• Oogst week 22

    Overvloed en onbehagen

    Van een ontstellende eruditie is dit nu dertig jaar oude werk – Overvloed en onbehagen – van historicus Simon Schama. Een helderder inzicht in ons verleden kun je niet krijgen.

    ‘Het boek betekende zijn wereldwijde doorbraak en groeide uit tot een klassieker over de culturele en sociale geschiedenis van Nederland in de zeventiende eeuw. Het boek verschijnt nu in een fraai uitgevoerde, gelimiteerde jubileumeditie. Schama belicht vertrouwde dingen op ongebruikelijke wijze. De cultuur in de ruimste zin van het woord vormt zijn bronnenmateriaal: kookboeken, faillissementsinventarissen, prenten, schilderijen en gebrandschilderde ramen. Ook kunst, bijgeloof, de opvoeding van kinderen en de zedenleer in de tijd dat Nederland een supermacht was, neemt hij onder de loep. Hij beschrijft de zeden en gewoonten van een volk dat zijn eigen onafhankelijkheid niet zocht, maar die opgedrongen kreeg door de meedogenloze Spaanse monarchie, waartegen het uiteindelijk in opstand kwam, een volk dat in twee generaties een indrukwekkend wereldrijk opbouwde.’

    Overvloed en onbehagen
    Auteur: Simon Schama
    Uitgeverij: Atlas Contact, Uitgeverij

    Vonkt

    Een nieuwe bundel van Marije Langelaar, toch ergens de geheimtip van de Nederlandse poëzie.

    ‘Het verlangen tot samensmelting met alles om haar heen komt telkens terug in deze derde bundel van Marije Langelaar. Alles vonkt. Dat die vonken niet zonder gevaar zijn, lezen we in de eerste afdeling van deze bundel, ‘De afgrond omsingelen’, een verontrustend verslag van een persoonlijke strijd. ‘Een slag op de trom’ zet de toon voor een crescendo en de bundel sluit af met ‘Love songs for the Absolute’. Langelaars taal is spannend en precies, in elke regel gebeurt er iets.
    ‘Wat zijn wij toch eenvoudig mompelde ik, / terug op de achterbank / we verdrinken in water / en gaan dood aan de zon’.’

    Vonkt
    Auteur: Marije Langelaar
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    Bibeb

    Hoe deed ze het? de beste interviewster, niet van de botte bijl, maar van de zachte hand geportretteerd.

    ‘Ze interviewde Roald Dahl, Martin Luther King, Andy Warhol, Brigitte Bardot, Pablo Picasso en ruim zeshonderd bekende Nederlanders. Haar naam klinkt even raadselachtig als cartoonesk: Bibeb. Nederlands markantste interviewster viel samen met haar pseudoniem: zelfs haar kinderen noemden haar zo. Maar wie was zij? In Bibeb gaan Roos Menkhorst en Adinda Akkermans op zoek naar de vrouw die als uitvinder van het portretterende vraaggesprek iedereen het hemd van het lijf vroeg, maar zelf tot haar dood in 2010 een mysterie bleef. De twee journalisten spraken tijdens hun zoektocht met een dertigtal door Bibeb geïnterviewden, onder wie Willeke van Ammelrooy, Jan Cremer, Mensje van Keulen, Ruud Lubbers, prinses Irene en Erica Terpstra, maar ook met vrienden, familie en vroegere collega’s van Vrij Nederland. Het resultaat is een even ontroerend als ontmaskerend portret.’

    Bibeb
    Auteur: Adinda Akkermans ; Roos Menkhorst
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen
  • Twee taartjes

    Twee taartjes

    ‘Je koopt bij de slager twee biefstukjes – twee, omdat je je schaamt alleen te zijn.’ Zo opent Adriaan van Dis zijn nieuwste boek, In het buitengebied. Ik vroeg me af of ik mezelf ook voor de gek zou houden als Mijn lief me verlaten had en ik alleen bleef.
    Bij de slager kom ik nooit en vegaburgers koop ik zonder tussenkomst van een winkelbediende in de supermarkt. Misschien bij de bakker, een taartje voor mezelf  en dat ik er dan toch – in een impuls – twee van maak omdat het zo zuinig lijkt. Ja, dan denkt de bakker vast dat ik dat taartje doormidden snijd om te delen met degene die ik liefheb. Niemand die weet dat je de taartjes thuis allebei gaat opeten. Maar goed, ik koop nooit taartjes. Ik ben van het zelfbak type, en van grote verlangens en aan niemand verantwoording te hoeven afleggen. Elke dag snak ik ernaar, de hele dag door, mijn hele leven en elke dag opnieuw. Soms breng ik dagen (in bed) op mijn zolderkamertje door en benijd ik de zonderlingen onder ons maar weet dat dit net zo naïef is als geloven dat het gras bij de buren groener is.

    Binnenkort verschijnt er een boek over de zeer bewonderde interviewster, Bibeb (1914-2010). Ze interviewde (ik wilde schrijven ‘sprak’ maar dat is niet waar: ze liet de ander spreken) Martin Luther King, Jerzy Kosinski, Pablo Picasso en vele, vele bekende Nederlanders. Het leek me zo dat Bibeb een zolderkamertje bewoonde waar niemand kwam: voor altijd niet storen en dan al die interviews uit schrijven. Met de hand vermoed ik en daar moet je wel een zolderkamertje voor betrekken.
    Laatst vond ik bij een kringloopwinkel het boek Bibeb Interviews 73/77. Achttien interviews, waaronder met Wim Hora Adema (1914-1998). Waarvan ik dacht dat het een man was. Maar haar volledige naam is: Wilhelmina (Wim) Remelia Hora Adema. In 1972 richtte ze met Hedy ‘d Ancona het tijdschrift Opzij op.

    Bij de interviews van Bibeb val je midden in het verhaal van de geïnterviewde. Daar houd ik van. Het interview met Hora Adema begint zo: ‘Ik denk niet dat het kan (..),’ en je zit erin. Hora Adema promootte het alleen zijn:

    t Klinkt gek maar ik ben een alléner. Ik ben het gelukkigst als ik alleen ben. (…) Zalig. Het walgelijk gedram dat je van jongsaf moet aanhoren, dat alleen zijn zo vreselijk is… Als je niet uitkijkt krijg je er een complex van. In ’t begin dacht ik ook wel es jezus… (…) ik zou nooit met talentvolle vrouwen die ik ken willen oversteken. Omdat geen van die vrouwen echt alleen is. Ze hebben allemaal wel een man of een vriend, of een kind, ze hebben allemaal wel wat.’

    Ja, we hebben allemaal wel wat. Gedoe om kinderen, om afspraken, om ouders, om liefde en de vuilnisbak. Gedoe ook omdat je nooit meer alleen bent om twee taartjes op te mogen eten.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

     

  • Secundair lezen

    Secundair lezen

    Tijdens mijn studietijd voorzag mijn moeder me jarenlang van opinietijdschriften. Zij werkte mijn hele jeugd en studententijd in een drogisterij en elke week nam ze Vrij Nederland, Elsevier en HP/De Tijd voor mij mee. Ik las de artikelen, maar vooral de interviews. Sindsdien houd ik van interviews, of beter nog, van interviewbundels. Interviews op tv, ook boeiend, vooral als het een paar uur duurt, zoals bij Zomergasten of de wetenschappelijk-filosofische projecten van Wim Kayzer. Of dagelijks op Radio 1, een uur lang Kunststof. Of vroeger Een prettig gesprek van Theo van Gogh op AT5. Nog meer houd ik van het uitgeschreven gesprek. In tijdschriften, kranten, of nog beter, in boeken. Gebundelde gesprekken met schrijvers, schilders, filosofen, en soms politici.

    Vermaarde interviewers als Bibeb, Ischa Meijer, Frenk van der Linden. Bibeb was voor mijn tijd, interviewster voor Vrij Nederland, maar in het Amsterdamse antiquariaat kwam ik haar bundels vaak tegen. De vox populi vind ik vervelend. De man of vrouw in de winkelstraat hoef ik niet te horen oreren over een onderwerp dat zo groot is als bij voorbeeld de Europese Unie waar ze helemaal geen verstand van hebben. Daarover wil ik van een politicus in een interview over horen. Ik wil kenners aan het woord over hun vak en hun leven. Nu lees ik bijvoorbeeld in Verf, van Hans den Hartog Jager (Athenaeum-Polak & Van Gennep, vijfde druk, 2011). Gesprekken met Nederlandse schilders en kunstenaars als Ger van Elk en Armando over de praktijk van het creeëren. Den Hartog Jager noemt in zijn voorwoord als grote voorbeeld: Interviews with Francis Bacon door David Sylvester. Ik heb dat boek al eens gelezen, want Bacon is een van mijn eerste grote helden van de schilderkunst.

    Zo volgen lezer en schrijver elkaars spoor van fascinatie in het najagen van biografische verhalen, de originele bronnen wat kunst en cultuur betreft. Vaak heb ik meer over het leven van bepaalde schrijvers en hun schrijfproces gelezen dan van hun ‘echte’ werk. Dat secundaire lezen doe ik graag. Het domein van de echte literatuur betrad ik in mijn tiener- en twintigerjaren via de ingang van het essay en de memoires of de biografie. Van de reeksen Privé-domein (autobiografie, memoires) en Open Domein (biografie) van de Arbeiderspers las ik menig deel voordat ik aan de roman of een verhalenbundel begon. Eerst Het roer kan nog zesmaal om van Maarten ’t Hart en daarna pas De jacobsladder. Lezen over een leven dat veraf van het mijne staat, dat heeft me altijd geïntrigeerd. Zo staan me ook nog interviews bij van rechtse politici als Wim van de Camp (CDA), Frits Bolkestein (VVD) of rechtse denkers als Gerry van der List. Lees dus ook van Rob Hartmans Vaarwel dan! Over rechtse intellectuelen. Al was ik links in gedachten, conservatieve, rechtse mensen fascineren mij enorm. Ik las in mijn studententijd alle boeken van Pim Fortuyn! Van linkse politicus tot rechtse populist. Het houdt mijn bevooroordeelde geest zo onbevangen mogelijk.