• Van de hand gods geslagen

    Van de hand gods geslagen

    Scherpzinnige observaties, fijnzinnige aandacht voor gebeurtenissen en een schilderachtige pen maken het lezen van deze beschrijvingen van het dagelijkse leven tot een groot plezier. Dewulf deelt zijn levensgeluk en zijn verwondering daarover, maar ook zijn angsten en onzekerheden met de lezer, door deze toe te laten in zijn leven en dat van zijn vrouw, zoon en dochter.
    Late dagen is een vervolg op Kleine dagen, bekroond in 2010 met de Libris Literatuurprijs, waarin hij de betekenis van zijn vaderschap beschrijft.

    Jubel en angst
    In vergelijking met zijn vorige boek zijn zijn kinderen nu ouder, worden zelfstandiger, maken eigen keuzes en gaan steeds meer hun eigen leven leiden, wat voor hem als vader niet gemakkelijk te accepteren is. Hij beschrijft in heel mooi proza wat dat met hem doet. De zorg voor je kind, de angst dat hem of haar iets zal overkomen op de ontdekkingstocht van het leven, zal iedere ouder herkennen, maar Dewulf weet zijn gevoelens hierover zo mooi onder woorden te brengen, dat je met hem meevoelt. Zijn zeventienjarige zoon die zaterdagavond uitgaat, hem in angst achterlaat dat hij niet meer terugkeert, en hij niet veel meer weet te zeggen dat ‘wees voorzichtig’, beseft niet hoe zijn vader zich voelt. Een citaat:
    ‘Wat ik voel wanneer hij de hoek omgaat, jubel en angst. De angst dat om die hoek een 4×4 hem schept, het zo knakbare schepsel dat wij hebben gemaakt. Dat de dood daar en dan zijn kortste woord zal gebruiken.
    Het jubelen dat hij er wil zijn. De angst dat hij niet meer terugkeert, fluitend een zijstraat inslaat, niet eens omkijkt en zomaar wegrijdt uit ons bestaan.’

    Wanneer zijn vrouw hem vertelt van een busongeluk waarbij meer dan twintig kinderen zijn gedood, voedt dat zijn angst. Hij raakt ervan van de kaart, loopt naar de slaapkamers van zijn kinderen, loopt daar doelloos rond en schrikt van het ‘onmetelijke, onmenselijke geluid’ als de tijd op de wekker van zijn dochter verspringt.
    ‘Ik weet niet meer hoe lang ik, als een uil in de duisternis, naar haar wekker heb gestaard. Wat ik wel weet is dat ik dacht: tegen die verschrikkelijke klik van elk aantikkend ogenblik is alles, elk nu, elk heelal (…) kansloos.’

    ‘Verstrengelde sprakeloosheid’
    Dewulf beschrijft niet alleen zijn angsten en zorgen om zijn kinderen en zijn liefde voor hen, maar ook allerlei voorwerpen en gebeurtenissen die hem intrigeren.
    Zo schrijft hij wat de nieuwe gezinskalender bij hem doet, brengt hij een prachtige ode aan een tafel (‘het stille, staande hart van elk samenleven; het altaar voor dagelijks gebruik’), verhaalt over lezen (‘waarom leest u?’), over ouder worden,  (‘hoe ouder de jaren, hoe ritueler de dagen’) over opvoeden (‘opvoeden heeft maar een doel, jezelf als ouder overbodig maken’), over de dood (‘de doden zijn vaak uitstekende therapeuten’), over jaloezie (‘ik zie grofweg drie jaloezieën’), over schaamte (‘de diepste schaamte kijkt uit de spiegel. Over die schaamte is het moeilijk spreken.’), over het verschil tussen zoenen en kussen (‘een tongzoen is verstrengelde sprakeloosheid’), over de rituelen van het samen leven, over slapeloosheid (‘welke man van 54 ligt nu ‘s nachts sinterklaasliedjes te zingen?’), over vergeten herinneringen, over geschiedenis, over de MH17, over als het miezert op zondag, over de dood van zijn kat, en zo meer. Vervelen doet het nooit, omdat hij met zijn prachtig  proza jou deelgenoot maakt van zijn overpeinzingen.

    Onder al die mijmeringen zit een angst voor het leven. Nu hij ouder wordt en de vijftig is gepasseerd, wordt de eens zo stille angst manifest. Wanneer hij Alles wat is van James Slater heeft gelezen, voelt hij zich kwetsbaarder dan ooit.
    Vroeger kon het hem allemaal niet schelen, later zal het hem niet meer deren, maar nu nog wel. Hij zwaait elke dag zijn kinderen uit en gaat zitten voor ‘het vertrouwde gapende raam’, te peinzen over het leven: wat nu? ‘De dag keek mij koud aan en vroeg: Wat doe jij hier? Ik was net de vijftig voorbij en was van de hand gods geslagen’. Het is nu tijd om ‘de zegeningen te tellen, de zin van het bestaan te raden.’

    De schrijver probeert telkens opnieuw, in de meest kleine en dagelijkse dingen, de zin van zijn leven te ontdekken. Enige spleen is hem niet vreemd en de angst voor het leven duikt altijd wel even op. Maar zijn observaties en beschrijvingen ervan zijn zo mooi, dat hij daarmee zijn angsten – soms – een plek kan geven. De kunst overwint.

     

  • Oogst van de Week 44

    Door Carolien Lohmeijer

    ‘Soms loop ik , de werkkamer beu, het museum in alleen om haar te zien. Of die andere. Of nog een andere.’

    Bernard Dewulf vraagt zich af waarom een geschilderd naakt hem zo kan bezighouden, wat de problemen waren die de schilder tegenkwam, met welke penseelstreek de kunstenaar begon en met welke hij besloot dat het kunstwerk af was. Hij mijmert verder: […] ‘Want telkens als ik voor haar sta, zie ik haar anders. Niet dat ze heeft bewogen, elke keer beweegt ze mìj anders. […]
    In zijn nieuwe bundel Toewijdingen is een aantal stukken bijeengebracht die Dewulf eerder schreef over de kracht van schoonheid. De dichter in hem klinkt door in de manier waarop hij schrijft. Lezers koesteren zijn taal. Zijn overpeinzingen doen je anders kijken naar schilderijen, eenvoudig bij jou thuis aan de muur of elders in een publiek toegankelijke omgeving.

    Laaiende kritieken en de Libris Literatuurprijs 2010 kreeg Dewulf voor Kleine dagen. Anita Meuleman schreef voor Literair Nederland: ‘Juweeltjes zijn het. De vertellingen van Bernard Dewulf. ‘

    Toewijdingen, Bernard Dewulf, Uitgeverij Atlas/Contact, 560 pagina’s, € 34,99

     

    Deze zachte witte kamer ‘Als ik op het podium sta, wordt klank de interpunctie’, aldus dichteres Runa Svetlikova (1982) in een interview uit 2010 in Meander.
    Een van haar meest memorabele podiummomenten noemt zij in datzelfde interview: ‘Een mooie houten tribune vol publiek. Daarachter kasten vol boeken, boeken en nog eens boeken. Alles in de open lucht. Ik bracht ‘De gebruiker van dit lichaam’, een cyclus rond mijn vader, en net toen ik de laatste zinnen – de zinnen van mijn vader – uitsprak

    en wie / zal bij je zijn / als de zon in / ’t zenit / langzaam-zeker / duistert?

    verdween de zon achter de bomen. Achteraf viel er een lange, lange stilte. Daarna kwam pas het applaus.’

    Haar poëziedebuut Deze zachte witte kamer is net verschenen. Uitgeverij Marmer, € 12,50

    Het is een opmerkelijke timing, het moment van verschijnen van De Joodse bruid.
    Dit boek speelt in Iraaks Koerdistan waar de Islamitische Staat (IS) momenteel het leven bedreigt van christenen en yezidi’s. In 1948, na de stichting van de staat Israël, waren het de Joden die uit Irak vertrokken. De Joodse bruid

    Judith Neurink raakte gefascineerd door dit vertrek, omdat vrijwel alle Joden verklaarden zich in de eerste plaats Iraaks of Koerdisch te voelen, en pas in de tweede plaats Joods.
    De hoofdpersoon in De Joodse bruid woont in een Koerdisch dorp op de grens van Iran en Irak. Ze is er geboren en getogen, en weet niet anders dan dat ze een jonge Koerdische, islamitische vrouw is, die binnenkort met een islamitische man in het huwelijk zal treden. Dan vindt ze een dagboek van een Joods meisje, geschreven in de jaren veertig en vijftig. Die vondst verandert haar leven.

    Judit Neurink is journalist en schrijfster en woont in Iraaks Koerdistan.

    De Joodse bruid. Het verdwenen verleden van Irak, Judit Neurink, Uitgeverij Jurgen Maas,€ 19,95

     

    WorstAtte Jongstra schreef in 2008 voor de reeks Privédomein (biografieën en autobiografieën) deel 266, Klinkende ikken, met als veelbetekenende ondertitel Bekentenissen van een zelfontwijker. In 2013 verscheen Diepte!, dat ‘misschien wel zijn meest autobiografische roman ooit’ werd genoemd. Jongstra heeft dus enige ervaring in het schrijven van een egodocument.

    Maar is het interessant om te weten hoe het huwelijk van een ander is? Wil je echt alle ins en outs te weten komen? Atte Jongstra en zijn ex-vrouw Ingrid Hoogervorst wilden in ieder geval allebei dat anderen inzicht hadden in hun voormalige huwelijk en schreven erover. Ingrid Hoogervorst in, -let op de titel- Privédomein dat in mei 2014 bij Prometheus verscheen, en Atte Jongstra in het onlangs verschenen Worst.
    Laten we het er maar op houden dat het nieuwe boek van Atte Jongstra over worst gaat.

    Worst, Atte Jongstra, Uitgeverij De Arbeiderspers, € 21,95

  • Wat beweegt de onbewoonde schommel

    Wat beweegt de onbewoonde schommel

    Recensie door Anita Meuleman

    Juweeltjes zijn het. De vertellingen van Bernard Dewulf. En dat verdient erkenning. Zijn laatste boek Kleine dagen staat op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2010. Op 22 maart wordt bekend of Dewulf bij de zes genomineerden voor de prijs behoort. Kleine dagen is een selectie van columns van Dewulf gepubliceerd op de voorpagina van het Belgische dagblad De Morgen.

    Bernard Dewulf is behalve inmiddels ex-columnist – ook dichter. En dat resoneert in vrijwel elke zin die hij schrijft in zijn boek Kleine dagen. Dat maakt ook dat je als lezer de observaties en gedachtespinsels van Dewulf heel langzaam consumeert. Een voor mij nieuw fenomeen. Ik heb de bundel gekoesterd. Telkens weer verwonderd om de nieuwe sprankelende ‘kleuren’ die maar tevoorschijn blijven komen. Hij spreekt van ‘Stilstaan bij het geheugen van het huis’ en ‘het wegsluipen van zijn kind uit de zwaartekracht’ en over de twijfels van de schrijver zelve.’Ik schrijf alles wat ik niet schrijf. (…). Even was ik er blij mee. Domper op de feestvreugde is altijd weer: wat betekent het?’

    Filosofische beschouwingen en mooie observaties over de kleine verschijnselen van alledag, ‘Briesjes zijn de edelste soort wind.’ Dewulf laat zijn woorden schijnen over dingen die eenieder als vanzelfsprekend beschouwt en geeft begrippen een nieuw beeldend gezicht met onverwachte wendingen: ‘De genetische valkuil die ouderdom heet: een zelfmoordaanslag van de tijd.’ En, ‘Een zondagochtend vol verveling. Het huis staat vol doofstomme boeken en het speelgoed staart waardeloos uit hoeken en gaten.’

    Voor de lezer is er herkenning. Een annotatie van een verre jeugd, een nostalgisch gevoel van herkenning. ‘De eerste schooldag. Zoveel kindjes. Een zee van moeders’  Of nog mooier: ‘Meisjes kunnen dat, zeggen ze. Zoals ze nu kijken naar elkaar: een verstandhouding van gewapend suikerglas.’

    De onderwerpen vindt hij letterlijk dichtbij huis, in zijn eigen omgeving waar zijn kinderen, zijn vrouw en hijzelf participeren in zijn dagelijkse overpeinzingen. Overigens wel vanaf een zekere afstand, geschreven in de derde persoon. ‘Morgen fietst hij mij voorbij, keihard onderweg, ontsnapt naar zijn toekomst.’ Dewullfs woordgebruik is doorspekt met metaforen en verbeeldende ? Vlaamse –  woorden: koket, woelwater, wenssteen, scharten. Scharten?

    ‘Er groeit een vrouw in mijn huis.
    Een-twee-drie is ze vijf geworden.
    Op een ochtend kwam ze de keuken binnen. Ze zei dag en het was anders. Ze gaf een zoen en hij verschilde. Haar haar hing los, ze had een rokje aan en daaronder lange kousen. Daarin waren haar benen gestegen en ze stapte, ik zocht in verwarring het woord, pront. Parmantig. Koket.’

    Dewulfs kleine overpeinzingen zijn mooi in balans. De afgeronde stukjes – alle zo’n driehonderd woorden – hebben een nostalgische ondertoon waar je als lezer wel ruimte voor moet maken. Al betrap ik mezelf ook wel op haast bij zoveel rust.‘Het jongentje ziet en kijkt. Tuin en tijd aan zijn voeten.(….) Wat verdwijnt hij nu haastig in het dikkende donker.’

    De titelloze kronieken zijn stuk voor stuk pareltjes die je langzaam tot je moet nemen om de essentie tot je door te laten dringen. Langzaam, laag voor laag. Als een toverbal.

    ‘Ben jij opa? vraagt ze. Het is geen vraag, het is een marsorder. (…) En zolang ik onderdanig meespeel is zij verlicht. Maar hapert mijn inlevingsvermogen, taant mijn belangstelling of ben ik iets te tegendraads dan vaardigt ze streng haar ultieme oekaze uit. ‘Jij weet niet wie jij bent.’’

    Bernard Dewulf (Brussel 1960) studeerde Germaanse filologie en is schrijver, columnist, vertaler, dichter en essayist.
    Van Dewulf verschenen al eerder verzamelde gedichten in de bundels Waar de egel gaat en Blauwziek. Loerhoek, is een eerdere selectie van de columns van Dewulf in De Morgen. Bijlichtingen en Naderingen, bevatten essays en reisverhalen over kunst.