• Oogst week 42 – 2020

    De kern van de zaak

    Wat doe je als je – figuurlijk, dan – na een ommetje een heel andere man aantreft dan degene die je thuis achterliet? In De kern van de zaak van de Australische auteur Madeleine St John overkomt het Nicola, die onaangenaam wordt verrast als ze weer thuiskomt nadat ze een pakje sigaretten heeft gekocht. Want: waarom wil haar vriend Jonathan haar opeens niet meer zien en werkt hij haar na zes jaar samen hun woning uit? Waarom werkt wat ze hadden ‘gewoon niet’ meer? Vanaf dat moment is het aan Nicola om het ‘leven na Jonathan’ aan te gaan, en aan Jonathan om in te zien wat hij heeft veroorzaakt.

    Madeleine St John schreef De kern van de zaak (The Essence of the Thing) in 1997. De roman werd genomineerd voor de Man Booker Prize en behaalde de shortlist. Deze vertaling is een postume uitgave: St John overleed in 2007.

    De kern van de zaak
    Auteur: Madeleine St John
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De onafscheidelijken

    Simone de Beauvoirs autobiografische roman De onafscheidelijken (Les inséperables) verscheen niet eerder. Autobiografisch, omdat de vriendschap die in dit boek centraal staat overeenkomsten vertoont met de hechte band van De Beauvoir en haar boezemvriendin, Elisabeth ‘Zaza’ Lacoin; dit jaar pas verschenen (zowel het origineel als in vertaling), omdat het boek bij leven van de auteur als ’te intiem’ bestempeld werd. De Beauvoirs dochter, Sylvie Le Bon-de Beauvoir, vond het manuscript in haar moeders archief en schreef het voorwoord.

    De hoofdpersonen, Andrée (Zaza) en Sylvie (Simone), ontmoeten elkaar op een katholieke meisjesschool in de vroege twintigste eeuw en hun levens raken vrijwel meteen verstrengeld. Hun vriendschap lijkt verder te gaan dan vriendschap alleen, en samen verzetten ze zich tegen het benauwende conservatieve milieu waarin ze zijn opgegroeid. Maar hun vriendschap komt tot een plotseling einde.

    De echte Andrée, Zaza, overleed al op 21-jarige leeftijd aan hersenontsteking. Na haar dood werd De Beauvoir een van de invloedrijkste filosofen van de 20e eeuw, mede dankzij haar baanbrekende magnum opus De tweede sekse (1949) – de feministische thema’s die zij daarin aansnijdt, schemeren in zeker opzicht ook door in De onafscheidelijken, dat De Beauvoir verrassend genoeg pas zes jaar na De tweede sekse schreef.

    De onafscheidelijken
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Cossee

    Zussen

    Juli en September zijn de zussen uit de gelijknamige titel. Er is ze iets vreselijks overkomen, en hun moeder Sheela neemt ze mee naar een verlaten huis in the middle of nowhere in de hoop dat de zussen ervan opknappen. Met het huis is van alles mis – de unheimische indeling ervan doet denken aan Shirley Jacksons geesteskind Hill House (The Haunting of Hill House), en ook dit huis beweegt en kraakt zonder aanwijsbare (lees: menselijke) oorzaak. En dat is pas het begin. Sheela sluit zichzelf op in een van de kamers, en de narratieven van haar en haar dochters splitsen op, toewerkend naar een ontknoping.

    De Britse Daisy Johnson (1990) behaalde met haar eerste roman, Everything Under, een plek op de shortlist van de Man Booker Prize 2018.

    Zussen
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV
  • Onafwendbaar onheil

    Onafwendbaar onheil

    Er komen diverse fantasiewoorden voor in Daisy Johsons debuutroman, zoals ‘sjeesjtijd’, ‘sproenken’ en ‘harpiedoedel’.  Een grote rol speelt ‘de Bonak’, die staat voor datgene waar we bang voor zijn. Is de Bonak een reële dreiging of creëren wij zelf het gevaar?

    De Britse auteur Daisy Johnson (1990) won met haar verhalenbundel Veenland uit 2016 direct diverse prijzen en was twee jaar later een van de jongste genomineerden voor de Man Booker Prize met Onder het water, nu vertaald door Callas Nijskens. Deze roman stopt mythologische angsten in een modern jasje. Het verhaal van Gretel, die de hoofdpersoon is maar toch een buitenstaander blijft bij het drama dat zich onder haar neus heeft afgespeeld, fungeert als omhulsel voor oeroude thema’s.

    Opdiepen en terugroepen

    Eén van de troeven van het boek is de manier waarop informatie over de personages slechts geleidelijk onthuld wordt. Het begint allemaal lichtjes verwarrend en voordat je iedereen bij naam kent en de onderlinge relaties begrijpt ben je al een goed eind op weg in de roman. Johnson reikt een leeswijzer aan door middel van de hoofdstuktitels, die zich telkens herhalen: ‘De rivier’, ‘Het huisje’ en ‘De jacht’. Onder de noemer ‘Het huisje’ vallen die gedeelten waarin Gretel terugkijkt. Ze spreekt haar moeder aan, die ze na jaren van afwezigheid heeft teruggevonden maar die nu schijnbaar kampt met een vorm van alcoholdementie. ‘Het vertellen van jouw verhaal lijkt eerder een daad van opdelven dan van simpelweg vastleggen. Er zijn momenten dat je stilletjes luistert. Er zijn momenten dat je me onderbreekt en dat onze twee vertellingen zich verweven, samenvallen.’

    Gretel zit eerst en vooral met de vraag waarom ze op zestienjarige leeftijd werd achtergelaten door haar moeder Sarah. Terwijl de twee altijd samen waren opgetrokken, vooral in de tijd dat ze op een woonboot aan de rivier woonden, zonder bemoeienis van buitenaf. Zelfs de taal waarmee Gretel opgroeide was er een die niemand anders sprak, vol vreemde, verzonnen woorden, een taal die Sarah haar meegaf. Deze moedertaal isoleerde haar van de buitenwereld. Wellicht is het overcompensatie dat Gretel, inmiddels volwassen, nu woordenboekdefinities herschrijft en zich zo in dienst stelt van de officiële, door iedereen erkende wijze van uitdrukken.

    Oog in oog met de mythe

    Geleidelijk aan blijkt dat de langdurige verdwijning van Sarah in verband staat met een derde personage, Marcus. Deze Marcus woonde ooit gedurende een maand op de woonboot bij Gretel en Sarah. Het was tijdens een winter waarin andere rivierbewoners een voor een hun standplek verlieten omdat de omgeving niet langer veilig leek. Iets broeide er onder het wateroppervlak, dreiging hing in de lucht. Waar de jonge Gretel vooral het concrete gevaar ziet van een onbekend watermonster, de Bonak, die ze probeert in de val te lokken, draagt de mysterieuze Marcus een geheim met zich mee over onheil dat veel dieper gaat. Op knappe wijze weet Daisy Johnson lang in het midden te houden wat hiervan waar is en wat ingebeeld. ‘Wat het ook was dat door het kalme, koude water bewoog die winter, dat zich om onze dromen heen wikkelde en zijn geklauwde voetafdrukken in onze gedachten achterliet. Ik wil je vertellen dat hij misschien nooit was verschenen als wij hem niet verzonnen hadden.’

    De intrige van Onder het water grijpt uiteindelijk terug op een bekende Griekse mythe, waarbij een zelfvervullende voorspelling fungeert als drijvende kracht achter het drama. Aan de lezer om te ontdekken hoe alles in elkaar grijpt. Thema’s als het lot en de vrije wil komen voorbij maar worden niet echt uitgewerkt. Modern is de feminiene gedaante die het oerverhaal aanneemt en ook actueel is de rol van transgender identiteit, hoewel hiervoor net zo goed geldt dat nadere uitdieping achterwege blijft. Meer dan een inhoudelijke toevoeging zijn het elementen die de mythologische vertelling naar het nu trekken. Het gaat wat ver om het, net als de handvol verwijzingen naar sprookjes (zoals de naam Gretel), louter sfeerelementen te noemen, maar je kan het zien als bouwstenen om het oude in een nieuwe vorm te gieten. Johnson schrijft het keurig op, in een taal waar weinig op aan te merken valt, behalve dat de beelden niet altijd even treffend zijn. Kraaien die zich verzamelen om dan weer uiteen te breken ‘als puzzelstukjes’, dat overtuigt bijvoorbeeld niet.

    Oud en nieuw

    Onder het water is een verdienstelijke debuutroman, die goed verteld wordt maar niet weet door te boren tot de diepste lagen van de thematiek. Daisy Johnson onderscheidt zich, mede daardoor, niet radicaal in de stapel van jonge auteurs waaruit te kiezen valt. Desondanks is het hybride-karakter van het boek, de mythische onderstroom die zich manifesteert in een hedendaagse verhaalvorm, best interessant en geslaagd.

     

  • Oogst week 6

    Het heterogeen

    In de Oogst van deze week twee poëziebundels, een debuutvertaling van een roman uit het Engels en een boek dat niet geschreven zou zijn als Donald Trump in 2016 niet tot president gekozen was.

    Elly de Waard was jarenlang popjournalist voor de Volkskrant en Vrij Nederland, voor ze als dichteres naam maakte. Vanaf haar eerste bundel Afstand (1978) was ze spraakmakend omdat ze duidelijk stelling nam tegen de vijftigers die in die tijd nog bepaalden wat goede poëzie was. De liefde tussen vrouwen werd een van haar belangrijkste thema’s. Haar werk is daarom geliefd evenals om haar zorgzame omgang met taal. Het heterogeen is de negentiende dichtbundel van Elly de Waard.

    Het werk van Elly de Waard wordt al veertig jaar trouw uitgegeven bij De Harmonie. Dat mag wel eens gezegd worden in een tijd van dolende schrijvers.

    Het heterogeen
    Auteur: Elly de Waard
    Uitgeverij: De Harmonie

    Identiteit

    Francis Fukuyama is docent internationale economie aan de John Hopkins University en werd wereldwijd bekend met zijn boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992).
    Met zijn nieuwe boek Identiteit laat hij zijn licht schijnen op het electorale succes van populisten. Een succes dat verklaard wordt vanuit economische motieven, maar in feite voortkomt uit een behoefte aan identiteit. In Het einde van de geschiedenis schreef Fukuyama al dat mensen hechten aan erkenning van hun waardigheid. In Identiteit verklaart hij dit begrip vanuit het huidige tijdsgewricht.

    ‘Ik heb de laatste decennia veel nagedacht over de ontwikkeling
    van moderne politieke instellingen: hoe de staat, de
    rechtsorde en democratische verantwoording zijn ontstaan,
    hoe ze zich ontwikkelden en op elkaar inwerkten, en ten
    slotte, hoe ze in verval hebben kunnen raken,’ schijft Fukuyama in zijn voorwoord.

    Identiteit
    Auteur: Francis Fukuyama
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Lief slecht ding

    Dichter en essayist Frank Keizer (1987) is redacteur bij nY en medeoprichter van het online tijdschrift Samplekanon. Zijn eerste bundel Onder normale omstandigheden werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee.

    Zijn nieuwe bundel Lief slecht ding is, zo de uitgever laat weten, ‘een zoektocht naar wat aantrekt en afstoot, naar wat beter maakt en wat zeer doet. Ikken en jijen (soms een jullie) verzamelen zich rondom vuren en keukentafels, liggen op beton of in een kapot bed. Ze begeven zich op een postmilitante weg naar iets wat toekomst heet. Ze wachten, bereiden zich voor. Ze praten over het wij dat nog moet worden aangeleerd of eerst afgeleerd.’ Want geluk zal collectief zijn, of niet.

    ‘Zijn poëzie is witty – geestig én intelligent – en bij vlagen messcherp en puntig’, oordeelde de Jury van de Poëziedebuutprijs Aan Zee over de poëtische kunsten van Frank Keijzer.

     

    Lief slecht ding
    Auteur: Frank Keizer
    Uitgeverij: Polis uitgevers

    Veenland

    De verhalenbundel Fen van Daisy Johnson (1990) werd vertaald als Veenland, door Callas Nijskens, die hiermee haar debuut als vertaalster maakte.

    Daisy Johnson (Oxford, 1990) schrijft over vrouwen die de grenzen van hun kracht opzoeken. Het speelt in de moerasgebieden van Engeland en gaat over een tienermeisje dat zichzelf uithongert tot ze zo dun is als een paling. Over een huis dat verliefd raakt op een meisje en een jongen die uit de dood herrijst als een vos. Het moerasgebied is een plek waar dieren en mensen in elkaar overgaan, waar vreemde metamorfosen plaatsvinden en waar mythe en donkere magie zich ophouden.

    Veenland
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik