• Het geloof in verzet

    Het geloof in verzet

    Chris Keulemans noemt zichzelf een reizende schrijver. Vanuit Amsterdam Noord reist hij als zestiger de wereld over, na een lange loopbaan in de journalistiek en in het management van drie bekende cultuur- en debatcentra: De Balie, Perdu en de Tolhuistuin. Zijn visie als journalist, auteur van fictie en non-fictie en als debatleider klinkt door in dit boek over mensen die opstandig zijn en zich verzetten. Keulemans komt uit een gezin van progressieve ontwikkelingswerkers uit de tijd dat een linkse instelling een levenshouding was. Als kind zwierf hij met zijn ouders de wereld over, en dat is hij blijven doen. Met aandacht voor vluchtelingen, de uitgeslotenen, de gemarginaliseerden, soms de mislukten. De rode draad in zijn leven vol eigen verzet, in de krakersbeweging, in de linkse De Balie, is goed zichtbaar in dit boek.

    Keulemans neemt ons mee naar het inmiddels beruchte grensgebied tussen Wit-Rusland en Polen, waar veel immigranten in soms hemeltergende situaties van ontbering en angst terechtkomen. Gesandwiched als zij zijn door Poolse regering die deze ‘gelukszoekers’ liever kwijt dan rijk is en de gecombineerde Wit-Russische en Russische pogingen om mensen als middel in een hybride oorlogvoering tegen het Westen te gebruiken. Het is het cynisme van de huidige geopolitieke situatie sinds de Russische agressie tegen Oekraïne in februari 2022. In deze uithoek van Europa, in Polen maar dichtbij Litouwen en Wit-Rusland, bevindt zich een landgoed dat ooit het ouderlijk huis was van de Pools-Amerikaanse Nobelprijswinnaar literatuur van 1980, Czeslaw Milosz (1911-2004), maar dat nu een soort vrijplaats en opvangplek is voor de ontheemde vluchtelingen. Borderland. Terzijde: ‘Oekraïne’ is Slavisch voor grensgebied. Ook uit Oekraïne zijn er sinds voorjaar 2022 vluchtelingen ter plaatse.

    Op het landgoed

    Op het landgoed waart de geest van de kosmopoliet Milosz nog rond. Geen vrolijke man, schrijft Keulemans. ‘Op de schaarse foto’s is hij niet van plan te glimlachen.’ En even later ‘De onglimlachende jongen werd nooit een man die zich neerlegde bij de wetten van hoe het hoort. Hij overleefde ze door ze te negeren.’
    Keulemans beschrijft hoe zijn oude vriend Adam destijds het vertrouwen van Milosz won toen die na een jarenlang verblijf in San Francisco rond de millenniumwisseling terugkwam naar zijn geboortegrond. Adam woont met een groep kunstenaars en intellectuelen op het landgoed en Keulemans heeft gevraagd of hij er, het drukke Amsterdam moe, mocht komen schrijven. Hij constateerde bij zichzelf en bij de gemeenschap op het landgoed eerst vreugde en optimisme. ‘Van de opstanden tegen overheersers die dit gebied trachtten in te lijven, de een na de ander, klinkt alleen een verre echo. Het voelt bijna alsof ook de harde grenzen zijn opgelost, alsof Vilno en Koningsberg en Brest nog altijd binnen een dagreis met paard en wagen te bereiken zijn.’ Toch klinkt de echo van het befaamde, ook door Keulemans genoemde boek ‘Bloedlanden’ van Timothy Snyder hier door als triest stemmende aanvulling op dat Borderland.

    Nauwkeurig en met veel invoelingsvermogen worden de dilemma’s van de vluchtelingen beschreven (hoe vaak probeert iemand het opnieuw om Polen binnen te komen en tegen welke prijs). Van de Poolse grenswachten, politie en autoriteiten, maar ook van de hulpverleners en de ‘gewone’ inwoners die bijna gedwongen worden zich tot dit probleem te verhouden. Het bijzondere van dit boek is dat we allemaal wel een notie hebben van de vrijwel onhoudbare situatie daar, die vaak journalistiek is beschreven, maar zelden zo literair is weergegeven. Want dat doet Keulemans, in pakkende, korte zinnen en fraai taalgebruik. ‘Het landschap draagt de geschiedenis als een parasol zo licht.’ En ‘Als vrieslucht op de eerste winterdag hangt er waakzaamheid tussen de bomen.’

    Zinloze grenzen

    Niet alleen contrasteert de steeds nijpender wordende vluchtelingenproblematiek met Keulemans’ eigen en in eerste instantie optimistische observatie, hij maakt ook zelf een ontwikkeling door. ’Vroeger zat ik overzichtelijk in elkaar. Van grenzen ging ik op rood. Zinloos vond ik ze, uitvindingen van een angstige natuur, die strepen in het zand, die fortificaties.’ Maar hij is veranderd, volwassener geworden. ‘Ik begrijp nu beter waarom grenzen bestaan en ben er des te feller op tegen.’ Van daaruit zoekt hij een antwoord op de vraag: wanneer en hoe komen mensen in verzet. Wanneer wordt individueel verzet een beweging, zoals die de laatste decennia vaak zichtbaar was op pleinen in de hele wereld.

    Keulemans bouwt lichtjes een systematiek verschillende fases van dit verzet op in maar liefst dertien stappen. Hij werkt deze lijst niet echt uit, waardoor het geen leerstellig boek is geworden. Integendeel, hij pakt scène na scène uit met verschillende plekken in de wereld waar onrecht heerst en verzet ontstaat. Hij schuwt daarbij het contrast niet, van gemene trucs bij het jeugdvoetbal in Amersfoort tot de directe nasleep van 9/11 in de Verenigde Staten. Hij is op dat moment in New York en rijdt vijf dagen na de brute aanslag naar Princeton. Daar maakt hij contact met een ‘oorlogssocioloog’ die aanvankelijk ‘uitgelaten’ was over de aanslagen maar later toch bij zinnen bleek te komen.

    Een bijzondere ervaring, de gevolgen van de aanslagen eerst verdringen door vreugde dat er nu eindelijk verzet is getoond tegen het verfoeide Amerikaanse systeem. En hij legt contacten in de collegebanken. ‘De graatmagere activiste die strafrecht studeert is een praatmachine.’ Zij organiseert die week een Peace Meeting die nogal wezenloos blijkt te zijn. ‘Even later zat ik in een kelder tussen dertig mensen die elkaar onwennig aankeken. De hele bijeenkomst had iets clandestiens. Vrede is deze week geen populair woord.’ Later loopt hij mee in een Vredesmars in de buurt van Princeton. ‘Op straat staan de mensen te kijken. Verbouwereerd misschien, maar niet agressief.’ Na afloop van de demonstratie gaat Keulemans naar zijn auto. ‘De maan boven de daken is een witte sikkel. Er klinken krekels. De eekhoorns wandelen bedaard over de paden. Opeens denk ik: als ze dit zouden vernietigen, dit paradijs van kennis en onwetendheid, dat zou ik niet kunnen verdragen.’

    Niet genoeg ellende

    En zo springt Verzet de wereld over. Naar Tunesië, Oekraïne/Maidan, Minsk, Bagdad – waar het standbeeld van Saddam Hussein omver wordt getrokken: ‘Een verstandige dictator zorgt in het hele land voor stevige sokkels en krakkemikkig gereedschap.’ Naar het Martelaarsplein in Beiroet bij een jaarwisseling, naar Jakarta en ook heel vaak naar ons vertrouwde Amsterdam. Zoals een mars in 2015 na de agressieve bejegening in een aantal gemeenten van asielzoekers, met een hoofdrol voor Nasrdin Dchar, die verder geen vervolg krijgt maar wel een mooie middag op het Museumplein betekent. Waar behalve Dchar, Jerry Afriyie spreekt. ‘Weloverwogen articulerend spreekt hij zijn grimmige liefde uit voor een onvolmaakt land.’ Ook Oekraïne in oorlog haalt Keulemans aan, met een mooi citaat van reporter Olaf Koens die een oude vrouw die met trillende hand rozen knipt met een schaartje, vraagt waarom ze dat doet. ’Als je dat niet snapt heb je niet genoeg ellende meegemaakt.’

    Het boek meandert langs recente gebeurtenissen en verder terug in de tijd. Van de RaRa aanslag op toenmalig staatssecretaris Aad Kosto tot herinneringen aan de roerige Amsterdamse situatie in 1980 tot lokale acties als ‘Verdedig Noord’ in Keulemans’ buurt in Amsterdam. Hij blijft geloven in verzet, zonder illusies maar wel met hoop. ‘Wat verzet onderscheidt en uiteindelijk sterker maakt dan de macht is de verbeelding; het zichtbaar maken van mogelijkheden.’
    Verzet is een boek van een auteur met een fluwelen pen. Geen politiek boek, maar wel een goed geschreven verhaal over politiek, onrecht, verzet, protest. Soms als de druppel die de steen uitholt, soms als een spectaculair moment dat niet altijd standhoudt zoals de Arabische Lente. De wereld rond vanuit Amsterdam Noord. Het is de moeite van de inspanning waard. En van het lezen.

     

     

  • Videogesprek met Salman Rushdie in De Balie

    De stem van Rushdie is er nog: Luister naar dit gesprek in de Balie met Chris Keulemans en Asis Aynan, zei vertellen over hun (zeer verschillende bevindingen) over Rushdie’s laatste boek Mes. Yoeri Albrecht is gespreksleider en interviewt Salman Rushdie via een videoverbinding. Rushdie spreekt over zijn antwoord op geweld en censuur als kunstenaar en beantwoordt vragen uit het publiek.

    Voor het eerst na de moordpoging op Salman Rushdie (12 augustus 2022) in de VS, spreekt hij in Nederland over zijn werk en over de aanslag.

  • Oogst week 12 – 2024

    Verzet

    In Verzet schrijft Chris Keulemans (Tunis, 1960) over de strijders, de denkers, de slachtoffers en de leiders die hij ontmoet. ‘Het moment dat mensen tot verzet overgaan fascineert me. Wanneer klikken ze wakker? Wanneer kookt het onrecht over? Wat hebben ze nodig om in actie te komen – en wie? Wie worden de leiders, wat kenmerkt ze en heeft de beweging ze nodig?’ En: ‘hoe ontstaat de verbeelding van een wereld waarin de vijand niet bestaat?
    Overal zie ik mensen in verzet komen. Het onrecht valt ze van alle kanten aan. Ze weten niet waar ze moeten beginnen. Van een betere toekomst durven ze niet eens te dromen. Maar ze komen overeind. Ze zoeken bondgenoten. Grimmig verzet is het vaak, ontstaan uit wanhoop, woede en lijfsbehoud. Gedoemd te mislukken. Onmogelijk te weerstaan. Zoals in mijn geboortestad.’

    Keulemans schrijft al jaren over kunst, engagement, migratie, muziek, cinema en oorlog in boeken, kranten en tijdschriften (o.a. de Volkskrant, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer). Voor zijn publicaties reisde hij de hele wereld rond. In 2021 kwam zijn boek Gastvrijheid uit bij Uitgeverij Jurgen Maas waarin hij op zoek gaat naar de kunst van de gastvrijheid. Deze week verscheen bij dezelfde uitgeverij Verzet. Het boek wordt op zondag 24 maart a.s. gepresenteerd bij Boekhandel van Noord op het Buikslotermeerplein in Amsterdam. Daar zal hij geïnterviewd worden door Massih Hutak. Hutak is rapper en schrijver, zet zich in voor leesbevordering en geeft rap- en schrijfworkshops.

     

    Verzet
    Auteur: Cris Keulemans
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Nu in november

    Met haar roman Nu in november die oorspronkelijk in 1934 in de Verenigde Staten verscheen won Josephine Johnson een jaar later de Pullitzer Prijs voor fictie. Ze was toen 24 jaar.

    Nu in november is het verhaal van een gezin – vader, moeder en drie dochters – dat van de stad naar het platteland verhuist om een nieuw leven op te bouwen.

    […] ‘We verhuisden onze bedden mee in de huifkar. De auto was verkocht, evenals het leeuwendeel van onze inboedel. We hadden ons andere leven achtergelaten alsof het nooit had bestaan. Alleen wat we vanbinnen met ons meedroegen, de dingen die we hadden gelezen en in ons geheugen hadden opgeslagen, reisde met ons mee, samen met de boeken die we drie generaties lang hadden verzameld maar niet konden verkopen omdat de aarde al tot haar knieën in de boeken waadde. We verruilden een wereld die in de knoop zat, in de war was en zichzelf overschreeuwde voor een omgeving die even hard was en mensen net zo goed kon dwarsbomen of verjagen, maar waar je er ten minste iets voor terugkreeg. Dat gold voor de oude dan weer niet.’ […]

    Het leven op het platteland is zwaar, en er breekt een tijd van grote droogte aan.
    Nu in november is niet alleen het verslag van die moeilijke tijd door de ogen van een van de dochters, maar vertelt ook over klasse, ras, en klimaat en is daardoor nog steeds actueel.

    Nu in november
    Auteur: Josephine Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De Parelduiker, 2024/1

    In het eerste nummer van dit jaar van De Parelduiker is het de beurt aan Julien Ignacio (Goudjakhals) om antwoord te geven op de door De Parelduiker aan jonge schrijvers gestelde vraag welke boeken of schrijvers op hen van invloed zijn (geweest), en op welke manier.

    Reinjan Mulder beschrijft de Amsterdamse jaren van de Duitse exilschrijfster Grete Weil: haar pijnlijke ervaringen als fotograaf in de Beethovenstraat, en haar onderduik in de stad. Nu de Hollandse Schouwburg, waar zij bij de Joodse Raad werkte, weer als gedenkplaats zijn deuren opent, vraagt Mulder zich af: hoe heeft Grete Weil zich twaalf jaar lang in Amsterdam staande gehouden?

    Voorts o.a.:
    – Als je geen toekomst hebt, stem je op het verleden’. Bulgaarse dichters en een nabije oorlog in Sofia (Jan Paul Hinrichs)
    -‘Huizen storten in, liefde verbleekt’. Rolland, Zweig en Martin du Gard boven het strijdgewoel (Bart Slijper)
    – In de rubriek De Laatste pagina: John Albert Jansen, 1954-2024 (Anton de Goede)
    – In de rubriek ‘Schoon en haaks’: Jan Paul Hinrichs bespreekt marginale uitgaven van en over Hein van der Hoeven & Diederik Gerlach, Harry Mulisch, Frieda Koch & Lucebert, Thomas Rosenboom, Ramón Gómez de la Serna, Hans Kleiss, Maurice Gilliams en F.C. Terborgh.
    – En nog veel meer.

    De Parelduiker, Tijdschrift over schrijvers, literatuur en hun geschiedenis
    Uitgever Van Oorschot
    Losse nummers €14,50
    Jaarabonnement €59,50 (digitaal: €36,75).

     

    De Parelduiker, 2024/1
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • De reiziger

    De reiziger

    Er staat een jongeman in een oranje hesje aarzelend met een motorzaag bij de haag op de scheidslijn van onze tuin. De motor ronkt, ik open de tuindeur, roep, ‘Hey, hallo!’ Hij hoort me niet. Ik loop naar hem toe. Hij trekt de gehoordempers van zijn hoofd. Hij weet niets van hagen die niet gesnoeid mogen. ‘Dat geeft niet’, zeg ik. Het dunne snorretje waarachter een slordig litteken zichtbaar is, trilt. Zijn strakgetrokken ogen kijken me aan alsof er een oppermacht spreekt. Ik denk koffie, zeg, ‘het geeft niet, ik begrijp het, rustig maar’, (nee, niet dat laatste), als heb ik te maken met een in het nauw gedreven hinde (ook jongens zijn hindes). Hij stapt achteruit. Ik zeg nog, ‘Bedankt! Zie hem weglopen. Heb ik nu iemand weggestuurd? Denk aan mijn moeder, voor wie het gewoon was stratenmakers, huisschilders koffie aan te bieden. Ook denk ik de wereld aardig te begrijpen, volg het sociale debat, lees de kranten. Toch heb ik me nog nooit zo onwetend gevoeld als na het lezen van de verhalen van een reiziger, een cultuurverbinder. Over gastvrijheid, waarvan ik alles dacht te weten.

    In de hoofdstad van Albanië ziet de reiziger te midden van nieuwbouw op een eilandje in het midden van de rivier een traditioneel stenen huis. Waarom is dat blijven staan? Zijn gids vertelt over Albanese tradities. Dat je iedereen die aan jouw deur klopt binnenlaat. Ze te eten en een slaapplek geeft zolang ze willen blijven. In dat stenen huis woont een ouder echtpaar dat ooit hun zoon verloor, doodgeschoten door een jaloerse klasgenoot omdat hij zoende met het meisje dat hij ook begeerde. Na de moord klopte de jongen aan bij het huis, de ouders lieten hem binnen, gaven hem een maaltijd, een bed. Een andere traditie zegt dat je met je gasten mag doen wat je wil zodra ze één stap buiten de deur zetten. ‘De vader heeft zijn geweer klaarliggen. De jongen die hem zijn trots en geluk heeft ontnomen, intussen een volwassen man, verlaat het huis niet. Zo is het al jaren. En zolang de situatie niet verandert, blijft het huis daar staan.’

    Waarna dit boek over vreemdelingen, oorlog, gastvrijheid, me niet meer loslaat. Waarin ‘vreemde in eigen stad’ een andere connotatie  krijgt dan die van overlast door vluchtelingen ervaren. De weg teruggaan die de vluchteling gekomen is, dat is wat de reiziger doet.

    Hij bezoekt een kerkhof in Tunis. Een man bij een vuurtje waarboven een koperen theepot hangt, vraagt naar zijn bedoelingen. De reiziger, ‘Mij interesseert de horizon die mensen meenemen naar Amsterdam. Ik denk dat ik ze niet goed kan ontvangen als ik die niet ken.’ De man wijst hem op een oudere dame, haar huishouden om haar heen uitgestald, stapels gevouwen wasgoed. Ze heeft vijf zoons. De moordenaar van Nice, Brahim Aouissaoui, was haar jongste, vertelt de man. Hij sprak hem wel eens, niks mis mee, tikje schichtig. Kocht zich een plek op een boot die het haalde naar Lampedusa. Daar kon hij niet blijven, met zijn laatste geld ging hij naar Frankrijk. Daar liep hij de kathedraal van Nice binnen, vermoorde de koster, twee biddende vrouwen. ‘Sindsdien doet zijn moeder niets anders dan kleren wassen en vouwen en koken voor haar jongens, die ze verbiedt een stap buiten het kerkhof te zetten. Ze mogen niet eens naar de zee kijken. Laat staan ernaartoe. Die mensen hebben geen horizon meer over.’
    Het is een van de mooiste, wonderlijkste verhalen in deze bundel, die al mijn gepolderde ideeën over gastvrijheid onder water zetten. Dan heb ik het nog niet gehad over de jongen die model stond voor de omslag van het boek. Een geweldig mooi boek dat je opnieuw wilt lezen, om het zoekende, de fijnheid van het vertellen. Te achterhalen wat de werkelijkheid is, die steeds iets rechter in beeld te krijgen.

     

    Gastvrijheid / Chris Keulemans / pag. 243 / Uitgeverij Jurgen Maas


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest de godganse dag, schrijft daarover.