• Paul Claes, Lyriek van de lage landen

    De canon in tachtig gedichten

    Zoals een mens niet kan leven zonder herinnering, kan een cultuur niet bestaan zonder traditie. Om de lyrische traditie van Nederland en Vlaanderen levend te houden heeft Paul Claes in dit boek tachtig klassieke gedichten uit onze literatuur verzameld en deskundig toegelicht. Hij geeft verhelderend technisch en thematisch commentaar, portretteert de makers en toont hun nawerking tot in deze tijd.
    De ‘canon van Claes’: een rijk geïlustreerd standaardwerk voor iedere in poëzie geïnteresseerde lezer.

    Verrassend in deze bloemlezing is opname van het gedicht ‘Ne roibaard ip ’n wisse’ ‘Een roodborstje op een twijg’ van de West-Vlaamse dichter Omer Karel de Laey, die in nog niet menog canon-bloemlezing verscheen.

    ISBN: 978 90 234 3288 3
    Omvang: 304 bladzijden
    Uitvoering: Gebonden
    Prijs: € 24.90

  • Een conflict tussen twee gelijken

    Een conflict tussen twee gelijken

    Recensie door Anne-Marie van der Poel

    ‘Twee kinderen die dezelfde wrede ouder hebben, houden niet noodzakelijkerwijs van elkaar. Heel vaak zien ze in elkaar het evenbeeld van de wrede ouder. En dat is precies wat hier aan de hand is, niet alleen tussen Israëli en Palestijn, maar ook tussen jood en Arabier’.

    Het Israelisch-Palestijnse conflict is iets waar iedereen een mening over heeft, over wil hebben of het gevoel heeft te moeten hebben. Zeker in het Westen, waar maar al te gemakkelijk met een beschuldigende vinger wordt gewezen en waar genuanceerde oordelen nog al eens ontbreken. Onlangs verscheen er onder de titel Hoe genees je een fanaticus de Nederlandse vertaling van Help us to divorce. Israel and Palestine: Between Right and Right, twee korte beschouwingen waarin de Israëlische schrijver Amos Oz een nuchtere en heldere kijk op het Israëlisch-Palestijnse conflict uiteenzet en ingaat op de aard van fanatisme. De stem van Amos Oz, en ik citeer Nadine Gordimer uit de inleiding, is ‘de stem van de redelijkheid die opklinkt uit de verwarring, de leugens en het hysterische geleuter zoals die wereldwijd over de huidige conflicten te beluisteren zijn’.

    In het essay Tussen gelijk en gelijk betoogt Oz dat het Israelisch-Palestijnse conflict een conflict is tussen Gelijk en Gelijk, er zijn geen goeden en geen kwaden aan te wijzen: ‘De Palestijnen zijn in Palestina omdat Palestina het thuisland, het enige thuisland, is van het Palestijnse volk (…) De Israëlische joden zijn in Israël omdat er geen ander land ter wereld is dat de joden als volk, als natie, ooit hun thuisland zouden kunnen noemen’.
    Alleen een compromis zou oplossing kunnen bieden uit de impasse: een gedeelde staat, twee naast elkaar bestaande staten dus. Een scheiding is altijd pijnlijk en deze scheiding zal des te pijnlijker zijn, daar ‘de betrokken partijen in hetzelfde huis blijven wonen. Niemand verhuist. En omdat het huis erg klein is, moet worden afgesproken wie slaapkamer A krijgt en wie slaapkamer B, en wat er met de woonkamer moet gebeuren; omdat het huis klein is moeten er speciale afspraken worden gemaakt over de badkamer en de keuken.’ Het veelvuldig gebruik van beeldspraak en anekdotes maakt een moeilijk en beladen thema als dit  toegankelijk voor een breed publiek en nergens doet het afbreuk aan de intensiteit van de woorden van Oz..

    Hoe genees je een fanaticus? In zijn tweede beschouwing probeert Oz een antwoord te vinden op deze vraag. Uiteraard vind hij dat niet. Wel is er wellicht een soort van tegengif: als we erkennen dat ieder mens een schiereiland is, dat voor de helft vastzit aan familie, traditie en dergelijke en dat voor de andere helft geldt dat deze los, vrij wil zijn en met rust wil worden gelaten, als we erkennen dat je een ander niet kunt veranderen  (wat in wezen fanatisme is), door het schiereiland te dwingen de andere kant op te kijken, dan zijn we wellicht enigszins beschermd tegen dat fanatisme:  ‘Gevoel voor humor,  je in de ander kunnen inleven, het vermogen om het schiereilandaspect van ieder van ons te erkennen; deze dingen bieden wellicht althans gedeeltelijk bescherming tegen het fanatisme-gen dat we allemaal bezitten’.

    De beeldspraak, net als de ironische humor van Oz en het ontbreken van enige belerende toon, maken het geheel zeer toegankelijk om te lezen, net als de persoonlijke herinneringen en anekdotes– die lezers van zijn memoires Een verhaal van liefde en duisternis bekend zullen voorkomen. Amos Oz kent de kracht van woorden en weet ze op een wonderschone, genuanceerde en redelijke manier te gebruiken.

     

  • Overvolle roman

    Overvolle roman

    Intelligent, een rijke stijl, complotten, psychologisch onder druk staande personages en zeer goed gedocumenteerd. De debuutroman van Michael André Bernstein heeft alles in zich om overtuigend te zijn. Toch gaat Samenzweerders ten onder aan de ambitie en kennis van de auteur.

    Als de ruim zeshonderd pagina’s samen te vatten zijn in enkele zinnen, zou de roman gaan over Galicia, een grensstadje tussen Oostenrijk en Rusland, dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog geteisterd wordt door een serie moorden. Jacob Tausk, een joodse spion in dienst van Graaf-gouverneur Wiladowski, krijgt als de familie van Wiladowski zelf getroffen wordt door het geweld, verregaande bevoegdheden om het een halt toe te roepen. Wat Wiladowski echter niet weet is dat zijn spion in wie hij al zijn vertouwen legt, een dubbele agenda hanteert en dat in het kamp van Tausks andere meester een samenzwering wordt beraamd.

    Een groot aantal verhaallijnen en een bijna even groot aantal personages wordt opgevoerd, maar zowel de verhaallijnen als de personages lijken op elkaar en hoewel je als lezer de eerste pagina’s nog wel onder de indruk bent van de intelligente, breedsprakigheid en psychologische spanning die het boek je lijkt te gaan bieden, raak je al snel geïrriteerd door het volledige gebrek aan afwisseling of misschien beter gezegd: de bijna laboratorische opzet van het boek.

    Gedetailleerde, analytische beschrijvingen gaan vooraf aan eindeloze monologen en dialogen die op hun beurt weer worden gevolgd door pagina’s lange brieven. Alles geschreven in dezelfde rijke en intelligente, maar tegelijkertijd nietszeggende stijl die op den duur een vervelend trucje wordt en die slechts zelden weet te verrassen.

    De psychologische uitwerking van de karakters, waar Bernstein duidelijk veel aandacht aan heeft willen besteden, faalt: ze weten niet te overtuigen en lijken op plaatsen door de volledige gelijkheid in stijl en taalgebruik inwisselbaar. Ook de politieke spanning van een land aan de vooravond van een oorlog, geteisterd door samenzweringen en moorden, wordt niet overtuigend gebracht. Hoewel er herhaaldelijk op wordt gewezen dat de situatie in het land verslechterd en dat het lijden onder de bevolking erger wordt, voel je het als lezer niet en moet je maar aannemen dat het zo is.

    Bernstein is hoogleraar Literatuurwetenschappen aan Berkeley, Californië en recensent voor onder andere Times Literary Supplement. Zijn kennis heeft zich echter tegen zichzelf gekeerd: literatuur is geen laboratorium waarin vaste wetten gelden en waarin met de juiste bestanddelen en onder de juiste omstandigheden een geslaagde proef tot stand kan worden gebracht. Noem het de kracht om te overtuigen, gevoel, passie of talent, maar er zal iets extra’s moeten worden toegevoegd om een roman te laten slagen. Als Samenzweerders iets aantoont dan is het dat wel. Wellicht had Bernstein beter een non-fictie boek over dit tijdperk kunnen schrijven: zijn kracht lijkt meer te liggen in een uitvoerige documentatie dan in het psychologiseren van karakters.

     

    AMvdP