• Indrukwekkende reis van haat naar broederschap

    Indrukwekkende reis van haat naar broederschap

    In de jaren 70 bezocht Jorge Luis Borges Jeruzalem. In een soek aan de Al-Zaharastraat zei hij zijn toehoorders dat de verhalen uit Duizend-en-één-nacht oorspronkelijk op zichzelf stonden. Ze ‘werden later samengebracht en versterkten elkaar tot een eindeloze kathedraal, een uitdijende moskee, een willekeurig overal’. Die opmerking haalt Colum McCann aan in zijn magistrale Apeirogon, een caleidoscopische roman over de verhouding tussen Israël en de Palestijn(se gebied)en. De aanhaling is een intrinsieke verwijzing naar Apeirogon zelf, dat bestaat uit 1001 hoofdstukken en hoofdstukjes. Ze vertellen het grote verhaal zoals Sheherezade het moest doen: onder de voortdurende dreiging van de dood.

    Het is niet alleen de vertelvorm die meeslepend is. McCann sleurt de lezer ook mee in dagelijkse gebeurtenissen. Je voelt aan den lijve hoe het voor een Israëliër is om in een bus te zitten in de hoop dat het verkeerslicht tijdig op groen springt omdat bij rood misschien een bus naast je wordt opgeblazen. Of hoe het voor een Palestijn in de bezette gebieden is om bij de geringste verdenking te worden vernederd en in alles te worden tegengewerkt. Razend knap verbindt McCann feiten en voorvallen uit de wereldgeschiedenis met de actualiteit. Zo lezen we over de techniek van het stenen gooien en hoe een Syrische scheikundige al zevenhonderd jaar geleden een idee introduceerde voor torpedo’s die door raketten worden voortgestuwd. Het levert navrante zinnen op zoals deze over buskruit: ‘In de negende eeuw creëerden de Chinezen bij toeval het explosieve mengsel  – 75 delen salpeter, 15 delen houtskool, 10 delen zwavel – toen ze op zoek waren naar het levenselixer’. Of de benaming die de Israeliërs geven aan hun witte zeppelin waarmee ze de Palestijnse gebieden in de gaten houden, ‘de Fat Boy 2’, een cynische verwijzing naar de ‘Fat Man’ die in 1945 boven Nagasaki werd uitgeworpen.

    Ouders van vermoord kind

    Apeirogon is een roman, maar dan toch enigszins zoals In koelen bloede van Truman Capote een roman genoemd kan worden. McCann baseerde zich volledig op feiten en zijn geweldige eruditie. Hij reconstrueert wat er is gebeurd, of – misschien beter – kán zijn gebeurd. Het wordt bij hem maar al te duidelijk dat elke partij zijn eigen waarheid creëert. ‘Apeirogon: een vorm met een telbaar oneindig aantal zijden’, legt McCann uit. Dat is ook wat zijn roman is: een verhaal dat alsmaar verder gaat en een oneindig aantal perspectieven kent.

    De belangrijkste personages in de roman zijn de Palestijn Bassam Aramin en de Israeliër Rami Elhanan. Maar eigenlijk ook hun dochters en hun vrouwen.
    Bassam heeft al jong zeven jaar in de gevangenis gezeten toen hij in het bezit van (gevonden) handgranaten werd opgepakt. In die gevangenis leerde hij zichzelf Hebreeuws. Hij haatte de joden om wat Israël de Palestijnen aandoet, maar zijn wereld veranderde toen hij een film zag over de Holocaust. Hij ging die zelfs bestuderen.
    Rami was in het leger evenzeer vervuld van haat tegen de Palestijnen die niet te vertrouwen waren. Maar ook hij kwam tot een ander inzicht toen hij Palestijnen ontmoette die een kind door geweld verloren hadden. Hij kon ze ineens zien als ouder van een vermoord kind, net als hij, met dezelfde gevoelens.
    De dochter van Bassam en zijn vrouw Salwa, Amir, werd in 1997 doodgeschoten door een 18-jarige Israëlische soldaat toen ze net uit een snoepwinkel kwam. De dochter van Rami en Nurit, Smadar, was één van de doden bij een zelfmoordaanslag door drie Palestijnse jongens toen ze net met vriendinnen uit school kwam.

    Everest Hotel

    Bassam en Rami worden vrienden als ze beiden lid worden van de organisatie Strijders voor Vrede en van de Parents Circle (een groep ouders die een kind verloren in de conflicten). Van beide organisaties zijn zowel Israeliërs als Palestijnen lid. Ook Salwa en Nurit horen tot die kringen, maar Nurit is al langer vredesactiviste en heeft diverse publicaties op haar naam staan (ze kreeg in 2009 de Sacharovprijs voor haar werk). Maar het zijn vooral Bassam en Rami die over de hele wereld hun verhaal uitdragen onder het motto: als we onze haat en ons wantrouwen los kunnen laten wordt ons verdriet onze kracht. Ze geloven niet in een tweestatenoplossing maar in verbroedering. Ze zien dat de bestaande haat al van jongs af aan bij beide partijen gevoed wordt. Het vijanddenken is daardoor volledig geïnternaliseerd. Er is veel moed voor nodig om dat beeld van een vijand te verlaten omdat je de ander dan als mens moet gaan zien, weten ze.

    Apeirogon kent een basislijn die pas in de loop van de roman duidelijk begint te worden. Hij is zo onopvallend omdat hij alleen maar bestaat uit de reis van Rami en Bassam, ieder voor zich, naar een ontmoeting van Strijders voor Vrede in 2016 in het Everest Hotel in Beit Jala, niet ver van de Muur die Jeruzalem scheidt van de Westoever van de Jordaan. We volgen daarin Rami die op zijn motor vanuit het Israëlische deel van Jeruzalem vertrekt en Bassam die hetzelfde doet met zijn autootje met kapotte koplamp vanuit Jericho. We maken zo als lezer in een soort road novel mee hoe het is om te reizen door de bezette gebieden met zijn verschillende zones die soms voor Israeliërs en soms juist voor Palestijnen verboden gebied zijn.

    Stilte

    Daaromheen weeft McCann steeds losse elementen – gebeurtenissen in de levens van Rami en Bassam en het ontstaan van hun ‘broederschap’ – die door de hele roman heen naar elkaar verwijzen. Bovendien gaat hij daarin zeer associatief te werk en maakt zo uitstapjes naar de ornithologie, uitvindingen, de Holocaust en de kunsten. Zo leidt de beschrijving van het onwezenlijke vacuüm tussen het moment van de explosie en dat waarop de ontzetting een geluid krijgt tot prachtige uitweidingen over de stilte. McCann vertelt hoe Dalia el-Fahum (die al eens werkte voor de componist Olivier Messiaen) in 2008 omgevingsgeluiden verzamelde. Ze wilde die gebruiken voor een muziekproject dat moest uitmonden in een acht uur durend stuk met de titel Migrations. Toen ze ook lawaai van bulldozers, de schreeuw van een soldaat of het gejank van een sirene opnam viel het resultaat haar tegen: het had zo weinig zeggingskracht. Het voerde haar tot de overtuiging dat de geluiden met rust moesten worden gelaten, dat niet ‘díé aandacht verdienden, maar de stilte zelf’. McCann voert de lezer elders in de roman dan weer mee naar de compositie 4’33 van John Cage, die louter uit stilte bestaat, en naar diens As Slow As Possible, de compositie die in 2001 in de St. Buchardikerk in Halbersadt startte met stilte en 639 jaar gaat duren.

    Kreeft

    Ook compositorisch is Apeirogon een avontuur, opgezet als een kreeftcanon (daarin laat de tweede stem het thema achterstevoren horen). De 1001 hoofdstukken zijn verdeeld over een eerste groep van 1 tot 500, gevolgd door hoofdstuk 1001, waarna in de tweede groep de hoofdstukken aftellend zijn genummerd van 500 tot 1. Maar daar blijft het niet bij. De eerste en tweede groep zijn deels gespiegeld aan elkaar. Dat is al zo met de eerste en de laatste zin van de roman, maar er zijn veel meer voorbeelden. Het duidelijkst is het in de beide hoofdstukken 284 die uit hetzelfde lege vierkant bestaan en in de beide hoofdstukken 500 waarvan het eerste de biografie van Rami omvat en het tweede die van Bassam. Een fraai voorbeeld zijn verder de hoofdstukken 389 uit de eerste groep en 255 uit de tweede. Ze stemmen grafisch overeen: 389 bestaat louter uit graffiti die te lezen staat op de Muur tussen Israel en de Westoever, 255 louter uit krantenkoppen over Nurit, de moeder van Smadar. Het centrale hoofdstuk 1001, de as van de roman, bestaat uit één zin die de kern ervan samenvat.

    In zijn prikkelende boekje Brieven aan een jonge schrijver uit 2017 zegt McCann: ‘Schrijf niet wat je weet, schrijf toe naar wat je wilt weten. Stap uit je huid. Geef jezelf bloot. Dat opent de wereld. Ga ergens anders heen. Onderzoek wat buiten je gordijnen ligt, buiten de muur, om de hoek, buiten je stad, buiten de omtrek van je eigen bekende land’.
    Met Apeirogon laat McCann ijzersterk zien tot wat voor schitterende literatuur zo’n uitgangspunt kan leiden. Hij dwingt de lezer hetzelfde te doen, ook uit zijn huid te stappen. De roman laat je voelen hoe het is om midden in de conflicten tussen Israel en de bezette gebieden te staan. Hij laat je nadenken over de vraag hoe je je zelf laat leiden door vijandbeelden en of je bereid bent de ander in alle gevallen als mens te zien. De lezer die bereid is daarin mee te gaan, krijgt de literaire vorm die McCann koos er als prachtig cadeau bij. Apeirogon moet gelezen worden!

     

  • Oogst week 10 – 2020

    Onze verslaggever in de leegte

    Hoe terecht of onterecht de verontwaarding rond een boek ook mag zijn, het is in elk geval een trefzekere manier om er de aandacht op te vestigen. Zoals vorige week Onze verslaggever in de leegte van Dimitri Verhulst. De schrijver was zo kwaad over wat hij over zich heen kreeg na een interview in Humo dat hij niets meer moet hebben van een promotietour. Hij wil geen interviews meer. ‘Ik ben naar de kloten gegaan door iets wat ik niet heb gedaan. Door iets waartoe ik niet eens in staat zou zijn om te doen’, schrijft hij in zijn nieuweling, een soort dagboek zonder data, dat teruggaat tot 2015. Daarin gaat het over zijn zelfvernietiging door drank, drugs en seks na een beschuldiging van aanranding door een ex-vriendin, een Zweeds-Bulgaarse. De aanklacht werd geseponeerd. Eén van de motto’s is van Joseph Conrad: ‘Een raar iets is het leven toch. Het beste wat je ervan kunt verwachten is een beetje kennis van jezelf. En die komt toch te laat. Voor de rest is het allemaal zinloos’.

    Onze verslaggever in de leegte
    Auteur: Dimitri Verhulst
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Het eiland

    ‘Voor een kind zijn alle stranden oneindig en bossen mysterieus, is het leven eeuwig en zijn volwassen mensen die weten wat ze doen. Mijn eiland was mijn leven. Geen ontsnappen aan. Ik heb mijn jeugd overleefd, vraag me niet hoe. Het eiland heeft me gevormd en gered.
    En daarover ga ik vertellen’.
    Zo eindigt het eerste hoofdstuk van Het eiland van Koos Terpstra. Het eiland is Texel, waar Terpstra in 1955 werd geboren. In dit boek haalt hij meanderend door de tijd herinneringen op aan zijn jeugd. Terpstra is toneelregisseur, maar ook schrijver van onder andere de fameuze Troje trilogie, een marathonstuk dat gespeeld werd door het toenmalige gezelschap ‘De Appel’ en werd bekroond in 1995. Lezers zouden Terpstra ook kunnen kennen van Brieven aan Koos van filosoof-cabaretier Tim Fransen uit 2018, waarin Terpstra de geadresseerde is.

    Het eiland
    Auteur: Koos Terpstra
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Apeirogon

    De Palestijn Bassam Aramin en de Israeliër Rami Elhanan zijn bestaande mensen die elk een dochter verloren in de conflicten in het Midden-Oosten. De Ierse schrijver Colum MacCann (geboren in 1965 en wonend in New York) ontmoette hen toen hij voor zijn organisatie Narrative 4 het Midden-Oosten bezocht. Narrative 4 probeert mensen die uit tegengestelde werelden komen te bewegen elkaar hun verhaal te vertellen. Daardoor onstaat wederzijds begrip. Het leverde zijn nieuwe roman Apeirogon op: een bonte verzameling fragmenten over waarnemingen en ervaringen, waarin de verhalen van Aramin en Elhanan centraal staan. De titel (een apeirogon is een veelhoek met een onbeperkt aantal zijden) verwijst naar de ontelbare aspecten van de dood van de dochters van Aramin en Elhanan. Die veelheid wordt ook weerspiegeld in het aantal hoofdstukken en -stukjes, 1001, een verwijzing naar de verhalen uit Duizend-en-een-nacht.

    Apeirogon
    Auteur: Colum McCann
    Uitgeverij: De Harmonie
  • Trans-Atlantisch – Colum McCann

    Trans-Atlantisch – Colum McCann

    Alles valt en staat met het perspectief

    Recensie door Jaap Jansen

    Het bijpersonage is niet zelden uitermate intrigerend. De ietwat onhandige dichter Pierre Gringoire in Victor Hugo’s Notre Dame de Paris is minstens zo interessant als de gebochelde klokkenluider, in The Secret History van Donna Tartt heeft de hoofdpersoon Richard in vergelijking tot zijn klasgenoten de belangwekkendheid van een stoeptegel, en wat te denken van de – als een wat sullig bijpersonage gepresenteerde – schilder Basil Hallward in Oscar Wilde’s The Picture of Dorian Gray?

    Lange tijd werd het bijpersonage desalniettemin gezien als een veredelde figurant, iemand die enkel in het verhaal wordt opgenomen om het hoofdfiguur zijn avontuur te kunnen laten beleven. Denk bijvoorbeeld aan al die (meestal naamloze) pages, boodschappers, wijze oude mannen, burgers enzovoort in toneelstukken van Aischylos, Shakespeare, Vondel. Of aan al die arme, in ezeltjes veranderde kinderen in de Walt Disney-film Pinocchio – aan hun lot wordt in de verste verte geen aandacht besteed, want tja, het is nu eenmaal het avontuur van de marionet Pinocchio.

    Het bijpersonage krijgt een vriendelijker behandeling in Colum McCanns Trans-Atlantisch (originele titel: Transatlantic). Deze mooie roman kan worden gezien als een belangrijke stap in de ‘o zo moeizame bijpersonagesemancipatie’. Zoals ook in de vrouwen- en homo-emancipatie geldt: niet zozeer het benadrukken van de positiviteit van het etiket (bijpersonages zijn top!) als wel het volledig negeren van enig onderscheid tussen bijpersonages en hoofdpersonages zet zoden aan de dijk. En dat is precies wat McCann poogt te doen. Zijn boek lijkt in eerste instantie een verhalenbundel te zijn over enkele historische individuen die in verband kunnen worden gebracht met zowel de Verenigde Staten als de Brits-Ierse eilanden (en die dus ‘Trans-Atlantisch’ zijn). We lezen over de piloten Alcock en Brown, die pionierden door in één keer vanuit Noord-Amerika de Atlantische Oceaan over te vliegen, over de abolitionist en ex-slaaf Frederick Douglass, in 1845 naar Ierland en Groot-Brittannië gevlucht, en over de Amerikaanse senator George Mitchell, die zich een tijdlang inzette voor vrede in Noord-Ierland. Zij zijn de hoofdpersonages in hun eigen verhalen.

    McCann heeft deze verhalen met veel kunde en precisie geconstrueerd. Ze zijn, stuk voor stuk, boeiende korte verhalen die uitstekend los kunnen worden gelezen. Maar dat is niet de bedoeling; ze vormen tezamen slechts één van de drie delen waaruit deze roman bestaat. In de overige hoofdstukken hangen de naamhebbende heren niet langer de hoofdpersoon uit. Aanvankelijke bijpersonages (een journaliste, een dienstmeisje, een tennisspeelster in een rolstoel) nemen het stokje over. Door hun familiegeschiedenis te beschrijven, verandert de verhalenbundel langzaamaan in een roman, waarin de ogenschijnlijk afzonderlijke verhalen op velerlei manieren met elkaar verstrengeld zijn.

    Zo bezien is er geen duidelijke scheidslijn tussen hoofd- en bijpersonages in Trans-Atlantisch. Alles valt en staat met het perspectief. De hoofdstukken over de historische beroemdheden, sterk episodisch geschreven, beschrijven gebeurtenissen uit een min of meer officieel, ‘groot’ geschiedenisverhaal, ‘dé geschiedenis’, zoals die in de schoolboekjes voorkomt. De hoofdstukken over de aanvankelijke bijpersonages daarentegen bespreken een niet-geregistreerde geschiedenis, wellicht vergelijkbaar met een doorsnee familiegeschiedenis. De thematiek van de roman ligt niet enkel besloten in de verregaande band tussen de Brits-Ierse eilanden en de Verenigde Staten, al vormt die band zeker een rode draad. Nee, de thematiek moet vermoedelijk meer worden gezocht in het kader van verhalen en geschiedenis, getuige ook in het boek opgenomen citaten van schrijvers Eduardo Galeano en Wendell Berry. Een verhulde boodschap in een roman is thans misschien wat uit de tijd, maar filosofische verkenningen zijn hotter than hot. In Trans-Atlantisch betreft zulk een filosofische verkenning een vrij fundamentele vraag: wat is geschiedenis? Eén groot verhaal? Datgene wat ‘we’ nog weten van het verleden? Of een reeks vervlochten verhalen, waarbij hoofd- en bijpersonages elkaar afwisselen naar gelang het verhaalperspectief? In dit opzicht is McCanns prachtwerk zowel een historische roman als een erudiet boek óver het fenomeen geschiedenis.

    Evenwel moet niet worden gedacht dat we hier te maken hebben met een zware, moeilijk door te komen pennenvrucht van een auteur die zijn overpeinzingen in verhalend proza gegoten heeft. Integendeel, Trans-Atlantisch leest heerlijk weg en biedt voldoende spanning en humor. McCann hanteert in elk verhaal een schrijfstijl die passend is bij de inhoud. Het eerste verhaal, dat de vliegtocht van Alcock en Brown over de Atlantische Oceaan beschrijft, is bijzonder meeslepend geschreven; het vierde hoofdstuk, over het leven van de in Ierland geboren Lily, is ronduit schitterend.

    Al met al getuigt Trans-Atlantisch van een grote vertelkunst, van een verfijnde en diepgaande thematiek, van een flinke historische belezenheid en – uiteraard het állerbelangrijkst – van een vriendelijke houding ten aanzien van bijpersonages. Alhoewel, en nu spreekt de chauvinist in ondergetekende: Mr. McCann, waarom is uitgerekend ‘de Hollandse vader’, het enige Nederlandse personage in het boek, ‘lang geleden verdwenen’? Zéér verdacht.

     

    Trans-Atlantisch

    Auteur: Colum McCann
    Vertaald door: Frans van der Wiel
    Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
    Aantal pagina’s: 320
    Prijs: € 22,50

     

  • Literatuurhuis sluit seizoen met eerste sessie CitySessions succcesvol af

    Het was zo’n  zomerse zondagmiddag dat het beter is de stad te mijden wanneer je er niets te zoeken hebt. Ware het niet dat Het Literatuurhuis in de Winkel van Sinkel te Utrecht op 7 juli een ontmoeting had geregeld tussen ‘Nederlandse lezers’ en de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965). Terwijl de vrouw van McCann en zijn kinderen zich per boot over de Utrechtse grachten lieten vervoeren, bezong Jan van Mersbergen zijn schrijverskunst en ging Hans Bouman met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre. Het geroezemoes vanaf de straat dat door de geopende hoge deuren langs de aanwezigen gleed, samen met het uitzicht op de Domtoren en de Oude gracht gaf deze middag een onverwacht Zuid-Europees cachet.

    Het Literatuurhuis organiseert jaarlijks in april City2Cities, een internationaal literair festival waar twee Europese steden elkaar ontmoeten. Dit jaar waren Berlijn en Lissabon te gast. Voor de vierde editie in 2014 zijn Dublin en Boedapest uitgenodigd. CitySessions is in het leven geroepen om maandelijks of tweemaandelijks een buitenlandse schrijver een podium te bieden en het gebied tussen de City2Cities festivals te overbruggen. Colum McCann, die inspiratie vond bij schrijvers als John Berger (trilogie: De vrucht van hun arbeid) en Michael Ondaatje (De Engelse patiënt) en zelf auteur van zes romans was de allereerste gast van CitySessions.

    Voor McCann aan het woord kwam sprak Jan van Mersbergen  (Naar de overkant van de nacht) vol lof over hem. Van Mersbergen maakte in 2010 voor het eerst kennis met zijn werk. Het was tijdens een vakantie op Schiermonnikoog met zijn toenmalige vriendin en kinderen dat een dringende nood tot lezen hem naar de plaatselijke boekhandel dreef waar hij een boek van McCann kocht. Van Mersbergen is een gulzig lezer, nog voor hij het eerste boek uit had haastte hij zich nogmaals naar de boekwinkel en kocht een tweede boek van McCann. Hier was duidelijk sprake van liefde op het eerste gezicht. Hij geniet van McCann’s zegswijzen als: ‘Oh, wat veel regen voor zo’n kleine hemel,’ en sluit hiermee zijn lofrede af.

    Wat is er te ontlenen aan het feit dat je grootvader door dezelfde straten heeft gelopen als de auteur van Ulysses, James Joyces en je grootmoeder (inval)huishoudster is geweest bij Samuel Beckett? Het heeft er bij McCann in ieder geval toe geleid dat hij Ulysses ging lezen (om zijn grootvader te begrijpen moest hij het lezen) en schrijver werd. McCann is een makkelijke prater waar je graag naar luistert zoals ook zijn verhalen prettig lezen. Op de vragen van Hans Bouman (recensent Volkskrant) ‘hoe hij schrijft’ en waar hij het allemaal vandaan haalt gaf McCann antwoorden als: ‘Meest van de tijd weet ik niet wat ik doe. Later pas ontdek ik wat de roman vertelt.’ Of, ‘ Je herinnert je meer als je emigreert.’ En, “Ik beschrijf geen loze dingen, alles heeft een betekenis. Zola zei immers: ‘We zijn hier om ons leven hardop te leven.’” En dat is wat McCann doet in zijn boeken. Zijn romans hebben als uitgangspunt een historisch gegeven die hij vermengt met fictie waardoor het verhalen worden die ‘levensecht’ zijn en een ieder die nu leeft, aangaan. McCann houdt niet van de term historische romans. Hij brengt liever de historie naar het hier en nu.

    Dan leest McCann in korte, snel opeenvolgende zinnen voor uit zijn net verschenen roman Trans-Atlantisch dat speelt in 1845 en gaat over drie verschillende mannen en loopt langs evenzovele verhaallijnen. De eerste verhaallijn gaat over een zwarte Amerikaanse slaaf die in Ierland een willig oor vindt bij voorvechters van afschaffing van de slavernij. De tweede verhaallijn speelt in 1919. Twee piloten proberen het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog te vergeten en maken met een omgebouwde bommenwerper de eerste trans-Atlantische vlucht van Newfoundland naar het westen van Ierland. En in 1998 steekt een Amerikaanse senator de oceaan over om te bemiddelen in het Noord-Ierse conflict. Drie verhalen die op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten worden door vrouwen die de oversteek naar Amerika en terug naar Ierland hebben gemaakt.

    Het heeft iets betoverends, de resonerende stem van McCann die de zaal vult en door de hoge open deuren naar buiten uitwaaiert over de zomers geklede mensen die flaneren langs de gracht. Daarbij geven de hoge grijze gebouwen aan de overkant van de gracht met de donkerrood geschilderde balkonweringen de indruk aan, laten we zeggen het Praca do Rossio in Lissabon te zitten. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de Angolees/Portugese schrijvers, Eduardo Agualusa en Goncalo M. Tavares nog niet zo lang geleden de stad aandeden.

     

     

  • 'CitySessions' nieuwe programmareeks van Het Literatuurhuis

    Agenda

    Zondag 7 juli vindt in Utrecht de eerste editie plaats van CitySessions, een programmareeks, afgeleid van het internationale literatuurfestival City2Cities. Elke editie staat steeds in het teken van een hedendaagse Nederlandse of buitenlandse schrijver. Tijdens deze eerste CitySession presenteert de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965) zijn nieuwe roman Trans-Atlantisch. Hans Bouman (De Volkskrant) gaat met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre en zijn laatste boek. Jan van Mersbergen spreekt een lofrede uit voor McCann.

    In 2009 brak Colum McCann wereldwijd door met zijn roman Laat de aarde draaien waarvoor hij de National Bookaward ontving. In zijn nieuwe roman Trans-Atlantisch verenigt de schrijver zijn twee nationaleliteiten in een panoramisch verhaal dat meer dan 150 jaar Amerikaanse en Ierse geschiedenis bestrijkt.

    Met de programmareeks CitySessions wil Het Literatuurhuis het hele jaar door auteurs van internationale allure in contact brengen met Nederlandse lezers. Michaël Stoker, directeur van Het Literatuurhuis: ‘In april organiseren we jaarlijks het internationale festival City2Cities, maar in de loop van het jaar bezoeken nog veel meer buitenlandse schrijvers ons land. Met CitySessions kunnen we ook hen een podium bieden.’
    Vooruitblikkend naar de vierde editie van City2Cities in 2014 als Dublin een van de themasteden zal zijn, wordt de Iers-Amerikaanse auteur Colum McCann als eerste gast van CitySession uit genodigd.

    CitySessions: Colum McCann
    Zondag 7 juli, 15:00Utrecht,
    Winkel van Sinkel
    Zie voor meer informatie: www.hetliteratuurhuis.nl