• Tijdloze verhalen over buitenstaanders en angsten

    Tijdloze verhalen over buitenstaanders en angsten

    Andrew Leander belandt na een lange busreis dronken en verward in een stationsrestauratie. Hij weet niet waar hij is en ‘hij had geen nauwkeuriger besef van de tijd dan ergens tussen middernacht en ochtend. Wel wist hij dat hij het zuiden had bereikt, maar dat hij nog vele uren zou moeten reizen voor hij thuis was’. Zijn toestand is nauwelijks beter als de restauratie gaat sluiten: ‘Hij had zin om naar buiten te gaan en zijn stem te verheffen en in de nacht te zoeken naar alles waarnaar hij verlangde’. In de pagina’s tussen het betreden van de eetgelegenheid en de sluiting ervan heeft de auteur van het verhaal, Carson McCullers, ons meegenomen in de mijmeringen van Andrew over zijn twintig levensjaren tot nu toe. Zeventien ervan bracht hij door in een stad in de staat Georgia – het doel van zijn busreis – en drie in New York. Jaren van eenzaamheid en treurig verlangen met maar een paar vrienden aan wie hij zich nauwelijks durft toe te vertrouwen. Maar ook een jeugd met muziek als troost.

    ‘Zonder titel’ staat er boven het verhaal. Het is één van de twee langste uit Alle verhalen van Carson McCullers, negentien in totaal. Net als ‘Zonder titel’ zijn ze geen van alle echt autobiografisch, maar in alle zijn wel episodes en sferen uit het leven van de schrijfster te herkennen.

    Reuma

    McCullers (1917 – 1967) werd geboren in Columbus in Georgia. Ze bleek al vroeg een talentvol pianiste. Haar moeder was ervan overtuigd dat Carson grote roem zou oogsten op de wereldpodia en oefende daarvoor grote druk op haar uit. Haar droom bleek onhaalbaar toen ze reuma kreeg. Een aanvankelijk verkeerde diagnose en dito behandeling bezorgden haar een lang ziekbed, dat ze lezend doorbracht met grote schrijvers als Dostojevski, Proust en Joyce. Ze ging, net als haar geesteskind Andrew hierboven, naar New York, waar ze een cursus creative writing volgde.
    Ook de reuma en de mislukte concertcarrière zijn in haar verhalen terug te vinden. Zoals in ‘Wunderkind’, haar eerste in een tijdschrift gepubliceerde stuk, geschreven onder haar meisjesnaam Smith, toen ze zeventien was. In dat verhaal verschijnt pianiste Frances op haar pianoles met ‘trillende pezen die van haar knokkels naar beneden liepen, de zere vingertop omwikkeld met een vuile pleister die omkrulde’. Haar (van geboorte Duitse) docent blijft maar zeggen dat ze een ‘Wunderkind’ is. Het is een prestatiedruk waaronder Frances uiteindelijk bezwijkt.

    We herkennen McCullers’ huwelijkservaringen – ze trouwde twee keer met James R. McCullers wiens achternaam ze bleef voeren – in ‘Moment van het uur erna’. Het beschrijft een echtpaar dat elkaar met de whiskyfles steeds in de buurt afwisselend liefheeft en haat en de leegte tussen hen bevecht.

    Eenzaamheid

    McCullers schuwde geen enkel onderwerp. Toen ze drieëntwintig was verscheen haar eerste roman die haar blijvende bekendheid zou bezorgen, The Heart is a Lonely Hunter (In Nederland verschenen als Het hart is een eenzame jager) over eenzaamheid, afwijzing en verlating, over seksuele geaardheid, rassendiscriminatie en klassenverschillen. Opnieuw werd ze een wonderkind genoemd. Haar tweede roman, over homoseksualiteit binnen het leger, zorgde voor veel beroering. In totaal schreef ze vijf romans voor ze in 1976 stierf aan een hersenbloeding.
    De vijf romans zijn allemaal vertaald door Molly van Gelder deze bundel verhalen ook van een nawoord voorzag. Ze schrijft onder meer dat McCullers zich verbonden voelde met het eenzame bestaan van mensen die buiten de maatschappij vallen door hun uiterlijk of hun sociale status. Zelf was ze wit, maar ze voerde zwarte personages met evenveel inlevingsvermogen op als witte.

    Hoewel haar concertloopbaan mislukt was, bleef muziek één van McCullers’ liefdes. In bijna elk van de negentien verhalen komt die dan ook terug, hetzij in personages die musici zijn, hetzij in op de muziek geïnspireerde beeldspraak of vergelijkingen. Dat betreft dan vooral klassieke muziek en fuga’s van Bach in het bijzonder. Als zijn ex-vrouw Elizabeth in ‘Tijdelijk verblijven’ een prelude en fuga van Bach speelt, zoals ze dat vroeger deed, confronteert deze muziek John Ferris bijvoorbeeld met zijn manier van omgaan met mensen. Ze hebben elkaar acht jaar niet gezien, Elizabeth is hertrouwd en John heeft eveneens een andere, onduidelijke, liefde. Ze zien elkaar een paar uur bij Elizabeth en haar gezin thuis. Met als kantelpunt het stuk van Bach dat zij speelt. John wordt overvallen door het gevoel dat hij bij niemand meer echt hoort.

    Koning

    De verhalen snijden ernstige zaken aan en zetten in enkele bladzijden een krachtige psychologie neer van de betrokkenen, zoals in het geval van genoemde John Ferris ten huize van Elizabeth in deze zin: ‘Zijn eigen leven leek zo eenzaam, een broze zuil die niets meer draagt, tussen de brokstukken van de jaren’. Toch hebben de verhalen een lichtheid van toon die ze soms des te tragischer maakt. Een ontroerend voorbeeld daarvan is ‘Madame Zilensky en de koning van Finland’. Het hoofd van een muziekopleiding, Brook, heeft madame Zilensky als docent binnengehaald. Ze is erg goed in haar werk – ze is tevens componist van symfonieën – maar Brook ontdekt geleidelijk aan dat ze een pathologische leugenaar is als het gaat over haar leven. Zo zou ze zelfs de koning van Finland in een slee hebben zien passeren. Als Brook haar vertelt dat Finland geen koninkrijk is en haar verhaal dus niet waar kan zijn, vlucht ze in nieuwe leugens. Tot Brook zelf een draai maakt door te zeggen: ‘Ja. Uiteraard. De koning van Finland. Aardige man?’

    Iets dergelijks gebeurt in ‘Een boom, een steen, een wolk’. Daarin treft een twaalfjarige krantenbezorger op de vroege morgen in een streetcar café een man die over een bierpul gebogen zit en plotseling een gesprek met de jongen begint over liefde. Hij laat daarbij foto’s zien van de vrouw die jaren geleden bij hem is weggegaan. Liefde is voor hem een theorie geworden. Hij doet zijn verhaal tegen de krantenjongen terwijl de barman de twaalfjarige meewarig probeert te waarschuwen voor deze gek. Nadat hij is vertrokken vraagt de jongen aan de barman of hij dronken was of een mafkees: ‘Of toch niet?’

    Tenslotte is er het tweede lange verhaal, het aangrijpende en diep tragische ‘Wie heeft de wind gezien? Ken Harris, de schrijver van één bejubelde en een daarop gevolgde mislukte roman, verkeert in een writer’s block en raakt steeds verder geïsoleerd in dronkenschap en wanhoop en zelfs waanzin. Zijn vrouw verlaat hem omdat ze zijn gedrag niet meer aan kan. Schokkend is de passage waarin hij op een leeg vel de letters x en r tikt om maar tikgeluiden te horen. En dan typt hij ‘De luie bruine vos sprong over de slimme hond’. In die Nederlandse vertaling gaat helaas de diepe tragiek ervan verloren. De zin, bekend als ‘The quick brown fox jumps over the lazy dog’, is immers het nietszeggende pangram waarmee louter alle letters van het toetsenbord worden uitgeprobeerd. In het origineel van McCullers luidt hij subtiel anders: ‘The lazy brown fox jumped over the cunning dog’, waardoor de vos juist lui is en de hond slim. Harris herhaalt hem een paar keer. Schrijnender kan zijn writer’s block niet worden beklemtoond.

    Bijna alle personages van McCullers zijn buitenstaanders, mensen die over de rand dreigen te vallen, vervreemd raken van wat normaal wordt geacht. Bange mensen. Maar ook mensen van alle tijden. De Leanders, de Ferrissen en Harrissen, ja zelfs de Zilensky’s, leven ook in onze tijd. En ze confronteren ook ons met onze eigen diepste angsten. Dat is de kracht van de verhalen van McCullers.

     

     

  • Spiegels van de tijd

    Spiegels van de tijd

    Het is alsof de thematiek van haar laatste roman, Klok zonder wijzers (1961) in de staart bijt van de eersteling die de Amerikaanse schrijfster Carson McCullers (1917-1967) publiceerde: Het hart is een eenzame jager waarmee ze bekend werd. Dit boek werd op deze website eerder gerecenseerd. Beide romans spelen in het zuiden van de Verenigde Staten (Georgia) van Amerika en gaan primair over rassensegregatie. Het hart is een eenzame jager speelt zich af in de jaren dertig en Klok zonder wijzers in de jaren vijftig van de vorige eeuw, de tijd waarin de rassenscheiding inmiddels onder druk is komen te staan.
    McCullers voert in Klok zonder personages vier personages, en daarmee ook vier perspectieven op. Het eerste is de gezagsgetrouwe J.T. Malone, een aan leukemie lijdende drogist en apotheker. Het tweede personage is een oude rechter, Fox Clane, een man met een verlamde linkerhand die eens Congreslid was en zich verzet tegen de emancipatie van de zwarte bevolking. Het derde personage is diens kleinzoon Jester, die juist voor de emancipatie van de zwarte bevolking is en homoseksuele gevoelens heeft voor Sherman Pew, een jongen van Nigeriaanse afkomst met blauwe ogen. Sherman – het vierde personage – werkt als secretaris voor Malone.

    Je zou kunnen zeggen, dat de aan longtuberculose lijdende dokter B.M. Copeland uit het eerste boek in de recent door Molly van Gelder vertaalde roman J.T. Malone als spiegelbeeld heeft. Maar voor hetzelfde geld kun je opperen dat de ‘Verlosser’ uit Het hart is een eenzame jager, John Singer, in Klok zonder wijzers geen spiegelbeeld maar een tegenhanger heeft in rechter Fox Clane, die zich in tegenstelling tot Singer juist verzet tegen de emancipatie van de zwarte bevolking.

    Los daarvan ben je als lezer vanaf de eerste regels weer helemaal thuis in de wereld en de prachtige, beeldende en empatische stijl van McCullers. Zelfs haar eerste regels vormen een spiegel, namelijk die van Anna Karenina van Tolstoj: ‘Gelukkige huisgezinnen zijn elkander gelijk; ieder ongelukkig gezin is daarentegen op bijzondere wijze ongelukkig’ (Tolstoj) en: ‘De dood is altijd hetzelfde, maar ieder mens gaat dood op zijn eigen manier’ (McCullers).

    Spiegelingen
    Ook in het verhaal zelf zijn allerlei spiegelingen terug te vinden. De arts van Malone is bijvoorbeeld een joodse arts, wat Malone doet denken aan de periode waarin hij voor een tentamen geneeskunde zakte, en joodse strebertjes ‘hem uit de universiteit hadden gewerkt en zijn vooruitzicht arts te worden teniet hadden gedaan. Niet dat Malone antisemitische gevoelens had, maar hij is wel jaloers. Op dr. Hayden, op de mede-studenten.’
    Een karaktertrek die helemaal past in het beeld van een man die later in zijn eer als kostwinnaar is gekrenkt, omdat zijn vrouw Martha het leuk vindt een handeltje te drijven in taarten bakken en het verkopen van verpakte sandwiches. Het past ook in de sjabloonachtige manier waarop Malone verder over zijn medemens denkt: de kinderen van de huisarts hebben (uiteraard) een haakneus, de donkere jongen die hem lijkt te achtervolgen is (uiteraard) gespierd.
    In die zin kan Malone het goed vinden met rechter Fox Clane. Eventuele bedenkingen tegen diens zeer behoudende ideeën onderdrukt Malone, vol eerbied voor het gezag; ‘Het was verre van hem zich te bemoeien met de steeds talrijker zaken van zo’n gewichtig man.’

    Door de karakters zo neer te zetten en uit te werken, schept McCullers een coherent, eenduidig en geloofwaardig verhaal, waarbij het zelfs mogelijk is om je als lezer in te leven in personages die qua ideeën ver van je af staan. Zelfs kleinzoon Jester, die tegen rassensegregatie is, kan zich soms even inleven in zijn grootvader. Even, want ook de harde kant van deze idealistische jongen brengt McCullers genadeloos naar voren: zijn irritatie wegens de handicap van zijn grootvader.

    Muziek
    Net als in McCullers debuut, speelt ook in deze roman muziek een grote rol. Dat is niet vreemd voor een schrijfster die pianiste had willen worden, maar door een reumatische aandoening dit toekomstvisioen in rook op zag gaan en daar zeker onder geleden zal hebben. In dit geval wordt er muziek gemaakt door Sherman Pew, die zingt en zichzelf daarbij begeleidt op gitaar. Jester wordt verliefd op wat hij zingt en tenslotte op Sherman zelf, die zichzelf gewichtiger voordoet dan hij is: ‘Ik wilde heel graag Tristan [van Richard Wagner, EvS] zingen bij de Metropolitan Opera, maar die rol is ongeschikt voor mij.’ Om het vervolgens op zijn huidskleur te gooien: ‘Eigenlijk zijn de meeste rollen in de Metropolitan erg beperkt voor mensen van mijn ras.’
    In zijn grootheidswaan komt Sherman de oude rechter nabij, die zichzelf vergelijkt met Shakespeare of – op z’n minst – diens rivaal Ben Jonson. ‘”Breng een dronk uit met je ogen, ik antwoord dan met die van mij.” Dat had ik ook kunnen schrijven, dat weet ik donders goed. Ja, dat had ik zeker ook gekund’,  meent hij.

    Negatief en positief
    Niet alleen spiegelen de personages zich aan elkaar, of zijn elkaars tegenpolen, er is ook sprake van negatieve en positieve uitersten, haast als communicerende vaten zoals bij Malone: terwijl de dood dichterbij komt, neemt zijn levensverlangen toe. Hij denkt ‘aan het leven dat hij niet had geleefd. Hoe kan hij nou doodgaan, vroeg hij zich af, als hij nog niet had geleefd?’ En hij laat zijn kleinzoon een nieuwe loep kopen om de krant te kunnen lezen, en een gehoorapparaat aanmeten en aan staar helpen. Zoals Jester zelf gloednieuwe kleren krijgt (schoenen, overhemd, broek) terwijl Sherman een huis huurt en laat inrichten met het mooiste van het mooiste en het modernste van het modernste. Allemaal om nare gedachten, aan de dood, aan racisme, eenzaamheid en een niet voluit geleefd leven te omzeilen en het idee te hebben iets te hebben ondernomen in het leven, in een zucht naar passie, vriendschap, liefde en (ja, ook dat) wraak. Het enige dat rest is de liefde van Martha voor haar man Malone.

    Klok
    Daarmee eindigt het boek waarin de klok een grote rol speelt, als metafoor voor de dood en als symbool voor de tijd die doorgaat, die verandert. Hij beiert aritmisch en dof als de dominee, bij wie Malone met zijn vragen over en dood aanklopt, door hem met een kluitje in het riet wordt gestuurd. Hij beiert met Kerstmis, waarin de geboorte van een kind, van nieuw leven wordt gevierd. Hij wordt in gedachten honderd jaar teruggezet wanneer de oude rechter de slavernij weer wil invoeren, ‘de basis van de beschaving.’ En wanneer zich iets vreselijks voordoet, slaat de klok twaalf uur en overstemt door het slaan het onheil: ‘Het was een wirwar van gewaarwordingen, schel licht, bronzen klokken en de galm van het stille middaguur.’ Het uur waarop een agent een zwarte medeburger ter dood brengt.
    Het was allemaal begonnen met een polshorloge, dat Sherman van de oude rechter had gekregen nadat deze hem van de verdrinkingsdood had gered. En het eindigt met het polshorloge van Malone dat twee minuten op ‘de dienstregeling’ achterloopt.

    Dit laat iets zien van de ongelooflijke zorgvuldigheid waarmee McCullers haar roman heeft geschreven, in die prachtige, beeldende en empatische stijl. Haar werk verdient een grote lezerskring. Omdat het groots is.

  • De chemie tussen interviewer en schrijver en een festival

    Het speelde zich voor een deel af in de Cloud van TivoliVredenburg. Te bereiken met een roltrap zoals je je die ooit voorstelde bij het liedje Roltrap naar de maan van Klein Orkest. Het laatste stuk te voet, traptreden beklimmend met aan een kant een gapende diepte (je zult maar hoogtevrees hebben). Hét literatuurfestival van Utrecht, waar vertalers bevraagd worden naar het hoe en waarom van hun vertaling. Of hoe iemand erbij komt een Nederlands boek in het Catalaans of Estlands te vertalen, zoals Herman Kochs Het diner. Een festival waar schrijvers gevraagd worden naar het hoe en waarom door interviewers die zelf schrijven en/of recensent zijn. Waar films worden vertoond in Filmhuis ’t Hoogt; documentaires over de levens van literaire helden als Konstatin Paustovski en James Baldwin, de schrijver van Go Tell it on the Mountain die in I’m not your Negro, op indringende wijze tot leven word gebracht. Waar literaire prijzen worden  uitgereikt, songteksten gekoppeld aan literair werk maar bovenal waar gesproken wordt over boeken en hun schrijvers die – buiten de Nederlandse schrijvers – werden ingevlogen vanuit Engeland, China, Duitsland, Noorwegen en Zweden.

    Literaire groupies

    Het was de tweede editie van het Internationale Literatuur Festival Utrecht (ILFU). De accommodatie beviel – buiten een enkel zaaltje – niet zo goed als de accommodaties in voorgaande jaren. Daarbij denkend aan de jaren toen het festival nog Ciy2Cities heette en het literaire volk door de straten van locatie naar locatie trok op de hielen gezeten door literaire groupies en leesclubfans. Dat was nog eens wat. De onverwachte ontmoetingen, het rouleren van publiek en schrijvers bleef nu merendeels achterwege. Bezoekers bleven in de stille ruimtes tussen twee zalen (of verdiepingen) hangen of verloor zich in de klanken van een bierfeest – dat niets van doen had met dat waar we voor gekomen waren – en waar je je snel doorheen baande op zoek naar de chemie van het festival.

    Er was naar uitgekeken. Hans Bouman die de tweede avond inluidde met een interview met de Engelse schrijver Graham Swift. Een bedachtzaam man die met sonore stem zijn verhaal vertelt, zijn denkwijze. Over Moeders zondag, Mothering Sunday dat het in Engeland van oorsprong een christelijke feestdag was waarop gelovigen terugkeerden naar hun ‘moederkerk’, in de streek waar ze vandaan kwamen. En wat een schrijver zou willen met zijn boeken, over de ontmoeting met de lezer. Swift zegt dat het leven voor iedereen verwarrend is. Hij zegt zich net zo te voelen als zijn lezers, en het lijkt hem goed die verwarring te delen: ‘Auteur; betekent autoriteit. Ik wil geen autoriteit hebben over mijn lezer. Ik zit in hetzelfde schuitje als zij, in dezelfde zee van verwarring. Verhalen vertellen is een soort van navigeren door die zee van verwarring. Waarbij hij uitkomt op het begrip vertrouwen: Áls ik enige autoriteit als schrijver bezit, is dat op het gebied van vertrouwen.

    Swift kreeg alle ruimte waarin hij bedachtzaam zijn relatie van schrijver met lezers en zijn uitgangspunt als schrijver uiteen zette; niet weerhouden door enige beschroomdheid. De vraag naar het begrip ‘vertrouwen in relatie tot zijn autoriteit als schrijver’ was interessant geweest. Wat kwam was de retorische vraag: U schrijft geen contemporary literatuur? ‘Te journalistisch’, pareerde Swift de vraag. En: ‘Er is geen roman die volledig hedendaags is omdat tijd voorbij gaat: wat je nu schrijft behoort alweer tot het verleden. De reden waarom mensen lezen is dat je het gevoel hebt dat – in welke tijd het ook speelt – je het in het hier en nu beleeft. Ze worden deel van de geschiedenis en alles wat er gebeurt, overkomt hen ook. Lees je het boek opnieuw, dan beleef je het weer.’ Een schrijver die de kunst van het vertellen beheerst in een  grote zaal vol publiek met de mythologische naam Pandora. Blauwe spotlights weerspiegelen in de brillenglazen van het publiek en verder alles donker: Swift las ter afsluiting – duidelijk niet vrijwillig – maar op perfecte wijze de eerste bladzijden van zijn Moeders zondag voor. Geen chemie, mooi was het wel.

    De kantoorroman

    Arjan Peters in een kleinere zaal, Punt zes, met Paulien Cornelissen en de Duitse vertaler – van o.a. Het Bureau van Voskuil – Gerd Busse. Ook hier nieuwe literaire inzichten: heeft de kantoorroman de plaats van de streekroman ingenomen? Peters vraagt aan Cornelissen of louter het gegeven ‘kantoor’ een aanwijsbare invloed van Voskuil is. ‘Het is een aantrekkelijke fictiebiotoop’, volgens Cornelissen. ‘Vroeger zat je vast in je streek, in je buurt en had je de streekroman. Het is fijn te schrijven over een biotoop waar alles op elkaar zit. Neem toren C, The Office.’ Cornelissen las Voskuil toen ze twintig was, het was een eye opener voor haar. Ze hield niet van de boeken die op de leeslijst stonden, te saai en stom. Tot ze Het Bureau las. Het gesprek neemt geregeld een vrije vlucht, als Cornelissen het vragen stellen overneemt. Bevrijdend, soms hilarisch en Peters voedt het met opmerkingen als, ‘Nee, nee, ga je gang.’ Er komen dingen uit voort. Denk maar eens na over de vraag waarom Voskuil zijn alter ego Maarten, de achternaam ‘Koning’ gaf.

    Gerd Busse kreeg in 1998 het eerste deel te leen van een vriend. Hij verbleef  in een vertalershuis in Amsterdam, las het in bed en was verslaafd. Hij moest dit vertalen en zocht naarstig naar een uitgever. Het duurde 13 jaar voor hij die vond. Nu wordt Voskuil in Duitsland gelezen als een filosofisch werk en achtten ze hem Nobelprijs waardig.
    Cornelissen vertelt waarom Voskuil haar zo bevalt: ‘Alles klopt; wie en hoe degene is in het boek.’ Ze zegt gevoelig te zijn voor dingen die niet kloppen. Als een vrouw bijvoorbeeld over haar slipje spreekt, is Cornelissen er al klaar mee. ‘Maar wat is het dan?’, vraagt Peters. ‘Nou’, zegt Cornelissen, ‘de meeste vrouwen hebben het over onderbroek.’ Ah’, zegt Arjan, ‘leerzame avond’. Zelfs door het geroezemoes en de luide muziek van het bierfeest – dat door de glazen wanden heen dringt (hoe kan dat?) – op de achtergrond, kan dit interview niet stuk. Na afloop signeren, waarbij aangeschoven wordt. Ze vraagt of ik Sandra Koenders ken. Dat ik haar aan Sandra Koenders doe denken. Ik zeg er geen match mee te hebben. Ze lacht en dacht, nou ja.

    Enthousiasme

    Er is een gesprek met twee schrijfsters waarbij de interviewster zo oprecht enthousiast is dat ze de schrijfsters bijna het interview uitpraat. Ze springt erin (uit enthousiasme) als moet ze alles uit de doeken doen, niets vergeten. Waarbij ze (door haar enthousiasme) de auteurs vergeet te verwelkomen en praat de eerste minuten alleen maar over de inhoud van Gif, van Samanta Schweblin. Wanneer deze het woord krijgt, groet ze eerst de zaal: ‘Dit is mijn eerste interview in het Engels, wat moet ik zeggen…?‘ De interviewster is gewoon van zichzelf zo leuk (echt, ze is leuk) en enthousiast (je moet om haar lachen, ze graaft en ploegt zich door de materie), maar je hoort geen schrijvers, ze doen hun best maar vallen weg. Dan verder, naar de volgende ronde, en komt opnieuw in zaal Pandora.


    Carson McCullem en Suzanne Vega

    Daar zit Vrouwkje Tuinman in een van haar immer vrolijke jurken, en tegenover haar Suzanne Vega van Luka, waarnaar vroeger geluisterd werd als werd er een literaire romance voorgelezen: My name is Luka//I live on the second floor / I live upstairs from you / Yes I think you’ve seen me before.
    Vega’s uiterlijk doet beseffen dat je zelf ook niet meer de jongste bent. Tuinman is goed in een gesprek voeren en Vega een sympathieke partner daarin. De verbindende factor is schrijfster Carson McCullers (1917-1967). Vega, die sinds haar tienerjaren door haar gegrepen werd,  schreef een muzikale eenakter over McCullem waarin ze zelf de hoofdrol vertolkte. De liedjes daaruit zijn uitgebracht op cd: Lover, Beloved. Ze zong het nummer Harper Lee (haar stem, haar stem!, maar er was iets met de geluidsinstallatie waardoor er teveel geslist en ge-tsstt werd) en speelde dat ze McCullem was, nam een sigaret in haar rechterhand. Je wilde blijven maar er was een laatste trein te halen naar het oosten.


    De laatste dag

    ’s Middags in ’tHoogt voor I’m not your Negro, je wist waar je naar ging kijken, toen je keek wist je niet wat je zag. James Baldwin die steeds weer de vinger legde op de plek waar het schuurde, nog steeds schuurt. Een film die niet gemist mag worden. ’s Avonds in Cloud Nine –  die roltrap naar de maan en de open smalle trappen – zes genomineerden voor het C.C. Crone stipendium. Drie wonnen er waaronder Gerda Blees, die een belofte wordt genoemd om haar verhalenbundel en nu voor een dichtbundel het stipendium kreeg. Een Utrecht-stads gebeuren. Met wethouder en Nacht van poëzie initieerder. Het was feestelijk en Michael Stoker interviewde de een na de andere genomineerde alsof hij ze in de wandelgangen tegenkwam, een hart onder riem stekend, bewondering uitsprekend, prikkelend en bemoedigend.

     

    Klein en groot podium

    Theo Hakkert in gesprek met Marja Pruis en Nelleke Noordervliet waar een handvol publiek op afkomt, alsof het niet in het programmaboekje vermeld stond. De schrijfsters, de interviewer en het gesprek verdienden een volle zaal. Hakkert stelde vragen  over de wanhoop van de schrijver als er een oordeel wordt geveld over het gepubliceerde boek. En hoe een boek verdwijnt als het af is. En waar een biografie goed voor is.

    Weer later Abdel Kader Benali en de Georgische schrijfster (wonend in Duitsland) Nino Haratischwili over haar 1300 pagina’s tellende boek Het achtste leven. Er werd niet veel losgemaakt over de drijfveren van de schrijfster, het kabbelde op een podium te groot voor twee, de ruimte donker en gesloten (waar is de uitgang?). Het werd niet boeiender dan dat Benali haar ondervroeg over de verschillende personages waarbij het gesproken Engels niet vanzelf ging. Aan het einde van het gesprek werd het lichtelijk precair, alsof de interviewer er het hele gesprek op gewacht had deze vraag te mogen stellen: ‘Je hebt een kind bij je toch?’ ‘Ja,’ zei de schrijfster. ‘Hoe oud is ze?’ ‘Vier maanden.’ ‘Och,’ zei Benali en je zag hem zichzelf inhouden. Hoe hij niet zei: ‘Ik heb ook een dochtertje.’ Je zag het geluk van hem afbarsten maar hij glimlachte, zwijgend en wetende. Geluk is een hardnekkige rivaal.

    Toen moesten The Joni Mitchell Stories nog komen, met Mathilde Santing, Ingmar Heytze, Jordi Lammers en Nelleke Noordervliet. Daar was ook naar uitgezien, maar ach, die laatste treinen in de nacht, die wachtten niet. Zo kwam er een (onvoltooid) einde aan een veelomvattend festival in Utrecht, Stad van de Literatuur.

     

    Foto’s: Michael Kooren
    Foto Graham Swift: Liliane Waanders

     

  • Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

    Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

    De schrijfster Carson McCullers was maar 50 jaar onder ons (1917-1967) maar dat weerhield haar er niet van een omvangrijk oeuvre achter te laten. Romans, toneelstukken, korte verhalen, gedichten en kinderversjes behoren tot haar nalatenschap. Het hart is een eenzame jager was hier wel haar meest bekende -in vertaling verschenen- roman. Ze hoort tot de schrijvers uit het zuiden van de Verenigde Staten, zoals Shane Auckland en Cormack McCarthy. Maar in die groep is ze een buitenbeentje omdat ze lesbisch was en dat leverde in de zuidelijke staten van Amerika problemen op.
    Nu is dan The Ballad of the Sad Café vertaald door Molly van Gelder.

    Moeras
    Het verhaal lijkt wel op de omgeving waar het zich afspeelt, namelijk een moeras. Hoofdpersoon is de mysterieuze Miss Amelia, die middenin deze sompige omgeving een café runt. Ze heeft haar eigen whiskystokerij en de drank, die dat oplevert is fameus om zijn smaak en sterkte. Vooral dat laatste, want in en om het moeras is iedereen zich bijna de ganse dag aan het bezatten. Dat is ook logisch want er is in de wijde omtrek verder weinig vertier. De mannen uit het dorp wachten op de veranda van het café tot het open gaat en Miss Amelia, een mannelijk soort vrouw, met kort haar, tuinbroek, zware schoenen en kaki overhemden heeft over alles de regie. Ze geneest kwalen op vakkundige wijze omdat ze verstand heeft van kruiden Alles gaat zijn gangetje in het dorp. De mannen zuipen, de vrouwen doen thuis het huishouden en op zondag is er de kerk. De whisky brengt ook verlichting teweeg uit de kommer en kwel van het moeras of een bijna religieuze eerbied:
    ‘Een wever kijkt plotseling omhoog en ziet voor het eerst de vreemde schittering van de koude nachthemel in januari, en een hevige angst over zijn nietigheid beneemt hem de adem. Zulke dingen gebeuren dus als je de whisky van Miss Amelia hebt gedronken.’

    Huwelijk en mislukking
    Marvin Macy woont met zijn pleegmoeder en broer in het dorp en hij wordt tot over zijn oren verliefd op Miss Amelia. Macy wil zijn imago van schuinsmarcheerder opkrikken om bij Miss Amelia in het gevlei te raken. Hij behandelt zijn broer en pleegmoeder plotseling anders, bijna hoffelijk, speelt nauwelijks nog straalbezopen gitaar, gaat naar de kerk en na twee jaar is het dan zo ver.
    ‘Toen de twee jaar voorbij waren ging Marvin Macy op een avond naar Miss Amelia met een bos moerasbloemen, een zak worstjes en een zilveren ring en op die avond verklaarde hij haar zijn liefde.’

    Ze gaan trouwen maar op de bruiloft zijn alle voortekens al ongunstig, Miss Amelia wrijft langs haar trouwjurk omdat ze denkt dat ze haar tuinbroek nog aanheeft en: ‘Toen de huwelijksinzegening eindelijk was uitgesproken, liep Miss Amelia snel de kerk uit, niet aan de hand van haar echtgenoot, maar ten minste twee passen voor hem uit.’

    De eerste huwelijksnacht verloopt rampzalig. Marvin wordt de slaapkamer uitgegooid zonder dat er iets is gebeurd en hij loopt dagen op het erf rond. Een vernedering. ‘Een bruidegom die zijn geliefde bruid niet in zijn bed kan krijgen verkeert in een beklagenswaardige positie , zeker wanneer iedereen het weet.’

    Marvin verdwijnt uiteindelijk nadat hij Amelia nog een hartstochtelijke liefdesbrief heeft geschreven en cadeaus voor haar heeft gekocht, maar er staan ook bedreigingen in de brief. Een slecht voorteken.

    Mysterieuze gebochelde
    Op een dag verschijnt een gebochelde bij het café. Hij lijkt in de war heeft een koffer vol rommel bij zich en claimt ook nog eens familie te zijn van Miss Amelia. De mannen op de veranda geloven hem niet maar uiteindelijk gaat Miss Amelia door de knieën en neemt Lymon Willis -zo heet de gebochelde- in huis.’”Nou kom maar binnen,”zei ze.”Er staat nog wat eten op het fornuis, dat kan je krijgen.”‘Bijzonder, want Amelia nodigt nooit mensen uit in haar vertrekken boven het café.

    Drama
    Het leven in het dorp gaat zijn gang op de oude vertrouwde manier na het verdwijnen van Marvin Macy, die spoedig op het slechte pad raakt. Hij steelt en vecht en wordt uiteindelijk in de gevangenis gegooid in een stad ver van het moerasdorp vandaan. Miss Amelia vindt het prettig dat Marvin uit beeld is verdwenen en ze wil dat zijn naam niet meer in haar aanwezigheid wordt genoemd. De broer van Marvin, Henry Macy woont nog in het dorp en op een dag meldt hij slecht nieuws aan Miss Amelia. ‘Om één uur tenslotte keek Henry Macy naar een hoek van het plafond en zei zacht tegen Miss Amelia: “Ik heb vandaag een brief gekregen.”‘ De brief  is afkomstig van zijn broer, hij komt vrij uit de gevangenis. Miss Amelia reageert onverschillig maar echt leuk vindt ze het niet. ‘Het gezicht van Miss Amelia werd heel donker en ze huiverde, hoewel het een warme nacht was.’
    Het duurt even maar plotseling verschijnt Marvin in het dorpje.

    En na enige tijd is iedereen bang voor hem, hij straalt een overweldigende agressie uit. De gebochelde volgt hem overal op ongeveer drie passen afstand. Daarmee verraadt hij Miss Amelia , die al die jaren voor hem heeft gezorgd. Marvin trekt uiteindelijk in bij de gebochelde en Miss Amelia. Ze probeert hem weg te treiteren en zelfs te vergiftigen maar alles mislukt.

    Er zit niets anders op dan een wedstrijd te organiseren in vechten- alles toegestaan- tussen haar en Marvin. Iedereen weet, dat zij zo sterk is, dat ze dat moet winnen. Aan de andere kant is er de verbittering van Marvin, omdat hij destijds is vernederd door Miss Amelia.

    Hoe dat allemaal afloopt moge de lezer zelf ervaren. Hij zal dan een groot meesterwerk mogen gaan lezen. Carson McCullers was een schrijfster met een zeldzaam talent voor de zelfkant en het moerassige zuiden van de V.S. Daar laat ze in veel van haar boeken haar hoofdpersonen tot leven komen. Ze drinken, vechten en houden zich zelden aan de regels, maar tegelijkertijd zijn het deze personen die het leven representeren. In dit boek gebeurt dat op een knappe manier. Wat jammer dat Carson McCullers, niet nog meer juweeltjes achterliet. Prachtig vertaald door Molly van Gelder.

     

  • Over eenzame mensen en onderdrukte talenten

    Over eenzame mensen en onderdrukte talenten

    Het is maar hoe je het bekijkt: de hoofdpersoon uit deze rijke, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog geschreven klassieke roman als een zon, waar de andere personages als satellieten omheen draaien. Of als een vlam, die insecten aantrekt. Beide interpretaties zijn mogelijk. De hoofdpersoon van de roman die Carson McCullers (1917-1967) op drieëntwintigjarige leeftijd schreef, is de doofstomme John Singer. De andere personages verwachten veel van hem. Zou hij hen uit de armoede en ellende in een Zuid-Amerikaans stadje, eind jaren dertig van de vorige eeuw, kunnen verlossen?

    Onvermijdelijk racisme

    John Singer wordt in alle liefde neergezet met de trekken van een verlosser: hij is tweeëndertig jaar (de leeftijd die Jezus volgens de Bijbel heeft bereikt), en ‘zijn tong voelde als een walvis in zijn mond’, zoals Mozes, die het joodse volk uit de ballingschap leidde, ‘traag van mond’ en traag van tong heette te zijn.
    Singer ontfermt zich over een dronkenlap die het café van Biff Brannon dreigt te worden uitgezet waar Singer drie keer per dag eet: ontbijt, lunch en diner. De man, Jake Blount, blijkt een idealistische Marxist te zijn. Dokter Benedict Mady Copeland behoort als zwarte arts tot de mensen die de toegang tot het café daadwerkelijk wordt ontzegd. Op die manier sijpelt het racisme in Zuid-Amerika indringend het verhaal binnen. Copelands dochter, Portia, werkt in het huis van de familie Kelly, waar John een kamer heeft gehuurd. Eén van de kinderen Kelly, de muzikale Mick, komt graag op de kamer van John en vertelt hem alles wat ze op haar hart heeft.

    Het is vaak een zoete inval bij John, want iedereen komt daar. Behalve Mick, Jake Blount en dr. Copeland ook cafébaas Biff Brannon. ‘Singer was bij iedereen altijd hetzelfde. Hij zat op een rechte stoel bij het raam met zijn handen diep weggezonken in zijn zakken, knikkend en glimlachend om zijn gasten duidelijk te maken dat hij het begreep.’ Zijn gedrag heeft iets raadselachtigs en laat de mensen niet los. ‘Zijn gezicht leek een beetje op het portret van Spinoza. Een joods gezicht.’ Hij heeft wat wordt omschreven als ‘ware kennis.’ ‘Hij was’, meent dokter Copeland, ‘een wijze man, die zoals geen andere blanke begreep wat het hoge doel in het leven was. Als hij luisterde was er iets zachts en joods in zijn gezicht, als iemand die weet dat hij tot een onderdrukt volk behoort.’ Luisteren natuurlijk met aanhalingstekens; het is meer een innerlijk begrijpen.

    Net als dokter Copeland tot een onderdrukt volk behoort. Hij heeft weliswaar longtuberculose, maar mag van zichzelf niet uitrusten, ‘want er was iets dat veel belangrijker was dan die vermoeidheid, en dat was dat hogere doel.’ Dat streven wordt verwoord door een zwart kind dat meedoet aan een schrijfwedstrijd, waarvan dokter Copeland de inzendingen altijd als eerste mag lezen: ‘Ik wil zo iemand zijn als Mozes, die de kinderen van Israël uit het land van hun onderdrukkers leidde. Ik wil een Geheime Organisatie oprichten van zwarte Leiders en gestudeerden. Alle zwarten zullen zich verenigen onder deze uitgekozen leiders en zich voorbereiden op de opstand.’

    Oplossing voor onderdrukking

    Volgens de zwarte bevolking van het dorp is Singer de enige die zich bewust is van hun armzalige toestand. Er doen zelfs verhalen de ronde ‘dat hij contact had met de geesten van gestorven mensen (…). De rijken dachten dat hij rijk was en de armen dat hij net zo arm was als zij. Aangezien de geruchten niet konden worden tegengesproken, werden ze steeds wonderlijker en heel reëel. Iedereen beschreef de doofstomme naar eigen goeddunken.’ Als enige oplossing voor de problemen in het Zuiden, racisme en armoede, is dat als mensen eenmaal de waarheid kennen, ze niet meer onderdrukt zullen worden.

    Of is er meer. Mick, één van de kleine Kelly’s, zoekt de oplossing in de muziek waar ze helemaal in opgaat. Ze gaat componeren, zo goed en zo kwaad als dat op haar jonge leeftijd en zonder scholing gaat. Ze luistert naar muziek, en één van de ontroerendste stukken in de roman is wanneer zij voor het eerste de Derde symfonie van Beethoven hoort en deze beschrijft.
    Ook dit is geen toeval: de symfonie van de revolutie (al heeft Beethoven zijn opdracht aan Napoleon later ingetrokken). Tegen het eind van het boek noemt McCullers alle revolutionairen die de mensheid wilden verlossen: ‘De stem van Jezus en van John Brown [de strijder tegen de slavernij, EvS]. De stem van de grote Spinoza en van Karl Marx.’ Alleen liep het allemaal slecht met ze af, ook met Singer overigens: Jezus werd gekruisigd, John Brown opgehangen, Spinoza in de ban gedaan en Marx’ visie werd in het marxisme geweld aan gedaan.

    Vlam met insecten

    In meer of mindere mate, roepen verlossers echter ook geweld op. Copeland erkent: het kwaad van het racisme moet worden bedwongen, maar ook de kwaadaardigheid in hemzelf, want ‘het hopeloze lijden van zijn mensen wekte een dolle woede in hem op’. Net als de beschrijving van het racisme sijpelen ook deze gevoelens en de uitingen daarvan het boek binnen.
    De dronken Jake Blount, die het café van Biff Brannon tegen sluitingstijd niet wil verlaten, maakt en amok. Hij haalt dokter Copeland, die als zwarte niet welkom is, naar binnen. Later komt Jake terecht in de buurt van een vechtpartij op de kermis en moet uit de stad vluchten. Erger is wat één van de kinderen van dokter Copeland uitspookt. Diens zoon Willie gaat met een jongen op de vuist voor een meisje, krijgt een scheermes toegespeeld en verwondt de jongen, waarna hij in de gevangenis belandt en tot negen maanden dwangarbeid wordt veroordeeld.

    Universeel verhaal

    Op die manier vallen in dit boek de kleine verhalen uit Zuid-Amerika, van families die te maken krijgen met racisme, armoede en geweld, maar ook met tekenen van hoop op een betere toekomst, samen met het grote wereldomspannende verhaal van de Tweede Wereldoorlog, die op uitbreken staat en waarin dezelfde elementen in alle hevigheid terugkomen.
    Maar dat niet alleen: het zijn elementen die nog steeds niets aan actualiteit hebben ingeboet. Zelfs de rol van muziek en ballet die in het boek van McCullers een grote rol spelen, maar niet tot wasdom kunnen komen doordat er ofwel geen geld voor een opleiding of een instrument is ofwel de aanleg in de knop wordt gebroken, is aan de orde van de dag.
    Deze elementen tilt dit boek van een drieëntwintig jarige schrijfster die pianiste had willen worden, ware het niet dat acute reuma en haar problemen met alcohol haar in de weg stonden, uit boven het genre van de Southern gothic novel, waartoe het wel wordt gerekend. Het hart is een eenzame jager is een oproep tot empathie met de gekleineerde en gemarginaliseerde medemens, alsookd een oproep tot waakzaamheid.

     

  • Leestips voor de decembermaand – Hella Kuipers

    Kom hier dat ik u kus van Griet op de Beeck
    Het heerlijkste Nederlandstalige boek dat ik dit jaar las. Een schrijfster met een geweldig inlevingsvermogen en een verrukkelijk taalgebruik.

     

     

     

     

     

     

    Het boek der gelijkenissenHet Boek der Gelijkenissen– Per Olov Enquist
    Een boek dat die belangrijkste aller spieren: de verbeeldingskracht, aan het werk laat zien. ‘Tijdens het lezen stijgt de bewondering, het is een boek dat herlezing verlangt.’

     

    De wand van Marlen HaushoferWand
    Een wonder hoe iemand met zulke kale woorden een aangrijpend verslag kan schrijven van die grootste aller angsten: alleen op aarde achter te blijven.

     

    Het hart is een eenzame jagerHet hart is een eenzame jager van Carson McCullers
    Wat een mededogen, wat een observatievermogen. Hoe zo’n jonge schrijfster zo de menselijke conditie kan doorgronden is een wonder. Helaas moeilijk verkrijgbaar.

     

    WWat me lief wasat me lief was van Siri Hustvedt
    Een diepgravend en meanderend boek over de geschiedenis van twee bevriende gezinnen, hun werk, kunstenaarschap, relaties, kinderen. Kunst, liefde, dood, opvoeding, psyche – en mensen die je aan het hart gaan.

     

    TijdmetersTijdmeters van David Mitchell
    Een kaleidoscopische achtbaan van een boek waarin de strijd tussen goed en kwaad beslist over het lot van de hele mensheid. En dat van een paar geweldige personages. Verschijnt in december 2014 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Een verhaal van liefde en duisternisEen verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz
    Wonderbaarlijk mooi boek over het leven van Amos Oz ten tijde van de stichting van de staat Israel, en over zijn wording als schrijver.

     

     

    En dan nog een aantal niet vertaalde boeken:

    The lieThe Lie van Helen Dunmore
    Het poten-in-de-modder verhaal van Daniel, een slachtoffer van de Grote Oorlog. Die van gedichten hield.

     

     

    Zen in the art of writing

    Zen in the Art of Writing van Ray Bradbury
    Een van de allerbeste boeken over creatief schrijven. Bizar dat het niet vertaald is!

     

     

    149182Growing Pains: The Autobiography of Emily Carr
    Levensbeschrijving van de Canadese schilderes Emily Carr, haar kracht en enthousiasme spatten van iedere bladzij, wat een strijd heeft die vrouw geleverd en wat is ze trouw gebleven aan haar kunst.