Op 14 januari werd aan Cynthia Mc Leod een belangrijke Surinaamse Cultuurprijs, vernoemd naar de Surinaamse dichter Trefossa, uitgereikt. Kevin Headley schreef erover voor de Surinaamse krant De Ware Tijd.
De Henri Frans de Ziel (Trefossa) Cultuurprijs 2025 is dinsdag uitgereikt aan de gerenommeerde schrijfster en cultuur ambassadrice Cynthia Mc Leod. Naar mijn mening geheel verdiend. Tante Cynthia, zoals ik haar ook respectvol noem, heeft door haar boeken, maar ook door haar onderzoek en presentaties, Suriname steeds waardig gepresenteerd. Daarbij blijft ze kritisch. Ze is nog steeds een bron van inspiratie voor velen, ook voor mij.
De samenleving van Suriname is in ontwikkeling en moet geprikkeld worden met diverse bronnen om kritischer te worden. Kunst en literatuur zijn daarbij belangrijke onderdelen. Veel mensen in Suriname weten nog te weinig over hoe je naar films of beeldende kunst kunt kijken, hoe je literatuur kunt interpreteren en hoe je zowel kunst als literatuur kunt inzetten om vraagstukken van de samenleving zichtbaar te maken en te bespreken. Het is vrij makkelijk om dit op het bord van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur te leggen, terwijl wij als samenleving er zelf ook wat aan kunnen doen.
Het stimuleren van kunst en literatuur kan al vroeg beginnen. Samen tekenen en kleuren met onze kinderen, met hen naar goede en educatieve films kijken, boeken lezen en daarna met hen praten over wat ze hebben gezien of gelezen, zijn simpele acties die kinderen en jongeren kunnen prikkelen om zelf op zoek te gaan naar kunst en literatuur. Denk bijvoorbeeld aan het voorlezen van klassiekers zoals ‘Hoe duur was de suiker’ van Cynthia Mc Leod of verhalen van Edgar Cairo. Deze verhalen kunnen niet alleen een inkijkje geven in onze geschiedenis en cultuur, maar ook een basis leggen voor kritisch denken en waardering voor het geschreven woord.
Naar de mensen toegaan met kunst en literatuur is meer dan ooit een must. Velen focussen zich nu vooral op overleven door de economische crisis en hebben nauwelijks ruimte voor culturele uitstapjes die juist belangrijk zijn voor de mentale gesteldheid. In het verleden heeft zowel Readytex Art Gallery als Villa Zapakara kunstprojecten uitgevoerd waarbij zij scholen bezochten. Gedurende deze projecten kregen jongeren de kans om kunst te ervaren en samen te werken met kunstenaars, wat resulteerde in de creatie van diverse kunstwerken. Ook projecten zoals het Jongeren Boekenweek Festival hebben de doelgroep in aanraking gebracht met Surinaamse schrijvers, waardoor literatuur tastbaarder en relevanter werd.
Kunst en literatuur zijn altijd belangrijke onderdelen geweest in mijn leven. Als kind volgde ik tekenlessen op de Nola Hatterman Art Academy. Daarnaast heb ik veel geleerd door gesprekken met schrijvers en kunstenaars zoals George Struikelblok, Marcel Pinas, en Sri Irodikromo. Mijn waardering voor literatuur is gegroeid door ontmoetingen met schrijvers zoals tante Cynthia, maar ook Chris Polanen en Robby Parabirsing, beter bekend als Rappa. Ook gesprekken met filmmaker Pim de la Parra hebben mijn appreciatie voor filmkunst verhoogd.
Deze column verscheen eerder in de Surinaamse krant De Ware Tijd.
Kevin Headley (1983), woonachtig in Paramaribo, is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Hij schrijft voor OneWorld, schreef blogs voor Tirade.nuen publiceert verhalen op Papieren Helden.
‘Suriname is mijn basis,’ zegt schrijver en dierenarts Chris Polanen. ‘Ik ben hier geboren en heb hier van mijn tiende tot mijn twintigste gewoond. Ik ben weliswaar naar Nederland vertrokken waar ik inmiddels veertig jaar woon, maar ik voel me nog heel erg verbonden met Suriname. Mijn moeder woont er nog, familie, vrienden en kennissen. Suriname betekent nog steeds veel voor mij. De basis van mijn schrijven is altijd het verlangen naar Suriname geweest. Als ik schrijf, schrijf ik vanuit deze plek. De hoofdpersonen, de gebeurtenissen, die zijn altijd gesitueerd rond mijn ouderlijk huis of in deze buurt, Paramaribo Noord.’
Niemand zo blij als Chris Polanen om voor de tweede keer in Suriname zijn boek Centaur te presenteren. De eerste keer was eerder dit jaar voor een kleine groep vanwege de toen geldende Covid-19 maatregelen. De schrijversavonden zijn weer hervat na de pandemie. Deze keer wordt het boek voor een grotere groep gepresenteerd tijdens de tweede thema-avond van de Schrijversgroep ‘77 in Tori Oso.
Niets te verwachten
Centaur gaat over de student Gili die droomt van een grote liefde en van studeren in Nederland. Van zijn vader, een populaire politicus en playboy die niet naar zijn kinderen omkijkt, hoeft hij niets te verwachten. Zijn enige kans: als springruiter met de oude hengst Norbert meedoen aan een wedstrijd om met het prijzengeld zijn studie te kunnen betalen. In de aanloop naar de wedstrijd ontmoet hij niet één, maar twee vrouwen die zijn leven volledig op zijn kop zetten en kan hij niet langer geheim houden dat hij Norbert beter aanvoelt dan gewoon is voor een ruiter en zijn paard. Als zijn vader wordt opgepakt na een bomaanslag op het regime blijkt dat Gili en hij elkaar meer nodig hebben dan ze durven toegeven.
‘Ik ben in 1983 vertrokken naar Nederland,’ zegt Polanen. ‘De universiteit ging hier dicht. Alles stortte zo’n beetje in, veel studenten gingen weg. Ik heb dit boek gesitueerd in het Suriname van 1990, maar de hoofdpersoon die een student is, in dezelfde positie van de jaren tachtig gezet. Hij zit op de universiteit, er gebeurt niks, hij weet dat hij voor een goede toekomst naar Nederland moet om te studeren. En daarna hoopt hij terug te komen. Ik heb geprobeerd dat gevoel van die tijd te beschrijven. Van “hoe voelden mensen zich en wat zagen ze als mogelijkheden”. Ik heb ook dingen uit andere tijden toegevoegd. Mijn eerste boek Waterjager was een experiment. Ik ben eraan begonnen, maar ik wist niet precies wat ik kon en wat het zou worden. En ik wilde een heftig boek schrijven over waar veel conflict was, een harde maatschappij, een fictieve maatschappij, en dat is gelukt. Dit boek geeft een realistischere maatschappij weer, maar ik heb mezelf ook als schrijver ontwikkeld. Ik weet wat ik kan als schrijver, wat een beetje de stijl is waar ik naartoe wil. Dit boek bevat veel meer humor, veel meer romantiek en ik zie het ook als onderdeel van mijn ontwikkeling als schrijver.’
De band van vader en zoon
In ontspannen sfeer lunchen we bij de Gadri naast Fort Zeelandia, langs de Surinamerivier waar het lekker waait, de zon zijn tanden piert en wij veilig onder een parasol zitten met om ons heen toeristen die genieten van Switi Sranan (lekkere Surinaamse hapjes). Polanen vertelt dat Centaur een deels autobiografische roman is. De hoofdpersoon Gili, een afspiegeling van hem, probeert ondermeer een relatie met zijn vader op te bouwen, de vader van Polanen.
‘Als je een roman schrijft moet je heel diep gaan en je nergens voor schamen. Zolang je probeert stoer te doen of probeert dingen te verbergen word je nooit een goede romanschrijver. Je moet alles blootgeven. Dat is een van de geheimen van een goede roman en dat heb ik hier ook gedaan. Mijn gevoelens over mijn vader zijn ambivalent. Ik ben wel trots op hem, hij was een bijzondere man, hij was een goede dichter en een heel charismatische en intelligente man. Maar ik voelde ook een bepaalde boosheid tegenover hem omdat hij eigenlijk nooit naar mijn moeder en mij heeft omgekeken. Dus beide dingen heb ik gebruikt, zonder iets achter te houden.’
Controle over zijn vader
Polanen kent zijn vader Pieter Polanen alleen van verhalen, hij heeft hem nooit bewust gezien. ‘Hij was bekend en ook wel berucht zou je kunnen zeggen. Het was logisch dat ik hem ooit in een roman naar voren zou brengen. Alleen, de vraag was hoe? Uiteindelijk besloot ik hem zo goed mogelijk te beschrijven, niet te veel fantasie op hem los te laten, maar alle verhalen die ik van hem ken te bundelen. Verhalen van mijn moeder, van vrienden en familie en dan zo goed mogelijk beschrijven wat voor persoon hij was. Daarmee gaf ik mezelf de kans om gesprekken met hem te voeren en te kijken wat voor relatie ik met hem zou hebben gehad als hij nog geleefd had. Hij is overleden toen ik zeven was en ik heb hem alleen als klein kind ontmoet. Ik heb dan ook geen herinneringen aan hem. Het was een logisch thema dat in het boek aan de orde zou komen. Ik heb het ook zo onderzocht dat het in een breder verband gezien kan worden; hoe is de relatie van Surinaamse vaders met hun zonen. Dat heb ik in mijn boek proberen uit te werken.”
Het opbouwen van een relatie lijkt in eerste instantie niet gemakkelijk voor Gili aangezien zijn vader wordt gearresteerd voor een bomaanslag, net als de vader van Polanen. Echter, pas op het moment dat zijn vader in de gevangenis komt, is er een mogelijkheid om een relatie op te bouwen, omdat de vader nergens meer naartoe kan en niemand anders hem opzoekt. ‘Het moment dat ik mijn vader tijdens het schrijven in de gevangenis zette werd het schrijven ook makkelijker. Je zou kunnen zeggen dat ik toen eindelijk controle over hem had gekregen.’
Heimwee
‘Ik ben puur gaan schrijven vanuit heimwee,’ antwoordt Polanen op de vraag vanwaar de passie om te schrijven komt. ‘Mijn remigratie was mislukt en op een gegeven moment ben ik gaan schrijven over Suriname. Ik had nooit gedacht dat ik schrijver zou worden. Ik begon met columns, over de mislukte remigratie, wat ik beleefde toen ik weer naar Suriname kwam, want ik kwam nog wel op vakantie. Ik schreef daarna een hele serie columns. Mensen waren enthousiast daarover. Dus ik ging ook meer columns schrijven voor de Waterkant, de Parbode en de Ware Tijd. Uit die columns zijn de korte verhalen voortgekomen, verhalen die zich in Suriname afspeelden. Ik deed mee met schrijfwedstrijden en won meestal wel iets. Op een gegeven moment won ik de eerste prijs hier in Suriname bij de Ware Tijd Literair voor het kortverhaal ‘Carnaval’ dat zich afspeelt in Paramaribo Noord, bij de Brazilianen. En toen had ik zoiets van “Ik kan die roman ook wel schrijven”.’
‘Het schrijven van die eerste roman Waterjager kostte mij zes jaar. Dat was een struggle, want ik moest zoeken naar een eigen stijl, hoe bouw je die roman op, de personages en de sfeer. Het was een leerproces. De tweede roman ging al sneller en veel makkelijker.’
In Nederland wint Polanen steeds meer terrein als schrijver van kleur. ‘De literaire wereld van Nederland is een witte wereld. Er zijn weinig schrijvers van kleur. Maar in deze tijdgeest is het een voordeel, men is op zoek naar verhalen van schrijvers met andere culturele achtergronden. Er wordt nu wel gedacht dat een Surinaamse schrijver interessant is.’
Centaur / Chris Polanen / Lebowski Publishers / 352 pagina’s
Centaur is één van de tien boeken die genomineerd zijn voor de prijs Beste Boek voor Jongeren in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig. De shortlist is samengesteld door een jury van volwassenen: ‘De diversiteit in personages is groot en dat geldt ook voor de auteurs. Die voldoen natuurlijk al langer niet meer aan het achterhaalde beeld van uitsluitend witte elitaire mannen van (voorbij de) middelbare leeftijd. De auteur van nu (x/v/m) is jong, oud, zwart, van kleur, wit, queer, hetero, cis en trans. Dit maakt de verhalen divers en zorgt ervoor dat steeds meer jongeren zich gerepresenteerd kunnen zien in de literatuur. Ontzettend fijn, ontzettend belangrijk en bovenal ontzettend terecht.’ Een jury van zes jongeren zal de twee winnende boeken bepalen en in september bekendmaken.
Het beroemdste paard uit de wereldliteratuur moet dat van Don Quichot zijn. Rocinante, vrij vertaald ‘gammele knol’, is al te oud om te worden verwerkt in een stukje paardenvlees, laat staan het Iberisch schiereiland te doorkruisen. Toch drukt de Don zijn plan door en in zijn drieste waan een ridder te zijn, peigert hij het arme beest af. In Centaur galoppeert een soortgelijk nobel ros de Nederlandstalige canon binnen: Chris Polanen vertelt in dit nieuwe boek over de Surinaamse Gili (Guillaume) en zijn Hollandse, stokoude springpaard Norbert. Ze kunnen elkaars gevoel overnemen en begrijpen.
In een verzengend Paramaribo traint het duo voor het wereldkampioenschap springconcours, waarin het geldt als één van de outsiders; een echte dark horse. De winnaar strijkt drieduizend euro op en daarmee wil Gili dierengeneeskunde in Nederland studeren. Hiervoor moet hij eerst wat hindernissen trotseren op het vlak van liefde, vriendschap en familie. En hoe belegen deze drie motieven ook klinken, Polanen ontstijgt moeiteloos het niveau van een blasé streekromannetje.
Uit Centaur spreekt liefde voor Suriname, die zich in tegenstrijdige gevoelens uit. Het boek walmt van machismo, dat menig man parten speelt. Polanen geeft de pijn van Suriname weer via drie zeer interessante bijfiguren, van wie Gili eveneens zielsveel houdt. Tot slot hanteert Polanen een even nuchtere als verleidelijke schrijfstijl, waar hij het sentimentele repertoire niet schuwt. En hoewel dit soms ergernis oproept, vallen zijn vergalopperingen te verdedigen: ik-verteller Gili is namelijk adolescent en adolescenten blinken niet uit in nuance.
‘En nu begrijp ik het: waarom mannen vrouwen slaan’
Gili heeft een probleem. Hij valt op twee vrouwen tegelijk: Maaike uit Nederland, ‘een elfachtig sprookjeswezen’ en Louise uit Frans-Guyana, ‘een Caraïbische Sophia Loren’, bovendien zijn concurrente tijdens het WK. Tot overmaat van ramp is Gili maagd, maar aan de sterke seksverhalen van zijn Surinaamse leeftijdgenoten heeft hij niets: ‘Vervolgens liepen de bordeelverhalen uiteen. (…) Het bleek plotseling heel moeilijk het condoom om te krijgen. Waar. Door de spanning werd de toli slap. Waar. (…) Behalve parfum waren er andere, vreemde geuren. Waar. (…) Hij hield het tien, twintig, dertig minuten vol. Bullshit. Hij deed het twee, drie keer achter elkaar. Bullshit. De vrouw kwam klaar. Bullshit. Bullshit. Bullshit.’
Gili trekt fel van leer tegen zijn mannelijke landgenoten die continu het cliché van de Surinaamse, afwezige vader bevestigen. Hoewel Gili zich hoffelijk, als volleerd ridder, opstelt richting dames, zit het machismo eveneens in hemzelf. Zo plaatst hij Louise als volgt op een voetstuk: ‘barstend van sensualiteit, zich nog niet bewust van de onvoorstelbare ravage die ze zal aanrichten in al die nog onwetende, dommige mannenharten.’ Kortom: een aantrekkelijke vrouw is gevaarlijk en brengt niets dan pijn. Die pijn raak je overigens nooit meer kwijt, want huilen maakt je zwak. Om nog maar te zwijgen van de grootste doodzonde voor mannen: praten over je gevoel. ‘In Suriname kan je nog beter vertellen dat je door de duivel bezeten bent dan toegeven dat je een psycholoog bezoekt.’
Suriname hurts
‘Was sich liebt, das neckt sich’, luidt het Duitse gezegde. Oftewel: waar je van houdt, dat doet zeer. Gili houdt van Suriname, hoezeer het zijn inwoners ook kwetst. Vooral vrienden Shane en Hugo en vader Pieter ervaren de keerzijde van het land.
Shane, ooit ’s lands grootste springtalent, is inmiddels staljongen op Norberts manege. Na een tegenvallende carrière bekommert niemand zich om hem en hij glijdt af naar de rand van de maatschappij: ‘Nu is hij een junkie. In Suriname kun je beter een hond zijn dan een verslaafde.’ Hugo, voormalig zwemkampioen, kan fluiten naar zijn zwemloopbaan als hij in de Verenigde Staten met een republikeins vriendinnetje wordt opgepakt: ‘Hoe dan ook kwam het neer op seks of een relatie tussen een zwarte jongen zonder geld en een wit meisje met geld. Dan maakte het niet meer uit hoe hard de zwarte jongen kon zwemmen.’ In de knop gebroken bezwijkt Hugo aan lymfekanker door de gebrekkige gezondheidszorg in Paramaribo.
De grootste schlemiel is Gili’s vader. Pieter ambieert namelijk een politieke opmars waarin hij de Baas, vermoedelijk Bouterse, wil afzetten. Plotseling wordt hij verdacht van een bomaanslag op de president. Waar Gili zich in eerste instantie afzijdig houdt van zijn vader, begrijpt de zoon hem in gevangenschap steeds beter: ‘Na Nederland heeft onze eigen elite een puinhoop van het land gemaakt en (…) het laatste restje waardigheid dat we hadden, aan flarden geschoten en samen met al het bloed weggespoeld.’ Van Gili’s aanvankelijke afkeer van zijn vader om diens veelwijverij, ijdeltuiterij en uitsloverij blijft weinig over, zeker als zijn ouweheer de duurste prijs betaalt voor rebellie…
Centaur: man en paard noemen
Stilistisch toont Polanen zich een enfant terrible. Doorgaans etaleert de schrijver een verfijnde soberheid, als springruiter die snel én doelgericht naar het eindpunt raast. Bij het herkennen van racisme noemt hij man en paard, zonder ook maar een moment te prediken. Op bezoek bij zijn vader in de gevangenis merkt Gili op: ‘Voor me staat een jonge Javaanse vrouw met een klein meisje op de arm. (…) Ik doe mijn best niet te analyseren of ze een creoolse vader heeft, maar dat gebeurt binnen een seconde. Donkere huid en dik, krullend haar. Ja dus.’ Zonder expliciet te vertellen of te oordelen over racisme dat in individuen rondwaart, beseft de lezer: zelfs wie zich als kleurenblind of onbevooroordeeld beschouwt, is door een koloniaal systeem volgepropt met raciale overtuigingen.
Sporadisch zoekt Polanen te veel naar rauwe emotie in een scène die op zich al genoeg ontroert. Uitgerekend als Louise op Norbert rijdt, een hoogtepunt uit Centaur, poogt Polanen een extatische lichaamuittreding bij haar te verwoorden. Zo krijgt de Cervanteske distantie tot de inhoud ineens een mierzoete, Sturm-und-Drangachtige bijsmaak à la Julia van romanticus Rhijnvis Feith. Na de eerste vrijpartij met Louise wil Gili meer over die uittreding weten: ‘Ze sluit haar ogen en haalt diep adem. ‘Ik ging van het leven naar… iets anders. Een soort niets. Vol mogelijkheden. Er zat alles in wat er gebeurd was en nog moest gebeuren. Mijn moeder, mijn vader, hun ouders en voorouders. Verdriet. Vreugde. Geboorte. Dood. Ontelbare keren. Te veel om te weten.’’ Ter verdediging: de jongvolwassenheid van de twintigers leent zich dan wel weer uitstekend voor Sturm und Drang.
Suriname: niet over het paard getild
Eén passage verwoordt de trots van Suriname in het bijzonder. Als Franse ruiters tijdens de springwedstrijd van hun paard vallen, beperken ze zo snel mogelijk hun gezichtsverlies. Hoe anders is dat bij Surinamers: ‘Ze slagen erin lachend op te krabbelen en naar het publiek te zwaaien (…). Generaties Surinamers voor ons zijn met deze aanpak blijven lachen, hoe uitzichtloos het leven ook was. Het is onze zwakte en onze kracht.’
Dit is de laatste oogst voor de vakantie, hierna gaan we freewheelend de zomervakantie door. Met een boekenpakket op de bagagedrager of in de rugzak, gelezen en gereisd zal er worden. In de zomerperiode zullen er nog enkele recensies geplaatst worden, en er is de zomerrubriek waarin medewerkers van Literair Nederland laten zien welke boeken ze deze zomer gaan lezen. Voor nu een fijne zomertijd en tot eind augustus!
Harlekijn is het debuut van Robert Jan Heyning (1957). Heyning was verbonden aan het Noord Hollands Toneel en schreef verschillende toneelteksten. Het boek gaat over de zoektocht van een man naar zijn broer en de wereld waarin deze leefde.
Na de zelfverkozen dood van zijn broer verkeert de ik-figuur in een staat van verdoving. Als de ik-figuur enkele maande na de dood van zijn broer aan het sterfbed van een oude vriend zit, vraagt hij zich af: Heb ik mijn broer gehoord en gezien? Heb ik hem liefgehad en heb ik hem mijn liefde laten voelen? Wat zat er achter zijn agressieve zelfdestructie?
Het gevoel gefaald te hebben als broer, als mens, blijft op onvoorspelbare momenten vanuit het donker commentaar geven; snerend, sussend, geestig, liefdevol en cynisch. Gaandeweg begint het vermoeden te ontstaan dat de broer zijn hele leven zelf heeft bedacht, zich de werkelijkheid bedacht die hij zich wenste. En wat is de werkelijkheid?
Auteur: Robert Jan Heyning
Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
Een liefde
Een liefde is de tweede roman van de Spaanse schrijfster Sara Mesa (1976) die in het Nederlands vertaald is door Nadia Ramer. Een liefde gaat over de jonge vertaalster Natalia die de stad ontvlucht en een huisje huurt op het platteland. Ze is niet bekend met de onderlinge omgang van het plattelandsleven. De huisbaas is een onbetrouwbare man die haar een zwerfhond brengt als gezelschap. ‘Vliegen strijken neer op zijn licht opgezette buik, die bedekt is met rauwe plekken.’
Er is een zigeuner die haar van alles verkoopt, een hippie die haar zegt wat ze wel en niet moet doen, een gekke, oude buurvrouw, een Duitser, het meisje bij de supermarkt en dan die hond, die ondanks haar goede zorgen weigert om binnen te komen. In contact met deze individuen en de hond ontstaan er misverstanden, zijn er vooroordelen die niet altijd ontkracht kunnen worden. In Spanje werd Een liefde tot beste roman van 2020 uitgeroepen. En zeker een roman voor de zomer, bij de tent of in de tuin te lezen.
Auteur: Sara Mesa
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Centaur
De in Suriname geboren Chris Polanen (1963), is naast schrijver, dierenarts in de Bijlmer. Hij kwam op twintig jarige leeftijd naar Nederland, begon te schrijven uit heimwee naar Suriname. Nu is hij een schrijvende dierenarts van verhalen en columns. Centaur, zijn tweede roman speelt in de jaren negentig in Suriname, tien jaar na de staatsgreep, na de december moorden. In een interview in Parool, als hem gevraagd wordt of het een ode aan Suriname is, laat hij weten dat het dan wel een harde ode is. Polanen studeerde in die jaren aan universiteit in Suriname toen deze dicht ging besloot hij naar Nederland te gaan.
Centaur is een roman over identiteit, verlangen en volwassen worden in Paramaribo en opent aldus: ‘De hoeven van Norbert doen het zand hoog opstuiven. Het verspreidt zich in de lucht die boven de weg trilt. Ik laat de teugels vieren en veeg het zweet van mijn voorhoofd.
Het heeft al weken niet geregend. Gras verdort en kreken vallen droog. het zand stuift over Paramaribo en neemt de stad over. Ik wrijf in mijn ogen en spuug zandkorrels uit. In mijn haar, oren en neus laat ik ze zitten. Als een dier probeer ik me aan te passen aan een omgeving die steeds vijandiger wordt.’