• Feel good verhaal over vrienden

    Feel good verhaal over vrienden

    De dankbetuiging van de auteur op de laatste pagina van Bert Wagendorps roman Ferrara leest als de eindeloze aftiteling van een film: een kleine dertig personen hebben bijgedragen tot de totstandkoming van het boek. 
Misschien was dat al met al te veel bemoeienis, want het is nogal lastig de inhoud van de roman te benoemen. Deels Italie-reisgids, deels culinaire drank- en hapjesgids, deels literaire zoektocht naar een schrijver uit de oudheid, deels teksten die het goed zouden doen op een filosofische scheurkalender. En dat alles binnen een voortkabbelend verhaal.

    Vervolg op Ventoux

    Bert Wagendorp had zes jaar geleden succes met Ventoux, een verhaal over vriendschap en wielrennen dat door het DWDD boekenpanel verkozen werd tot boek van de maand. Meer dan 200.000 exemplaren verkocht staat trots op het omslag van Ferrara, dat wordt aangekondigd als het vervolg op die bestseller. 
De vier Zutphense wieler- en jeugdvrienden uit Ventoux zijn vijftigers geworden en drie van hen beginnen in hun diverse loopbanen op hun lauweren te rusten. Coke-dealer André is steenrijk geworden door zijn handel en probeert nu of nietsdoen iets voor hem is. David, de Surinaamse eigenaar van café De Vriendschap laat zijn nering steeds vaker over aan de barman en neemt de tijd om ’s middags een dutje te doen: hij is vaak moe.

    Bart Hoffman, de verteller van het verhaal is – net zoals Bert Wagendorp zelf – van journalist een succesvolle romanschrijver geworden en na zijn scheiding in rustig vaarwater beland. Hoffman laat niet na geregeld zijn schrijfsucces te melden en de roman bevat dan ook voor schrijvers-in-spe vele tips en inzichten. Zoals deze: 

’Schrijvers proberen in de wirwar van gebeurtenissen een lijn te ontdekken, een keten van voorvallen die samen een verhaal blijken te vormen. Ze laten afleidende kwesties weg, voegen andere toe en zo ontstaat iets dat in weinig lijkt op het leven van alledag maar er toch een weerslag van is. Een verhaal dat gebeurtenissen betekenis geeft, meer dan we er gewoonlijk aan toekennen.’
    Hier valt W.F. Hermans’ mus van het dak, maar krabbelt ook meteen weer op om toch meer betekenis aan die gebeurtenis te geven dan mensen er gewoonlijk aan toekennen!

    Diepgevoelde vriendschap

    De vierde van het kwartet, Joost, heeft als wetenschapper gerommeld met gegevens en is nadat dat uitkwam nergens meer aan de slag gekomen. 
Hij heeft besloten een oude en vervallen palazzo in het pittoreske en eeuwenoude Italiaanse stadje Ferrara te kopen en dat om te bouwen tot design hotel. Als hij dat zijn vrienden bericht besluiten ze de zomer in Italië door te brengen en de onhandige Joost te helpen. Wanneer blijkt dat ze hem door hun eigen gebrek aan doe-het-zelf-ervaring van de wal in de sloot werken schakelt de rijke André architecte Bianca in, die de verbouwing met succes ter hand neemt. 
Het viertal heeft nu alle tijd om rond te hangen, zich met elkaar bezig te houden en de al uit Ventoux bekende feelgood-teksten te wisselen. De vriendschap die zij voor elkaar voelen wordt helaas door Wagendorp zo breed uitgemeten en leidt zo vaak tot diep in elkaars ogen kijken, dat de lezer enige gêne voelt opkomen.

    Rondzwerven met vrienden

    Daarnaast begint de neiging van Wagendorp om elke maaltijd en elke genoten drankje te vermelden na enige tijd wat vermoeiend te worden. Ook lijkt er lang op dat Ferrara niet verder zal komen dan een verslag van de reünie en van de tochtjes door Italië die ze maken, zoals deze in Venetie:
    ‘De waterbus legde aan bij het San Marcoplein. We liepen over de Riva degli Schiavoni langs het huis waar Petrarca had gewoond, over een paar bruggen naar de buurt rond het Arsenaal waar het minder druk was. Daarna zwierven we twee uur door de stad. Op een terrasje in de Joodse wijk zei David: ‘Nu begrijp ik beter wat Wagner, Nietsche, Thomas Mann, Hemingway, Truman Capote en al die anderen hier zochten. Fijn dat je me hierheen hebt meegenomen.’ 
’My Pleasure.’ ‘

    Feelgood – lectuur lijkt het te zijn. Maar dan beginnen er toch wat spannender verhalen te ontstaan. Bart start een affaire met architecte Bianca en raakt van streek als blijkt dat zij het ziet als niet meer dan een vriendschap-met-extra’s.

    Inlevingsvermogen

    Zijn dochter Anna – journaliste – is correspondent in het Midden-Oosten geworden en als zij in Syrië zoek raakt en mogelijk gekidnapt is, wordt Bart wanhopig en heeft hij de steun van de anderen hard nodig. Elke lezer kan zich in zo’n situatie inleven. Maar omdat Wagendorp geen emotie onbeschreven laat heeft dat helaas tot gevolg dat de lezer zelf geen enkele moeite hoeft te doen om zich voor te stellen wat Bart voelt.

    Het kan Wagendorps journalistieke verleden zijn die hem er toe brengt de lezer alles zo precies mogelijk voor te schotelen en uit te leggen. Het voorkomt dat die lezer een binding krijgt met het verhaal en van meelevende lezer verandert hij dan ook in toeschouwer-op-afstand. 
Wagendorp is beter in vorm als blijkt dat David kanker heeft en nog maar enkele maanden te leven. De emoties van de vrienden hierover worden redelijk ingehouden beschreven. Het mooiste stukje proza bewaarde Wagendorp voor de laatste regels van het boek:
    ‘David overleed op 20 oktober. We stonden rond zijn bed, in het appartement boven De Vriendschap. We hielden hem vast, tot hij ons losliet. Anna was de enige die niet huilde.’ 

Dat Wagendorp indringend kan schrijven bewijzen deze paar zinnen. De voorafgaande 252 pagina’s zijn op z’n best onderhoudende zomerlectuur. Geschikt voor elke vakantie, maar in het bijzonder een vakantie naar Italië.

     

  • Oogst week 8 – 2019

    Een leven zonder einde

    In de oogst van deze week een roman van de Franse schrijver Frédéric Beigbeder, waar ik nog nooit iets van gelezen heb maar wiens werk, nu ervan gehoord is, gelezen zal gaan worden. Dan  een roman over collaboratie met de bezetter door Kristien Hemmerechts, een nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske en een klein, doch fijn boekje van Bert Wagendorp.

    Bij De Geus verschijnt Een leven zonder einde van journalist, literair criticus en romancier Frédéric Beigbeder (1965). Beigneder werkte jarenlang als tekstschrijver op een reclamebureau. Als schrijver brak hij door met de roman 99 francs (2000), waarin hij de reclamewereld kritisch beschrijft. Internationale aandacht verkreeg hij met zijn boek Windows on the World (2003), waarin hij afwisselend het verhaal beschrijft van een man en zijn zoontjes die in het restaurant van het World Trade Center aan het ontbijt zitten op de ochtend van de aanslag en van een schrijver die op hetzelfde moment aan een verhaal werkt in de Tour Montparnasse.

    Van de cover van Een leven zonder einde de volgende tekst:

    Vroeger dacht ik één keer per dag aan de dood. Sinds ik de vijftig gepasseerd ben, denk ik er elke minuut aan. Dit boek vertelt hoe ik me voornam te stoppen met dat stomme sterven. Creperen zonder te reageren was geen optie.
    F.B.

    PS: Al heeft het er alle schijn van, dit boek is géén science fiction.’

    Dat klinkt berustend en uitdagend, maar vooral opstandig; dit moet gelezen worden om te kunnen duiden wat de betekenis van dit boek is.

    Een leven zonder einde
    Auteur: Frédéric Beigbeder
    Uitgeverij: De Geus

    Het verdriet van Vlaanderen

    De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts (1955) maakte naast haar vele romans, reisverhalen en verhalenbundels ook naam met haar autobiografische essays. Daarvan is Taal zonder mij (1997) wel de bekendste.
    Hemmerechts weet de meest ingewikkelde thema’s op een invoelbare manier te verwoorden. Haar roman De vrouw die de honden eten gaf (2014) over de vrouw van Dutroux, Michelle Martin, deed veel stof opwaaien, maar werd ook geprezen om zijn kwaliteit.

    Haar nieuwe roman Het verdriet van Vlaanderen (wat onvermijdelijk doet denken aan dat andere ‘verdriet van’, door Hugo Claus) gaat over een lange traditie van zwijgen over de collaboratie met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Belgie. De vader van de tweelingbroers Hein en Toon Van den Brempt was een SS’er, hun moeder werkte als secretaresse voor het hoofd van de Belgische SS. Er werd lang over gezwegen maar nu willen zij die stilte doorbreken. Samen met Kristien Hemmerechts gingen ze op zoek naar de waarheid achter de taboes, de leugens en de mythes die na de Tweede Wereldoorlog aanbleven.

    Het verdriet van Vlaanderen
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus

    Keto Stiefcommando

    Poëzie: Deze week verscheen de nieuwe dichtbundel van Tomas Lieske, Keto Stiefcommando. ‘Een knots en Lieskiaans theatraal verhaal van een serie bendeleden uit Saint Denis die zich met levens bemoeien’, liet tijdschrijft Terras op Facebook weten. ‘De kindertijd van hertogin Anna Amalia’ uit de bundel werd online voorgepubliceerd in op Terras.

    Er zijn Afrikaanse jongens, die onder leiding van ene Keto Stiefcommando gedichten schrijven op helden. ‘Die gedichten brengen ze stuk voor stuk naar de basiliek van Saint-Denis. Zingend en bier in hun droge kelen gietend lopen ze achter de vuilniswagens aan door Parijs. Ze dragen foto’s mee van hun bezongen held en spuiten met rode verf de naam op een monumentale graftombe. Wie zijn die helden van wie zij de kindertijd bezingen? Ze vormen een uiterst eigenaardige verzameling van personen uit de westerse cultuurgeschiedenis: van Garibaldi en Don Quichot tot Eiffel en Thatcher.’
 De bundel wordt als ‘actueel, rauw en verwarmend’ gekwalificeerd.

    Keto Stiefcommando
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Fictie moet de sport redden

    Columnist en schrijver Bert Wagendorp (1956) schrijft al sinds jaar en dag voor de Volkskrant en schreef verhalen, een roman en een novelle.
    Fictie moet de sport redden is zijn nieuwste publicatie. Over wielrennen als een literair genre om het uit het dal van de nutteloze activiteiten te halen. Wagendorp haalt daarbij de literaire criticus Kees Fens aan, die dol was op wielrennen. Er werd gezegd dat Fens wielerkoersen las, zoals hij  boeken las. Het koersverloop als een verhaal. Fens wenste tijdens het wielrennen kijken dan ook niet te worden gestoord, zoals een lezer niet uit een verhaal wenst te worden getrokken.

    Wagendorp onderzoekt in Fictie moet de sport redden de indruk dat sport in de loop der jaren een dimensionaler is geworden, dat werkelijkheid en verbeelding steeds meer zijn samen gevallen, en de verbeelding verdwenen is. ‘Het is alsof de kale wedstrijd een waarde op zich vertegenwoordigt en we geen fictionalisering meer nodig hebben. Kees Fens zou in een sportcolumn wel raad hebben geweten met deze ontwikkeling.’

    Fictie moet de sport redden
    Auteur: Bert Wagendorp
    Uitgeverij: Athenaeum