• Buitenbeentje in een slaperig Engels kustplaatsje

    Buitenbeentje in een slaperig Engels kustplaatsje

    De in Den Haag geboren en in Schotland wonende schrijver Michel Faber (1960) is bekend van zijn monumentale roman Lelieblank, scharlakenrood van bijna 1000 bladzijden. Fabers oeuvre valt vooral op doordat hij thriller- sciencefiction en horrorelementen met filosofische beschouwingen combineert en nadrukt legt op uitgebreide sfeerbeschrijvingen. Nu is er Een geschiedenis van twee werelden, een jeugdboek met een sprookjesachtige setting. Het boek kent twee delen, die als volgt zijn aangeduid: ‘De eerste (iets kortere en aanzienlijk minder hachelijke) helft van het verhaal, die zich afspeelt in DEZE wereld’ en ‘De tweede (iets langere en aanzienlijk hachelijker) helft van het verhaal, die zich afspeelt in DIE wereld.’ Deze nogal archaïsch aandoende stijl hanteert Faber het hele boek. 

    Stel je een wereld voor waarin de letter d opeens is verdwenen. En stel je dan ook eens voor dat dit betekent dat alles waarin de letter ‘d’ voorkomt eveneens verdwijnt: drums, dromedarissen, dolfijnen, draaideuren en duffelse jassen. En stel je dan óók nog eens voor dat jij de enige bent die dit in de gaten lijkt te hebben en dat anderen je voor een zonderling uitmaken als je het ter sprake brengt. 

    Meisje uit Somaliland 

    Het overkomt de twaalfjarige Dhikilo. Dhikilo woont in het slaperige Engels kustplaatsje Cawber-on-Sands en is anders dan de andere kinderen in het plaatsje. Ze komt namelijk uit Somaliland. Dat maakt het leven van Dhikilo sowieso al ingewikkeld genoeg. Somaliland zou voor veel inwoners van Cawber-on-Sands best een sprookjesland kunnen zijn. De meesten hebben er nog nooit van gehoord of verwarren het met Somalië. Als ze besluit om op zoek te gaan naar de verdwenen letter d staat ze er dan ook aanvankelijk alleen voor totdat ze kennis maakt met een overleden professor en zijn huisgenoot mrs. Robertson. Mrs. Robertson is deels labrador deels sfinx. Samen met haar vertrekt ze naar de magische wereld Luminus waar ze het op moet nemen tegen de dictator Gamp.
    De eerste helft van het boek is genieten geblazen. Michel Faber leeft zich uit en het is te merken dat hij met veel plezier het verhaal vertelt. De wijze waarop Dhikilo als buitenbeentje wordt neergezet, de beschrijvingen van het schilderachtige Cawber-on-Sands dat betere tijden heeft gekend en de reacties van de overige inwoners op de waarnemingen van Dhikilo zijn ronduit sprankelend. 

    ‘De laatste plaats waar Dhikilo had gewoond voordat ze werd overgebracht naar de Engelse zuidkust was een stad die Laascaanood heette, wat klonk als een drankje op de menukaart van een oriëntaals restaurant dat je misschien wel wilde proberen, maar waar je van afzag omdat je bang was dat je het niet zou lusten, zodat je toch maar Pepsi nam.’

    Ontregelende leeservaring

    Michel Faber neemt de lezer op een mooie actieve manier mee in het verhaal. Op het moment dat je denkt dat er best veel personages voorbij komen, stelt hij de lezer gerust door op te merken dat de meesten van hen eigenlijk toch niet heel erg terzake doen. Zo serveert hij vlak nadat hij een pestend meisje ten tonele heeft gevoerd haar al snel weer af. De d-loze wereld waar Dhikilo in terecht is gekomen, is wonderlijk en onwennig, net als het lezen van dit boek. Want niet alleen ontbreekt de letter d in de nieuwe wereld van Dhikilo, maar laat de schrijver zelf ook consequent de letter d weg en dat is aanvankelijk wennen geblazen. Het is slechts één letter uit het alfabet, maar je krijgt als lezer voortdurend het gevoel dat er van alles in de tekst ontbreekt. Het is een behoorlijk ontregelende ervaring. In de tweede helft van het verhaal als Dhikilo via een magische deur de wereld Luminus betreedt, dreigt de vaart wat uit het verhaal te raken.

    Plotseling einde

    De door Faber aangekondigde aanzienlijk hachelijker tweede helft voelt nooit echt heel erg hachelijk. Het is een redelijk tam fantasy-achtig verhaal waarin de verwondering, die in de eerste helft nog aanwezig was, grotendeels uitblijft. Dhikilo en mrs. Robertson betreden een wereld die een kruising lijkt tussen De tovenaar van Oz en de Kronieken van Narnia en komen een keur aan vreemde volkeren en personages tegen die soms nieuwsgierig, soms afwijzend en soms ronduit vijandig tegenover hen staan. Zo zijn daar de Quilpen, een groep dwergachtige mannen die zowel vuil als dom zijn, de Magwitches, een stel kwaadaardige heksen en de Droods, een volk van lange elegante schepselen in elfengewaden.

    Dit klinkt allemaal erg interessant, maar écht spannend wordt het niet. Het land waar Dhikilo terechtkomt ontvouwt zich als een panorama waarin zij vooral een toeschouwer is.  Uiteindelijk komt ze de kwade dictator Gamp tegen, maar het blijft onduidelijk wat zijn motieven precies zijn. Het einde komt erg plotseling zonder dat Dhikilo daar een actieve bijdrage aan levert. Een personage dat even tevoren in de problemen was geraakt komt op onverklaarbare wijze terug in het verhaal en redt de dag. Dat voelt wat te makkelijk. Al met al is het een interessant jeugdboek met een bijzonder sterk begin, een geloofwaardiger einde had het in zijn geheel wel een stuk sterker gemaakt.

     

     

  • Je kunt verhalen herzien en nieuwe verhalen beginnen

    Je kunt verhalen herzien en nieuwe verhalen beginnen

    ‘Zo ziet mijn leven er op dit moment uit,’ zegt Sander Kollaard (1961) ineens. We zitten op een terras in Amsterdam. De schrijver woont in Zweden en is voor tien dagen overgekomen voor de promotie van zijn roman Uit het leven van een hond die eind juni werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs. Er is zojuist een enorme hoosbui losgebarsten, maar boven onze tafel hangt een grote parasol. ‘Overal vallen buien en gebeuren vreselijke dingen, maar ik zit lekker droog.’ 

    Sinds enkele jaren leeft Sander Kollaard alleen van het schrijven. Dat brengt onzekerheid over inkomsten met zich mee, ook omdat zijn vrouw op projectbasis werkt. Tot vier jaar geleden werkte hij ook nog als redacteur voor een medische uitgeverij, uit financiële noodzaak. Maar toen ging die zaak failliet, vertelt Sander Kollaard. ‘Op dat moment zat ik al met de vraag of ik er niet mee moest stoppen om me volledig op het schrijven te richten. Gelukkig werd de keuze toen voor mij genomen. Het was een enorme bevrijding en daardoor kon ik veel meer gaan schrijven. Dankzij de Librisprijs kunnen we het leven dat we nu leiden langer volhouden.’ 


    Veel te vieren

    Zijn bekroonde roman Uit het leven van een hond beschrijft een zaterdag uit het leven van de 56-jarige Henk van Doorn. Een doodgewone zaterdag, behalve dat Henks hond ziek is. ‘John Updike werd eens gevraagd waarom hij schreef. Hij antwoordde toen: “To give the mundane its beautiful due”, dat je zou kunnen vertalen met “het alledaagse tooien met de schoonheid die haar toekomt”. Dat heeft mij altijd erg aangesproken. Waar literatuur erg goed in is, is mensen opnieuw te laten kijken naar wat ze al kennen. Maar dan met een frisse blik. Dan zie je veel meer en worden ook de banale dingen op slag interessanter.’

    Geconfronteerd met de ziekte van zijn hond ervaart Henk zijn emoties wat sterker dan normaal. Hij kent de nare en verdrietige kanten van het leven. Hij heeft bijvoorbeeld zijn oudere broer verloren, een dementerende vriendin en hij is gescheiden. Ondanks het besef dat hij zijn hond over niet al te lange tijd zal verliezen, weet hij de wending te maken naar de gelukkige kanten van het leven. ‘Er valt in het leven veel te vieren. Je moet het alleen wel willen zien en dat begint Henk op deze dag te ontdekken.’

    Als je Uit het leven van een hond vergelijkt met de andere boeken van Sander Kollaard, dan lijkt het nog een meest op zijn debuut Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde. ‘Het is een soort vervolg qua toon, klank en lichtheid. In het eerste boek is er ook het besef van sterfelijkheid, een memento mori, dat als een onweerswolk boven alles hangt. Het geeft de hoofdpersoon in die verhalenbundel een gevoel van zinloosheid. Maar Henk uit mijn laatste boek maakt de draai dat we aan die sterfelijkheid ook alles te danken hebben wat goed en bijzonder is.’ 


    Buitenspelen

    ‘Elk boek heeft zijn eigen regels. Een onderdeel van het schrijven is het ontdekken van die regels. Het is alsof je een spel krijgt toegeworpen zonder gebruiksaanwijzing,’ vertelt Kollaard over zijn schrijfproces. Elk boek is dan ook totaal anders dan het vorige. Zijn vorige verhalenbundel Levensberichten is wat vertellen betreft het minst conventioneel: ‘Op dat boek ben ik het meest trots. Ik heb met die verhalen de vorm enorm weten op te rekken voor mezelf. Ik ontdekte nieuwe mogelijkheden van vertellen. En daar is Uit het leven van een hond ook een gevolg van.’ 

    Bij het schrijven van Uit het leven van een hond volgde Sander Kollaard wat hemzelf bezighield. Dat het een boek over onder meer levenslust is geworden bijvoorbeeld, is omdat de schrijver die zelf ook in zijn eigen leven meer dan voorheen ervaart. Dat het boek het gevoel van levenslust doorgeeft aan de lezer komt, denkt  Kollaard, door de lol waarmee hij het geschreven heeft. ‘Dat werkt aanstekelijk.’

    ‘Een andere schrijver heeft me wel eens voorgehouden dat het een slecht teken is als je om je eigen grapjes moet lachen. Maar ik denk: als ik er niet om lach, dan lacht er helemaal niemand om. Ik heb veel plezier gehad in het schrijven. Allerlei zinnen en beelden leken als vanzelf te komen. Dat geldt ook voor het vertelperspectief. Het scheelt niet veel of de schrijver komt zelf tevoorschijn in het verhaal. Toen ik dat eenmaal doorhad, zag ik ook de mogelijkheden van wat je daar allemaal mee kunt doen. Daarop heb ik me toen uitgeleefd.’

    Het liefst schrijft Sander Kollaard zonder al te veel plannen en zonder schema. In de handeling van het schrijven gebeuren volgens hem namelijk de interessante dingen. Verhalen lenen zich beter voor die manier van schrijven, want ze zijn op alle niveaus overzichtelijker dan romans. Romans schrijven is daarom meer een gerichte, ambachtelijke inspanning. ‘Het is niet dat ik daar geen lol in heb, maar ik schrijf liever korte verhalen. Dat voelt als buitenspelen, terwijl een roman schrijven meer is als huiswerk maken.’ 


    Fascinatie voor verhalen

    Terugkerend thema in het werk van Sander Kollaard is het vertellen van verhalen. In Uit het leven van een hond noemt Henk verhalen onze meest basale vorm van begrip. In zijn vorige verhalenbundel Levensberichten is het vertellen van verhalen een expliciet thema en ook in de eerdere roman Stadium IV en Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde is Kollaards fascinatie voor verhalen aanwezig. 

    ‘We kunnen ons alleen maar verhouden tot onszelf en de ander in de vorm van verhalen. Al onze kennis en al ons begrip neemt de vorm aan van een verhaal. Voor mij als schrijver is dat fascinerend, omdat ik me bemoei met dat web van verhalen dat er in de wereld is. Los daarvan is het een vruchtbaar perspectief op wat er in de wereld gebeurt, de verhalenstrijd die je overal ziet, zoals in de discussies over identiteit. Of dat nou is met populistisch rechts, de Nederlandse cultuur of Black Lives Matter: iedereen doet zijn of haar best anderen te overtuigen van het eigen verhaal. 

    Wat essentieel is om te begrijpen aan de hele discussie over identiteit, is dat het verhalen zijn die we onszelf en anderen vertellen. Je hebt het niet over een noodlot of onwrikbare waarheid. Het wordt natuurlijk pijnlijk als jouw verhaal door anderen wordt verteld, zoals zwarte Amerikanen is overkomen: hun verhaal is te lang en te vaak verteld door witte Amerikanen en doordrenkt van racistische vooroordelen. Maar aan die verhalen kun je ook een nieuw verhaal toevoegen. Dat doen ze nu met veel overtuiging. Ik vind het iets bevrijdends hebben om op die manier naar de wereld te kijken, omdat het je weghoudt bij absolute waarheden. Je kunt verhalen herzien en nieuwe verhalen beginnen.’


    Extra leven

    Een nieuw verhaal beginnen, het is een metafoor die mooi past bij het leven van Sander Kollaard. Hij debuteerde tamelijk laat, pas toen hij vijftig was. In zijn jongere jaren schreef hij wel eens iets, maar hij had nooit de concrete ambitie om schrijver te worden. Pas toen hij naar Zweden verhuisde begon hij het schrijven serieuzer aan te pakken. 

    ‘Ik kreeg een relatie met mijn Zweedse vrouw, Susanna, die ik in Nederland leerde kennen, juist toen zij op het punt stond weer naar Zweden te gaan. Toen ben ik met haar meegegaan. Omdat zij al twee kinderen had, kreeg ik ook een rol als vader. En niet lang daarna kregen we samen ook nog een kind. Het was een opwindende, maar ook een zware periode waarin voor mij vrijwel alles veranderde. Om mijzelf niet te verliezen in die nieuwe rollen, ben ik bewust uren voor mijzelf gaan nemen, en daarin ben ik begonnen met schrijven. En dat leidde al vrij snel tot publicaties in De Gids en in Tirade.’

    Met zijn schrijverscarrière ging het meteen goed. Voor zijn debuut ontving hij de Lucy B. en C.W. Van der Hoogtprijs, Stadium IV werd verkozen tot Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door, en nu volgt de Libris Literatuur Prijs. Sinds het verschijnen van Uit het leven van een hond heeft hij alweer een nieuw verhaal geschreven en inmiddels is hij ook weer bezig met een nieuwe roman. Achter de schrijftafel is hij zijn personage Henk allang weer kwijt. ‘Maar ik ben heel blij dat Henk door deze Librisprijs een extra leven heeft gekregen en nog een tijdje mee mag.’

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Foto: Susanna Erlandsson