• Vrouw met woordhonger

    Vrouw met woordhonger

    Je moest ergens heen, er was een afspraak , dan toch treuzel je. Hoezo? De man wachtte al in de auto. Je was uitgehongerd (ontbijt was erbij ingeschoten). Maar je hebt het over woordhonger, dat bestaat, net als huidhonger. Je was dus begonnen aan De Parelduiker, die je stukje bij beetje verorberde en de man wachtte. Je begon aan ‘Een schielijke oplichter? – Over de betekenis van Bertus Swaanswijks oorlogsbrieven, (de latere Lucebert) door Graa Boomsma. Lucebert die eens zulke mooie brieven wisselde met Frieda Koch, de vrouw van Bert Schierbeek. Maar in zijn jonge jaren geloofde (en liet dat weten in zijn brieven) in de Duitse bezetters. Boomsma vraagt zich af of het bijvoorbeeld werkelijk zo was dat de latere kunstenaar en dichter in de zomer van 1942 met vrienden een bijeenkomst van het Nationaalsocialistisch Studentenfront bezocht. En waarom schreef hij in een bief aan een vriendin zo neerbuigend over Joden, omdat de vriendin pro Duits was?  Er is sprake van ‘knielzuchtige momenten’, als zijnde onderdanig, met alle winden meewaaiend. Er is sprake van een labiel karakter. Boomsma onderzoekt de omgeving waarin Swaanswijk opgroeide, de vrienden, alles wat invloed heeft op een labiele jongeman. Hoe de beweegredenen van een 16/17-jarige jongeman te begrijpen? Lees het, en je ontdekt dat het niet zo eenduidig is, of toch weer wel.

    Toen moest je echt gaan, de man in de auto enzo. Snel bladerde je nog door, naar de rubriek ‘In gesprek met de vorigen’ waarin jonge schrijvers vertellen over welke schrijvers hen zijn voorgegaan, wie zij bewonderden, door wie zij het lezen lief kregen. Je leest als een hongerige veelvraat. Weten hoe schrijvers aan het schrijven raakten, wie ze op een spoor zette. Deze keer is het Luuk Imhann (Thomas Heerma van Voss, Julie Ignacio – hè, het is toch Julien? – Alma Mathijssen en Merijn de Boer gingen hem voor in deze rubriek) die over zijn voorgangers schrijft. ‘De wereld was al oud toen ik geboren werd, in de herfst van 1986, in het bed van mijn ouders in een klein dorp in het Westland. Ik wist natuurlijk niet hoe oud de wereld was en ik ontdekte alles voor het eerst.’, begint Imhann.

    En daar ga je, het tijdschrift mee de auto in. Er is haast (kans op te laat komen door vrouw met onbedwingbare woordhonger). Maar dat interesseert je niet. Imhanns leren aan literatuur wel. Hoe Vestdijk, Haasse, de grote drie, De avonden van Reve hem niet konden bekoren (gewoon toegeven), en dan eindelijk via Campert en Slauerhoff het te pakken krijgt. ‘Campert was mijn startschot.’ En later Slauerhoff, die hem verder hielp de vaderlandse literatuur te ontdekken. Hoe hij zich een weg zocht door de Nederlandse literatuur, die lijn van voorgaande schrijvers  ontdekte. Hij schrijft, ‘Zie je, je kunt schrijvers in twee categorieën opdelen: zij die zich bewust zijn van de schrijvers die hen voorgingen of zij die denken uniek te zijn, alsof de (literaire) geschiedenis begon met hun geboorte. En daar maakt hij een prachtige vergelijking met de zalm, die al millennia met duizenden de rivier opzwemmen. ‘Ze volgen hun blinde intuïtie om terecht te komen op een plek waar hun ouders al waren. Een reis naar de plek waar ze vandaan kwamen.’

    En lees dan ook ‘Stichter Luc Coorevits blikt terug op veertig jaar literair ondernemen’, een interview met Coorevits door Martine Cuyt. Samen met zijn vrouw Marianne Janssen stichtte Coorevits in 1984 ‘Behoud de Begeerte’, kunstencentrum voor literatuur. Vraag: ‘Waar en wanneer viel u voor literatuur op het podium?”
    Antwoord: ‘De coup de foudre was in 1983, Nacht van de Poëzie, Utrecht. Hugo Claus las zijn “Jan de Lichte” zo majestueus en bezwerend dat ik voorgoed in de ban kwam van schrijvers die uit eigen werk lezen.’ Prachtige verhalen uit veertig jaar aan schrijvers een podium bieden.
    Neem het in memoriam ‘Nergens bang voor geweest’ aan Lisette Lewin (1939-2024) door Vic van de Reijt nog even mee. Hoe Lewin ooit bij uitgeverij Nijgh en Van Ditmar kwam. Over haar oeuvre en haar overlijden in het Sarphatihuis, waar ze op een ‘verborgen’ kamertje lag, ‘met de stukgelezen exemplaren van Tsjechov en Carmiggelt naast haar bed’.
    En er is meer. De Parelduiker heeft altijd meer te bieden dan je denkt aan te kunnen. Voor een woordhongerige zijn dat beslist geen parels  voor de zwijnen. Lees De Parelduiker!

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, ze schrijft wekelijks over haar lezende leven.

     

     

     

  • In een mum van tijd een leven moeten herzien

    In een mum van tijd een leven moeten herzien

    En weer deed een biografie nog voor verschijnen flink wat stof opwaaien. Dat Bertus Swaanswijk voordat hij Lucebert werd foute ideeën aanhing, was natuurlijk nieuws. Dat ‘iedereen’ daar ook zonder Lucebert: biografie van Wim Hazeu gelezen te hebben vervolgens iets van vond, lag voor de hand. Het was zelfs een beetje de bedoeling.
    In de fase vlak voor publicatie moeten potentiële lezers op het spoor van een boek gezet worden. Dus wordt er alvast ‘iets’ prijsgegeven in de hoop dat er opschudding ontstaat. Nuanceren kan daarna altijd nog. Als de verkoop eenmaal loopt.

    Dit keer ging het een beetje anders. Het nieuws werd onmiddellijk van een context voorzien. Biograaf Wim Hazeu mengde zich zelf in het debat en vertelde dat wat nu nieuws is een jaar geleden voor hem volkomen uit het niets kwam, toen hem brieven van Bertus Swaanswijk ter hand werden gesteld. Hij had de biografie toen al af. Er zat voor hem niets anders op dan het boek grondig te herschrijven. Dat wegmoffelen van een waarheid die schadelijk kon zijn voor het imago van Lucebert voor Wim Hazeu geen optie was, siert deze biograaf.

    Wat hij nog meer zei, prikkelde mijn nieuwsgierigheid pas echt. De biograaf liet blijken met de brieven een sleutel in handen te hebben gekregen. Nadat hij kennis genomen had van het feit dat Bertus Swaanswijk de ideologie van de nazi’s in zijn jonge jaren enige tijd omarmde, zag hij hoe het werk van Lucebert zich tot het leven van Bertus Swaanswijk verhoudt: ‘Zijn strijdbare en krachtige schilderijen, en gedichten komen vóórt uit de oorlog. Lucebert neemt wraak op de oorlog. Wraak op zichzelf.’
    In de inleiding van de biografie zegt Wim Hazeu het zo: ‘De waarschijnlijk onbewuste zelfreflectie veroorzaakte een revolutie in zijn autonome denken’ en ‘Zonder die oorlogsbelevenis géén Lucebert’.
    Dat klinkt heel plausibel. Ik bedoel: ik weet nog niet of het in het geval van Lucebert helemaal waar is, maar ik kan me voorstellen dat iemand op die manier afstand neemt van een kortstondig vol overtuiging beleden abjecte ideologie.

    Het is wat: een op basis van langdurig onderzoek geschreven boek moeten herschrijven omdat er op het laatste moment brieven opduiken aan een ook nog eens tot dan toe niet in het verhaal optredende vriendin. Hoe doe je dat? Waar begin je? Hoever ga je?
    Ik heb zelf ook wel eens een brief onder ogen gekregen waardoor ik een beeld van iemand in mijn naaste omgeving (mijn moeder) bij moest stellen. Ik heb zelfs wel eens een leven (het mijne) moeten herzien op basis van nieuwe informatie. Dat is ingrijpend en de gevolgen zijn niet altijd onmiddellijk te overzien. Hoe het verleden met terugwerkende kracht is veranderd en hoe een nieuwe werkelijkheid schaduwen vooruitwerpt, wordt vaak pas na verloop van tijd duidelijk.

    Wim Hazeu heeft in een mum van tijd zijn kijk op een leven moeten herzien. Ik kan me bijna niet voorstellen dat hij in het jaar dat hij daarvoor had alles heeft kunnen heroverwegen. Het hele leven van Bertus Swaanswijk en de complete carrière van Lucebert. Hoever hij kwam zal tijdens het lezen van Lucebert: biografie blijken.

     


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.