• Kom eraan kan niet lang meer duren

    Kom eraan kan niet lang meer duren

    De gedichtenbundel Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is opgebouwd uit afdelingen met gelijknamige titels (en een onderdeel ‘wingewest’). Dit klinkt symbolisch, maar de titels dekken zo te zien de  lading niet helemaal. Het gedicht ‘Fukushima’ maakt deel uit van de Binnenwereld, het gedicht ‘However is a fancy but’, over de vijf meest voorkomende vormen van spijt op het sterfbed, staat in Buitenwijk, het gedicht ‘Drone 3 – afstandbestuurbare karma-agent’ is gerubriceerd onder de Natuurlijke omstandigheden.  Verrassend dus dat Bruinja ons daarmee op het verkeerde been zet. Of  is de betekenis te ver gezocht en is het in die zin alleen maar vrijblijvend? Op het omslag van de bundel een foto van een blinde, gepleisterde bakstenen muur. Voor een boekje met gedichten getiteld Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is dat een programmatische foto. Het belooft in elk geval weinig romantiek.

    Tsead Bruinja (1974) heeft al enige tientallen publicaties op z’n naam staan, inclusief enkele bloemlezingen. Het betreft hoofdzakelijk poëzie, deels in het Fries. Zijn nieuwe werk is lichtvoetig en anekdotisch – maar begrijpelijk of toegankelijk kan het niet worden genoemd. Hij speelt soms met merkwaardige, typografische ordening, met schuine strepen en extra wit en zelfs met tekst die lichtgrijs is afgedrukt in contrast met zwarte woorden. Ongetwijfeld met een reden – maar die is niet altijd duidelijk. Maar de raadselachtigheid van sommige van zijn gedichten maakt ze niet minder poëtisch. Soms is het gewoon een mooi spel met taal zoals in het gedicht In kannen en kruiken:

    zijn we van plan zal gaan gebeuren
    komt eraan kan niet lang meer duren
    hebben we aan gedacht hadden we ons voorgenomen
    zullen we niet vergeten is bij ons in goede handen
    komen we samen uit gaan we aan werken
    kunt u ons op afrekenen is in kannen en kruiken
    (…)

    Via drones komt de techniek Bruinja’s poëzie binnen alsook verwijzingen naar werk van anderen (vintage, postmodern, van Willy Alberti tot Palinurus). De actualiteit komt aan bod ( Assad, Mark Rutte, een verwijzing naar ‘de sp-leider’), punten en komma’s ontbreken en aan neologismen geen gebrek. Grote gevoelens, doorgaans een populair poëtisch ingrediënt, zijn in Binnenwereld (!) ver te zoeken of worden van zo zakelijke context voorzien dat  voor de hand liggende emoties geen kans krijgen. Een poëtisch procedé dat de dichter meermalen toepast – en met succes – is het effect van herhaling. Bijvoorbeeld in het gedicht Echt:

    wij weten niet waar we aan beginnen als we beginnen
    verbazen ons over wat er uit de verhuisdozen komt
    willen niet weten waar we aan beginnen

    het karton bewaren we achter een kast in de gang
    uitgevouwen dieven van de nacht mogen ze meenemen
    vuilnismannen niet
    denken te menen waar we aan beginnen
    kunnen niet weten waar we mee thuiskomen
    of waar we het achterlaten

    spreken ergens te laat af het niet meer te doen
    en stoppen het te doen
    het is een druppel op een lauwwarme plaat
    die niet sist maar langzaam verdampt
    we verdwijnen tussen de randen

    je herinnert je niet alleen de mooie dingen
    je herinnert je het verkrampte gezicht de woede ziekte
    vermoeidheid het vergelen

    wij weten niet waar we aan beginnen
    moeten kiezen en kibbelen over wat er mee
    of naar de kringloop gaat
    gaan aan elkaar voorbij
    voegen gezichten toe aan de carrousel
    beginnen opnieuw

    menen het dan pas echt

    Bruinja’s gedichten zijn in woordkeus en opbouw constant afwisselend. Alsof de dichter telkens weer aan de verwachting van de lezer wil ontsnappen, alsof hij ongrijpbaar wil zijn. Anderzijds wil de dichter de lezer wel verder helpen: op zijn uitgebreide website zijn de gedichten uit deze bundel te horen en is er ook achtergrondinformatie beschikbaar, afzonderlijk per gedicht gepresenteerd.

    Sterk is Bruinja in poëtische statements, beknopt (geschikt om te twitteren). Pakkend en toch ongrijpbaar. Bijvoorbeeld:

    er is veel wat je kan
    als je niks meer kunt

    of, in het gedicht ‘Bouillon’, met een politieke ondertoon,

    nog even en ik ga de poëzie in
    om de wereld te verbeteren

    of

    nederlanders vinden zichzelf geweldig
    ik vind Nederlanders ook geweldig

    Bruinja’s gedichten zijn beslist de moeite waard om te proeven. Waarbij zich onwillekeurig het befaamde credo van Harry Mulisch aan je opdringt: ‘Het beste is, het raadsel te vergroten’. Bruinja heeft zich met zijn jongste bundel uitstekend van die taak gekweten.