat heb ik ook geprobeerd in mijn roman te doen. Als je je zoals veel klassieke romans doen, op één personage richt krijg je een soort partijdigheid. In De lange adem heb ik daarom ruimte gegeven aan heel veel personages.’

    Het geven van ruimte is ook op een andere manier belangrijk voor het schrijverschap van Martijn Knol. Begin dit jaar sprak hij Jannie Regnerus die hij kent uit de tijd dat ze ook bij uitgeverij Wereldbibliotheek publiceerde. Ze vroeg hem hoe het met zijn boek ging. Hij vertelde dat het na enige vertraging nu zou verschijnen. Logisch dat het goed kwam, vond ze, want hij had de beste redacteur van de wereld. 

    ‘Dat is mijn uitgever, Koen van Gulik. Ik ging daarover nadenken en ik begrijp waarom ze het zegt. Wat heel goed aan hem is, is dat hij me het gevoel geeft dat ik precies het boek moet maken dat ik wil. Hij geeft me als schrijver alle ruimte. Dat is wat ik zelf probeer als schrijver, ruimte geven aan de lezer, door andere perspectieven aan te bieden of alternatieve gebeurtenissen. De ruimte die ik aan de lezer wil bieden begint met de ruimte die ik krijg als schrijver.’

    Nu De lange adem in de winkel ligt, is Knol blij dat het schrijven klaar is. 

    ‘In de weken na verschijnen heb ik het boek wel twee of drie keer per dag opgepakt om me ervan te verzekeren dat het er is. Ik ben ook heel gelukkig met het boek als object: hoe het in de hand ligt en openvalt, en het mooie omslag van Christoph Noordzij. Dat effect duurde bij deze roman opvallend lang.’

     

     


     

     

     

     

     

     

     

    De lange adem / Martijn Knol / 480 pagina’s / Wereldbibliotheek (2020)

     

    Foto: ©Francesca Lucarotti

     

  • Reizend op zoek naar politieke spanningen

    Reizend op zoek naar politieke spanningen

    Een aantrekkelijk reisverhaal schrijven is nog een hele kunst. Naast woordkeus is de stijl van essentieel belang. Het zijn vaak de beschrijvingen van de kleine dingen die een reisverhaal groot maken. Neem bijvoorbeeld deze zin:

    ‘Als de Italiaanse aanklager op een stille zaterdagochtend Boog het stadspark in leidt, turen de twee zonnebrillen het pad af om naderende wandelaars te monsteren op dreigingspotentieel.’

    Dit is een zin uit één van de reisverhalen van de bundel De zon is het probleem niet, van Daniël Rovers. In deze zin loop je mee met de aanklager. Je ziet voor je hoe hij stilstaat aan de ingang van het park, wachtend op een teken van ‘de twee zonnebrillen’. De zin krijgt nog meer effect door het humoristische aspect; er wordt niet gesproken over bodyguards, maar over ‘de twee zonnebrillen’. Juist de focus op deze details, maakt dit tot een fantastische zin. In dit verhaal is de hond Boog de hoofdpersoon. Boog woont in Pristina, Kosovo, samen met zijn baas die officier van justitie is en verder niet bij naam wordt genoemd. Dit verhaalperspectief is niet alleen erg origineel, maar geeft Rovers ook meer ruimte om het leven in Pristina te beschrijven. Als de schrijver had gekozen voor een meer standaard perspectief en de officier van justitie had laten vertellen over zijn werk en de politieke situatie in Pristina, dan had hij de dingen nooit zo uitvoerig kunnen beschrijven.

    Rovers houdt van aparte perspectieven. In De zon is het probleem niet gebruikt hij vaak een onverwachte invalshoek. Inhakend op actuele thema’s, reist hij af naar Limburgse Someren-Eind, waar in 2010 de PVV- stemmers de CDA’ers van hun zetels dreigen te stoten. Om een indruk te krijgen van de veranderingen die zich afspelen in de regio gaat Rovers niet in gesprek met de voorman van een politieke partij, zoals je zou verwachten, maar met een gewone inwoner van de stad. Zonder te spotten weet hij haar oer-Hollandse verhaal op humoristische manier te vertellen, waarbij de kracht weer ligt in het beschrijven van details als de inrichting van het huis en de inhoud van reclamefolders.

    Waar veel van de verhalen die zijn opgenomen in deze bundel nog een speels karakter hebben, is Rover’s stuk over Lampedusa veel serieuzer. In lange zinnen vol bijvoeglijk naamwoorden en komma’s beschrijft hij wie hij tegenkomt op zijn reis van Amsterdam naar een vluchtelingenkamp op het Italiaanse eiland. Hierin laat Rover zijn journalistieke talent schitteren. De gedetailleerde beschrijvingen over alles wat hij meemaakt op zijn reis worden aangevuld met scherpe observaties, duidelijke uitleg en mooie persoonlijke belevingen van zijn gespreksgenoten.

    Sommige van de verhalen in De zon is het probleem niet zijn al eerder gepubliceerd in kranten en tijdschriften. Andere worden nu voor het eerst aan de wereld getoond. Gebundeld tonen ze de kracht en het brede talent van een schrijver die nog meer mag gaan reizen om dit soort prachtige werken te schrijven.

     

     

     

  • Het geheim van een auteur

    Het geheim van een auteur

    Er schuilt een wrange paradox in het interpreteren van teksten: hoe meer je het doet, hoe lastiger het lijkt te worden. Kinderen hebben het absoluut het gemakkelijkst. Als er staat geschreven: ‘Jan is boos’, dan ís Jan boos. Een mooie, eerlijke situatie – die echter beperkt is in zijn mogelijkheden. In de bovenbouw van de basisschool en op de middelbare school leren we daarom dat we een eigen interpretatie moeten geven aan een zin als: ‘Jan hoorde die belediging en er verschenen rimpels op zijn voorhoofd’: wat betekent het als er rimpels verschijnen? Gebeurt dat uit woede? Maakt Jan zich zorgen? Of is het verbazing? Goede romans, zo leren we, leggen zoiets niet uit, maar laten de lezer zelf die denkstap maken.

    Maar het allerergst is het in de grotemensenwereld. Het interpreteren is hier zelfs zo moeilijk, dat er een heuse studierichting voor bestaat: de hermeneutiek. Literatuurwetenschappers denken soms heel verschillend over het interpreteren van teksten; niet alleen ten opzichte van vroeger, maar zeker ook ten opzichte van elkaar. Tal van vragen doen de ronde, maar ze hangen allemaal samen. Willen we weten wat de achterliggende gedachte van een tekst is? Zo nee, waar letten we dan op? En zo ja, hoe komen we dat dan te weten?

    Vernieuwend aan Daniël Rovers’ essaybundel De figuur in het tapijt is dat hij een nieuwe manier van interpreteren voorstelt: niet door als een pietje-precies de zinnen te ontleden of door een groot contextgericht onderzoek op te starten, maar door een werk te beschouwen binnen het oeuvre van de auteur. Wat is een constante, een rode lijn, een ‘figuur in het tapijt’? Oeuvreonderzoek dus. Hij bespreekt op deze manier zes auteurs: Frans Kellendonk, Willem Jan Otten, Tonnus Oosterhoff, Marie Kessels, Marjolein (thans Maxim) Februari en Marc Kregting.

    Rovers zelf vat de moeilijkheid van de literatuurbeschouwing als volgt samen: ‘hoe te schrijven over de eigenheid van literatuur zonder meteen dat eigene in een uitspraak erover op te geven?’ (p.17). Hij wil zich in zijn essays juist wel richten op dat eigene. De titel van deze bundel is ontleend aan een verhaal van Henry James, The Figure in the Carpet, dat handelt over de zoektocht naar het ‘geheim’ van een auteur. Rovers maakt het minder sensationeel en stelt dat er steeds sprake is van een auteursfiguur en een figuurauteur. De auteursfiguur komt alleen naar voren in het oeuvre van de auteur, en is dus de auteur zoals we die enkel vanuit zijn teksten leren kennen. De figuurauteur daarentegen is het beeld dat we van een auteur hebben – door (auto)biografieën, interviews, recensies enzovoort. Dit laatste heeft, zo zegt hij zelf, consequenties voor zijn eigen essays, want ‘een beschouwer die pretendeert het laatste woord over een oeuvre uit te spreken door de auteursfiguur te benoemen, draagt daarmee in de eerste instantie bij aan de vorming van een nieuwe figuurauteur’ (p.37).

    Op deze verhandeling (en een vlot geschreven geschiedenis van de literatuurbeschouwing) volgen de eigenlijke essays. Opvallend is dat Rovers in deze essays maar weinig spreekt van het onderscheid tussen auteursfiguur en figuurauteur, hetgeen onwillekeurig de indruk wekt dat zijn oeuvreonderzoek minder systematisch was dan hij in de inleiding doet geloven. Maar tijdens het lezen vormt dit geen gemis. Vanuit tal van invalshoeken introduceert of belicht Rovers de afzonderlijke auteurs en hun werken, van stijl en poëtica tot media, pornografie en politiek. Sterk naar voren komt zijn immense kennis van de oeuvres; het kan haast niet anders dan dat hij (welhaast) alles gelezen heeft. Tezelfdertijd heeft hij zijn boek zó geschreven dat de gemiddelde leek zich er prima mee kan redden. Nimmer is het nodig om de besproken teksten vooraf te hebben gelezen; citaten en korte samenvattingen bieden voldoende houvast.

    Het essay, letterlijk een ‘probeersel’, is in meerdere opzichten een veilig genre. Een auteur hoeft er niet louter objectief te zijn, maar geeft ook zijn eigen opvattingen. Niet alles vereist wetenschappelijke verantwoording, de stilistische kant is minstens zo belangrijk als de informatieve. Maar het is bovenal een literair genre, en de schrijver Daniël Rovers, die ook de romans Elf (2010) en Walter (2011) publiceerde, kan er als geen ander mee uit de voeten. Zijn stof is uitermate diepgaand, maar hij brengt het boeiend en begrijpelijk.

    Bovendien zet hij met zijn oeuvreonderzoek een belangrijke stap binnen de letterkunde, zowel toegepast (dus met betrekking tot de specifieke auteurs) als theoretisch, met zijn focus op het oeuvre en op het onderscheid tussen de auteursfiguur en de figuurauteur. Al met al vormt De figuur in het tapijt daarom een voorname bijdrage aan, en een uitstekende inleiding in de literatuurbeschouwing.

     

    De figuur in het tapijt
    Op zoek naar zes auteurs

    Auteur: Daniël Rovers
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 318
    Prijs: € 29,90

  • Nagelaten werk – Jeroen Mettes

    Bij uitgeverij Wereldbibliotheek is onlangs de casette Nagelaten werk van Jeroen Mettes verschenen met daarin twee delen: Weerstandsbeleid en N30+ . Mettes is in eerste instantie vooral bekend geworden door zijn project Het Dichtersalfabet dat hij op zijn weblog Poëzienotities introduceerde: hij besprak in alfabetische volgorde de Nederlandstalige dichtbundels die beschikbaar waren op de poëzieplanken van boekhandel Verwijs in Den Haag. Hij schreef zijn bespreking en plaatste die op de dag van aankoop op internet. Zijn blog werd al snel hét referentiepunt voor poëzielezers en –critici.

    Het eerste boek uit de cassette, Weerstandsbeleid, bevat een ruime selectie uit Poëzienotities.
    Mettes was zelf ook dichter. In 1999 begon hij aan een omvangrijk en uiterst ambitieus prozagedicht. Hij werkte er zeven jaar in stilte aan en liet het slechts een enkeling lezen. Uiteindelijk gaf hij het manuscript de titel N30.

    ‘In zijn poëzie geeft Mettes zich over aan de dominante taal en zo toont hij de hulpeloosheid van elke spreker. N30 is een van die zeldzame literaire teksten waarmee een genre wordt uitgevonden. Vandaar dat het ‘nieuwe zinnen’ als aanduiding meekreeg, naar analogie van de Amerikaanse New Sentence. Het zijn lucide zinnen, in hoofdstukken samengebracht, die een stroom van observaties, herinneringen en citaten tonen. N30 biedt een meedogenloze analyse van de consumptiemaatschappij, maar ook de mogelijkheid tot melancholische identificatie. Dit indrukwekkende dichtwerk wordt in het tweede boek in de cassette, N30+, aangevuld met twee reeksen poëzie die Mettes bij leven publiceerde.’

    Op 21 september 2006 plaatste Jeroen Mettes (1978) een lege post op zijn blog Poëzienotities; diezelfde dag maakte hij een eind aan zijn leven.

    Nagelaten werk

    Auteur: Jeroen Mettes
    Bezorgd door: Piet Joostens, Frans-Willem Korsten en Daniël Rovers
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Prijs: € 29,90