• Komische demonen in Rotterdam

    Komische demonen in Rotterdam

    Soms komt de geest uit de fles, maar in De geschiedenis van Marthe van Daniël Dee is de fles het enige wat nog troost brengt. Na De echo van mijn voetstappen vormt deze roman het laatste deel van een Rotterdams tweeluik, waarin de drank rijkelijk vloeit. Glazen bier, wijn, cocktails… Alles wat enigszins een deftig alcoholpercentage bevat, kan Keith bekoren. Dee gunt ons inzage in het dagelijkse leven van Keith, dat gevuld is met kuurbaden van gerstenat. Alcohol is zijn ‘vloeibare remedie’. Wanneer hij begint te ontnuchteren, wordt hij nerveus en drinkt een paar wijntjes om te kalmeren. Keiths excessieve drankzucht leidt echter niet tot een delirium, maar fungeert als een demonenuitdrijving. Sinds hij als kind de restjes uit de glazen slurpte en er ‘een zeldzaam gevoel van welbehagen op hem neerdaalde’, kent hij slechts de fles om tot rust te kunnen komen. In deze roman worden we meegesleurd in de tragikomische avonturen van deze hallucinerende alcoholist, al bezorgen sommige opmerkingen de lezer toch vooral een bittere afdronk.

    Alcoholische lanterfanter

    Zijn ganse leven wordt Keith al bezocht en bestookt door de geesten van overleden mensen. Uit de zee ziet hij de geesten van verdronkenen tevoorschijn treden en wanneer hij rondfietst in Rotterdam, dan vermijdt hij liever de Erasmusbrug om niet te hoeven kijken naar de wanhopige gezichten van diegenen die er hun leven hebben beëindigd. Het kunnen echter ook oude bekenden zijn die plots hun opwachting maken. Doorheen de roman komt de geest van zijn opa telkens plotseling opdagen om Keith advies te verlenen over allerlei opwindende seksstandjes.

    Dat hoge libidogehalte vormt twee generaties later nog steeds een familietrekje. Keith heeft maar één keer seks geweigerd, namelijk op het moment dat zijn toenmalige vriendin Hanne dronken thuiskwam terwijl hij aan het afkicken was. Hij was die avond meteen verdwenen naar de bar van de schouwburg, waar hij zijn latere vriendin Klaasje zou ontmoeten. Ook zij begint zich op zeker moment te ergeren aan zijn verslavingen en zijn eeuwige gelanterfant. Want Keith heeft ‘geen enkele studie afgemaakt, geen enkele baan weten te behouden en geen enkel project met succes afgerond.’ De alcohol en xtc houden hem overeind. Hij verdient zijn brood door séances te houden, waar hij met de nodige show geesten oproept.

    Dee slaagt erin om de hectische en dolende levenswandel van Keith in een vlotte en humoristische parlandostijl te beschrijven, door het gebruik van no-nonsense uitdrukkingen als ‘mijn mysterie is- zoals gezegd- dat ik de doden kan zien. Meer diepgang zit er niet achter.’ Uiteraard zorgen ook de séances voor hilariteit. Zo wil een man dat Keith contact zoekt met de geest van zijn overleden zoon. Vervolgens geeft Keith zijn hitsige opa ten teken een fles wijn om te stoten. De man slaat uit schrik achterover en trekt het tafelkleed met zich mee, waarna hij ‘druipend van de wijn’ op de grond neerkwakt. Het zijn zeer vermakelijke taferelen, die weliswaar de schwung in het verhaal houden, maar waarvan de inhoudelijke meerwaarde niet altijd voor zich spreekt.

    Als lezer struin je eigenlijk vooral samen met Keith door Rotterdam. Hij maakt je daarbij deelachtig aan zijn schunnige opmerkingen over de geslachtsdelen van Klaasje, evenals aan zijn verlangen naar ‘een vrouw die niet zou zaniken over zijn reilen en zeilen in het verleden.’ Die problematische omgang met het vrouwelijke geslacht is een rode draad in zijn leven. Vanaf het begin vertelt Keith over zijn ervaringen in psychiatrische instellingen. Het is jammer dat het verband tussen die ervaringen en Keiths misogyne gedrag nergens verder worden uitgediept. De schunnige mopjes gaan na een tijd ook vervelen. De hele roman is namelijk doorspekt met zulke grapjes.

    Er worden eveneens veel Engelse quotes in het rond gestrooid, gaande van een strofe uit een liedje van Leonard Cohen tot bedenkelijke zinnen als ‘you can build a thousand bridges, but if you suck one cock, they don’t call you a bridge builder, but a cocksucker.’ Dergelijke tegelwijsheden van de straat zijn haast niet te aanschouwen zonder dat de hemeltergende platvloersheid je doet knarsetanden. Maar Dee beseft dat wanneer je als schrijver het taalgebruik van een misogyne alcoholist reproduceert, je dan ook de platvloersheid ervan moet overnemen. Al begint dat na een tijdje te irriteren, net zoals het eerst grappig is wanneer een dronkaard tegen je begint te brallen in een café, maar na de zoveelste penismop heb je gewoon zin om naar huis te gaan.

    Belhamel of schobbejak

    Die banale quotes zijn echter niet representatief voor de bijwijlen zeer rijke woordenschat die in deze roman voorhanden is. Op één pagina passeren er woorden als ‘rücksichtlose bad boy’, ‘mysterieuze schobbejak’ of ‘woestaanstekelijke belhamel’. De afwisseling met alledaagsere woorden als ‘zeikerd’ zorgt ervoor dat het bloemenrijke taalgebruik steeds speels en nooit pretentieus aanvoelt. De soms zeer flauwe mopjes en opmerkingen van Keith krijgen daardoor toch meer variatie. De roman bevat echter ook minder geslaagde mopjes. In een reflectie over zijn uitzonderlijk hoog libido verklaart Keith dat ‘ik niet wil weten wat dat over mij zegt en al helemaal niet wat Freud denkt dat het over mij zegt. Laat mijn moeder erbuiten.’ Zelfs met alle humoristische kunde van de wereld blijft zo’n grap rijp voor de schrapbank. Keith omschrijft zijn eigen afweermechanisme als ‘flauwe, rauwe galgenhumor.’ De angsten waartegen hij zich moet verdedigen, zijn talrijk en dus volgen de mopjes elkaar in rap tempo op, maar vaker wel dan niet slaagt Dee erin om de mondhoeken van zijn lezers opwaarts te duwen.

    Klucht

    Eerder werd al duidelijk dat De geschiedenis van Marthe een knotsgekke roman is, ook scenografisch. Kenmerkend zijn de reeds aangehaalde taferelen, waarbij de geestesogen van Keiths opa gloeien van opwinding, terwijl zijn kleinzoon moet bemiddelen tussen de ouders van Robbert en Marthe. Hun kinderen waren ooit een koppel, maar zij hebben intussen hun intrede in het geestenrijk gemaakt. Ja, dat is de Marthe uit de titel. Dat die eer van titelvermelding niet Keith, maar haar te beurt valt, blijft een bedenkelijke keuze. Haar tragische liefdesgeschiedenis met Robbert wordt pas naar het einde toe uitgelegd. Op de laatste pagina van de roman wordt er op een ietwat flauwe wijze gewag gemaakt van een vervolg. Hopelijk zal dat de zaken ophelderen, want naarmate het einde van dit deel dichterbij komt, voelt het alsof Dee nog snel de geschiedenis van Marthe aanhaalt. Haar geschiedenis bestaat uit een aaneenschakeling van geweldsdaden en conflicten met Robbert. Het feit dat Marthes verhalen in deze roman weinig ademruimte krijgen, maakt dat het aanvoelt als een gratuite toevoeging. Die keuze lijkt te passen bij Keiths misogyne wereldbeeld, maar doordat het verband wederom niet helder is, bezorgt het toch een bittere afdronk.

    De geschiedenis van Marthe kan bekoren, al handelt het leeuwendeel van de roman over de geschiedenis van Keith. De liefdestragedie van Marthe voelt overbodig aan, omdat die niet volledig wordt uitgewerkt. Het geeft de indruk dat haar leed er eigenlijk niet echt toe doet, wat toch een problematische banalisering van geweld tegen vrouwen behelst. Dat is des te jammerder, aangezien Keiths levensloop al meer dan genoeg interessante verhaalstof oplevert. De strubbelingen met zijn demonen en de tragikomische pogingen om zijn leven op orde te krijgen worden nooit vervelend of langdradig. De combinatie van poëtische slagkracht, zwarte humor en een speelse omgang met occulte elementen maakt deze roman al geestig genoeg. Die flauwe mop lijkt mij een gepaste manier om dit boek te omschrijven, want Dee laat het spoken in Rotterdam. Daar moeten we allesbehalve rouwig om zijn.

     

     

  • Oogst week 16 – 2021

    De stilte van de ander

    Abdelkader Benali schreef De stilte van de ander ter gelegenheid van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. Aanvankelijk koos het het Nationaal Comité 4 en 5 mei hem ook als spreker voor de 4 mei-lezing, een besluit dat begin dit jaar werd gemaakt om de dialoog tussen bevolkingsgroepen te versterken. Eind januari legde Abdelkader de mogelijkheid toch naast zich neer: online gingen stemmen van tegenstanders op nadat er een uitspraak van hem, over het aantal joden in Amsterdam-Zuid uit 2006, weer was komen bovendrijven.

    Die kwam hem online op grote tegenstand, beschuldigingen van antisemitisme en haatberichten te staan. Deze lezing, bestemd voor de 4 mei-herdenking werd, met een speciaal toegevoegde apologie, uitgebracht door De Arbeiderspers,.

    De stilte van de ander
    Auteur: Abdelkader Benali
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Vaal paard, vale ruiter

    Katherine Anne Porters (1890-1980) Pale Horse, Pale Rider werd in 1939 voor het eerst gepubliceerd bij Harcourt, Brace and Company. Deze maand verscheen het in vertaling van Molly van Gelder bij Atlas Contact als Vaal paard, vale ruiter. Het boek is een bundeling van drie van Porters korte verhalen, waarvan het titelverhaal is gebaseerd op autobiografische ervaringen: de hoofdpersoon, Miranda, wordt besmet met het Spaanse griepvirus. Ze wordt ernstig ziek en ziet in haar angstige koortsdromen haar geliefde die naar het front wordt gestuurd, de loopgraven van Europa tijdens WO I.

    Porter zelf kreeg in 1915 tuberculose en verbleef in een sanatorium, waarna ze de pen opnam. Toen ze als journalist in Denver werkte, raakte ze bovendien besmet met het Spaanse griepvirus. Op het eerste oog leek die griep nog een onschuldige verkoudheid. In maart van 1918 meldt de eerste zieke zich in de VS – er is nog geen reden tot paniek, tot in augustus van datzelfde jaar de epidemie een levensbedreigend karakter krijgt – iets wat voor de hedendaagse lezer van Vaal paard, vale ruiter vast angstaanjagend herkenbaar is.

    Vaal paard, vale ruiter
    Auteur: Katherine Anne Porter
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De echo van mijn voetstappen

    Een ander boek waarin de lezer weleens akelige (symbolische) parallellen met ons heden zou kunnen ontdekken: De echo van mijn voetstappen van Daniël Dee, uitgegeven door Passage. In De echo van mijn voetstappen komt een ‘eenling’ er op een ochtend achter dat alle andere levende wezens van de aardbodem zijn verdwenen. Een overstroming zorgt er een paar dagen later voor dat hij letterlijk geen kant meer op kan, en zijn eenzaamheid zelf te lijf moet gaan. Daardoor komen existentiële vragen op, maar lijkt ook de waanzin steeds dicht(er)bij.

    Dit boek is het eerste deel van een zogenoemd Rotterdams tweeluik (Dee is oud-stadsdichter van Rotterdam), waarvan het tweede deel in het najaar van 2021 verschijnt.

    De echo van mijn voetstappen
    Auteur: Daniël Dee
    Uitgeverij: Passage, Uitgeverij
  • Leve de poëzie

    Leve de poëzie

    Op Radio 1 zendt de EO dagelijks het programma Dit is de Dag uit waarbij steevast een dichter wordt uitgenodigd een sneldicht te schrijven bij een onderwerp van de uitzending. Uitgeverij Brandaan bundelde de vijftig beste gedichten. Een stoet aan sneldichters, cabaretiers en liedjeszangers passeerde de revue. Ingmar Heytze, Hanz Mirck, Wietske Loebis, Thomas Möhlmann, Frank van Pamelen, Ruben van Gogh, Alexis de Roode, Daniël Dee en Rikkert Zuiderveld om er maar enkelen te noemen. De dichters hadden dus vaak maar een uur de tijd om iets te brouwen. Vreemd genoeg staat dit de kwaliteit van deze 50 verzen niet  in de weg. Een dichter blijft kennelijk een dichter ook al staat deze onder tijdsdruk. Eerlijkheidshalve zij hier wel gezegd, dat er veel gedichten zijn verdwenen en ook zijn dichters na een slecht optreden niet nog eens gevraagd voor de uitzending. Dat is verstandig geweest van de programmamakers. De bijzondere verzen overtuigen. Zo was Alexis de Roode getuige van de aanslag op koningin Beatrix bij de Naald in Apeldoorn, toen de uitzending hot from the spot werd uitgezonden op nog geen 100 meter van de plaats des onheils:

    ‘Koninginnedag 2009’
    De koningin was een wandelende bloem vandaag
    de Loolaan een warme mensenhaag
    het koninklijk huis was van iedereen
    wij allen een beetje koning vandaag.
    Maar 1 man voelde zich koning te veel;
    een auto ging dwars door de mensen heen.
    Maxima zag het, hand aan haar mond.
    Het Nederlands volk grijpt naar het hart.
    De vlaggen werden witte lakens.
    Oranje maakt plaats voor zwart.

    Vier mensen niet meer: Ontferm U Heer.

    De meest uiteenlopende onderwerpen komen aan de orde en dat is eigenlijk wel een voordeel van deze bundeling. Het brengt variatie en verrassing. Wat te denken van een Ode aan de postbode of van verzen over hoofdrekenen, de kredietcrisis, Afghanistan, de PVV, de taxi, JSF en Europa? Het mooiste, ontroerendste gedicht werd door Thomas Möhlmann gemaakt. Aanleiding was een wanhoopsactie van een 42-jarige Iraanse asielzoeker die van een brug bij Nijmegen wilde springen, omdat hij dreigde te worden uitgezet:

    ‘Hier vandaag’

    Bij Nijmegen staat een man op de boog
    op de tweede boog van een brug en
    een stuk verderop begint een ander

    een ander leven, beantwoordt iemand
    rustig vragen vanuit zijn werkkamer
    gewoon en choquerend als zuurkool:

    dingen worden op de agenda gezet
    met een doel, met alle stoplichten
    uit, met zo min mogelijk lastendruk.

    Waar velen verantwoordelijk zijn
    zijn weinigen verantwoordelijk dus
    per saldo komt het geweten van buiten.

    We maken klanten van burgers en
    beleggers van spaarders, redden rozen
    van de straat en we komen geen stap

    vooruit maar de remmen zijn los, daar
    betalen we voor, de verantwoordelijk-
    heid wordt eerlijk verdeeld onder

    anderen en op de boog aan het eind van de rit
    staan de rustgevende regels, de verkeershinder
    wordt verminderd, gekoesterd, hervat.

    Een ander hoogtepunt is het fraaie Spree killer van Ingmar Heytze n.a.v. het bloedbad dat een 17-jarige Duitse scholier aanrichtte op een school. Een lichtere noot verzorgt Wietske Loebis met haar light vers over probleemwijken. Tuinstraat 33c/ na het stuken en behangen/ eventjes de vloer vervangen(…). Ze treedt duidelijk in de voetsporen van Drs.P. En ook Frank van Pamelen, die dagelijks in de krant voor politieke verzen zorgt levert een lichtere bijdrage.
    Het is zoals scheidend programmapresentator Arie Boomsma, die afzwaait bij de EO uitroept: “Leve de Poëzie!”
    Een bundel om van te snoepen.