• Acht-acht-acht-tien of achttien?

    Acht-acht-acht-tien of achttien?

    In deze lichtvoetige bundel, voorzien van illustraties door Coen Hamelink, wordt de lezer op een onbezorgde en speelse manier meegenomen in de wereld van stotteren.

    […]

    Hoewel de titel doet vermoeden dat het boek een en al vrolijkheid is, geeft Het grote vrolijke stotterboek ook ruimte aan moeilijkere emoties rondom het stotteren. Waar de vele grappige tekeningetjes en de humoristische antwoorden op veelgestelde vragen wel eens het gevoel geven dat er iets weggelachen moet worden, boren interviews en het hoofdstuk over het stotterverleden van de auteur een diepere laag aan. Dit is zeker gewenst. Er zullen ongetwijfeld kinderen zijn die juist de luchtige toon van het boek kunnen waarderen, maar het is ook goed mogelijk dat er behoefte is aan erkenning en herkenning van lastigere gevoelens. Daar waar moeilijkere emoties en kwetsbaarheden worden besproken, is dit boek op zijn sterkst en kan het écht van betekenis zijn voor (jonge) mensen die midden in hun ‘stotteracceptatieproces’ zitten. En dat woord, zou Soes kunnen zeggen, is niet alleen voor stotteraars lastig om uit te spreken.

    Lees de hele recensie op Jong Literair Nederland.

     

  • Het is niet altijd leuk om een prins te zijn

    Het is niet altijd leuk om een prins te zijn

    Prins zoekt prins is een modern sprookje van Tiny Fisscher, met illustraties van Coen Hamelink. Prins Thijn is zijn prinselijke leventje meer dan zat. Hij heeft genoeg van praatjes houden, handen schudden, vriendelijk knikken en doen alsof. Dus zegt hij tegen de lakei dat hij ziek is en gaat hij op zoek naar een invalprins, tijdelijk, dus niet voor altijd. Er wordt een advertentie in de krant gezet met verzoek om referenties. De sollicitanten vallen een beetje tegen, maar uiteindelijk kiest prins Thijn de laatste uit, prins V.

    Lees verder op Jong Literair Nederland.