• Houellebecqs economisch mensbeeld

    Bernard Maris, kritisch econoom, hoogleraar en journalist, had een economische column in het satirische weekblad Charlie Hebdo. Bij de aanslag op 7 januari van dit jaar op de redactie van dit blad is hij omgekomen. Hij was een bewonderaar van Keynes en Marx en van Michel Houellebecq; en een scherp criticus van het huidige economisch systeem en de ‘wetenschappelijke’ basis die daaraan ten grondslag ligt.

    In Economie is geen wetenschap, zijn laatste boek, bespreekt hij de plaats van de economie in de huidige maatschappij aan de hand van het werk van Michel Houellebecq en een aantal vooraanstaande economen.

    Aanleiding voor het boek is de opvatting van Maris dat de economen veel kunnen leren van Houellebecq. ‘Economie reduceert de duizend-en-een poëtische aspecten van het leven tot twee dimensies: geld op de x-as en rationaliteit op de y-as, een totaal vlakke wereld.’ Economen proberen het leven te ontdoen van liefde, begeerte, geluk, geweld, angst, kortom te ontdoen van emoties, uit naam van de rationaliteit van het menselijk handelen. Houellebecq daarentegen benadrukt juist het belang van emoties. Hij voorspelt in zijn werk dat de economie de samenleving fataal wordt en daarom is het een goede zaak om de economie te ontmaskeren en het gevaar voor de maatschappij bloot te leggen. In plaats van louter economische criteria te hanteren, is de maatschappij meer gebaat bij de redenen die Houellebecq geeft om te leven, of beter te overleven: liefde en goedheid. Volgens Maris zouden alle economen Houellebecq moeten lezen voor de manier waarop hij het economisch gedachtegoed ontzenuwt. Waar de homo economicus rationeel is, is de mens dat bij Houellebecq allerminst. Waar de econoom het utilitaristische van de mens benadrukt, staan bij Houellebecq het nut en de nutteloosheid centraal.

    In vijf korte hoofdstukken veegt Maris in scherpe bewoordingen de vloer aan met de economie zoals die heden ten dage wordt toegepast. Elk hoofdstuk is gewijd aan een belangrijk adagium van de economie, zoals de heerschappij van het individu, de rationaliteit van het menselijk handelen, de werking van vraag en aanbod, het ondernemen en het concurreren, het onderscheid tussen het economisch nuttige en nutteloze, en het kapitalisme als systeem.

    Aan al deze thema’s koppelt hij boeken van Houellebecq, zoals De kaart en het gebied (over creatieve vernietiging, een geliefd concept van de econoom Schumpeter), De wereld als markt en strijd (over concurrentiestrijd), Elementaire deeltjes (over consumentisme), Platform (over het nuttige en nutteloze), De mogelijkheid van een eiland (over een post-kapitalistische maatschappij).

    Maris bespreekt het werk van Houellebecq aan de hand van het gedachtegoed van de economen Marshall, Schumpeter, Keynes, Marx, Fourier, Malthus. Hij zoekt aansluiting bij Houellebecq omdat die eenzelfde kritische positie inneemt als hijzelf. Beide vinden dat de moderne economische praktijk onder ethisch toezicht moet worden geplaatst vanwege het verwerpelijke mensbeeld dat aan de economische wetenschap ten grondslag ligt en de grote sociale uitwassen (zoals sociale ongelijkheid, armoede) die daarvan in de praktijk het gevolg zijn.

    Maris slaagt er evenwel niet in om in ieder hoofdstuk de relatie tussen Houellebecqs opvatting en die van de desbetreffende econoom uiteen te zetten. Op de titelpagina van elk hoofdstuk wordt de desbetreffende econoom expliciet genoemd, alleen wordt zijn gedachtegoed in het ene hoofdstuk nauwelijks behandeld, in een ander helemaal niet en in weer een ander wordt alleen gezegd dat hij de uitvinder van een concept is, zoals bijvoorbeeld Schumpeter en de creatieve vernietiging. Het behandelen van deze economen op deze ongelijksoortige wijze doet wat gekunsteld aan.

    In zijn taalgebruik lijkt hij op Houellebecq: scherpe bewoordingen en vileine vergelijkingen geven dit boek het karakter van een schotschrift. Zo schrijft hij: ‘In werkelijkheid is de wereld van de economie er een van haat en geniepige, achterbakse, keiharde klappen, van langzame en heimelijke, vaak onzichtbare, soms dodelijke, altijd verminkende folteringen’.

    En in zijn ogen is de economie nog erger dan de religie: ‘Economie is geen vage ideologie, maar juist een heel precieze, verdorven, schadelijke – erger dan godsdiensten ooit zijn geweest. (…) Na het christendom kwam de wetenschap en vervolgens de economie, die een terugkeer betekende naar de ergste vorm van religie, namelijk de gerationaliseerde religie.’

    Hoewel Maris zelf schrijft dat het boek bedoeld is als een knipoog, wordt de economie met veel verbaal geweld bij het grofvuil gezet. Leuk om te lezen, maar doorslaand in de boodschap die het wil uitdragen. De ordening en de manier waarop hij het uitwerkt in de relatie met het werk van Houellebecq is wel origineel.

     

  • Oogst week 22

    Door Ingrid van der Graaf

    De Kroatische (experimentele) schrijfster, essayiste en letterkundige Dubravka Ugrešić woont al jaren in Amsterdam. Ze schrijft in het Kroatisch maar haar werk, waarvoor ze verschillende literaire prijzen ontving, is in vele talen vertaald.
    In de essaybundel Europa in sepia dwaalt Ugrešic van de Amerikaanse Midwest tot Zuccotti Park, en van de Ierse Aran-eilanden tot Jeruzalems Mea Shearim, van de tristesse van de Nederlandse Vinex-wijken tot de rellen in Zuid-Londen. Ondertussen stipt ze tal van kwesties aan, van de lusteloosheid in Centraal-Europa tot de verveling in de Lage Landen. Met een vinger aan de pols van een uitgeput Europa en een andere aan die van postindustrieel Amerika, onderzoekt Ugrešic de fall-out van politiek falen en de vuilnisbelt van de populaire cultuur. Ugrešic’ schrijft met een lichte toon en dat, samen met haar gevoel voor het absurde, maakt Europa is sepia tot een bundel betoverende wanhoop. Uitgegeven bij Singeluitgevers, 376 blz, € 24,95.

    9789048824076Schrijver en vertaler Thomas Willmann (1969 München) studeerde muziekwetenschap en was cultureel verslaggever en gastpresentator bij een klassieke radiozender voor hij in 2014 debuteerde met Het duistere dal.
    Een roman waarin wraak een hoofdrol speelt. In een afgelegen dal hoog in de bergen, ingeklemd tussen machtige bergtoppen, ligt een dorp. Op een dag arriveert een vreemdeling om er de winter  te verblijven. Om te schilderen. Zeer onwillig wordt hem onderdak toegewezen in het huis van weduwe Gader. Het dorp raakt ingesneeuwd en het leven komt tot stilstand. Dan verongelukt de jongste zoon van een familie uit het dorp. Een tweede zoon wordt teruggevonden in een beek. In Het duistere dal wordt het verleden tot het heden gebracht. Uitgegeven bij Meridiaan, 304 blz, € 19,99.

    21614987-Economie-is-geen-wetenschap-Bernard-MarisBernard Maris is een van de omgebrachte redacteuren van Charlie Hebdo. Economie is geen wetenschap is zijn laatste boek. Net als Thomas Piketty beweerde Maris dat hij meer geleerd heeft van grote literaire auteurs dan van bekende economen. Hij stond altijd vooraan wanneer het ging om het bekritiseren van economen en het bestaande economische systeem.  In dit boek leest hij de huidige tijd aan de hand van het werk van Michel Houellebecq en in het licht van veel geciteerde economen als Marx, Friedman en Keynes. Economie is geen wetenschap is scherp geschreven, ook bedoeld voor mensen die Houellebecq niet lezen. Uitgegeven bij De Geus, € 14,95.

     

    huijser-buddingh-2015-188x300De biografie, waar velen naar uitkeken, is nu verschenen. Vanaf 2003 is Wim Huijser de biograaf van de Dordtse schrijver, dichter, vertaler, essayist C. Buddingh’ (1918-1985). Sinds die tijd verschenen van hem meerdere publicaties over Buddingh’, waaronder in 2010 Buddingh’s verzamelde gedichten onder de titel Buddingh’ Gebundeld.
    C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985) mag gerekend worden tot de populairste schrijvers van zijn generatie. Met zijn Gorgelrijmen verwierf hij al in de jaren veertig en vijftig zijn eerste bekendheid: ‘De blauwbilgorgel’ is zelfs klassiek geworden. Dankzij zijn droge humor en karakteristieke stemgeluid was hij een opvallende verschijning tijdens Nederlands eerste grote dichtersmanifestatie Poëzie in Carré (1966). Uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar, 410 blz, € 34,99.