• Het kwaad in cliffhangers

    Het kwaad in cliffhangers

    Na het lezen van Aan het einde van de oorlog van Bert Natter resteert verbijstering, zelfs als je wel zo’n beetje weet wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi’s gebeurde. De verbijstering geldt niet het einde, dat is min of meer bevredigend, maar je verzoenen met de menselijke soort is na het dichtslaan van het boek uitgesloten. Het kwaad is getoond in al zijn facetten.

    Het is 20 april 1945, en de verjaardag van de Führer. In een kamp ten noorden van Berlijn, waar tienduizenden vrouwen en een paar honderd mannen gevangen worden gehouden, vergast en verbrand, zal de verjaardag ’s avonds worden gevierd in de Kommandantur, het bureau van de kampleiding. SS-Obersturmführer en hoofdpersonage Karl Zehlendorf heeft een pianoconcert voorbereid, dat iets moet goedmaken van zijn al vroeg uiteen gevallen illusie om concertpianist te worden. Vanuit het westen naderen de Amerikanen en Canadezen, vanuit het oosten het Russische front. De gevechtshandelingen zijn in de verte te horen en komen langzaam naderbij. Dat en de ontknoping van wat er gebeurd is met Karls vermiste zoon Ernst zijn de twee rode draden van het verhaal.

    Vijanden van het Rijk

    De elfjarige zoon van Karl en Christine Zehlendorf heeft met zijn broer Reinhart gevist aan de oever van het meer. De jongens wonen in een villawijkje buiten het kamp en weten niet wat er binnen het ommuurde kamp gebeurt. Hun vader heeft verteld ‘dat veel mensen in het kamp slecht voor zichzelf zorgen, ze zijn vatbaar voor ziekten en genetisch minderwaardig (…) het zijn nauwelijks mensen, (…) oppervlakkig gezien lijken ze misschien op ons, maar in wezen zijn het parasieten, ongedierte – hun dood is de logische uitkomst van een natuurlijk proces’. Veel van het burgerpersoneel wordt wijsgemaakt dat de vrouwen ‘vijanden van het Rijk’ zijn. De SS’ers noemen hen gegenereerde zeugen, teven, hoeren, verderfelijke zwijnwijven, onnutte vrouwen, enzovoort.

    Het verslag – want dat is het – speelt zich af in vierentwintig uur, vanuit de perspectieven van 31 personages. Zij zijn gevangenen, bewakers, soldaten, officieren, of personeel uit het nabijgelegen stadje. In scènes van een paar regels tot een pagina kijken we door hun ogen vanaf de plek waar ze zich dan bevinden naar de gebeurtenissen, in aparte typografie aangekondigd. Zoals EMANUEL VOOR DE HOOFDPOORT; GISELE IN DE GASKAMER; RITA IN DE ARCHIEFRUIMTE; SUZIE IN LOODS 3 VAN HET BEUTEGUT-LAGER. Het lijkt op een toneelscript, alleen zitten we hier in het hoofd van de personages waardoor Natter het kampleven van alle kanten kan belichten. Omdat de scènes iedere keer ophouden om plaats te maken voor een volgende is elk stuk een cliffhanger. Tegelijkertijd vordert het verhaal tergend langzaam, aangezien gedachten en herinneringen van de personages worden geschetst als er nog niets gebeurt. 

    Reinhart komt thuis, Ernst niet. Verschillende mensen zien Ernst op verschillende momenten en plekken maar niemand praat erover. Christine gaat met dienstmeisje Annemarie zoeken, Karl denkt alleen aan zijn optreden. De Joodse tubaspeler en pianostemmer Menachem is er getuige van en ‘hoopt dat hij zich nooit van zijn leven meer in dat rokerige moordenaarshol hoeft te begeven. (…) ook al heeft Menachem er op een akelige manier van genoten eindelijk weer eens iets moois te horen, na al die jaren van geschreeuw en gekerm.’ Tijdens het feest komt het bevel tot ontruiming van het kamp. Alle bewijzen van wat daar gebeurde moeten vernietigd worden en de gevangenen moeten allemaal weg, voordat Russen of Amerikanen het kamp ontdekken. Ondertussen dringt het tot Karl door dat zijn jongste zoon echt wordt vermist. De lezer weet dan al lang wat er met hem is gebeurd.

    Nobelprijs en trots

    Met afstandelijke nauwkeurigheid beschrijft Natter de gruwelen. Zoals over Lucienne die uit haar barak wordt gehaald, in een vrachtwagen gezet, na uren rijden in een ander kamp een bad en schone kleren krijgt om daarna dagenlang te worden verkracht door gevangenen van de Freudenabteilung. Lothar haalt een blik zyklon B uit de voorraadkast, zet zijn gasmasker op, klimt het trapje naar het dak van de gaskamer op om het blik boven het luik te legen. Hij hoort het geschreeuw en gekreun. Als het front nadert zal hij met een andere SS’er in een van de mitrailleursnesten de MG42 moeten bedienen. 

    De Poolse, gezonde Iwona is een van de ‘proefkonijntjes’ van SS-Obersturmführer en arts Lance. Met een grote snijwond in haar been wil hij zien hoe wond en lichaam zich zonder verdere verzorging ontwikkelen. Hij is trots op zijn experimenteel ‘onderzoek’, droomt over de Nobelprijs voor fysiologie of geneeskunde. Als hij over vluchten denkt ‘kan hij alleen maar hopen dat zijn patiënten de oorlog niet overleven. Gelukkig zijn er voor hen veel manieren om te creperen: uitputting, verzwakking, gebrek aan schoon water, besmettelijke ziekten, bommen, kogels, ander geweld. Hoe dan ook zullen er niet veel getuigen overblijven.’ De hebzucht die altijd al in hem zal hebben gezeten uit zich in het slopen van gouden tanden en kiezen uit de monden van de lijken. 

    Karl is trots op zijn werk, de bouw van het kamp, de efficiënte werking van gaskamer en crematorium, al komen er ‘wagonladingen vrouwen bij’ die gaskamer en oven niet aankunnen. Hij is blijven geloven in de eindoverwinning, de opbouw van het Duizendjarige Rijk. Hij begrijpt dat het einde van de oorlog in zicht is, ‘maar het is het verkeerde einde’. ’s Nachts schijnt een zoeklicht over het meer, op zoek naar Ernst. Karl doolt verdwaasd rond. Als ’s ochtends de tankkanonnen vuren en alles verloren blijkt heeft hij kunnen deduceren wat er met Ernst is gebeurd. In een inmiddels besmeurd gala-uniform terug bij Christine en Reinhart neemt hij een onvermijdelijk besluit. 

    We zien de branie van SS-Scharführer Franz, de ontevredenheid van Christine, de naïviteit van chauffeur Herbert, de wreedheid van kampbeul Eva – nooit te beroerd om een vrouw met haar zilveren zweepje tot moes te slaan -, de gelatenheid van Szymon, de lafheid van SS-Sturmbannführer Hanns.

    De Russische sluipschutter Zmitser die voor de tanks uit het kamp verkent, tracht zijn angst te bezweren door Stalin te laten spreken. ‘(…) het gevangennemen van zo’n opperfascist zou een tot de verbeelding sprekende prestatie zijn. Het doden ook. Kameraad Stalin beweert dat je dan niet de lasten hebt, maar wel de lusten.’ 

    Banaliteit van het kwaad

    Veel van Natters personages zijn tussen de vijftien en vijfentwintig jaar, vertelt hij (interviews onder meer VPRO Boeken en RTV Baarn). Ze leefden onder een nazidictatuur, zoals een goed opgeleide arts, en leerden vanaf de kleuterschool al de rassentheorie van de nazi’s. Ze kenden alleen een antidemocratisch systeem waarin slechtheid werd beloond, met name in extreme omstandigheden. Hoewel Karl met zijn culturele gevoeligheid een voorbeeld is van Hannah Arendts banaliteit van het kwaad, maakt ook Natter niet inzichtelijk waar het moment zit dat een ‘gewoon iemand verandert in een slecht mens’. Hij begrijpt dat proces zelf ook niet, zegt hij. 

    Met zijn heldere zinnen, ieder treffend woord op zijn plaats, is Natter een geweldige schrijver en Aan het einde van de oorlog een magnifiek boek. De lezer is getuige van wat de personages meemaken, al doseert Natter de gruwelijkheden tot te behappen proporties. De vergelijking is eigenlijk laakbaar, maar het boek laat zich lezen als een thriller. Wat voor wie het nog niet begrepen had een goede manier is om de ijzingwekkende waanzin van oorlog tot zich te laten doordringen.

     

  • Met geduld en liefde worden resultaten bereikt

    Met geduld en liefde worden resultaten bereikt

    In 1950 verscheen The Child Who Never Grew, Pearl Buck’s verhaal over haar dochter Carol die verstandelijk gehandicapt was. Dat was vermoedelijk het eerste boek dat een ouder schreef over een kind met een beperking. Bert Natter volgt haar nu in Leven met Lidewij een even liefdevol als nauwkeurig verslag van de problemen maar ook de vreugden van ouders die een kind hebben dat kind blijft. De ontdekking van een geestelijke beperking van je kind heeft grote consequenties. Voor de ouders, maar ook voor de andere kinderen van het gezin, die moeten leren accepteren dat hun zus of broer  veel extra aandacht van vader en moeder vraagt en dat ze die zelf ook veel aandacht zullen moeten geven. Bert Natter, zijn vrouw Hester en hun dochter Rozemond lukte dat – zo te lezen – goed, geholpen door Lidewij’s blije natuur. Anders kon dat zijn bij vreemden die soms negatief reageerden op de moeite die ouders van zo’n kind doen om het iets te laten doen waar het geen zin in heeft.

    ‘Voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen dat ouders van een kind met een beperking zich moeten aanpassen aan de onmogelijkheden van het kind – dat het onrealistisch en oneerlijk is te verwachten dat een kind met een lage intelligentie in staat is zich aan te passen. Het kost tijd en tranen om erachter te komen hoe laag het niveau van je kind is en goedbedoelde, maar in feite ronduit ongevoelige raad van derden, helpt hierbij zelden. Uiteindelijk was proberen te begrijpen hoe weinig Lidewij begrijpt de enige oplossing.’ Wie Leven met Lidewij  leest, begrijpt hoe dit uitgangspunt de ouders helpt bij de keuzes die zij dagelijks moeten maken in de omgang met het kind, maar dat het desondanks vaak moeilijk is te doorgronden hoe fundamenteel het gebrek aan bevattingsvermogen van het kind is, en te zorgen dat je niet toch je geduld verliest. 

    Aanpassen aan het kind

    Maar je leest ook hoeveel voldoening het geeft als het je op die manier lukt je kind een stap verder te helpen. Een mooi voorbeeld geeft Natter als hij vertelt hoe hij het voor elkaar kreeg Lidewij zich te laten behandelen door de tandarts. Zowel bij de gewone tandarts als bij een gespecialiseerde kon men niet het geduld opbrengen het meisje in haar eigen tempo te laten wennen en te wachten tot zij bereid was haar mond open te doen. Telkens werden vader en dochter geconfronteerd met maar twee mogelijkheden: vastbinden en forceren of narcose. Maar vader Natter nam daar geen genoegen mee en zocht net zo lang tot hij een ziekenhuis vond waar men het geduld wel had om zich aan het kind aan te passen.

    ‘Een medewerker van de afdeling psychologie stippelde een voorbereidingstraject uit, met bezoeken  aan de  afdeling, de receptie, de wachtkamer, de behandelkamer, kennismaking  met de tandarts, spelletjes, een boekje om thuis te oefenen, een spiegeltje waarmee we in Lidewijs mond konden kijken. Lidewij nam elke keer haar pop Sofie mee, haar brutale buikspreekpop, die rare dingen kan roepen  maar netjes haar mond opendoet als het moet. Het hele team, van de medewerkers achter de  balie tot de tandarts en de assistenten, was op de  hoogte van  het plan en werkte mee om het een  succes te maken, stuk voor stuk vriendelijke en professionele mensen. Sindsdien geniet Lidewij van het bezoek aan de tandarts. Lidewij begon de eerste controle bij mij op schoot terwijl zij Sofie  vasthield, maar tegenwoordig  huppelt ze zelf naar binnen en geeft ze Sofie aan mij, ploft in de stoel  en doet haar  mond open. In de auto terug vraagt ze:”Wanneer gaan we weer?”’ Waarmee na jaren een einde kwam aan  een halfjaarlijks terugkerende ellende.

    Natter neemt de lezer mee in wijdse omzwervingen door literatuur en wetenschap op zoek naar hoe men in de loop van de tijd keek naar  het geestelijk gehandicapte kind. Luther en zijn tijdgenoten meenden dat het ‘wisselkinderen’ betrof, door de duivel op aarde gedropt en niet echt mens! Maar zijn eigen ontdekkingen over die totaal andere wereld waarin Lidewij leeft zonder dat te beseffen, maken zijn boek tot een bijzonder geslaagd – en  in boeiende stijl geschreven –  werk.

     

     

  • Waarachtige herinnering

    Waarachtige herinnering

    Remington van Bert Natter (1968) kent drie hoofdthema’s: herinneringen, familiebanden en het scheppingsproces. De roman gaat over een Nederlandse beeldend kunstenaar die zijn aftakelende vader, een vrij bekende dichter, gaat ophalen in Duitsland, het land van diens roots. Ze aanvaarden de terugreis door Duitsland en Noord-Nederland in een aftandse Mercedes. Het boek is een weergave van hun contact tijdens deze reis, die door panne langer duurt dan verwacht.

    Het thema herinnering domineert het boek. Hiermee sluit Natter aan bij de ‘memory wave’ die de maatschappij heeft overspoeld in de laatste decennia, met name ook de geesteswetenschappen, waarin de discipline ‘memory studies’ een alternatief voor (of concurrent van) de traditionele geschiedschrijving is geworden.

    Natter schrijft hoe de herinnering leugenachtig kan zijn: ‘Mijn vader vertelde hoe hij als kind uit Hamburg was vertrokken. Het moest zijn vroegste herinnering zijn, de herinnering die het langst bij hem was althans, hoewel hij niet wist hoeveel er waar van was, het kon evengoed een verzameling zijn van indrukken, verhalen, foto’s, bijschriften, romans en andere verzinsels, studies, documentaires, dagboeken, brieven, beelden die hij had samengesmolten tot een film in zijn hoofd die zich als een herinnering aan hem voordeed.’ (39)

    De herinnering is meer een spiegel van het heden dan van het verleden stelde de literatuurwetenschapper Astrid Erll ooit. Men eigent zich, al herinnerende, het verleden toe. Elke herinnering is een vorm van zelfbedrog die soms heilzaam kan zijn, soms eerder neerkomt op een wroeten in de eigen trauma’s. Het herinnerde verandert elk moment dat men er opnieuw aan denkt van aard. De historiserende psycholoog Douwe Draaisma stelt dat volgens recente psychologische inzichten ‘de betrouwbaarheid misschien niet altijd het belangrijkste is van herinneringen.’ (De Heimweefabriek). Het gegeven dat er überhaupt iets herinnerd wordt door ouderen is van grotere waarde dan de feitelijkheid ervan. Daarom heeft de vroegste herinnering van de dichtende vader in Remington voor hem betekenis. Deze herinnering is waarachtig, maar daarom nog niet feitelijk ‘waar.’

    De vader blikt in de gesprekken vooruit op zijn eigen einde. Er zou, als dat moment is aangebroken, niet zozeer een film van het leven voorbij komen als wel een allesomvattende compilatie te zien zijn van al wat men is vergeten. Hij speculeert dat er aan het levenseinde mogelijk ‘het verblindende licht van alles wat men niet meer weet, niet meer kan weten, niet meer wil weten’ schijnt. ‘Niet als een lange film die razendsnel wordt vertoond, maar alles tegelijk in één ondeelbaar ogenblik.’ (40) Dergelijke inzichten maken dit een rijke roman.

    Het tweede thema van dit boek is de band tussen de vader en de zoon. Ze voeren een conversatie op hoog niveau, vol grapjes en wijsheid, maar echt ‘close’ zijn ze nooit geweest. De zoon spreekt van ‘liefdevolle afstand’ (18)  als hij hun relatie omschrijft en hij meent dat zijn vader zich meer uitte in interviews dan tijdens gesprekken met zijn naasten. Ze spreken over de overleden moeder, die beweerde nooit iets van haar man te hebben gelezen en ook over hun gevoelens voor elkaar. De volgende dialoog is illustratief voor hun contact. De zoon merkt op: ‘Nu ga ik zeggen dat jij een hele fijne vader bent, pa.’ Waarop de aangesprokene slechts antwoordt: ‘Staat genoteerd.’ (128).

    De titel van het boek verwijst naar de typemachine die de vader gebruikt. Hij kan zich niet aanpassen aan de vereisten van de moderne tijd, mede ook door lichamelijke aftakeling. De Remington betekent veel voor hem, computers kunnen deze niet vervangen. Hij fantaseert er ook over: ‘Stel dat mijn Remington alle woorden had onthouden die ik heb geschreven’, waarop de zoon antwoordt: ‘Dat heet een computer, pap.’ De vader is onverstoorbaar: ‘Nee, nee. Ik zie een pianola voor mij, een schrijfmachine die als men er een vel papier in draait, vanzelf mijn oeuvre begint uit te braken, inclusie de duizenden verworpen regels, de mislukkingen, de kletskoek. ‘Waarop de zoon zegt: ‘Je bedoelt een printer.’ (25) De typemachine uit een voorbij tijdperk staat symbool voor het verval van de dichter (die mogelijk Parkinson heeft): hij kan er niet goed meer mee werken, zijn handen doen niet meer wat het hoofd nog wel kan. De praktische onmogelijkheid om verder te gaan met scheppen (spraakcomputers en dergelijke zijn niets voor deze man) is tragisch. Het scheppingsproces is het derde belangrijke thema in Remington. De commercieel succesvolle zoon maakt conceptuele kunst, kunst die stinkt naar niet verspild zweet, naar niets. Hij doet wat zijn vader niet meer kan: zijn denkbeelden omzetten in producten (die hij door anderen laat vervaardigen).

    Het boek is soepel geschreven, met veel humor (onder de meelezers waren onder meer Ronald Giphart en Jean-Marc van Tol, zo blijkt uit het dankwoord). Misschien had het nog iets toegevoegd als er ook wat oude gedichten van de vader (na de dood van zijn vrouw publiceerde hij geen nieuw werk) waren opgenomen, om de waarde van diens literair streven beter te kunnen inschatten. Het zou interessant geweest zijn wat Natter bijvoorbeeld van een gedicht over herinnering had gemaakt. Hoewel het boek niet overvol is aan gebeurtenissen weet Natter de spanning erin te houden. De twee hoofdpersonages zijn sympathiek en hun band van ‘liefdevolle afstand’ komt goed uit de verf. Remington is een tekst die duidelijk past bij de tijdgeest (of juist bij het je daartegen afzetten), maar de universele thema’s maken dat lezing van dit boek ook voor lezers uit latere perioden waarschijnlijk een aangename ervaring zal zijn.


    Remington

    Bert Natter
    Verschenen bij: Uitgeverij Thomas Rap
    221 pagina’s

  • Oogst week 10

    Door Ingrid van der Graaf

    Nederlands classica Marietje D’Hane Scheltema (1932) vertaalde de liefdesgedichten van Publius Ovidius Naso. Ovidius leefde van 43 jaar voor Christus tot 17 jaar na Christus en was één van de grootste dichters uit zijn tijd. Als dichter van liefdespoëzie verwierf hij  grote bekendheid in Rome. Samen met Vergilius en Horatius wordt hij beschouwd als de canonieke dichters van de Latijnse literatuur. Ovidius’ poëzie kent een speels en vernieuwend karakter ten aanzien van traditionele verhalen en genres. Eén van zijn bekendste werken is Amores, een verzameling elegieën. Liefde is verlangen en verleiden, maar ook ruzie en ontrouw. In Ovidius’ liefdesgedichten passeert een breed scala aan onderwerpen de revue. Angstige en boze gedichten worden afgewisseld met idyllische momenten en tragikomische scènes zoals die waarin Corinna haar pas geverfde haar verliest. Marietje D’Hane – Scheltema publiceerde in 2013 Alles altijd anders, Over Ovidius waarvan hier een in prachtige metaforen (gelijk Ovidius) geschreven  recensie van Machiel Jansen. Amores, liefde gedichten / Ovidius, 160 blz., € 17,50 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.

     

      9789045027869-rock-n-roll-voorbij-de-midlifecrisis-l-LQ-fIs muziek tijdloos? In de jaren zestig zorgde rock -‘n-roll voor een revolutie in de bestaande orde. Vandaar dat Jan Donkers (1943) in 1969 zijn laatste stuk schreef over muziek: hij dacht dat hij er te oud voor werd. Maar hij kon het niet laten en in 1979 schreef hij weer zijn laatste stuk over muziek. En in 2000 besloot hij dat het voor de laatste keer was dat hij een muziekfestival zou presenteren. Net als in 2010. Als Jan Donkers zeventig is (2013) begint hij een radioprogramma op kxRadio waarin hij platen draait van bandjes waarin zijn kleinkinderen hadden kunnen spelen. Donkers ontdekte ‘aan den lijve’ dat  muziek tijdloos is.
    In Kabaal en sentiment vertelt Donkers over zijn lange, bijzondere reis: via de muzikanten die hij sprak, de reizen die hij maakte, culminerend in nota bene een cruise. Hoe dat mogelijk is, begrijpt Donkers nog steeds niet: ouder hoeft niet per se wijzer te betekenen. Rock ’n roll, voorbij de midlifecrisis/Jan Donkers, 256 blz., € 19,99, uitg. Atlas-Contact.

     
    9200000036222453In haar lichaam besloten is de nieuwste roman van de Canadese schrijfster An-Marie Macdonald. Een meeslepend en duister verhaal over modern moederschap. Haar vorige roman Laten wij aanbidden werd internationaal, een bestseller. In haar lichaam besloten gaat over de schrijfster van young adult-boeken, Mary Rose MacKinnon. Zij heeft genoeg verdiend om een poos thuis bij haar kinderen te blijven. Haar partner Hilary, is theaterregisseur. Mary Rose doet haar best het huishouden en haar gezin in balans te houden door te koken, te poetsen en te tuinieren. Maar de muren komen op haar af. In haar lichaam doemen lang vergeten symptomen op. Als kind was ze veel ziek. Die periode uit haar kinderjaren komt opeens weer boven. Flarden van herinneringen zwermen hardnekkig door haar hoofd. En zo sluipt de schim van huiselijk geweld langzaam haar leven in, met desastreuze gevolgen voor het hele gezin. Dit boek is een aangrijpend verhaal over moederschap, over de duistere banden die een familie samenhouden. ‘Een grappige, gedreven en soms akelig herkenbare studie over moederschap, carrière en het geheugen.’ – The Vancouver Sun. ‘Dit boek is een triomf. Het is angstaanjagend authentiek.’ – National Post. Vertaling, Lucie Rooijer en Inger Limburg, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 376 blz., € 19,99.

     
    9200000036222177Bert Natter schreef met zijn nieuwste roman een klassieke roadnovel. Een oude dichter is met zijn typemachine teruggekeerd naar zijn geboortestad Hamburg. Hij belt zijn zoon, een succesvolle kunstenaar, met de vraag of die hem wil komen halen. Met een oude Mercedes gaan ze onderweg door Duitsland, Groningen en Friesland. Onderweg spreken ze over kunst, geschiedenis en de liefde, halen herinneringen op en beleven intiemere momenten dan ze ooit hebben gekend. De reis verloopt langzaam maar voorspoedig, tot het op de Afsluitdijk tot de zoon doordringt dat zijn vader bezig is afscheid te nemen.
    Bert Natter (1968) debuteerde in 2008 met Begeerte heeft ons aangeraakt, dat werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2012 verscheen Hoe staat het met de liefde?, waarover Maarten ’t Hart in Vrij Nederland schreef: ‘Een knappe, geslaagde proeve van een bijzonder vertellerstalent.’ Momenteel werkt Bert Natter aan zijn eerder aangekondigde roman Goldberg, die komend najaar zal verschijnen. Uitg. Thomas Rap, 208 blz., € 18,90.

  • ‘Ik laat je nooit los, zusje.’

    ‘Ik laat je nooit los, zusje.’

    Maria Hinckelbein is eigenaresse van de Beste Baarnsche Boekhandel. Deze boekwinkel was een dankbaar argument voor Maria om het eiland Texel te ontvluchten en nooit meer terug te keren. Ze is opgegroeid op dit eiland en verloor er haar 16-jarige zusje Lisa. Het is evident dat Maria hier een rol in heeft gespeeld. Maar welke? Ze gaat onder geen beding naar het graf van haar zusje, ze gaat zelfs niet terug wanneer haar vader is overleden. Ze heeft haar zusje en haar jeugd op Texel achtergelaten maar de gebeurtenissen van toen blijven haar achtervolgen.

    Maria kan simpelweg geen liefde geven. Ze ervaart haar naar liefde verlangende moeder als een last. Over de liefde praten, kan ze al helemaal niet met haar moeder.  Alle soorten van liefde zijn begraven gelijk met Lisa. Voor Maria is liefde slechts lust, met wie maakt niet uit. Of dit nu met haar zus, vriendin, man van vriendin of vriend is.

    Het boek begint als Maria, na een bezoek aan haar ouders, op het perron een man in een plas bloed ziet liggen. Het belangrijkste wat ze moet doen, is 112 bellen.
    ‘Hij is dood. Dit is de blik van een dode. (…) Ik glijd bijna uit en begin dan te rennen, de tunnel uit, de trap op. (…)  Zo snel als ik kon fietste ik van het station naar huis. Hij was toch dood?  (…) Het begon te regenen, steeds harder, terwijl ik maar trapte, alsof de dode man aan mijn snelbinders hing  (…) – op de vlucht voor wat ik zag, maar ook voor wat twaalf jaar geleden gebeurde en wat ik maar niet kan vergeten.’
    Hier worden gebeurtenissen uit verleden en heden aan elkaar gespiegeld. Natter verwijst naar het ongeluk met Lisa. Zij lag in een plas bloed en ook toen was Maria niet in staat hulp te bieden. De dode Lisa hangt bij Maria nog steeds aan haar bagagedrager. Waarom hielp ze niet destijds?

    Jason Lowie, de ‘dode’ man in die plas bloed, zorgt ervoor dat het hele verhaal rondom Maria en Lisa onthuld wordt. Uit de dood herrezen, komt Jason in de winkel van Maria. Hij zegt haar te herkennen van een filmpremière waar hij een foto van haar en haar kortstondige relatie Wiggel maakte. Ze voelt zich erg aangetrokken tot Jason. Door haar liefde aan Jason te geven probeert ze het schuldgevoel waar ze haar hele leven al mee worstelt te negeren. Jason was neergeschoten maar vraagt zich niet af wie de dader. Hij wil door met zijn leven maar om het te verwerken moet hij wel naar de onheilsplek die Maria hem wijst. En Jason krijgt Maria zover om na zestien jaar de begraafplaats te bezoeken waar haar zusje en vader liggen. Hij overtuigt haar om haar jeugd af te sluiten ‘Zoek wat je daar hebt verloren, dan kunnen we samen verder.’ Maar zo gemakkelijk is dat niet.

    Dan komen we achter het echte verhaal. In een droom, zittend op de rug van een pelikaan ziet Maria de laatste week in het leven van Lisa. De pelikaan staat in de iconografie zowel symbool voor opofferingsgezindheid als voor opstanding. Offerde Lisa zich op voor Maria? Kon ze het leven niet aan? Had Maria in het graf moeten liggen? Er volgt een gesprek tussen de overleden Lisa en Maria waardoor de laatste het verleden verwerken kan. Nu Maria weet wat er is gebeurd, moet ze verder met haar leven. Wrang is wel dat de ontknoping van het verhaal Maria een schuldgevoel bezorgt waar ze nooit meer vanaf komt.

    Het motto van het boek is: ‘nu kerm, nu klaegh niet meer’. Een zin uit Joost van den Vondels toneelstuk Jeptha (1659). In dit toneelstuk neemt de vader een besluit dat de dood van zijn kind tot gevolg heeft. Een vooruitwijzing. De vader van Lisa is fel tegen alcohol. Hij ruikt aan haar mond als ze is uit geweest om er zeker van te zijn dat ze niet gedronken heeft. Maar pubers zijn vindingrijk, ook Lisa. In deze tijd waarin pubers in coma raken door overmatig alcoholgebruik, lees je hoe je dronken kunt raken zonder te drinken. Het toneelstuk van Vondel komt ook in het boek voor. De rondborstige actrice Welmoed, tevens beste vriendin van Maria, speelt de hoofdrol in Jephta. Zij is de dochter die geofferd gaat worden. In haar priveleven laat Welmoed haar man en drie kinderen achter voor Allard Wiggel, die op dat moment de vriend van Maria is. Maar Maria heeft geen bezwaar. Liefde doet haar niet zo veel en Wiggel is een koele. Maakt Welmoed de goede keuze? Als het toneelstuk hier ook een vooruitwijzing is, dan gaat het met haar slecht aflopen maar daar komen we niet achter in het boek.

    De verhaallijnen rondom Wiggel blijven sowieso vaag. Maria gaat met Allard Wiggel naar het huis van diens vader. De deur gaat moeilijk open; er blijkt ingebroken te zijn. Maria vindt een revolver in de magnetron. Heeft dit wapen met de aanslag op Jason te maken? Welk geheim heeft Wiggel?

    Het is een boeiend boek waar veel in gebeurt en het leest prettig. Er is veel dialoog waardoor er niet veel diepgang is bij de personages Welmoed, Wiggel, Maria’s moeder en Jason. Het perspectief ligt namelijk bij Maria. Er zijn veel vooruitwijzingen naar de ontknoping. Het is de moeite om de eerste bladzijden nog eens te herlezen als het boek uit is.
    Het boek bevat mooie zinnen die bij het verwerken van traumatische gebeurtenissen ondersteunend kunnen zijn zoals: ‘In het heden kun je alleen de toekomst veranderen, niet wat voorbij is, dat blijft voorbij.’

    Bert Natter is oud-uitgever en journalist. Hij publiceerde diverse jeugdboeken en schreef Het Rijksmuseum Kookboek. Zijn literaire debuut Begeerte heeft ons aangeraakt, werd bekroond met de Selexys Debuurprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.