• Zomerboeken 2018 – Vakantie in Nederland

    Zomerboeken 2018 – Vakantie in Nederland

     

     

     

    Lekker dood in eigen land

    Voor wie dit jaar in eigen land de zomer doorbrengt is deze dichtbundel van Frank Koenegracht een echte aanrader, en niet alleen vanwege de gezellig-morbide verwijzing naar vakantie in de titel. De gedichten in de bundel zijn stuk voor stuk wonderen van eenvoud en vernuftigheid – soms humoristisch, soms ontroerend, soms allebei tegelijk. Zo geeft Koenegracht in een brief ‘aan mijn moeder’ het advies om zich een zwaan te laten bezorgen door de thuiszorg: ‘Ze slaan hun linker vleugel om je heen: dat / is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen / hun snavel op het andere kussen: / dat is tegen eenzaamheid.’ Door de ogen van Frank Koenegracht zien we ons eigen land in een ander licht, bijvoorbeeld als hij schrijft: ‘Het regende in de openbare ruimte / en op de kenmerken van de situatie // en op de leefbare omgeving met zijn / verspreide maar onderling verbonden // buitenruimtes. O wat regende het’.

    Een bundel om in de regen of in de zon te lezen, hardop mooie zinnen en wendingen voorlezend aan reisgenoten of onbekende medepassagiers in de trein naar Dordrecht of een andere stad waar je gewoonlijk niet zo vaak komt. En voor wie even niet lezen wil zijn er in deze bundel ook nog mooie plaatjes te bekijken – portretten van diverse mannelijke denkers en schrijvers, getekend door Koenegracht zelf.

     

    Lekker dood in eigen land
    Auteur: Frank Koenegracht
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2012)

    Dagelijks werk

    In de trein naar Utrecht, in de bus naar Meppel, op een balkonnetje van een Groninger hotel, in een achtertuin in Amsterdam, in een bus naar Haarlem, op een terras in diezelfde stad, overal is het genieten met de schrijversautobiografie die Renate Dorrestein kort voor haar overlijden begin dit jaar publiceerde. Het boek is een selectie van teksten – artikelen, essays, e-mails en brieven – die ze schreef naast haar romans en verhalen. Het geeft een prachtig beeld van hoe Dorrestein dacht over literatuur, het schrijverschap en het leven en over het verband tussen die drie. Elke tekst is voorzien van een inleiding en soms ook van een nawoord waarin Dorrestein het geschrevene een context geeft. Dorrestein inspireert op vele fronten: met haar schrijfplezier, met haar gedrevenheid om als schrijver de werkelijkheid boven tafel te krijgen, met de manier waarop ze haar belangen als schrijver behartigde en natuurlijk met haar niet aflatende strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zowel binnen de literaire wereld als daarbuiten.

    Als Dorrestein zich inderdaad in de hemel bevindt waarin ze verkoos te geloven, zal ze daar vast een glaasje hebben gedronken op de toezegging van het CPNB om het boekenweekgeschenk voortaan even vaak door mannen als door vrouwen te laten schrijven.

     

    Dagelijks werk
    Auteur: Renate Dorrestein
    Uitgeverij: Podium (2018)

    Birk

    Denk Terschelling maar dan kleiner, Schiermonnikoog maar dan verder van het vasteland, denk alle dorpen, de meeste mensen en de wadden weg, neem de meeuwen mee en denk er een paar kliffen bij en je bent op het eiland waar het jongetje Mikael en zijn moeder achterblijven nadat Birk, zijn vader, is verdwenen in zee. In gedetailleerde en beeldende scènes zien we hoe de jongen volwassen probeert te worden in een wereld die door zijn moeder zo klein mogelijk wordt gehouden. Zelfs een jonge meeuw die Mikael gevangen houdt in een poging hem te temmen, vormt voor zijn moeder een object van jaloezie. Door het verhaal te situeren op een eiland waar de buitenwereld niet bestaat, zet Robben de verhoudingen tussen de moeder, de zoon en hun buurman op scherp.

    Een boek waaraan je ook lang na lezing terug kunt denken alsof je alles wat erin beschreven wordt zelf hebt gezien. Je hoeft kortom niet van de bank te komen om herinneringen aan een verblijf op een eenzaam eiland te verzamelen. Al wordt het wel ingewikkeld om familieleden en vrienden van foto’s te voorzien. Gelukkig hebben we de woorden nog.

     

    Birk
    Auteur: Jaap Robben
    Uitgeverij: De Geus (2014)
  • In memoriam Renate Dorrestein (1954-2018)

    Hoewel Renate Dorrestein in haar werk de indruk wekt speels en spontaan te opereren, wist ze bijna altijd precies waar ze mee bezig was en ging ze weloverwogen te werk. Renate Dorrestein was een vrouw met een missie en een schrijfster met een visie op literatuur.

    Renate Dorrestein stierf op de dag dat de doden herdacht worden. Twee dagen later was haar dood breaking news en de opening van het NOS Journaal. Vandaag – Hemelvaartsdag – wordt zij begraven.

    Missionaris
    Toen het nog harder nodig was dan nu roerde Renate Dorrestein consequent de feministische trom. Dat zij als missionaris wel eens wat drammerig was, gaf ze toen de strijd eenmaal voor een groot deel gestreden was ruiterlijk toe. Maar ondertussen deed ze wat nodig was. En dat deed ze doorgaans geestig en eloquent, én uitermate doeltreffend. Het venijn zat vooral in haar schrijven. Als ze sprak, kon ze heel bedeesd klinken. Maar ook dan gehoorzaamde ze aan haar eigen wetten. De wetten van Dorrestein:

    1. Een aantal kwinkslagen
    2. Een aantal stoten onder de gordel
    3. Minimaal een zin waarin ik iets verstandigs zeg
    4. Een einde waarin ik het voorgaande geheel op zijn kop zet.

    Wetten die klappen hard doen aankomen. Renate Dorrestein kon heel goed de indruk wekken dat ze alleen iets in overweging gaf, maar wat ze wilde was de wereld radicaal veranderen. Dan heeft zoete broodjes bakken geen zin.

    Schrijver
    In haar literaire werk negeerde Renate Dorrestein de boze buitenwereld aanvankelijk. Ze schiep voor haar personages omstandigheden waarin ze konden gedijen. Waar ze naar eigen vermogen aan deel konden nemen en hun idealen konden verwezenlijken. Kwetsbaar en afhankelijk oogden zij. In de ogen van sommigen daardoor onschuldig.

    Op dat vroege werk kun je je verkijken. Vrijblijvend is het nergens en onschuldig ook niet. Zelfs Voorleesboek voor planten – ver voor Buitenstaanders, de roman die voor haar debuut doorgaat, verschenen – is niet zo onschuldig als het lijkt. Het bevat behalve miskende personages – een asparagus vanwege het iele voorkomen; een moederplant vanwege het maar aanjongen; vrouwentongen vanwege de vrouwentongen en papyrus vanwege vermeende dronkenschap – een behoorlijke dosis maatschappijkritiek en veroordeelt vooroordelen.

    Dat er over dat vroege werk ook in literaire zin iets te zeggen valt, drong pas door toen er serieuze studies aan gewijd werden. Voordien zag bijna iedereen over het hoofd dat haar werk perfect in de Angelsaksische traditie van de gothic novel past. Dom eigenlijk, want Renate Dorrestein maakte geen geheim van haar literaire oriëntatie. Nu staat zij te boek als eerste Nederlandse schrijver die met succes dat genre bedreef.

    Na Buitenstaanders, Vreemde streken, Noorderzon, Een nacht om te vliegeren en Het perpetuum mobile van de liefde kwam de kentering. De romans werden werkelijker. De structuur ‘eenvoudiger’. Alsof het schrijven over haar zus en de ziekte die haar uitputte nieuwe inzichten opleverde over hoe zij de literatuur voor haar karretje kon spannen. Alsof ze meer dan daarvoor besefte dat ze de lezer als bondgenoot nodig heeft, wilde ze via de literatuur iets teweegbrengen.
    Wat precies een echte Dorrestein is, laat zich nog niet zo heel eenvoudig omschrijven, maar het valt op dat sinds die kentering een enorme verscheidenheid aan niet-biologisch eigen kinderen in haar romans rondwandelt. Zij hebben langzaam maar zeker de plaats ingenomen van vrouwen die het tegen mannen opnemen. Het ‘zelfgekleide knutselgezin’ bleek een uitermate geschikt biotoop om de strubbelingen en de sores die het failliet van het fatsoen symboliseren te situeren.

    Renate Dorrestein verzon verhalen om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te naderen. Keer op keer kroop ze in het hoofd van haar gemankeerde personages en vroeg ze van haar lezers hetzelfde te doen. Dat streven is de kern van haar poëtica.
    Dit is haar credo:

    ‘Fictie laat ons zien wat het betekent om mens te zijn en hoe moeilijk het is een fatsoenlijk mens te blijven als de omstandigheden onfatsoenlijk worden. Literatuur brengt ons iets dat de psychologie niet vermag, de sociologie niet vermag, de journalistiek niet vermag: het vermogen om in het hoofd van de personages te kijken, deelgenoot te worden van hun dilemma’s en al doende in hun schoenen te gaan staan. Literatuur helpt ons, ons met anderen te identificeren en ook onszelf te begrijpen.’

    Mensch
    Renate Dorrestein was uitermate goed in staat om schrijvend op haar leven en werk te reflecteren. Dat liet ze al zien in Heden ik en De blokkade. Ze wilde geen slachtoffer zijn, bleef strijdbaar en werkte zo goed en zo kwaad als dat ging door.
    Toen ze Heden ik en De blokkade schreef, had ze geen haast. Dat was anders toen ze aan Dagelijks werk: een schrijversleven begon. De dood zat haar op de hielen. Die zou ze niet voor blijven, dat wist ze. Wat wel kon, was degene die ooit woorden aan haar leven en werk zou willen wijden – een biograaf dus – de pas afsnijden.

    Dat deed ze dus. Scherper dan wie dan ook dat zou kunnen, voorzag ze wat ze in de loop der jaren schreef – als journalist, als pleitbezorger van de vrouwenzaak en als romancier – aan de hand van verspreid verschenen stukken van context en commentaar. Ze is openhartig waar het om persoonlijke zaken gaat en neemt geen blad voor de mond waar het zakelijke aangelegenheden betreft.

    Met deze staalkaart van haar werk voltooide Renate Dorrestein haar oeuvre. Dagelijks werk: een schrijversleven hoefde niet postuum te verschijnen: Renate Dorrestein haalde haar deadline en maakte de ontvangst mee.

    Ze wist wat haar te wachten stond, en toch schreef ze – het zijn de laatste woorden die ze voor haar lezers in petto had:

    ‘Ook ik hoop natuurlijk gezónd oud te worden. Maar ik hoop vooral dat niemand me de levensfase door de neus boort waarop ik me nu al zo lang verheug: een oud vrouwtje te zijn, en ongestraft excentrieke kleren en rare mutsjes te kunnen dragen, nooit meer naar de sportschool te hoeven, alles te mogen eten wat ik maar wil, te drinken en te roken omdat dat toch niet meer uitmaakt, aan iedereen lak te hebben en de meest boude dingen te kunnen zeggen zonder dat iemand het nog waagt me tegen te spreken.’

    Wie dat durft te schrijven op de laatste bladzijden van wat haar laatste boek werd, is niet alleen ‘a truly courageous writer’, maar vooral een dapper mens(ch).

     

    Foto: still uit promotiefilmpje van de CPNB voor Week van het Luisterboek 2014

     

     

  • Eerlijke broodwinning

    Eerlijke broodwinning

    Volgens Raymond van de Klundert – alias: Kluun – hoeft een schrijver van werk dat te weinig opbrengt om ervan te kunnen leven zich niet te schamen voor een ‘bijbaantje’. Iedereen moet immers werken voor de kost. Hij zelf ook. Ondanks verkoopcijfers waar de meeste collega’s slechts van kunnen dromen, klust Kluun vanwege drie studerende dochters regelmatig bij.
    Kluun heeft dan ook een hekel aan schrijvers die keer op keer hun hand ophouden bij het Letterenfonds zonder een gebaar te maken richting de lezer. Aan schrijvers die zich boven elke (economische) wet verheven voelen en zichzelf als een geschenk van God aan de samenleving beschouwen.

    Kort nadat ik dit Kluun had horen zeggen – hij nam tijdens Woordnacht deel aan Het Grote Gelddebat – las ik in Dagelijks werk: een schrijversleven hoe bevoorrecht Renate Dorrestein zich voelt, dat zij tot een generatie schrijvers behoort die kan leven van de pen. Dat ze niet zoals de schrijvers voor en na haar ook nog een ander beroep moet uitoefenen om het hoofd financieel boven water te houden. Waarbij aangetekend moet worden dat Renate Dorrestein pas na het verschijnen van haar tiende roman de baan die ze had op durfde te zeggen. Voor het werk dat ze tot die tijd deed, had ze overigens ook een pen nodig: ze was redacteur bij het toen nog feministische tijdschrift Opzij.

    Er zijn maar weinig schrijvers die zoveel boeken verkopen dat zij op hun royalty’s kunnen rusten. Wie geen bestseller schrijft, verdient omgerekend per uur minder dan het minimumloon.
    Een schrijver is echter niet alleen afhankelijk van de verkoop van zijn boeken. Wie naam gemaakt heeft, kan – zonder zichzelf of het ambt te verloochenen – zijn talent ook op andere manieren te gelde maken. Hij kan optreden/lezingen geven, columns schrijven, deelnemen aan discussies of (gast)docent worden.
    Daar moet hij dan wel naar behoren voor betaald worden. Hij wordt immers aangesproken op zijn specifieke kwaliteiten, en doet doorgaans al heel veel gratis en voor niets – interviews, fotoshoots, signeersessies – om zijn werk aan de man te brengen.

    De meeste van deze ‘bijbaantjes’ zijn van een andere orde dan de werkzaamheden waarmee Kluun de studies van zijn dochters bekostigt. Kluun is behalve schrijver ook bekende Nederlander. Dat is zijn keuze en daar plukt hij vruchten van. Ook financiële.
    Andere auteurs verkiezen de relatieve anonimiteit die in hun ogen bij het schrijverschap hoort, zijn selectief in het aannemen van opdrachten en doen – soms meer dan eens – een beroep op het Letterenfonds voor een werkbeurs. Als ze schrijver genoeg bevonden worden, honoreert het Fonds hun aanvraag.

    Schrijvers die een beurs aanvragen hoeven zich niet te schamen. Die beurzen zijn er om de Nederlandse literatuur recht te doen. Wie van toegevoegde waarde is, heeft er in zekere zin recht op. Maar Kluun heeft gelijk als hij schrijvers hekelt die er bij voorbaat van uitgaan dat zij door het Fonds ondersteund zullen worden en niet eens meer de moeite nemen hun huis te verlaten om geld te verdienen. Alleen hele groten verdienen levenslang een beschermde status. Van de rest mag niet alleen gevraagd worden dat zij zich keer op keer bewijzen, maar ook dat zij hun publiek welwillend tegemoet treden. Ook in levenden lijve.

     

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.