• De huisschilder

    Er stond een man op een ladder voor het raam van mijn werkkamer op de eerste verdieping. Het was de huisschilder. Door de gordijnen heen, die ik gesloten hield om de warmte te weren, zag ik het silhouet van de man op de ladder heen en weer bewegen. Alsof hij zacht zwiepend een orkest aanmoedigde. Hij doopte de kwast in de verfpot die aan de ladder hing. Door de kier, daar waar de twee gordijnen net iets te smal van stof waren om elkaar te raken, en waar ik van een afstandje gegeneerd doorheen keek, zag ik zo nu en dan een donkerblauw petje verschijnen. Ik had het geluid van een aluminium ladder die tegen de gevel werd geslingerd wel gehoord maar er geen aandacht aan geschonken. Mijn werkkamer is mijn vesting waar niemand ongevraagd kan binnenkomen, of het moet Mijn lief zijn die me een gekoeld glas wijn komt brengen.

    Vanuit een gettoblaster , zoals alleen de echte werkmannen van de straat die nog hebben, walste Boudewijn de Groot met ‘Onder de purp’ren hemel in de bruine zon / Speelt nog steeds het harmonieorkest’ door het op een kier staande raam mijn kamer binnen. Alsof ik ontelbare zomers werd teruggeworpen in de tijd. Door de kier zag ik een soepele hand het kozijn strelen, en dan weer kleine tipjes met de top van de kwast aanbrengend. Er klonk een zucht. Een zware zucht, die als een kreun aan de huisschilder ontsnapte. Ik wilde het raam dicht doen maar dan zou de man weten dat er zich iemand achter het gordijn bevond.

    De onrust besprong me van alle kanten. ‘Het komt door de warmte’, dacht ik. Buiten was het 30 graden. Bij elke, door de gordijnstof gefilterde beweging van de huisschilder, hield ik mijn adem in en schoof met mijn stoel steeds verder onder de tafel om te voorkomen dat hij een glimp van mijn aanwezigheid zou kunnen opvangen. Het begluren van mensen is een onhoudbare eigenschap van de mens. En een huisschilder houdt vast niet alleen om de geur van verf van zijn werk.

    Ik zou, wanneer ik huisschilder was, me ijverig van mijn taak kwijten, maar ondertussen zou ik alles wat zich in de kamer achter het te bewerken object bevond aan een onderzoekende blik onderwerpen. Ik zou het vertrek onopvallend doch intensief afspeuren op sporen waaraan je enigszins het type of karakter van de bewoner zou kunnen aflezen. Een handdoek over de rugleuning van een houten stoel, of achteloos op de grond achtergelaten. Een slipje, sloffen onder het bed, een boek, (ergens zal er een boek zijn), een half leeg theeglas op een tafeltje. Daar kun je iets mee, de suggestie van een leven.

    Van een werkkamer als deze zou ik me de voorstelling maken van wat iemand daar zoal doet, buiten gekoelde wijntjes drinken en zich verbergen voor de buitenwacht. Ik zou geloven dat iemand daar, gezien de stapels schrijfboeken, kladblokken, pennen en losse beschreven blaadjes, de volle boekenplanken langs de muren, belangrijk werk zat te maken. Dat daar een schrijver zou huizen, waar nog niemand van gehoord had en die niemand ooit te zien kreeg maar waar we nog van zouden horen. Dat is het voorrecht van een huisschilder, zich de levens van de bewoners toe eigenen. En al zou het niet waar zijn, het is de suggestie die de dingen levendig houdt.

    Ondertussen was ik met mijn laptop naar de badkamer gevlucht waar ik zittend op het deksel van de wc-pot verder typte en nog steeds de zware zuchten van de huisschilder kon horen en wachtte op Mijn lief en koele wijn.

     

     

  • Dansen op spijkers

    Dansen op spijkers

    Door Benno Zuidenga

    Het is meer dan 20 jaar geleden dat de dichter des vaderlands Gerrit Komrij iets met muziek deed. Dit betrof een samenwerking van de dichter met Boudewijn de Groot. In 1976 schreef Komrij op muziek van Boudewijn de Groot een lied genaamd Kinderballade, dat een jaar later op single verscheen. Oorspronkelijk was het nummer geschreven voor de lp Zing je moerstaal welke uitgebracht werd in het kader van de kinderboekenweek.

    In  2009 leverde het tweetal Komrij en Gauthier een luister-cd af waar de gedichten  mooi samengaan met de popachtige en soms als rap klinkende muziek van Gauthier. De composities van Gauthier en het aparte stemgeluid van Komrij zijn een zeer verrassend samengaan van muziek en proza.

    De cd begint met een intro van Gauthier, dit openingsnummer is een instrumentaal muziekstuk en verraadt nog niet veel aan de stijl en toonzetting van de composities op de rest van de cd, maar weet wel gelijk een sfeer te scheppen.

    De compositie Avondje met de tantes laat een verrassende tempowisseling horen. Door de samenvoeging van de vrolijke muziek met de dichtregels van Komrij zie je de tantes bijna echt zitten op hun avondje, met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden.

    De speciale toon en geluidseffecten van de muziek van Louis Gauthier brengen je helemaal in de sfeer van het gedicht van Gerrit Komrij, het ene gedicht is sexy en goor zoals Liefde waar in het intro het geluid van elektrische gitaar en kerkklok de heftigheid en sinistere sfeer al verraden, maar waar het uiteindelijk toch maar om één ding draait en dat is ‘liefde’, het andere dat reflecteert op de huidige tijd genaamd Twintigste eeuw. Deze compositie brengt je in ruim drie minuten door honderd jaar ups en downs in Nederland. In het titelnummer Zij danst op spijkers geeft de dichter mooi weer dat het leven van een dichter ook niet over rozen gaat.

    Louis Gauthier, geboren in IJsselstein op 4 maart 1981, is een jonge alleskunner. Hij is componist en werkte onder andere samen met de eenmans-band Spinvis, Ingmar Heytze en Henk Westbroek wat resulteerde in een aantal cd-singles.

    Gauthier werkt samen met diverse fotografische kunstenaars zoals Margi Geerlings, Bart van de Hulsbeek en Ramses Singeling. Louis heeft een studie afgerond aan de Universiteit in Utrecht en specialiseerde zich daar in theater-, film- en televisiewetenschap. Hij heeft meegewerkt aan prestigieuze radio- en televisiedocumentaires, zoals de radiodocumentaire over de Extra Beveiligde Inrichting in Vught welke bijna de RVU Radioprijs won in 2003.

    Gerrit Komrij,  dichter, schrijver, vertaler, toneelschrijver en criticus, heeft met Louis Gauthier componist, producer en ontwerper een luisterrijke en zeer verrassende cd afgeleverd. De poëzie en goed gearrangeerde muziek zijn mooi verweven en vullen elkaar goed aan. De cd is niet alleen een aanrader voor mensen die van aparte muziek houden, maar zeer zeker voor de liefhebbers van poëzie en Gerrit Komrij.

    De cd bevat bevat twaalf gedichten/composities en wordt geleverd in een mooi door Louis Gauthier ontworpen boekje met de teksten van de gedichten.