• De zomerboeken van Adri Altink

    De zomerboeken van Adri Altink

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Adri Altink gaat op vakantie en neemt mee:
    Ross King – De boekhandelaar van Florence
    Margriet van der Heijden – Denken is verrukkelijk. Het leven van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest
    Laura Jansen – Wij zagen een licht
    Cyrille Offermans – Midden in het onbewoonbare
    Ingmar Heytze – De honderd van Heytze

    ‘De boekhandelaar van Florence uit de titel is Vespasiano da Bisticci, die midden in de ontwikkeling van de boekdrukkunst stond en Ross King is een boeiende verteller. In de dubbelbiografie van het echtpaar Ehrenfest is mijn interesse gewekt door een prachtige roman, De verrijzenis van Arago van Tomas Lieske. Daarin speelt Paul Ehrenfest een grote rol. Van kunst- en literatuurcriticus Cyrille Offermans las ik twee jaar geleden de dagboeknotities Een iets beschuttere plek misschien. Ik vond die zo boeiend dat ik de opvolger, Midden in het onbewoonbare, eveneens verschenen in de serie Privé domein, nu ook klaar leg. Sinds mijn ervaringen met vluchtelingen op Lesbos, kan ik verslagen daarover maar moeilijk ongelezen laten. Daarom Wij zagen een licht van Laura Jansen, die er twee en een half jaar werkte. De honderd van Heytze gaat mee omdat hij heerlijk gezelschap is om bij weg te mijmeren.’

     

    Lees hier meer over Adri Altink.

     

  • Interessante beschouwingen over schrijven en kunst

    Interessante beschouwingen over schrijven en kunst

    Schrijver (en vooral essayist) Cyrille Offermans kreeg van zijn uitgeverij De Arbeiderspers het verzoek in het jaar 2017 het hele jaar door een kroniek bij te houden over alles wat hem dat jaar bezighield en inviel. Het zou een uitgave worden in de prestigieuze serie Privédomein. De titel Een iets beschuttere plek misschien ontleende hij aan het gedicht ‘Voor wat het is’ van Hans Tentije.

    Mini-essays

    Het werd een bundel van liefst 564 pagina’s aan informatie en denkwerk. Wat er in de wereldpolitiek gebeurde in 2017 komt af en toe naar voren als het gaat om de verkiezing van Trump of de ellende in Syrië. Maar merendeels is een culturele actualiteit (tentoonstelling, lezing, boek, film) aanleiding voor een overpeinzing, herinnering of beide.
    Voor een lang essay leent deze vorm zich niet, merkt Offermans in een februari-tekst op als hij zich afvraagt hoe hij verder wil met dit journaal, dat toch enigszins gekoppeld moet zijn aan de actualiteit. Voor zijn doen moeten het dus vrij korte teksten worden. Hij hoopt wel dat op de één of andere manier de stukken over de onderwerpen die zich aandienen toch verband met elkaar zullen hebben.

    En dat is gelukt. Het zijn circa 150 mini-essays van gemiddeld 4 boekpagina’s en alhoewel ze gaan over 150 verschillende onderwerpen is de verbindende factor de schrijver zelf.
    Stuk voor stuk zijn het goed geschreven en interessante beschouwingen van een erudiet en gevoelig mens. Persoonlijke details schuwt hij, en zijn ook niet nodig als het – zoal meestal – gaat over schrijvers en kunst. Vrienden die hem ergens op wijzen of vergezellen naar een tentoonstelling of voorstelling of bijzondere plek worden alleen met hun voornaam aangeduid, om ze toch enige anonimiteit te geven maar tegelijk erkenning en dankbaarheid te tonen.

    Bewonderende toon

    Bij Offermans essayettes – als je ze zo mag noemen – over kunst en kunstenaars is de toon bijna altijd bewonderend, de uitleg to the point, en zijn de daarna volgende redenering en conclusies logisch maar zelden verrassend.
    Hij schrijft eerder als een zeer belezen leraar (wat ook zijn vak was) voor zijn leerlingen dan dat hij de lezer verrast met een tegendraadse opvatting of een bijzonder inzicht zoals bijvoorbeeld Rudy Kousbroek dat graag deed.
    Kwaad maakt hij zich maar zelden, al komt het wel voor. En dan gaat het natuurlijk over taalgebruik. Zoals in het stuk over de CDA-politicus die tot driemaal toe ‘het parlement die’ in plaats van ‘dat’ zegt.

    Moderne clichés

    Het mondt uit in een opsomming van moderne cliché’s waar men bij Offermans niet mee aan moet komen: ‘(….)woorden en uitdrukkingen waar ik om uiteenlopende redenen allergisch op reageer: ervan afspatten, het cliché van de enthousiaste boekbespreking, het vertelplezier, het talent, het vakmanschap spat ervan af; het schuurt of het schuurt niet, eveneens geliefd in besprekingen; bij de lurven / de strot nemen of grijpen, idem; losgaan; een uitdaging; nu komt het wel heel dichtbij; een plekje geven; getriggerd; genereren; episch; iconisch; legende (van geromantiseerde beschrijving van een heiligenleven sinds kort vooral gebruikt voor de ‘heilige’ zelf); voor meer dan honderd, voor tweehonderd, driehonderd procent (door sporttrainers geëiste ‘passie’ en inzet); agendatechnisch (en andere combinaties met -technisch); cultuurgerelateerd (en andere combinaties met -gerelateerd); ingewikkeld; apart; een punt hebben; dat is (niet) haar ding; je ding doen; heftig; super; impact; insteek; woedend (als gewoon kwaad of verongelijkt wordt bedoeld); om heel eerlijk te zijn.’

    Persoonlijke eigenaardigheden

    Een enkele keer geeft Offermans een inkijkje in zijn persoonlijke eigenaardigheden. Zijn liefde voor wielrennen bijvoorbeeld, dat hij zelf beoefent:

    ‘Sinds we in Sittard wonen, ruim twintig jaar inmiddels, heb ik mijn gêne voor de racefiets in fasen overwonnen. Het begon ermee dat ik het exemplaar van mijn broer leende, allez, probeer het eens, je zult zien dat je ineens vliegt – en ja, dat gevoel had ik inderdaad. Aanvankelijk fietste ik nog in gewone, sportieve kleding, een korte broek en een T-shirt. Ik heb een hekel aan die oude dikke mannen in te strakke lycrapakken die groepsgewijs de weg onveilig maken, daar wilde ik voor geen geld bij horen.
    Liefst fiets ik alleen. (…) het gaat me op de fiets uitsluitend om het geluk van het fietsen: het ritme, de pedaaltred, het lege hoofd, de ideeënstroom. En de inspanning, als intrinsiek onderdeel van dat geluk: het beklimmen van een pittige helling en voelen dat je een paar honderd meter voor de top nog eens flink kunt aanzetten – om vervolgens loeihard omlaag te knallen, de wind in de oren te horen suizen, sneller dan een auto door de bocht te vliegen – en er dan natuurlijk niet uit te vliegen.’

    Rantsoeneren

    De mooiste stukken zijn die waarin de dood of het naderende einde van een bevriende en/of bewonderde kunstenaar aanleiding geeft tot herinneringen. Zoals de stukken over Jacq Vogelaar en Anton Quintana in de november-notities.

    Bij alle complimenten die Een iets beschuttere plek misschien verdient, past ook een waarschuwing aan de lezer. Offermans pakt elk onderwerp aan met een grote hoeveelheid informatie en her en der verzamelde meningen. En dat kan bij het lezen van een groot aantal stukken ineens teveel van het goede worden, en daardoor later wellicht een reden het boek niet meer op te pakken. Dat zou zonde zijn. Daarom: rantsoeneer het lezen van deze bundel!

     

  • Oogst week 39 (2018)

    Een iets beschuttere plek misschien

    De oogst van deze week bestaat uit een nieuwe uitgave in de reeks Privé Domein, een literair tijdschrift, een kleine roman van de Noorse auteur Tomas Espedal en een ooit aan de keizer van Rome opgedragen boekwerk van de Romeinse letterkundige en amateur-wetenschapper C. Plinius Secundus.

    Schrijver en  publicist Cyrille Offermans (1945) werkte een jaar lang aan wat nog het best te omschrijven is als een intellectueel journaal. Een iets beschuttere plek misschien bevat een verzameling notities, beschouwingen, herinneringen, observaties alsook essayistische commentaren op gelezen boeken en gebeurtenissen in de wereld. Het boek (en dus het jaar) begint en eindigt met de doffe ellende in Syrië. Daartussenin worden vele onderwerpen gepresenteerd – van de Franse verkiezingen en de afnemende tekenvaardigheid van de schooljeugd tot en met uiteenzettingen over bibliomanie, de betekenis van carnaval, de eerste woordjes van een kleinkind of de ziekte van een vriendin. Er gebeurt veel in de wereld. En dat is te lezen in dit boek.

     

     

    Een iets beschuttere plek misschien
    Auteur: Cyrille Offermans
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    2018/3

    Vertaalster en publiciste Hein Groen schreef onder meer het mooie boekje De ruimte van Virginia Woolf (1998) over het scheppen van ruimte van de schrijfster om te kunnen schrijven. Op dit moment werkt Groen aan een literaire reisgids van Venetië waarover in deze Parelduiker een stuk over de Venetiaanse romanschrijver Pier Maria Pasinetti (1913-2006) getiteld, ‘Een vergeten Venetiaanse Proust’. Ze beschrijft de plekken waar hij geleefd en geschreven heeft. En daar schrijft ze mooi over, een wandeling die je graag met haar meeloopt. ‘Elke keer als ik in de wijk San Polo op de Ponte Bernardo langs het huis loop waar de schrijver (…) een groot deel van zijn jeugd heeft doorgebracht staat er wel ergens een raam open en kan ik de trillende reflectie van water op het plafond bijna zijn.’ Die bewegende weerschijn van water op het plafond noemen de Venetianen ‘La gibigiana’ en blijkt de meest veelzeggende metafoor in Pasinetti’s werk te zijn. Een reisgids om naar uit te kijken, en dan op naar Venetië.

    Ook besteedt de Parelduiker in drie afleveringen aandacht aan de Culturele hoofdstad Leeuwarden. In deze editie ‘Literair Leeuwarden (II)’. Teake Oppewal, redacteur op het gebied van Friese literatuur schreef,  ‘Onder het plaveisel van de stad’, een literaire wandeling door de stad. Een plattegrond is erbij opgenomen.
    In de rubriek ‘Laag water’ een reactie van Clara Eggink op het gedicht Jij, socialistisch meisje door Jac. van Hattum, een gedicht dat haar ‘kriegel’ maakte en ‘kwaadaardigheid’ bij haar opriep.

    2018/3
    Auteur: Eindredactie: Hein Aalders
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Buiten de orde

    Tomas Espedal (Noorwegen 1961) verheft zijn eigen biografie – net als zijn landgenoot Karl Ove Knausgård – tot literatuur. Maar waar Knausgård zijn leven tot in detail weergeeft, is Espedal een minimalist in woorden en dat levert ingedikt proza op. Hoewel Espedal als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen geldt, verscheen pas in 2017 een eerste vertaalde roman van hem in Nederland: Tussen april en september, een roman over het verlies van een vrouw en over rouw.

    Ook in Buiten de orde, is sprake van een gestorven geliefde en verwerking van verlies. De ik-figuur van de roman krijgt een relatie met een veel jongere vrouw. Zijn omgeving keurt hun relatie af en daarom trekken ze zich terug in het huis van de man. De man is gelukkiger dan ooit, tot hij na zes jaar wordt verlaten door de jonge vrouw. Ze wil de wereld in en laat de man gewond achter. De man wordt vervolgens overspoeld door herinneringen aan zijn jeugd, zijn eerste liefde, de jaren met zijn overleden vrouw. Beelden van gelukkige ogenblikken en moeilijke momenten trekken aan hem voorbij. Langzaam lost het verdriet van de man op. “Jij zegt voorbij, maar de liefde wil niet voorbij zijn.’ is uiteindelijk zijn bitterzoete conclusie.

    Buiten de orde
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De wereld

    C. Plinius Secundus (23- 24 na Chr.) was een Romeins letterkundige en amateur-wetenschapper en had als doel in zijn leven zoveel mogelijk kennis (over wat dan ook) te verzamelen. Het blijkt dat hij geen oog dicht wilde doen omdat hij niets van het leven wilde missen. Om geen snippertje van het leven te verspillen, zou hij zich tijdens het eten en baden hebben laten voorlezen en liet hij aantekeningen maken. Alle feiten die hij ooit gedurende zijn leven had gevonden bracht hij samen in het boekwerk De wereld, Naturalis Historia.

    De wereld is een overzicht van antieke kennis: over alles wat de Romeinen en de Grieken wisten over de hemel, de aarde, mensen, dieren, planten, geneesmiddelen, stenen, metalen en kunstwerken. Plinius schrijft over insecten, vogels, exotische beesten, rare mensen, overstromende rivieren, ingepolderd land. Over honderdvijfentachtig soorten wijn en de opslag ervan, hoe je touw maakt, of papyrus, of glas, hoe je edelstenen vervalst. Honderden plantaardige en minerale geneesmiddelen somt hij op, tegen allerhande kwalen, vaak onzinnig, dikwijls effectief. Plinius is cynisch over zijn tijdgenoten die niet geïnteresseerd zijn in wetenschap. En hij lardeert zijn boek met anekdotes en sappige verhalen. Ook had hij graag verteld hoe een vulkaanuitbarsting er van dichtbij uitziet, maar dat experiment overleefde hij niet.

     

    De wereld
    Auteur: C. Plinius Secundus
    Uitgeverij: Athenaeum