• Een avond Poetry International

    Een avond Poetry International

    Het is een warme woensdagavond in Rotterdam als de 47e editie van Poetry International  plaatsvindt. Dit keer in het sfeervolle RO theater in plaats van in de imposante Rotterdamse Schouwburg. Waar ik mij voorgaande jaren (was het 2009 en 2014?) in een elegant poëziepaleis waande en over de glanzende stenen vloer schreed met het geluid van rinkelende glazen in mijn oren, bevind ik mij nu met beide benen op (artistieke) grond.

    Bohemien knus theater
    De foyer van het RO Theater is een eenvoudige kleine ruimte: één bar, wat tafeltjes met stoelen, tapijt op de vloer. Buiten op het terras zitten vooral vijftigplussers met een glas wijn het programma door te nemen. Een groepje festival-vrijwilligers en dichters bespreken uitgebreid hun uitgaansavonturen en nieuwe poëzie. Een vrouw steekt een joint op. Ik zie hoe een jonge dichter en een oudere dichter elkaar met warmte begroeten en informeren naar elkaars nieuwe bundels. Ik begrijp de keuze voor deze nieuwe locatie – dichters en hun bewonderaars horen thuis in bohemienne, knusse theaters.

    Om vijf voor acht hoor ik de vrouw van de joint zeggen dat we nog zeven minuten hebben. Ik loop naar de studiozaal om te gaan luisteren naar de voordracht van drie internationale dichters. In de studio hangt een aangename, lichte houtgeur. Achterin nemen bezoekers plaats op de tribune, enkele bezoekers kiezen een stoel bij een tafeltje dichtbij het podium. Het licht dimt en de gastheer introduceert de dichters.

    Reading: Three Poets
    Jeet Thayil (1959) is een Indiase vijftiger die met zijn gekleurde brillenglazen, pak en charisma, doet denken aan George Michael. Thayil introduceert elk gedicht met de (veelal exorbitante) titel, inhoud en een kort technisch verhaal over de vorm van het gedicht. Thayil vertelt in meerdere gedichten over het verwoestende effect van drugsgebruik, en over zijn eigen heroïne verslaving  (The Heroin Sestina).In een cynisch gedicht protesteert hij  tegen de Indiase overheid (The Rules For Citizens). Tenlotte is er ruimte voor humor. Bij het laatste gedicht, The Consolations of Age (De troost van het ouder worden), laat hij eerst een stilte vallen en dan: There are none. It is a blank page. Het publiek lacht, en Thayil lacht uitbundig mee.

    De volgende dichter is de Italiaanse Laura Accerboni (1985). Een kleine vrouw met een bos krullen neemt plaats achter de photo_laura_accerboni_4x4jpg_220x500microfoon. Ze citeert haar gedichten aan één stuk, waarbij het niet altijd duidelijk is waar het ene gedicht eindigt en het andere begint. Met grote, indrukwekkende ogen schetst ze ons bizarre, gewelddadige en surrealistische beelden voor. Ze slaat spijkers in haar handen zodat ze niet meer beven (‘’Coldness’’). In ‘’Yesterday the tallest boy’’ kauwt een zoon op stenen om zijn moeder te tonen dat een vernield huis alleen maar een vernield huis is. De mensen in het publiek zijn stil en lijken niet te weten hoe om te gaan met de dreunende woordenmars van Accerboni. Als ze klaar is krijgt ze een luid applaus.

    De laatste dichter is de Nederlandse Anneke Brassinga (1948), die vorig jaar de P.C. Hooft prijs won voor haar gehele poëzie oeuvre. Ze krijgt direct de volle aandacht van het publiek door haar indringende blik en vloeiende, verhalende voordracht. Brassinga deelt in haar gedichten veelal haar gemengde gevoelens en gedachten over vergankelijkheid. Eén van de mooiste voorbeelden hiervan is De goede afloop. Ze begint het gedicht met de vraag:

    Wat doen we hier eigenlijk?

    Later in het gedicht:

    Wat we niet doen is opletten/Of is de afgrond onzichtbaar, of/bestaat er geen afgrond voor je erin valt/langs gladde steenwand suist?

    Aan het einde van het gedicht raakt ze mij onverwacht met tederheid:

    In het gras naast de beek op de bodem/wacht God, zo blij als een moeder die al die/tijd thuis is gebleven, met ’n schaaltje pinda’s,/sherry in het glas. En vanachter de bloeiende/bomen, eindelijk daar komen ze, de vermisten/voor wie je onmisbaar, die jij niet missen kon.

    The Complete Works
    the_complete_works008jpg_220x500Na een pauze ga ik naar The Complete Works. Een documentaire van Justin Stephenson over het werk van de experimentele Canadese dichter bpNichol (1944-1988), een pionier in de concrete-, sound– en digital poetry. Dit zijn termen die ik nog nooit gehoord heb, dus ik ben nieuwsgierig. In de documentaire verschijnen verschillende oude vrienden van bpNichols die zijn werk citeren en iets vertellen over hun band met de dichter.

     

    Een rode draad is de vriend die het gedicht Billy The Kid voorleest: een kort verhaal over een cowboy die vanwege zijn kleine geslachtsdeel allerhande onverstandige beslissingen neemt, zoals het neerschieten van mensen. Een andere vriend laat een voorbeeld zien van bpNichols sound poetry: hij maakt een geluid wat lijkt te beginnen als een normaal woord, maar vervolgens alle kanten op gaat – van hoog en snel gepiep tot een lange, uitgerekte geeuw. Het publiek lacht voorzichtig. De voordrachten worden afgewisseld met korte fragmenten van geluid, beeld en poëzie. Wat deze fragmenten precies zijn wordt niet duidelijk: is het het originele werk van bpNichols, is het kunst waarbij bpNichols’ poëzie wordt gebruikt of is het iets anders? Deze vraag blijft mij bezig houden.

    Met mijn hoofd vol poëzie verlaat ik het theater. Buiten is het afgekoeld en begint het te schemeren. Ik loop de Witte de Withstraat uit en denk aan de dichters op het terras, dat ze geïnspireerd naar huis zullen gaan. Net als ik.

     

  • Twee zonen en hun moeders

    Twee zonen en hun moeders

    Margaret Mazzantini (1961, Dublin) is schrijfster en actrice. Ze begon haar acteercarrière in 1980 in de beruchte horror cult film Antropophagus, en speelde bijna twintig jaar in diverse films, het theater en voor televisieproducties.
    In 1994 debuteerde ze met haar roman Il Cantino Di Zinco (Het zinken teiltje), waarvoor ze de Campiello Prijs en Rapallo-Carige Prijs won voor het beste debuut. In 2004 werd haar succesvolle roman Non ti muovere (Ga niet weg) verfilmd door haar partner Sergio Castellitto, met in de hoofdrol Penelope Cruz. In het voorjaar van 2014 verscheen haar korte roman Morgenzee.

    Morgenzee is het verhaal van twee zonen en hun moeders: de Libanese Farid en zijn jonge moeder Jamila, en de 18-jarige Vito en zijn moeder Angelina op Sicilië.
    Het eerste deel gaat over Farid en Jamila, die in de zomer van 2011 uit Libië vluchten voor het bewind van Khadaffi. Na een zware tocht door de woestijn gaan ze mee op een boot met een groep andere vluchtelingen, hopend op een betere toekomst in Europa. Maar de boot is oud en er is niet genoeg benzine, water en eten. Al snel worden de passagiers ziek, wat Mazzantini uitvoerig beschrijft: ‘Iedereen is bleek, zo grijs als touw. Iedereen heeft overgegeven. Het braaksel stroomt over de bodem, over het weke hout, achter het aanhoudende geroffel van de zee aan.’ Als het drinkwater opraakt droogt Farid uit. Jamila hoopt dat haar zoon eerder zal sterven dan zij, omdat hij anders ‘zou moeten voelen hoe eenzaam de zee is.’ Ze denkt aan een prooidier in de woestijn dat ze ooit heeft zien zitten naast zijn dode moeder, omringd door roofdieren in de nacht.

    Het tweede deel draait om Vito en Angelina, die leven op Sicilië. Vito is net klaar met de middelbare school en weet niet wat hij wil gaan doen met zijn leven. Hij doodt de tijd met hard rijden met zijn vrienden en uitgaan. Angelina overdenkt haar jeugd in Libië, waar ze woonde voordat ze met haar ouders moest vluchten naar Europa en de ontluikende liefde tussen haar en haar vriend Ali achter zich moest laten. Angelina kan het verleden niet loslaten en spendeert de meeste tijd met ronddwalen op het eiland en roken. Als ze de kans krijgt om terug te keren naar haar geboorteland grijpt ze deze. Samen met Vito’s oma keren ze terug naar Libië, om te zien wat er over is van hun vroegere leven. Ze zoeken Ali op. Hij is een rijke man geworden, vriendelijk en knap, maar niet warm. ‘En toch had hij een strakke en doordringende blik. Net zo roerloos als dat huis, zonder frisse lucht, als een bunker.’ Angelina weet zich geen houding te geven bij deze teleurstellende ontmoeting.

    Aan het einde van het boek komen de verhalen samen. Vito vind een talisman op het strand en denkt aan de boten met vluchtelingen die hij eerder heeft gezien, met uitgehongerde passagiers. Niet lang daarna hakt Vito de knoop door en verhuist naar Engeland. Angelina moet haar leven alleen voortzetten.

    Morgenzee vertelt een verhaal over families, liefde, oorlog en nostalgie. Mazzantini’s oog voor detail schept een sfeervol en filmisch beeld van Libië en Italië, wat soms op het randje pretentieus is maar er net niet overheen tuimelt. Dit komt door de afwisseling van verfrissende eenvoudige en poëtische zinnen, zoals ‘[Angelina] beeldde zich in dat ze naar Tripoli zou zwemmen. Dat ze daar half vis en half vrouw aan land zou gaan, net als in het sprookje van de zeemeermin, en in de buurt van de stad van de kalksteen en de johannesbroodbomen zou blijven om haar clandestiene lied te zingen.’ En: ‘Toen kwam die dag in september. De avondklok. De stad werd gehuld in een deken van stiekem gedoe, zwevend in stilte.’

    De levens van Farid, Jamila, Vito en Angelina vormen een zwaar verhaal: ze worden allen geteisterd door oorlog en verlies. Maar vooral de moeders zijn sterk en levenslustig, ook als ze zonder hun zonen verder moeten. Jamila houd haar stervende zoon vast en zingt voor hem. Als Vito is vertrokken maakt Angelina haar huis schoon: ‘Ze leefde nog. Het was natuurlijk alleen maar angst geweest.’ Die kracht en hoop inspireert de lezer van het boek: ook ik kan het leven aan.


    Morgenzee

    Auteur: Margaret Mazzantini
    Vertaald door: Miriam Bunnik en Mara Schepers
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s:
    Prijs: € 14,90