• Daan Remmerts de Vries ontvangt Theo Thijssen-prijs

    Hij heeft er wel even op moeten wachten, de prijs was hem immers al in maart 2021 toegekend, maar op donderdag 23 juni 2022 heeft Daan Remmerts de Vries (1962) dan toch eindelijk de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs in ontvangst mogen nemen in theater Diligentia in Den Haag.

    De Theo Thijssen-prijs, de belangrijkste prijs in kinderboekenland wordt toegekend door het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs  voor Letterkunde voor het complete oeuvre van een auteur. Remmerts de Vries ontving de prijs uit handen van Maaike Meijer, bestuursvoorzitter van de Stichting P.C. Hooftprijs. Zij citeerde uit het juryrapport:
    ‘In zijn inmiddels meer dan zestig boeken verkent Daan Remmerts de Vries steeds nieuwe mogelijkheden en grenzen omdat zijn kunstenaarschap daarom vraagt. Zijn personages op zoek naar eigenheid en vrijheid geven zijn verhalen – wars van het modieuze – een groot gevoel van urgentie. Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht. Remmerts de Vries levert al een oeuvre lang een unieke bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.’

    De jury bestond uit: Marjon Kok, Ted van Lieshout, Matijs Lips, Annemiek Neefjes (voorzitter) en Veerle Vandenbosch.

    Het Literatuurmuseum in Den Haag had een feestelijk programma gemaakt met een optreden van een speciale gelegenheidsband die twee songs ten gehore bracht waarvan Daan Remmerts de Vries zelf tekst en muziek schreef. Sjoerd Kuyper droeg een prachtig gedicht voor dat hij speciaal voor deze gelegenheid had geschreven. Zangeres Shirma Rouse vertolkte tot slot Imagine. 


    (Foto: Mylène Siegers)
  • Theo Thijssen-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur toegekend aan Daan Remmerts de Vries

    De jury van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs 2021 toegekend aan Daan Remmerts de Vries.

    Daan Remmerts de Vries (1962) debuteerde in 1990 met het kinderboek Zippy en Slos, waarna er meer dan zestig boeken volgden. In 2003 ontving Remmerts de Vries de Gouden Griffel voor Godje en in 2010 voor Voordat jij er kwam. Vier van zijn boeken werden bekroond met een Zilveren Griffel en Tijgereiland won de Gouden Lijst 2014 voor het beste jeugdboek. Ook schreef Remmerts de Vries onder het pseudoniem R.N. Ryst het autobiografische boek De nadagen. Naast schrijver is Remmerts de Vries illustrator, schilder en muzikant.

    De jury, bestaande uit Annemiek Neefjes (voorzitter), Marjon Kok, Ted van Lieshout, Matijs Lips, en Veerle Vandenbosch oordeelde mooi over zijn oeuvre: ‘Zijn boeken gaan diep en voelen licht, ze zijn actueel en hebben een universele kracht. Remmerts de Vries levert al een oeuvre lang een unieke bijdrage aan de Nederlandse jeugdliteratuur.’

    Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 60.000. De prijsuitreiking, die in december in theater Diligentia plaatsvindt, wordt georganiseerd door het Literatuurmuseum. Afhankelijk van eventuele beperkingen die de coronapandemie mogelijk nog oplegt is nog niet bekend hoe de prijsuitreiking eruit zal zien. 

     

    De Theo Thijssen-prijs werd voor het eerst uitgereikt aan Annie M. G. Schmidt (1964), en later onder meer aan Guus Kuier (1979) en Wim Hofman (1991). Recentere laureaten zijn Bibi Dumon Tak (2018), Sjoerd Kuyper (2012) en Ted van Lieshout (2009).

     

    Foto: Keke Keukelaar

     

  • Een paradijs na de zondeval

    Een paradijs na de zondeval

    De verhalenbundel De blauwe maanvis van A.N. Ryst (pseudoniem van Daan Remmerts de Vries) bezorgt de lezer fraaie puzzels. In de eerste plaats kan deze zich afvragen tot welk episch genre de vijftien verhalen behoren: zitten er legendes tussen, mythes, sages, zijn het sprookjes of hebben ze van alles wat? En de tweede puzzel is: hoe verhouden de verhalen zich tot Rysts debuutroman, De harpij? Tenslotte is uiteraard de vraag wat het allemaal zou kunnen betekenen.

    Verschillende genres
    Neem de prostituee die met een aureool boven haar hoofd rondloopt, en die bezoek krijgt van een in het zwart geklede klant. Allemaal ingrediënten voor een legende, een verhaal waarin immers een centrale rol is weggelegd voor een heilige. Zeker als je weet dat de naam van de prostituee ook nog eens Isolde luidt.
    Of lees het verhaal over de man zonder hoofd, een half-mens zoals de halfgoden in een mythe. De titel van één van de verhalen, ‘Hermione’, brengt de lezer ook op dit spoor; immers: Hermione was een dochter van koning Menelaos en Helena van Sparta.
    En dan de duivel en een kat, de reus en een herder of de heks en de barbier – allemaal elementen uit de wereld van de sagen die cirkelen rond angstaanjagende zaken.
    Tenslotte is daar ook het verhaal van de nieuwsgierige onderzoeker en de heks dat zich op de grens van sage en sprookje beweegt.
    De plaats waar alle verhalen spelen wordt de ene keer omschreven als Tresértin, aan de kust, dan weer speelt het in de bergen of het dorp Lengeri, aan een smalle rivier, of in Tangeri, Kaluma of Garvón. Allemaal fantasievolle namen die de lezer terugvoeren naar vervlogen tijden waarin mensen nu uitgestorven beroepen beoefenden.
    Ryst zet zijn vaak eenzame personages neer met een schijnbaar groot gemak en met een virtuoze pen en fraaie sfeerbeschrijvingen

    De harpij
    De sfeer van de verhalen doet overigens sterk denken aan die uit Rysts debuut, De harpij, een kleine geschiedenis van het paradijs (2014). Het lijkt of de verhalenbundel De blauwe maanvis verder gaat waar deze roman stopt: het motto voor in de bundel is eraan ontleend, en de eerste zin van het eerste verhaal luidt meteen al: ‘Een kat was opgedoken in de hel’, de plaats die we kennen uit De harpij. Ook het personage Maradique, een duivel, duikt al na enkele pagina’s op. We kennen hem ook uit de roman, waarin hij zijn verhaal doet aan dr. Gossmeier.
    Zelfs na zoveel pagina’s roman is het thema an sich nog niet uitgeput: wat is de hemel, wat is de hel, wat een duivel en wat een engel? Zaait de engel Binuel in het tweede verhaal nu eenheid of verdeeldheid?
    Er zijn meer kunstenaars die werken aan een totaaloeuvre, vanuit één denkbeeld – in dit geval: een paradijs na de zondeval – en dit gaandeweg steeds weer, en meer, uitwerken en volmaken, maar de magisch-realistische sfeer die Ryst oproept is een unieke loot aan deze stam.

    De omgekeerde wereld
    Ryst werkt veel met het beeld van de omgekeerde wereld. Zo was ‘het toegestaan voor een man om na zonsondergang buiten te zijn, zolang hij door een vrouw werd begeleid.’
    In het verhaal ‘Herder en reus’ gaat het om een ingegraven reus die luistert maar geen antwoord geeft. Überhaupt niet praat, in tegenstelling tot de babbelzieke vrouw in Happy days van Samuel Beckett.
    Er zitten meer verwijzingen in de verhalen. Naar de schilderijen van Jeroen Bosch of Brueghel bijvoorbeeld met hun ‘zieken, kreupelen, gewonden en mismaakten’ of in de omschrijving van Joseph, de hoofdpersoon in ‘De zwakkeling’: ‘Hij had benen als zuilen, enorme handen en een borstkas als een regenton; maar zijn hoofd was merkwaardig verfijnd, met een smalle, lange neus – zoals die op iconische portretten wordt weergegeven –, met ingevallen wangen en dunne lippen en een magere baardgroei, hier en daar haar.’

    Het zijn allemaal metaforen die een diepere betekenis hebben, zoals ook legendes, mythes, sagen en sprookjes die in zich bergen. Ryst betreedt het paradijs na de zondeval en stelt vragen naar goed en kwaad. Het is aan de lezer om de puzzelstukjes in elkaar te passen die de schrijver voor ons klaarlegde in deze met duidelijk plezier en fantasie geschreven verhalen. De lezer heeft er nog een kluif aan, en ook dát maakt dit boek tot een geslaagde (lees)exercitie.