• Als kind in voortdurende angst geleefd

    Als kind in voortdurende angst geleefd

    Christine Lavant geldt als een van Oostenrijks belangrijkste schrijvers. Nochtans belandde haar werk in een vergeethoekje. Pas recentelijk is de belangstelling weer opgebloeid en inmiddels wordt gewerkt aan een uitgave van haar verzameld werk. Das Kind is een van haar eerste prozawerken, en tevens ook het eerste in het Nederlands vertaalde werk van Christine Lavant. Het leven en werk van deze schrijfster wordt gekenmerkt door heel wat tegenstrijdigheden, maar veel daarvan zijn terug te leiden naar haar precaire gezondheidstoestand die haar hele leven beïnvloedde.

    Lavant werd in 1915 als Christl Thonhauser geboren in het Lavantdal in Karinthië, vandaar haar pseudoniem, in een zeer arm gezin. Vanaf haar geboorte leed ze aan de ‘armeluisziekte’ scrofulose, een ontstekingsziekte van de halsklieren, die ook haar huid en ogen aantastte. Door haar ziekte kon ze nauwelijks naar school en had weinig sociaal contact. Als twaalfjarige werd ze in Klagenfurt opgenomen in de oogkliniek. Het Kind is het autobiografische relaas van de traumatische ervaringen in die instelling. Haar toestand was zo ernstig dat de artsen besloten tot een zeer riskante röngtenbestraling.

    Isolement door ziekte

    De scrofulose werd hierdoor wel aangepakt, maar de neveneffecten waren minstens even erg: ernstige brandwonden aan hals en gezicht, ernstige gehoorschade en blijvende helse zenuwpijnen. Haar ogen, oren en hals zaten constant in het verband, waardoor ze zich van de wereld afgesloten voelde. Haar situatie leidde opnieuw tot pesterijen en isolement binnen de muren van het koude, afstandelijke hospitaal. Ze beschrijft in een poëtische taal de ervaringen vanuit het oogpunt van een kind dat het moeilijk heeft. Een kind dat worstelt met zichzelf, met haar ziekte, met het geloof en de afwezigheid van enige vorm van affectie. Haar familie zocht haar tijdens haar verblijf in de instelling nooit op.

    Dit alles leidde tot een voortdurende angst waarin het kind leefde. Deze werd versterkt door de koude omgeving: hoge ziekenhuisgangen, afstandelijke zusters, steriele omgevingen, vijandige andere kinderen. Op bijna elke bladzijde van deze novelle staat het woord ‘bang’ of ‘angstig’. Veiligheid vindt het kind enkel in de hoeken, want dan is het langs twee kanten beschermd. Af en toe probeert het te ontsnappen aan de realiteit door in een droomwereld van sprookjes weg te vluchten.
    Een belangrijke rol wordt ingenomen door de godsvrees van het kind. Dat is op zijn minst tegenstrijdig te noemen. Lavant keerde zich in haar latere leven af van de godsdienst, maar hier weegt ze nog alles af wat ze doet, bang om zonden te begaan. Het kind bidt tot God om haar te helpen, maar vervloekt tegelijk de onmacht waarin het zich bevindt. Wordt ze gestraft omdat ze niet voldoet aan de eisen?

    Ambivalentie en moeilijke relaties

    Die ambivalentie blijft Lavant haar hele leven aanhangen. Zo staat ze bekend als notoir tegenstander van het nationaalsocialisme, bang voor haar situatie als psychiatrisch patiënte, maar tegelijk laat ze zich helpen door vooraanstaande nazi’s. Ook in haar gedichten trekt ze fel van leer tegen God en de kerk, maar anderzijds is ze voortdurend op zoek naar houvast, troost en verlossing bij een god. Ook streefde ze naar roem als dichteres, maar eenmaal bekend wie achter haar pseudoniem schuilging, was ze helemaal niet tevreden. Haar leven en werk vol tegenstrijdigheden uitte zich ook in haar moeilijke mentale en lichamelijke toestand, en meerdere problematische relaties. Meermaals liet ze zich opnemen in klinieken en behandelen door psychiaters. 

    Als dichter bezit Lavant de natuurlijke gave om te spelen met taal. Korte en lange zinnen wisselen elkaar af en vaak ontdekt de lezer meer door wat er niet gezegd wordt. De angsten van het kind schuilen achter en onder iedere frase, uit het geheel spreekt broosheid en kwetsbaarheid. De pijn die Lavant haar hele leven meedroeg, krijgt een vooraanstaande rol in dit korte, maar krachtige verhaal.
    Ondanks dit gevecht tegen en met het leven bouwde Christine Lavant een bijzondere schrijfcarrière op. Vooral voor haar dichtwerk viel ze regelmatig in de prijzen. Ze ontving tweemaal de Georg-Trakl-Prijs en in 1970 kreeg ze zelfs de Grote Oostenrijkse Staatsprijs voor Literatuur. In 1973 stierf ze na een beroerte. Haar werk raakte ondergesneeuwd in de vergetelheid, maar wordt nu weer als vaandeldrager van de Oostenrijkse literatuur geprezen.

     

     

  • Oogst week 14 – 2020

    Het kind

    Christine Lavant (1915-1973), pseudoniem van Christl Thonhauser, was een Oostenrijkse schrijver. Vanaf haar geboorte kampte ze met verschillende gezondheidsproblemen. Toen ze aan longtuberculose en als gevolg daarvan scrofulose leed, werd ze behandeld met röntgenbestraling. De tuberculose genas, maar ze hield er afschuwelijke verbrandingen in haar hals en gezicht aan over. Onder meer haar ogen en oren waren beschadigd en daarnaast werd ze na de behandeling gekweld door zenuwpijnen.

    Deze ervaringen vormden de inspiratie voor Lavants novelle Het kind, nu naar het Nederlands vertaald door Ria van Hengel. Ondanks Lavens fysieke en later ook psychische problemen was ze gelukkig zolang ze schreef en dat geluk maakt deze novelle heel levendig.

    Het kind
    Auteur: Christine Lavant
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Sensorium etc.

    De eveneens Oostenrijkse auteur Friederike Mayröcker (1924) publiceert proza en poëzie. Daarnaast werkt ze mee aan hoorspelen en schreef zelfs een libretto. In het Duitse taalgebied won ze talloze prijzen en in 2001 kreeg ze een eredoctoraat van de Universiteit van Bielefeld. Ze staat bekend als de grand dame van de Oostenrijkse literatuur.

    In Sensorium etc. is voor het eerst een groot aantal gedichten van haar hand gebundeld het Nederlands. Annelie David en Lucas Hüsgen waren verantwoordelijk voor de vertaling. Het oeuvre van Mayröcker, en dus ook deze poëzie, wordt gekenmerkt door haar liefde voor het leven en de wereld. Zelf beschrijft ze haar werk als afbeeldingen die ze in taal verandert door in de afbeelding te klimmen en erin rond te lopen tot die taal wordt.

    Sensorium etc.
    Auteur: Friederike Mayröcker
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Het land van de handen

    Luuk Gruwez (1953) schrijft proza, poëzie, korte verhalen en columns. Deze columns werden onder meer gepubliceerd in De Standaard en De Morgen. Eén van de bekendste werken van Gruwez is het in 1998 verschenen Het land van de wangen. In dit autobiografische verhaal staat het Oosten van Vlaanderen centraal.

    Nu, meer dan twintig jaar later, schrijft hij over de plaats waar zijn wortels liggen: het Westen van Vlaanderen. Het resultaat hiervan is Het land van handen, een mengeling van brieven, dromen en dagboekaantekeningen, allemaal geschreven met een nostalgische ondertoon. Critici loven Gruwez’ stijl, compositie, humor en mededogen.

    Het land van de handen
    Auteur: Luuk Gruwez
    Uitgeverij: De Arbeiderspers