• Een literaire legpuzzel

    Een literaire legpuzzel

    In Een luisterend oog ontvouwt Bertram Koeleman niet alleen een prikkelend mysterie à la Het smelt van Lize Spit, hij verwerkt ook de universele complexiteit van menselijke relaties. Een ambitieuze combinatie voor een boek van nauwelijks 100 pagina’s. Het werkt, maar Koeleman vraagt wel wat van zijn lezer.

    Een luisterend oog draait om kunstenaar Boris Němec en om Maarten, die een foto van Němec koopt bij diens tentoonstelling in een galerie. Maar Boris verdwijnt na de opening van de tentoonstelling van de radar. En er is iets vreemds aan de hand met de foto die Maarten van hem kocht, getiteld Can You See Me?. In het werk – op het eerste gezicht een stilleven van een eenvoudig ingerichte kamer – zou namelijk een menselijke figuur verwerkt zijn. Stukje bij beetje ontsluiert Maarten dit raadsel.

    Literaire omkoperij

    De verdwijning van Boris en de raadselachtige foto werken precies hetzelfde als het blok ijs in Het smelt van Lize Spit: zij wakkeren de nieuwsgierigheid en leeslust van de lezer aan, en scheppen de verwachting dat de schrijver in de loop van het verhaal de belofte van een ontknoping zal inlossen. Op die manier koopt de auteur – om het oneerbiedig te zeggen – de lezer om. Wat vraagt de schrijver in ruil voor de bevrediging van de nieuwsgierigheid? Diens aandacht.

    De nuance en gelaagdheid van interpersoonlijke relaties

    Die aandacht gebruikt Koeleman voor het uitwerken van de belangrijkste thematiek van zijn roman: de gelaagdheid van familiebanden. Een luisterend oog maakt genadeloos duidelijk dat ook ogenschijnlijk onbeduidende en onschuldige gedraginkjes, zoals het plukken aan een wenkbrauw of het sturen van een WhatsApp-bericht, symptomatisch kunnen zijn voor grotere, niet zelden toxische patronen van manipulatie en voor de lelijkere kanten van een menselijk karakter. Maar het is duidelijk dat het goede met het kwade verweven is, en dat die narigheden de affectie en liefde die er tussen twee mensen kan bestaan, onverlet kunnen laten.

    De verhaaltechnische mysteries – de afwezigheid van Boris Němec en de foto – en de thematiek van interpersoonlijke relaties zijn in Een luisterend oog op vernuftige wijze met elkaar verweven. Maarten legt telefonisch contact met Boris, en de twee mannen vinden elkaar in gesprekken over de relaties tussen ouder en kind, en hun eigen ervaringen daarmee: Boris vertelt over de band met zijn vader, Maarten over de band met zijn zoon Thomas.

    Vrienden of kennissen?

    Wanneer Maarten Boris op zeker moment niet meer kan bereiken, begint hij zich zorgen om de ander te maken. Hij gaat naar hem op zoek. Uiteindelijk treffen de twee elkaar weer bij Boris thuis. Deze fysieke ontmoeting had kunnen voelen als het emotionele hoogtepunt van het verhaal: twee mannen die elkaar anders nooit hadden ontmoet vinden herkenning in elkaars verhaal en smeden een onverwachte vriendschap. Maar helaas blijft de aard van de verstandhouding tussen de twee moeilijk in te schatten voor de lezer: de indruk wordt gewekt dat Boris en Maarten ondanks hun persoonlijke ontboezemingen toch nog een zekere afstand tot elkaar bewaren, maar bij hun treffen bejegenen ze elkaar alsof ze elkaar al jaren kennen;  Maarten geeft Boris zelfs meermaals een knuffel.

    Tijdens Maartens bezoek vraagt Boris hem zijn installatie This Is Your Life te doorlopen, een kunstwerk waarin de bezoeker een alternatieve, fictionele levensloop voorgeschoteld krijgt. Het meermaals doorlopen van het kunstwerk zorgt voor een doorbraak bij Maarten, alsof hij door de blootstelling aan al die alternatieve levensinvullingen en -keuzes inziet wat het leven hem nog meer te bieden heeft. En inderdaad blijkt uit de ‘post-credit sequence’ – een soort epiloog – dat Maarten is gestopt met werken en dat de banden tussen hem, zijn vrouw en zijn kind sterker worden. Al met al heeft de ontmoeting op Maarten dus een positieve invloed gehad.

    Een minimalistische vertelstijl

    Een luisterend oog bevat veel plot en karakterontwikkeling voor zo’n dun boekje. Het blijft voor de lezer dan ook wat gissen naar het hoe en waarom van de ontwikkeling die Maarten en Boris als karakters doormaken. Met het oog op de minimalistische narratieve stijl van de roman is het opvallend dat er aan het perspectief van Thomas – Maartens zoon, een relatief bijpersonage – in verhouding veel pagina’s zijn gewijd, terwijl die voor een indruk van Thomas’ karakter niet strikt noodzakelijk zijn.

    Een luisterend oog trekt de lezer het verhaal in door zich voor te doen als een klassieke mystery-roman, maar laat in de loop van de tekst haar ware gezicht zien: dat van een psychologisch drama. Geleidelijk aan laat Koeleman die mystery-opzet los, en de belofte van de grootse ontknoping, waarmee de lezer in het begin lekker is gemaakt, wordt uiteindelijk niet helemaal ingelost. Dat is niet alleen zonde – de mystery-opzet was juist zo effectief –, maar ook teleurstellend voor de lezer. Die zal namelijk zelf op zoek moeten gaan naar de antwoorden op de vragen die in het begin zijn opgeworpen. Om die reden zal Een luisterend oog vooral de toegewijde lezer aanspreken, die het geen bezwaar vindt de puzzelstukjes zelf aan elkaar te leggen.

  • Oogst week 49 – 2025

    Oogst week 49 – 2025

    Alleen in dans kon zij wonen / Het vrijgevochten leven van Darja Collin 1902-1967

    Wie heeft ooit van Darja Collin gehoord? Arend Hulshof, freelance journalist, schrijver en schrijfcoach schreef haar biografie: Alleen in dans kon zij wonen, het is een boeiend verhaal van het leven van de danseres Darja Collin. Zij werd in 1902 in Amsterdam geboren, haar vader was Robert Collin, een Duitse violist die jong stierf. Na een eenzame jeugd op een meisjesinternaat, gaat Darja terug naar haar moeder in Rotterdam. Ze is negen jaar als ze een dansoptreden ziet en meteen haar hart verliest aan de dans. Geheel tegen de tijdgeest in kiest ze voor het podium en is in de jaren twintig van de vorige eeuw een gevierd danseres. Ze volgt opleidingen in Dresden en Parijs en opent een dansschool in Den Haag. Na een hevige verliefdheid trouwt ze met de dichter Jan Slauerhoff, ze krijgen een doodgeboren zoon. Het huwelijk duurt slechts kort, Slauerhoff is altijd op zee en Darja Collin kiest haar eigen weg. Voor de Tweede Wereldoorlog reist ze samen met een leerling en later goede vriendin door Afrika, ze treden op voor geallieerde troepen op Borneo en Nieuw-Guinea.

    Een boeiende biografie van een danseres, die ook wel de Mata Hari van de dans werd genoemd.

    Auteur: Arend Hulshof
    Uitgeverij: Querido

    Mijn Andalusische moeder

    Zoektocht naar een jeugd. Manuele worstelt met het verleden en zijn plaats in de wereld. Hij mist zijn moeder, die na een mysterieuze ziekte stierf. Aracoeli is haar naam, het is de titel van de oorspronkelijke Italiaanse roman die drie jaar voor Morante’s dood in 1982 verscheen. Nog steeds actueel, is Mijn Andalusische moeder nu in een vertaling van Manon Smits verschenen.

    Aracoeli kwam uit een Andalusisch dorp, een mooie Spaanse die door een Italiaanse marineofficier werd meegenomen naar Rome. Jaren later vertrekt hun zoon, de veertiger Manuele naar Andalusië. Hij zoekt naar antwoorden over zichzelf en zijn moeders wortels. Terwijl hij ronddoolt door haar geboorteland, vervagen de grenzen tussen herinneringen, dromen en werkelijkheid. Zijn zoektocht wordt een confronterende reis door tijd en geschiedenis, waarbij de schaduw van Franco’s Spanje en zijn eigen jeugdtrauma’s steeds zwaarder op hem drukken.

    Mijn Andalusische moeder is Elsa Morante’s laatste en volgens sommigen misschien beste roman: een ontroerend verhaal over verlangen, verloren onschuld en de onbreekbare, maar ook destructieve band tussen moeder en zoon.

    Samen met Natalia Ginzburg behoorde Elsa Morante (1912-1985) tot de beste Italiaanse schrijfsters van de vorige eeuw. Ze is het grote voorbeeld voor auteurs als Elena Ferrante en Silvia Avallone. Ze was de echtgenote van Alberto Moravia en schreef kritisch onder andere over de ideologieën van haar landgenoten in de Tweede Wereldoorlog.

    Auteur: Elsa Morante
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Een luisterend oog

    Grote raadselachtige foto’s van de kunstenaar Boris Němec trekken de aandacht in de internationale kunstwereld. De kunstliefhebbers en verzamelaars Iris en Maarten kopen het kunstwerk van een perfect interieur dat de titel draagt Can You See Me? Op de foto is alleen niemand te zien, toch raakt de man totaal geobsedeerd door die foto, met ingrijpende gevolgen. Welke rol kan kunst vervullen in ons leven?

    Een luisterend oog is een filmisch geschreven novelle.  Het leven van het echtpaar wordt ontregeld, maar ook dat van de kunstenaar zelf.  Waarmee Een luisterend oog neigt naar sciencefiction. ‘Bertram Koelewijns literaire oeuvre (twee verhalenbundels, nu vier romans) draait om mind games, om dubbele lagen en de kracht van de verbeelding,’ aldus Thomas de Veen in NRC. ‘Hij betoont zich een pleitbezorger van literatuur die echt om de fictie draait, „pure fictie”, om dat wat verzonnen is en toch reëel voelt, en reëel effect teweegbrengt.’

    Bertram Koeleman (1979) is inkoper bij boekhandel H. de Vries in Haarlem. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde en publiceerde in De Gids. Hij debuteerde met De huisvriend in 2013.  Een roman waarin de beheerder van een landgoed de kluizenaar-eigenaar verstopt houdt voor de buitenwereld, met het wekelijkse bezoekje van een hoogleraar, de huisvriend, ontstaat er een probleem.

     

     

    Auteur: Bertram Koeleman
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren

    Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren

    In de roman Dit is jouw tijd van Bertram Koeleman zou Mart Rebius terug willen gaan in de tijd. Wie kent dat verlangen niet, met een tijdmachine een val in het verleden maken naar een gezinssituatie van vele jaren terug. Toen vader en moeder nog leefden en broers en zussen met vrienden en vriendinnen luidruchtig rondom de eettafel zaten. In een interview in Trouw vertelde  Koeleman dat het schrijven van deze roman begon met het beeld in zijn hoofd van een volwassen man in pyjama. Een man die in het verleden duikt en probeert zich in te beelden dat hij kind is. Hij schreef een eerste scène. Daarin staat Mart met zijn moeder bij het verse graf van zijn vader. En krijgt een visioen: hij ziet slingers en ballonnen die hem terugvoeren naar zijn zesde verjaardag. Het visioen wordt – op haast Proustiaanse wijze – gewekt door de parfum van zijn moeder naast hem.

    In de dagen na de begrafenis van zijn vader komt hij tot het besef dat het gebeurde op die verjaardag voor hem van grote betekenis is geweest: ‘Haast alsof tot dusver iets in mijn hoofd had liggen slapen dat ontwaakte door de dood van mijn vader en zichzelf nu koste wat kost kenbaar wil maken. Alsof mijn levende vader het slapende had gehouden.’ Voor de begrafenis van zijn vader bestond dat verleden niet voor hem. Hij heeft geaccepteerd dat zijn ouders gescheiden waren, dat hij bij zijn moeder opgroeide en zijn vader geregeld langskwam. 

    Het verleden reconstrueren

    Voor Mart wordt het een obsessief verlangen om die verjaardag te reconstrueren. Daarvoor is niets hem te veel. Hij haalt alles uit de kast om de waarheid omtrent die dag te ontdekken. Hij koopt het huis waar hij als zesjarig kind met zijn moeder woonde en richt het in als een kopie van vroeger. Vervolgens huurt hij via een castingsbureau toneelspelers in die de rol spelen van de personen die op zijn kinderverjaardag aanwezig waren. Behalve voor zijn moeder, die zichzelf speelt. Zijn vader wordt door zo’n goede lookalike gespeeld dat zijn moeder schrikt van de gelijkenis en later zelfs met de acteur naar bed gaat. Mart vraagt zijn moeder en zijn lookalike vader niet alleen die verjaardag na te spelen, maar ook andere momenten uit zijn jeugd. Zoals het optuigen van de kerstboom. Daardoor wordt hij soms weer de ‘springerige, vrolijke jongen die zo verlangde naar de liefde van zijn vader’. Door de reconstructies heen dringt tot hem door dat hij zijn vader, die door de scheiding niet altijd beschikbaar was, blijkbaar gemist heeft.

    De rol van de moeder in deze roman is uiterst merkwaardig. Eerst probeert ze zijn zoektocht in de kiem te smoren: ‘Lieverd ik heb echt geen idee waar je het over hebt. Je had een normale jeugd, Mart.’ Ze zegt zich niet te herinneren wat er gebeurd is, maar werkt vervolgens wel mee aan Marts experiment en leeft zich ogenschijnlijk helemaal in.
    Enige tijd later, als ze ernstig ziek is, dwingt Mart haar dat ze hem nu eindelijk vertelt wat er gebeurd is. Maar ook dan vertelt ze hem niet het hele verhaal. De ontbrekende stukken uit haar verhaal komt hij later te weten van een ambulancebroeder. De onthulling van dat geheim maakt alles anders: ‘Er was een nieuwe laag over de werkelijkheid heen gelegd en alles om hem heen leek opeens onecht, alsof zijn omgeving was vervangen door een replica.’

    Wat is er in hemelsnaam gebeurd

    Dat iemand zijn verleden wil reconstrueren is niet vreemd. Maar de gedetailleerde en obsessieve manier waarop dit in Dit is jouw tijd gebeurt is wel erg hyperbolisch. Het komt als ongeloofwaardig over dat zijn moeder niet wil zeggen wat er gebeurd is, terwijl ze wel van harte meewerkt aan de reconstructie. Er wordt niet genoeg uitgewerkt wat dit stilzwijgen van zijn ouders voor gevolgen heeft gehad voor het leven van Mart. Wel is er een passage waarin Mart zegt: ‘Wie wij vandaag zijn, of hoe wij onszelf vandaag zien, is in grote mate afhankelijk van ons beeld van onszelf vroeger.’ Maar dat wordt verder niet invoelbaar gemaakt. Koeleman beschrijft  de zoektocht, maar geeft er psychologisch te weinig noodzaak toe. Daarmee is er een kans blijven liggen. De beschrijvingen van eindeloze gesprekken die nooit een doorbraak bereiken, vervelen nog wel eens. Moeder houdt vast aan een leugen, naar het waarom ervan moet je gissen. Soms doet zich de vraag voor waar al die reconstructies voor nodig zijn. De hints die Koeleman voor de clou geeft, zijn zo summier dat de lezer zich blijft afvragen wat er toch in vredesnaam gebeurd kan zijn op die zesde verjaardag.

    Toch is het ook een roman met kwaliteiten want Koeleman schrijft in mooie zinnen: ‘Mart rent met een legodoos naar de eettafel en zet hem bij vier andere legodozen die een slagroomtaart omsingelen.’ Boeiend is de hele reconstructie van een huis met inrichting uit de jaren tachtig vorige eeuw, herkenbaar voor velen. Dit is jouw tijd gaat over het verzwijgen van dingen. Ouders die hun kind niet de waarheid vertellen uit angst dat hun leven erdoor bepaald zal worden. En dat ‘wat niet weet wat niet deert’ in zo’n omstandigheid nooit de juiste gedachte is. In essentie zijn ouders vaak bang om hun eigen trauma hieromtrent te delen met hun kind.

     

     

  • Scharrelen in de krabbenmand van de literatuur

    Scharrelen in de krabbenmand van de literatuur

    Bertram Koeleman speelt graag spelletjes met zijn lezers. Wie zijn roman Het winkelhart wil lezen, zal ermee moeten leren leven dat hij voortdurend in het ootje wordt genomen en zelfs ronduit belazerd. De ingeving om een over het schrijverschap reflecterende auteur in het verhaal te gebruiken wiens schrijfsels dan ook nog eens gaan interfereren met de interne werkelijkheid van de roman is bijvoorbeeld niet nieuw. Wie Nocturnal Animals heeft gezien, zal zich bijvoorbeeld weleens afvragen of dit boek een soort polderversie van die film is, tot een personage in Het wikkelhart quasi achteloos de naam van regisseur Tom Ford laat vallen en hij beseft dat hij er weer is in getuind. Het maakt de lectuur van dit boek soms enerverend: Koeleman herinnert je er regelmatig aan dat hij de touwtjes in handen heeft en je vooral niet moet denken dat je vat kunt krijgen op zijn boek.

    De eigenlijke plot van een roman vormt zelden of nooit de kern van een roman en is hooguit een aanknopingspunt. In Het wikkelhart is dat niet anders. De aftrap wordt gegeven wanneer Dominic, een veelbelovende jonge schrijver, in Frankrijk gaat kamperen met zijn vriend Nick. De twee zijn toeschouwers van een bizarre scène met een meisje in een afgelegen schuur. Er komt ruzie van. Daarna gaan ze elk zijns weegs, maar blijken de rollen te zijn omgedraaid: niet Dom, maar Nick wordt een gevierd schrijver. Dom kwijnt weg als boekverkoper met een belabberd privéleven. Nick gaat aan de haal met het incident in de schuur voor zijn roman Het wikkelhart, wat Dom moeilijk kan verkroppen. Maar een auteursrecht op zijn eigen leven heeft hij niet, dus er valt weinig tegen te beginnen.

    Toch is ik-figuur Dominic althans in zijn verbeelding de échte schrijver in dit verhaal, die zich voortdurend afvraagt hoe hij uitdrukking kan geven aan zijn gedachten, maar telkens weer tot de conclusie komt dat er geen bevredigende oplossing is: ‘Welke woorden gebruikte je om aan te geven hoe melancholiek dit stemde zonder melodramatisch te worden?’ Zo kan je dit boek ook lezen als een antiroman waarin met artificiële mooischrijverij wordt afgerekend.

    ‘Schrijf over wat je kent’ is een bekend schrijfadvies, maar als een schrijver schrijft over het schrijverschap, dreigt het gevaar dat je in een beklemmende microkosmos met een claustrofobisch incrowdsfeertje belandt. Gelukkig laat Koeleman soms wat druk van de ketel dankzij zijn humor. Vakkundig parodieert hij de flauwekul die schering en inslag is in het boekenvak en zo vaak zijn weg vindt naar flapteksten: ‘Nick Tuins nieuwe roman gaat over schuld en onschuld, liefde en jaloezie, en de relatie tussen kunst en werkelijkheid. Een zin die erin slaagde zowel allesomvattend als volslagen nietszeggend te zijn.’ Ramsjwinkels liggen vol met voor de eeuwigheid bestemde meesterwerken die na een paar jaar stof vergaren worden verpulpt, dus wat voor zin heeft die hele literatuur eigenlijk? En toch blijft Dom er hardnekkig in geloven: ‘Het kan toch niet dat mij maar één verhaal gegeven was en dat de rest van mijn leven een vergeefs pogen was om dat ene verhaal op papier te krijgen?’

    Wanneer Dom Nick naar Parijs volgt, waar de première van de verfilming van zijn roman wordt voorgesteld, lijkt hij ze helemaal te zien vliegen en volgen er een aantal passages die je aan zijn geestelijke gezondheid laten twijfelen. De grens tussen ‘werkelijkheid’ en ‘fictie’ wordt vrijwel opgeheven: ‘Zijn boek was fictie. Wat hij ook verder maar aan theorieën had gebrouwen, dat was waar het op neerkwam. Zodra het woordje ‘roman’ op het omslag stond, zou de werkelijkheid achter het boek niet meer relevant moeten zijn. Maar dat gebeurde niet, integendeel: het was juist de werkelijkheid die werd benadrukt, groter gemaakt dan het boek zelf, alsof het verzinsel alleen dan waardevol was als het bewijsbaar echt was. Maar Nick had gelijk: ik was de enige die het op die manier bekeek.’

    De neiging is groot om dit soort boeken te hineininterpretieren, maar dat gaan we niet doen: ‘Prima als je iets beschrijft wat meer betekent dan zichzelf, maar die betekenis ga je de lezer vervolgens niet door de strot duwen. Laat de lezer het werk doen.’ U weet dus wat u te doen staat, als u er tenminste vrede mee kunt nemen dat u een zeer bevreemdende leeservaring te wachten staat.