• Public relations en ontwikkelingshulp

    Public relations en ontwikkelingshulp

    Deze maand is bij de VPRO de vierdelige serie De Trek te zien over de migratiestromen in Afrika. Voorafgaand aan de eerste aflevering stond in NRC Handelsblad van 5 november een artikel van Bram Vermeulen, de maker van de serie. Daarin trof me onder andere de volgende passage: ‘De deal tussen Afrika en Europa over het terugnemen van migranten berust op een belangrijk misverstand. Ontwikkelingshulp stopt migratie niet (…) Ontwikkelingshulp jaagt migratie aan. In het oosten van Senegal zag ik voor ieder dorp een woud aan borden van ontwikkelingsprojecten, gefinancierd door Europese donoren. (…) Senegal is een donor darling.

    Niet de bewering op zich raakte me, maar het riep een herinnering bij me op aan De crisiskaravaan van Linda Polman, dat ik in 2008 las en dat me toen volkomen lam sloeg. Het schetst een gevecht van belangen die achter hulpverlening in crisisgebieden schuil gaat. In het derde hoofdstuk van het boek vertelt Polman over Murray Town Camp, een kamp in Sierra Leone dat tijdens de burgeroorlog in de jaren ’90 uitpuilde van geamputeerden; hun ledematen waren afgehakt door rebellen en soldaten. Het was een gangbare methode om tegenstanders uit te schakelen in deze gruwelijke oorlog die lang schimmig bleef voor de buitenlandse pers. Tot Murray Town Camp ontdekt werd. ‘Als pitbulls op een kleuterklas, storten journalisten uit de hele wereld zich op het verhaal van de geamputeerden’, schrijft Polman.

    Kort daarna werd de grootste humanitaire hulpoperatie tot dan toe op touw gezet: ‘Ongeveer driehonderd INGO’s [International non-governmental organisations] repten zich naar het landje. Ook organisaties die niet speciaal voor de geamputeerden kwamen, gebruikten foto’s van de arm- en beenloze bewoners van Murray Town Camp in hun fondsenwervingscampagnes.’
    Er ontstond een waar gevecht tussen concurrerende belangen. Aan de ene kant de geamputeerden, die zich splitsten in real amputees (slachtoffers van rebellen) en war wounded (mensen die om geneeskundige redenen waren geamputeerd na oorlogsverwondingen). De ‘echte’ vonden dat ze meer recht op geld hadden dan de ‘onechte’, want de donaties stroomden binnen dankzij de foto’s die van hén gemaakt waren.

    Aan de andere kant een strijd tussen de INGO’s. Die present wilden zijn op de plek waar de meeste camera’s flitsten. Want je bord in beeld betekent dat je thuis weer giften op kunt halen voor je eigen organisatie. Je moet ter plekke zijn, of je nu adequaat hulp kunt verlenen of niet, omdat je gezien moet worden. En wat je met je verblijf daar investeert, moet ook weer worden terugverdiend. Ontmoedigend vond ik destijds vooral dat Murray Town Camp maar één van de vele voorbeelden is die Linda Polman geeft in haar boek. De ruim 200 pagina’s bevatten nog veel meer misstanden. Die beschreef ze acht jaar geleden.

    Ontmoedigend is dan ook dat Bram Vermeulen in 2016 voor ieder dorp weer een woud aan borden ziet staan van Europese donoren. Opnieuw symbolisch voor een hulpindustrie die zijn public relations uitvecht over de ruggen van slachtoffers?

     

     

     

  • 421 jerrycans

    De cynicus in mij denkt dat de mensen op deze Afrikaanse vrachtauto het zo slecht nog niet hebben. Ze hebben tenminste allemaal een zitplaats. Dat kun je van NS-reizigers niet zeggen. Maar daarmee houdt mijn cynisme op. Ik ben onder de indruk van de foto. Bram Vermeulen, die voor de VPRO het programma De Trek aan het maken is, liet hem op 3 mei zien in DWDD.

    Zijn documentaireserie, die vanaf 6 november zal worden uitgezonden, gaat over migratie in Afrika. Niet uit oorlogsgebieden, maar uit landen met weinig toekomst voor hun bewoners.

    Op de vrachtwagen zitten geen vluchtelingen, maar arbeiders die dagenlang moeten rijden naar de mijnen waar ze werken. Aan de zijkant hangen zakken en jerrycans met eten en water. ‘Een soort Ark van Noach’ noemde Bram Vermeulen deze opeenstapeling van mensen. Een krachtige foto, die mij doet denken aan een installatie van Romuald Hazoumè, een kunstenaar uit Benin, die aansprekende verbindingen weet te leggen tussen het slavernijverleden en de migratiestromen van nu. Op de Documenta in Kassel in 2007 was van hem een boot te zien met op de achtergrond een foto van een paradijselijk Afrikaans strand: Dream.

    Romuald Hazoumé detail 1Hij was opgebouwd uit 421 oliejerrycans. Als je goed keek kon je door de manier waarop ze waren gemonteerd in elke jerrycan een Afrikaans masker zien. Gezichten van bewoners van een continent dat rijk is aan olie, maar daar zelf het minst van profiteert. De winsten gaan naar het Westen. Het afval blijft. Een tekst op de bodem verwoordt de uitzichtloosheid van de migranten:

    Damned if they leave and damned if they stay: better, at least to have gone and be doomed in the boat of their dreams”

    De installatie bezorgt je een stomp in je maag. Hij is een frontale aanval op de gemakzuchte gedachte dat economische vluchtelingen maar in eigen regio oplossingen moeten zoeken. Alsof het alleen hun probleem is.

     

    Over De Trek van Bram Vermeulen: http://www.vpro.nl/buitenland/programmas/de-trek.html

    Over Hazoumè en zijn installaties: http://www.octobergallery.co.uk/participate/downloads/hazoume.pdf