• In twee werelden

    In twee werelden

    Op het omslag van Schemerland van Berthe Spoelstra slaat een donkere vogel zijn vleugels uit. We zien hem op de rug: de archaeopteryx lythographica, bekend als de Oervogel, en miljoenen jaren geleden uitgestorven. Een onheilspellend beeld bij een onheilspellende titel.

    De hoofdpersoon heet Jeanne. Ze woont helemaal alleen in een appartement in Parijs. We volgen haar een ruime week van zondag tot de volgende zondagnacht. In die week wordt haar huis door haar kinderen ontmanteld. Jeanne is oud, hulpbehoevend, spreekt niet meer. Ze krijgt in plaats van thuiszorg dagelijkse ondersteuning van Boudou, de vriendelijke conciërge. Maar er is meer ondersteuning nodig en daarom gaat Jeanne verhuizen naar een plek waar die extra zorg wel gegeven kan worden.

    Met Schemerland debuteert Berthe Spoelstra (1969) als romanschrijver. Theaterliefhebbers kennen haar al langer: meer dan tien jaar is zij huisdramaturg bij Theater Frascati in Amsterdam. Door de eenheid van plaats (de huiskamer), tijd (een week) en handeling (de gedachten van Jeanne) zou Schemerland het uitstekend kunnen doen in het theater, met multimediale hulpmiddelen om haar gedachten te verbeelden.

    Thomas Moore

    Omdat je als lezer het gehele boek uitsluitend in haar hoofd zit, blijft het gissen wat er precies met Jeanne is gebeurd. Is ze dementerend? Daarvoor componeert ze in haar hoofd eigenlijk te prachtige zinnen en consistente gedachten. Kan ze niet praten, of wil ze niet meer praten? Haar kinderen, die in deze week de verhuizing gereed maken, zoeken vergeefs naar ingangen om haar te bereiken. Hoe onbeholpen dat soms ook gebeurt.

    Zonder dat het woord valt, is er eigenlijk sprake van een existentiële crisissituatie. Filosoof Thomas Moore zou het de donkere nacht van de ziel noemen. Er is verlies, rouw, een diep weggestopt verdriet. Zwijgen, je geestelijk terugtrekken en je vervreemd voelen van anderen horen daarbij. Jeannes huis wordt onttakeld, de basis van haar leven wordt haar ontnomen. Niet zijzelf maar haar kinderen maken de keuze welk dierbaar object wel en welk niet mee kan naar het verzorgingshuis. De oude vrouw ondergaat het gelaten.

    Volgens Moore kan zo’n crisissituatie ervoor zorgen dat je het gevoel hebt je tussen twee werelden te begeven. Zo’n ‘liminale’ toestand creëert Jeanne ook. Om pijn niet te voelen zoekt ze haar heil in fantasieën.

    ‘Ik verzin een zevenjarig meisje, een Lilou. Best wel goed, denk ik met de stem van mijn liefste kleinkind. Best wel goed. Glinsterend als zon op zomerwater zal dit fijne meisje de stilte doen trillen. Een verzonnen kind, een menselijk schild tegen alles wat komen gaat.’

    Terugblikken

    Fantasie als schild tegen de pijn van het heden, de verhuizing, en tegen de pijn van het verleden. Want zo zittend in haar stoel, terwijl op de televisie aanslagen in het journaal zijn, de Tour de France zijn etappes heeft of een serie wordt uitgezonden over een politiespeurhond, dwalen haar gedachten af naar het ongemak dat haar leven kleurde: de verhouding met haar zus, de pijnlijke scheiding van haar man, de relatie met haar kinderen:

    ‘Stilte drijft voorbij en wordt gevolgd door stilte, dit keer in een ander kleurenpalet. In welke vuurgloed moet ik mij wentelen om tot loutering te komen? Zo’n berg fietst de mens niet zomaar even op. Hoever is het klimmen en weer dalen voor ik toe kan geven, voor ik rusten kan? Ik ben bang dat ik te weinig liefde heb gegeven.
    Zo, het is gezegd. Is de leeuw nu verslagen?’

    Het zijn geen wereldschokkende gebeurtenissen die de hobbels in haar leven vormen. Ze heeft een klein leven geleid, een gewoon leven zoals de meesten van ons doen, met het gewone verdriet en onvermogen dat daarbij hoort. Als Jeanne naar haar kinderen kijkt, denkt ze: ‘Hebben zij keuzes gemaakt of zijn de dingen bij hen ook gewoon gebeurd?’ Zo blikt ze terug op haar eigen geschiedenis.

    Spoelstra weet dat een mens ook het gewone verdriet en onvermogen – bijna onbereikbaar – diep kan wegstoppen. Soms duren de fantasieën over het verzonnen kind net iets te lang om de aandacht vast te houden. Maar wanneer de herinneringen aan haar voorbije leven het schild van de fantasie doorboren, wordt het verhaal meer invoelbaar, meer urgent.

    Met Schemerland heeft Spoelstra vooral een poëtisch debuut geschreven. Verzamel maar eens de eerste zinnen van de opeenvolgende hoofdstukken: ‘De nacht morst zwart.’ ‘Zacht dient de dag zich aan.’ ‘Boudou draagt de dag onder haar arm.’ Mooie zinnen. Later in het boek beginnen de hoofdstukken met meer reguliere openingszinnen, zodat er ook vaart in het verhaal ontstaat. Knap is hoe Spoelstra haar hoofdpersoon langzaam naar de pijnpunten in haar leven voert tot de dood als een nachtelijke gestalte verschijnt en Jeanne haar vleugels mag uitslaan naar een ander bestaan.

     

  • Oogst week 22 – 2019

    Schemerland

    Drie titels van Nederlandse auteurs, Adam van Wanda Reisel, Ik ga het donker maken in de bossen van Tsead Bruinja en het debuut Schemerland van Berthe Spoelstra.

    Berthe Spoelstra (1969) is huisdramaturg van het Frascati Theater en schreef verschillende essays over het theater. Schemerland is haar romandebuut over een oude vrouw die niet meer praat en een passief leven leidt in haar Parijse appartement. Zittend in haar stoel kijkt Jeanne enkel naar het kleed aan haar voeten en de schilfers op het plafond. Haar kinderen vinden dat het zo niet langer kan en willen haar verhuizen naar een verzorgingshuis. Jeanne heeft ondertussen te maken met spoken uit het verleden en het onvermijdelijke einde. Zittend in haar stoel, aanschouwt ze via de televisie hoe de wereld, net als zij, ten onder gaat. De uitgever noemt het boek ‘een taalbouwwerk over menselijk onvermogen’.

    Schemerland
    Auteur: Berthe Spoelstra
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Ik ga het donker maken in de bossen van

    Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja (1974) debuteerde in 2000 met de Friestalige dichtbundel De wizers yn it read, in 2003 verscheen zijn eerste Nederlandstalige bundel Dat het zo hoorde. Hij is altijd in het Nederlands en het Fries blijven schrijven. Zijn recentste bundel is Hingje net alke klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren op dezelfde kapstok (Afûk, 2018). Daar volgt nu de nieuwe bundel Ik ga het donker maken in de bossen op.

    In deze bundel figureren bomen, brommers, vliegtuigen, bossen, cirkelzagen, Nederland en politiek. En volgens zijn uitgever spat het talent ‘in al zijn facetten van deze nieuwe bundel af’ en is Bruinja een dichter die het gevoel en het experiment in zijn werk toelaat. ‘als deze wereld onderdeel is van iets wat één is / dan is dat één een één waaraan iets mist’.

    Volgens de benoemingscomissie ‘Dichter des Vaderlands’ is Bruinja ‘een bevlogen ambassadeur voor de poëzie in de breedste zin: als bloemlezer, performer op podia en in de media, organisator van evenementen en aanjager van kruisbestuivingen met andere kunstvormen. Hij beweegt in zijn vaak geëngageerde poëzie moeiteloos tussen binnenwereld en buitenwijk – en waar het wel moeite kost, levert dat spannende poëzie op.’

    Ik ga het donker maken in de bossen van
    Auteur: Tsead Bruinja
    Uitgeverij: Querido

    Adam

    Wanda Reisel schrijft sinds 1985 romans, filmscenario’s en theaterstukken. Adam is haar twaalfde roman en kwam begin dit jaar uit. Het gaat over een man die onder en boven de wet leeft en daarmee weg denkt te komen. Het boek opent met een spectaculaire beschrijving van een aanslag op het Monument op de Dam, dat met een klap uit elkaar knalt. Er zijn vele gewonden en doden. Adam Landau is ter plekke en neemt het besluit het geluk naar zijn hand te zetten. Dat doet hij door in het geheim miljoenen naar banken in het buitenland over te sluizen. Hij reist over de wereld, van Amsterdam, via Zürich en Shanghai, om zich later terug te trekken in een doodstil fjord in Noorwegen. Ondertussen worstelt hij met de consequenties van zijn daad en met zijn vrijheid.

    Adam
    Auteur: Wanda Reisel
    Uitgeverij: Atlas Contact