• Vredig berustend met de dood in zicht

    Vredig berustend met de dood in zicht

    Het late leven is geen autobiografische roman die de succesvolle auteur Bernhard Schlink schreef over ouder worden, maar het thema zal hem na aan het hart liggen. Dat thema is, kort gezegd: hoe worden we oud en wat en hoe laten we als – figuurlijke – erfenis na? Schlink brak als schrijver laat door, naast een loopbaan als jurist. Maar dan wel meteen met een geweldig mooi boek, De voorlezer (1995), over de holocaustverwerking in Duitsland dat een paar jaar na verschijnen geleidelijk aan een bestseller werd, mede door de verfilming. Eerder schreef hij misdaadromans. In zijn latere werk bleef Schlink dicht bij de actualiteit, laatstelijk in De kleindochter (2022) over rechts radicalisme in het voormalige Oost-Duitsland, en de verhalenbundel Afscheidskleuren over, hoe kan het anders, afscheid. Schlink is tachtig, leidt een actief bestaan in afwisselend Duitsland en de VS (New York) en is emeritus hoogleraar rechten. Op die leeftijd zul je weleens gedachten hebben over het (aflopende) leven en hoe je herinnerd wilt worden.

    Dat is dus precies het thema van het mooie, rustige en evenwichtige Het late leven. Net als in het laatste verhaal uit Afscheidskleuren is hoofdpersoon Martin zesenzeventig en getrouwd met de veel jongere Ulla van begin veertig. Anders dan in dat verhaal met een heel optimistisch en vitaal perspectief, heeft Martin nu net de aanzegging gekregen van een ongeneeslijke alvleesklierkanker. Hij heeft nog rond zes maanden te leven. Zijn kalme, evenwichtige bestaan waarmee hij heel tevreden is, met een paar wetenschappelijke klusjes, het naar school brengen en halen van hun nog jonge David van zes, de tuin, de boodschappen en het koken, alles staat op zijn kop. Hoe verhoudt hij zich tot dat opeens zo andere perspectief? Zijn vrouw werkt als succesvol kunstenaar en galeriehoudster. Hun romance was voor hem en voor haar een verrassing en biedt met de duidelijke taakverdeling ondanks het grote leeftijdsverschil een prettig vastomlijnd levenskader.

    Na de schok

    Direct na de onheilstijding komen vragen op, vooral bij Martin die meer tot contemplatie is geneigd dan Ulla. Wat gaan we deze maanden nog doen, wat laat ik hen en met name David na? En op welke manier? Moeten het voorwerpen zijn, maar welke? Die waaraan hij hecht? Maar zal dat ook voor David zo zijn? Wat is een geschenk en wat wordt tot last? Ulla dringt aan op een video bij de begrafenis, maar Martin kiest voor brieven over de grote thema’s in het leven, zoals goed en kwaad, werken en leven, de liefde. En later voor een – zwaar symbolische – composthoop die David en hij samen maken.

    Hun leven lijkt nog verder ontwricht te worden door de verhouding die Martin met enig detectivewerk ontdekt van Ulla met een andere, jongere man. Hij wordt niet werkelijk boos maar berust daarin en gaat zelfs constructief in gesprek met de man in kwestie over een toekomst zonder hem maar met Ulla en David. Dat is wel erg berustend en wijs, maar ook wel in lijn met het kalme en zachtmoedige karakter van Martin.

    Ulla en hij kiezen voor de vlucht vooruit en vertrekken met David voor een paar laatste weken in intiem gezinsverband naar de Duitse kust. Hoewel hij lichamelijk steeds zwakker wordt, beleeft Martin rijke weken. Hij lijkt de kunst van het loslaten goed te hebben geleerd en toegepast. Dit deel van het leven is het ‘voorlaatste hoofdstuk’ dat Martin vult met een vrede die optrad na de eerste schok van de medische diagnose en de heftige ontdekking van Ulla’s vreemdgaan. Hij rust en slaapt veel. Ook bezoekt hij het strand en hoewel eten moeilijker wordt eet hij zo lang mogelijk mee. Hij geniet van de steeds sterker wordende David die op school wordt gepest, droomt niet alleen over het verleden maar heeft ook beelden van een leven voor Ulla en David zonder hem. Boosheid en verongelijktheid zijn hem vreemd, wel huilt hij – eindelijk – meer dan vroeger. ‘Hoe zwakker hij werd, hoe vaker hij huilde. Als jongen vond hij dat hij zijn tranen moest bedwingen en was het verleerd. Tientallen jaren had hij niet kunnen huilen, en al verlangde hij er nu naar, het was een vloek. Nu gebeurde het als hij een merel hoorde zingen, als het geluid van spelende kinderen tot hem doordrong of als de zon onderging.’ Treffend opgeschreven, zeker als deze passage wordt bekroond door een dichtregel van Heinrich Heine: ‘dat het leek alsof zijn brekend hart van vreugde zou kunnen bloeden.’

    De kunst van het loslaten

    Het late leven is een fijnzinnig, stil, melancholisch boek dat je in een rustig tempo zou moeten lezen. Het begin alleen al. ‘Hij nam niet de lift, maar de trap. Hij liep langzaam naar beneden, tree na tree, etage na etage, het wit van de muren viel hem op, het groen van de getallen die naast de lift de etages aangaven, het groen van de deuren. Toen stond hij buiten en vielen hem de frisse lucht op, de voetgangers op de stoep, de auto’s op straat, de steigers voor het huis aan de overkant. Zijn eerste gedachte was dat hij in plaats van de trap de lift had moeten nemen, nu hem nog maar zo weinig tijd restte.’

    Daarmee valt de auteur met de deur in huis; de kunst van het loslaten, het besef van vergankelijkheid, de relativiteit van wat vroeger belangrijk was en tevens de verscherpte blik op alles wat tot dan toe gewoon en routine was. De dilemma’s die zich aandienen, moet je alles nu juist snel doen of toch langzaam of gewoon? Maar ook een zo logische gedachte als hoe zou het met de wereld gaan, komt er oorlog tussen de VS en China, hoe gaat het met het klimaat? ‘Hij hield niet van de dood omdat hij niet zou weten hoe alles verder zou gaan.’ En het onoplosbare dilemma: ’Hij hoefde niet eeuwig te leven, maar had graag verder geleefd op een manier die hem in staat zou stellen om de komende eeuwen op dezelfde manier te zien als hij de afgelopen eeuwen zag.’ Voor een jurist en rechtsfilosoof met een speciale interesse in de geschiedenis van het recht een prangende gedachte.

    Ontroerende roman

    Is er dan niks aan te merken op het boek? Ach, Ulla wordt soms meer als decor dan als levensecht geschetst, Martin is wel erg bovenmenselijk rustig en verdraagzaam. Maar wat zou het als een boek je zo meesleept in afstand nemen, loslaten en aanvaarden van het lot met een korte tijd voor reflectie over wat essentieel is en wat niet. Martin had een gelukkig leven, zeker de laatste twaalf jaar met een jonge Ulla en op zijn zeventigste nog een kind, een ‘geschenk waar je geen vraagtekens bij plaatst’.

    Deze ontroerende roman van een auteur die nooit tot de literaire incrowd wilde behoren pakt je bij de keel. Misschien is Schlink als jurist als geen ander in staat om helder en scherp te schrijven, zonder onnodige uitweidingen of ingewikkelde constructies. In een interview met de Volkskrant heeft Schlink een hele mooie, troostende gedachte voor lezers op leeftijd laten optekenen: ‘Wat ik heb willen zeggen in Het late leven: het late leven is een echt leven. Het is niet zo dat het geleidelijk bergafwaarts gaat. Het is een intens leven met, wederom, zijn eigen uitdagingen, zijn eigen problemen en zijn eigen vreugde.’

    Deze schrijver geeft een grote mate van zuiver lezersgenot, en ook nog een portie troost over de schoonheid van het ouder worden. Jongere lezers zal het wellicht minder aanspreken, maar dit wijze en aangrijpende boek is het waard om met aandacht woord voor woord te savoureren.

     

  • Schaamte

    Schaamte

    In het televisieprogramma Danny’s wereld toont een Poolse man zijn verwoeste hand. Ongeluk op het werk. Arbeidsongeschikt, woning verloren en dakloos geworden. Slaapt in een park. Danny Ghosen vraagt of de man familie heeft. Ja, twee kinderen in Polen. Waarom ga je niet terug? In de korte aarzeling schuilt het antwoord. Zijn kinderen weten niet dat hij alles heeft verloren. Misschien weten ze niet eens van zijn verwoeste hand. Liever blijft hij hier, zonder perspectief, dan hen weer onder ogen te komen. Wat kan schaamte levens bepalen en ontwrichten. Terwijl ik het verhaal van de Poolse man zie, denk ik aan De voorlezer van Bernhard Schlink. Wil je weten hoe verwoestend schaamte is, lees dit boek. Het opent met een ongewone liefde tussen een jonge jongen en een oudere vrouw. Badderen en elkaar inzepen horen bij hun erotisch ritueel. Haar naam is Hanna, een vrouw met een geheim en een geschiedenis. Ze verdwijnt plotseling uit zijn leven. Later ziet de jongen, student inmiddels, Hanna terug, als verdachte in een rechtszaak.

    Hanna was kampbewaakster. De rechtszaak spitst zich toe op een brandincident waarbij de meeste gevangen vrouwen om het leven kwamen. Hanna is niet onschuldig, maar ze neemt bewust meer schuld op zich dan ze heeft. Alleen om een ander geheim niet prijs te hoeven geven: ze kan lezen noch schrijven. In een eerdere column (Over het Spoor 2) sprak ik over ‘sociale’ taalschaamte. Analfabetisme is daarvan een variant met nóg grotere gevolgen. Dat blijkt uit de werkcarrière van Hanna. Telkens wanneer zij promotie kan maken, haakt ze af. Het zijn de momenten dat ze als analfabeet door de mand zou vallen en dat is wat ze ten allen tijde wil voorkomen. Ze bekent een – zeer belastend – document geschreven te hebben, waardoor ze levenslang krijgt.
    Liever levenslang dan als analfabeet door de mand vallen. Liever in een park slapen dan je kinderen bekennen dat je werk en huis hebt verloren. Liever… vult u zelf maar in. Wil je schaamte inzichtelijk maken dan helpt het beeld van een bodemkaart.  Je durft de ene schaamte wel te bekennen, maar de schaamte die eronder schuilgaat blijft onbenoemd, tot je eraan toe bent om ook die te herkennen et cetera.

    In de gevangenis leert Hanna lezen en schrijven met behulp van de op cassettes ingesproken boeken die de student haar toestuurt. Hij confronteert niet, stelt geen vragen, biedt haar indirect de mogelijkheid om te emanciperen. Zo kan het soms gaan. Een ander helpt, bewust of onbewust, door gezonde omstandigheden voor jou te creëren. De Voorlezer is ook een pleidooi voor levenslang lezen. Hoed je voor een coach die nooit poëzie of een roman leest, want wie aan mensen hulp verleent heeft baat bij doorleefde kennis van de wereldliteratuur. En mijn eigen schaamte-stemmetjes? Ik wil me er niet door uit het veld laten slaan, mild te blijven. Ik weet dat er in miljoenen hoofden van dit soort geheime, oordelende stemmetjes zijn die even zovele levens bepalen. Mag ik toch iets stichtelijks zeggen? Ik hoop dat in geen van die hoofden een oordeel klinkt in de klankkleur van mijn stem. Van uw stem. Oef! Bijna zou ik amen zeggen.

     

     


    Eric de Rooij (1965) schrijft tweewekelijks een column voor Literair Nederland.  Zijn debuutroman De wensvader (2020) verscheen bij uitgeverij kleine Uil. Binnenkort verschijnt zijn tweede roman Augustus.

     

  • Verhalen zonder verrassende ontknoping

    Verhalen zonder verrassende ontknoping

    Op het omslag wordt Bernhard Schlink aangekondigd als de schrijver van De voorlezer, dat in 1995 een wereldhit was. Er staat niet bij dat dit nieuwe boek verhalen bevat; langere verhalen weliswaar, maar die vallen toch tegen. De eerste drie verhalen bevatten hetzelfde ingrediënt, namelijk onbetrouwbaarheid in een man-vrouw relatie. Dat gegeven wordt nogal belegen en flets uitgewerkt, waardoor de hoofdpersonen inwisselbaar worden. Gelukkig zijn de andere verhalen intrigerender.

    De zeven verhalen spelen zich vooral af in de Verenigde Staten en in Duitsland en de titel doet dienst als leeswijzer. De zomerleugens spelen zich vooral af binnen relaties, waar vrouwen een kind willen van mannen die minder viriel zijn.

    Naseizoen begint met een scène op een vliegveld, waar een Europese fluitist de Amerikaanse Susan nakijkt na een vakantieliefde in het noordoosten van de Verenigde Staten. Vervolgens blikken we terug op hun ontmoeting tijdens een etentje en een bezoek aan het strand. ‘Ze zaten onder de paraplu en verzonken in hun herinneringen. Als twee kinderen die verdwaald zijn en naar huis willen, dacht hij.’

    De steenrijke Susan heeft een huis op het eiland vlakbij de zee en nodigt de man daar uit. ‘Ze kwamen niet op het idee om wat er bij hun ontmoeting in het restaurant geknarst had en gehaperd had als waarschuwing op te vatten.’ Ze blijkt een kind te willen en vat het plan op om samen met de fluitist een appartement in New York te gaan bewonen. Als de man, die niet  echt van haar houdt, terug is in New York, betwijfelt hij of hij alles voor haar moet opgeven.

    De nacht in Baden-Baden gaat over een toneelschrijver die op liefdesgebied van twee walletjes eet. Hij brengt een nacht door met vriendin Therèse en verzwijgt dat voor zijn vrouw Anne, die een kind van hem wil. Aan het eind stelt de man vast dat er niets op tegen is om de waarheid te spreken.

    In Het huis in het bos wil een man zijn dochter en zijn vrouw Kate, een succesvolle schrijfster, helemaal voor zich alleen hebben. Hij blijft voortdurend, en tot vervelens toe, zoeken naar bestendigheid.

    In De vreemde in de nacht vertelt Werner Menzel tijdens een turbulente vlucht naar Europa zijn levensverhaal aan Jacob Saltin, die naast hem in het vliegtuig zit: ooit werd zijn mooie blonde vrouw Ava ontvoerd in Irak door handlangers van een sjeik. Ava weet te ontsnappen en Werner en zij zien elkaar later terug in Genève maar met hun relatie komt het niet meer goed. Sterker nog, Menzel vermoordt haar maar wil daarvoor wel boeten Als hij na vijf jaar vrij komt, leent Jacob hem geld voor een vliegticket naar Amerika. Jacob vraagt zich af met wie hij nou te doen heeft gehad.

    De laatste zomer gaat over de gepensioneerde hoogleraar Thomas Wellmer die een zwakke gezondheid heeft en eraan denkt om, na een mooie zomer met zijn hele familie, een eind aan zijn leven te maken. Zijn plan wordt ontdekt door zijn vrouw. Thomas legt zijn lot in haar handen.

    Johann Sebastian Bach op Rügen gaat over een zoon die meer wil weten over zijn vader en hem daarom uitnodigt voor een weekendje klassieke muziek op bovengenoemd eiland. Uiteindelijk moet de zoon zich schikken in het lot. ‘Niets bestond er tussen hem en zijn vader, niets.’ Met dit verhaal wist de schrijver voor het eerst enige ontroering bij mij op te wekken.

    De reis naar het zuiden begint verrassend.  ‘De dag dat ze ophield van haar kinderen te houden was niet anders dan andere dagen.’ Oma ergert zich eraan dat de kinderen haar ex-man, die hertrouwd is, nooit noemen. Kleindochter Emilia gaat met haar  mee op reis naar een stad waar oma ooit haar grote liefde beleefde. Emilia brengt de geliefden weer bijeen. Oma vindt dat ze zelf een verkeerde keuze heeft gemaakt en hoopt dat Emilia het later beter gaat doen.

    Hoewel dit laatste verhaal aardig eindigt zijn de meeste verhalen te bedacht en te weinig expressief. Dat mag blijken uit het volgende fragment over de verhouding van Anne en haar man in het tweede verhaal, dat uitleggerig van aard is. Dit citaat geeft tegelijk een beeld van de repeterende stukjes die af en toe in de verhalen voorkomen.

    ‘Hoezeer ze ook naar elkaar verlangden, hoe mooi ze het ook samen hadden ? ze hadden niettemin hevige ruzies. Omdat hij zich had neergelegd bij dat meer gescheiden dan gemeenschappelijk leven en zij dat niet deed. Omdat hij niet zo mobiel en beschikbaar was als hij volgens haar had kunnen zijn. Omdat zij wat haar carrière betrof niet de compromissen sloot die ze volgens hem had kunnen sluiten. Omdat ze zijn spullen doorzocht. Omdat hij loog als kleine leugens grote conflicten leken te kunnen vermijden.’

    De hoop dat Schlink op het eind van zijn verhalen zou overrompelen, kwam in Zomerleugens helaas niet uit.

     

    recensie door: Rein Swart