• Oogst week 5 – 2025

    Morlands schaduw

    Cherry Duyns vertelt verhalen en doet dat op veel manieren. Hij is film- en theatermaker, is verantwoordelijk voor vele tv-programma’s en schrijver van talloze artikelen over kunst en cultuur. Hij is regisseur, acteur, redacteur. Hij schreef ook tientallen boeken. In zijn nieuwe roman Morlands huis is hoofdpersoon Sebastiaan met pensioen gestuurd. Om daarvan te bekomen vertrekt hij naar een Waddeneiland.

    ‘Ik kijk naar het eiland dat op mij wacht. Ik kom er al zo lang, ik heb er mijn herinneringen, ik weet er de weg, ken ieder schelpenpad. De duinen en de kwelder zullen mij troosten, de vergezichten boven zee zullen mij verzoenen met het bestaan, de stille wolkenluchten zullen me kalm maken.’

    Uitkijkend over zee zoekt hij in de stilte de rust, maar de komst van een brief gooit die rust overhoop. De schrijfster ervan, Sofie, afkomstig uit IJsland, denkt dat hij de halfbroer is naar wie zij al lang op zoek is. Na een ontmoeting met haar gaat Sebastiaan met enige tegenzin met haar mee naar het woeste landschap van IJsland. Want hij is toch nieuwsgierig. Vanaf dan wordt hij gedwongen anders naar zijn verleden te kijken.

     

    Morlands schaduw
    Auteur: Cherry Duyns
    Uitgeverij: Uitg. Atlas Contact (2025)

    Amerigo

    Stefan Zweig (Wenen, 1881-1942) hield van de tijd waarin hij geboren was en noemde die “de gouden eeuw van de zekerheid”. Hij reisde veel, zowel binnen als buiten Europa en zag Europa als een samenhangend cultuurgebied. Totdat het nazisme opkomt. In 1933 verruilt hij Salzburg voor Londen. Hij krijgt de Britse nationaliteit en schrijft zijn autobiografie, De wereld van gisteren over het Europese leven en de literaire, kunstzinnige en politieke kringen. In WOII gaat hij naar de Verenigde Staten en vestigt zich daarna in Brazilië. Daar pleegt hij in 1942 samen met zijn echtgenote zelfmoord uit teleurstelling over het verval van de Europese cultuur. De dag voor zijn dood verscheen Amerigo. Zweig had grote belangstelling voor het verleden en behalve novellen, romans en essays schreef hij psychologisch verantwoorde biografieën over Europese historische en literaire personen, onder wie Erasmus, Marie Antoinette en Freud.

    Columbus ontdekte in 1492 Amerika, hoewel hij zelf dacht dat het Indië was. Maar van de Florentijnse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci (1454-1512) werd de naam gegeven aan het nieuwe continent. Stefan Zweig vroeg zich af hoe dat kwam. Was Vespucci een misleider? Of was hij een pion in een groter spel van macht en toeval? Over de reizen van Vespucci zelf bestaan twijfels. In Amerigo schrijft Zweig over de grote ontdekkingen van de zestiende eeuw waarin moed en navigatiekunst van groot belang waren. Ambitie, misverstanden en propaganda echter wogen soms zwaarder dan de werkelijkheid.

     

    Amerigo
    Auteur: Stefan Zweig
    Uitgeverij: Uitg. IJzer (2025)

    De grote kuur

    Het hoofdpersonage uit De grote kuur van Johannes van der Sluis is psycholoog Paul Bleicher. Hij bezondigt zich aan grensoverschrijdend gedrag, wat het einde van zijn praktijk betekent. Daardoor stort hij in en wordt hij opgenomen in een kliniek. Als hij daar weer uitkomt is zijn huwelijk op de klippen gelopen. Bleicher besluit om naar een kuuroord in het Italiaanse Merano te gaan om er te schrijven. Hij verblijft in een klooster en komt in contact met een streng katholieke Poolse die hij onder zijn hoede neemt, wat hem duur komt te staan. Zijn volgende besluit is het reizen naar München om daar het door hem zelf bedachte ‘Vierde Rijk’ op te richten. Het Vierde Rijk zet verdeling en vernietiging in de plaats van de liefde en de vereniging van het ik en het niet-ik. ‘Ik zal er niet lijdzaam bij staan kijken. De tijd is nabij en de lezer weet dat de tijd inmiddels is gekomen.’
    Bleicher lijdt aan depressie en dwangneuroses, hij beschikt over een zelfdodingspil en plast af en toe in zijn broek. Zijn grootvader was een nazi, een feit dat ook een innerlijke strijd oproept.

    De grote kuur is Van der Sluis’ eerste roman. Eerder publiceerde hij de dichtbundels Een mens moet ook niet alles willen weten (2018, onder de naam Giovanni della Chiusa), Ik ben de verlosser niet (2020), Profane verlichting (2022) en de ‘dichterlijke verdediging’ Mijn vaderland (2024) met persoonlijke gedachten over de nationalistische Nederlandse politieke koers. Van der Sluis is hoofdredacteur van Hollands Maandblad.

     

    De grote kuur
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Uitg. Jurgen Maas (2025)
  • In memoriam Armando 1929 – 2018

    Dichter, prozaïst, muzikant, theatermaker, schilder en beeldhouwer Armando  is op zondag 1 juli overleden in Potsdam, hij was 88 jaar. Armando (18 september 1929) kreeg bij geboorte de naam, Herman Dirk van Dodeweerd mee maar heeft die nooit willen gebruiken. Zijn Italiaanse grootmoeder en zijn moeder noemden hem van kleins af Armando. En zo is het gebleven.

    Geboren in Amsterdam verhuisde Armando in 1939 met zijn ouders naar Amersfoort. Daar, waar eerst alleen heide en bos was waar hij als jongen speelde, werd in de oorlog door de Duitsers een concentratiekamp gebouwd. Het geweld dat in het concentratiekamp gebruikt werd en tot ver buiten het kamp werd waargenomen, waren van grote invloed op Armando’s werk. Hij deed daarvan verslag in het boek De straat en het struikgewas, waarvoor hij de Multatuli-prijs (1988) kreeg. In 1979 breekt hij internationaal door als kunstenaar en in datzelfde jaar verhuist hij naar Berlijn waar hij tot 2004 zal blijven wonen. In 2008 verhuist hij opnieuw naar Duitsland, nu naar Potsdam.

    Armando beoefende meerdere kunstdisciplines maar werd bij het grote publiek vooral bekend door de tragikomische serie Herenleed (1971-1994), die hij samen met Cherry Duyns en Johnny van Doorn maakte voor de VPRO. En wellicht door de brand in 2007 in de Ellenboogkerk in Amersfoort, waar het Armando Museum gevestigd was. Door die brand is veel van zijn werk verloren gegaan. Er werd wel gezegd dat Armando te goed was om de lieveling van het publiek te worden.

    Maar zijn thema’s over goed en kwaad, dader en slachtoffer reikten verder dan de oorlog. De tragiek van de mens en het weten dat elk mens, als deze van hogerhand de permissie krijgt een ander te onderdrukken, dat ook zal doen, daar was Armando van doordrongen. ‘Je moet niet veel van de mensen verwachten.’ zei hij in een interview met Trouw (2014): ‘Wreedheden zitten óók in de mens.’ En in landschappen, hoe idyllisch ook. Schuld en onschuld was ook en belangrijk onderwerp in zijn werk en waar het gedicht ‘Getuigen’ uit zijn laatste bundel Liever niet (2017) en verschenen bij Atlas Contact uitdrukking aan geeft.

    ‘er zijn geen getuigen meer
    getuigen van de dingen die ze zagen
    die ze moesten zien maar niet meer willen zien
    getuigen die steeds blijven zwijgen
    getuigen die vertellen over dingen die ze graag gezien hadden
    getuigen die niets zagen die nooit iets gemerkt hebben
    getuigen van zon en schemer van dampige gestalten
    getuigen die geen getuigen zijn omdat ze te laat naar voren drongen.’

    Als dichter debuteerde hij in 1953 in ‘Podium’, pas in 1964 debuteerde hij met een bundel, die hij de titel meegaf ‘Verzamelde gedichten’. In de jaren zestig sluit hij zich aan bij de Nul-beweging en ontwikkelt zich in die jaren ook als fanatiek bokser. Daarover publiceert hij een drietal cycli gedichten ‘Boksers’, de Engelstalige reeks ‘Fighters’ en ‘September in de trein’. Als kunstenaar en schrijver stond hij bekend als tegendraads. In Berlijn werkte hij jarenlang in het oude atelier van nazi-beeldhouwer Arno Breker. In zijn schilderwerken domineert het zwart, maar ook het rood, in plakkaten aangebracht gebruikte hij graag. Hij schilderde verkoolde bomen, zwarte vlaggen en landschappen in monumentale afmetingen. Over zijn ervaringen in Berlijn schreef hij columns voor NRC Handelsblad, die later werden gebundeld.

    Hij muntte de term ‘schuldig landschap’, als ook, ‘schuldige bomen en bossen’ die de thematiek van zijn werk behelsde. De natuur zag hij als getuige van gruwelijke oorlogshandelingen en andere misdaden. In elke idylle hield zich een kern van het kwaad verborgen, volgens Armando. ‘Het bos heeft alles gezien en toegelaten, zonder een woord te zeggen. En het staat er nog: onbewogen als altijd.’ (uit: Aantekeningen over de vijand, 1981).

    Er stond een overzichtstentoonstelling in de steigers voor het jaar 2019, waarin hij negentig zou worden. De onderhandelingen met directeur Suzanne Swarts van Museum Voorlinden waren in volle gang. Aan dood gaan dacht Armando niet. Hij had nog veel ideeën, om te schilderen te schrijven. De laatste jaren liet zijn gezondheid te wensen over, zijn rechterarm kon hij niet meer gebruiken en hij werd afhankelijk van een rolstoel.

    Armando was een veelzijdig man en behoorde tot een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse kunstenaars. Nationaal en internationaal werd hij gewaardeerd als beeldend kunstenaar, schrijver, documentairemaker en violist. In 2010 portretteerde Cherry Duyns Armando in de documentaire  Armando, portret van een vriend, over de tragiek van de mens en het gevecht met de eeuwigheid. ‘Kunst maken is niet leuk,’ aldus Armando in de film.

    Zijn werk werd met verschillende prijzen bekroond. Voor zijn gebundelde column Machthebbers (1983) ontving hij de F. Bordewijkprijs en Multatuliprijs. Voor zijn hele oeuvre ontving hij in 1985 de Jacobus van Looyprijs voor dubbeltalenten.

    In Komrij’s Nederlandse Poëzie (15/16e druk) is Armando opgenomen met twee gedichten, waaronder: ‘Waarom zouden we wat we gedaan hebben om vergeving vragen’.

    om vergeving vragen waarom
    hebben we gedaan wat we moesten doen

    we deden wat we konden om niet
    te weten dat we leefden

     

    Foto: Conny Meslier