• Oogst week 3

    Een stand van de zon

    De Ierse schrijver Donal Ryan heeft pas 3 boeken geschreven maar grossiert al in (Ierse) prijzen. In 2016 is zijn boek The Spinning Heart op het Dublin Book Festival uitgeroepen tot Irish Book of the Decade. Daarvoor had het al de Guardian First Book Award en de European Union Prize for Literature gewonnen en in 2013 stond het op de longlist voor de Booker Prize.

    Toch kiest uitgeverij Koppernik eerst voor een vertaling van de verhalenbundel A Slanting Of The Sun (Een stand van de zon), waarvan het titelverhaal verkozen werd tot ‘Short Story of the Year’ door de Irish Book Awards.

    Ryan (1976) schrijft verhalen ‘die de menselijke tragedie van eenzaamheid, isolatie en onthechting blootleggen. Soms vinden ze plaats in het alledaagse leven; soms worden ze opgeroepen door een noodlottige ontmoeting of een tragische beslissing. De verhalen beschrijven hoe mensen tot elkaar worden aangetrokken en zich vastklampen aan liefde. vaak in wanhopige omstandigheden. In indringend en vaak ijzingwekkend proza beschrijft Donal Ryan de wrede schoonheid van het menselijke hart met al zijn verwachtingen en tekortkomingen.’

    ‘Uitstekende verhalen… Ryan is al zo’n meester van het korte verhaal dat je zelfs als je de afloop vreest toch door blijft lezen.’ – Irish Independent
    Briljant en duister.’ – The Guardian

    Een stand van de zon
    Auteur: Donal Ryan
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Waarom we poëzie haten

    Nog zo’n prijswinnaar: Ben Lerner. Hij won met zijn romandebuut Vertrek van station Atocha de Believer Book Award. In Duitsland ontving hij in 2011 de Preis der Stadt Münster für Internationale Poesie.

    In Waarom we poëzie haten gaat hij in op  de vraag waarom mensen een hekel hebben poëzie. Volgens hem is de haat voor poëzie onlosmakelijk verbonden met dichtkunst.
    In dit persoonlijke essay neemt hij de haat voor de poëzie als vertrekpunt voor zijn verdediging van deze kunstvorm. ‘Gaandeweg vindt hij een verklaring voor de hooggestemde mislukking die aan ieder gedicht ten grondslag ligt: de impuls om de individuele ervaring in een tijdloze, gemeenschappelijke vorm te gieten.’

    Dat is toch mooi gezegd.

    Waarom we poëzie haten
    Auteur: Ben Lerner
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Pauwl

    Openhartig was hij, Erik Jan Harmens in zijn roman Hallo muur. Daarin schrijft hij over zijn alcoholverslaving, burn-out, echtscheiding en de dood van geliefden. Op het omslag stond: ‘verslag van een leven tot op de bodem’. Op het omslag van de nieuwe editie van dit boek maak je meteen kennis met Harmens’ stijl: Hallo Muur, ik ben Erik Jan Harmens, Dit is het verhaal dat ik je wil vertellen. Het gaat goed met me. Maar het ging een tijdje niet zo goed. Die donkerte ligt nu achter me, als een voorbije nacht.

    Blijkbaar wil Harmens op voorhand de potentiële lezer vertellen wat hem of haar te wachten staat. Ook het omslag van zijn nieuwste roman Pauwl, licht een tipje van de sluier: ‘een roman over leven met autisme [en andere dingen die op zich niks met autisme te maken hebben]’.

    De uitgever noemt Pauwl een geestige, realistische en hartverscheurende roman over een volwassen man met autisme. Als je Hallo muur gelezen hebt, kan je je hier wel iets bij voorstellen.

    Pauwl
    Auteur: Erik Jan Harmens
    Uitgeverij: Overamstel Uitgevers
  • Hetzelfde maar een beetje anders 

    Hetzelfde maar een beetje anders 

    De ik-figuur in de tweede roman van de Amerikaanse schrijver en criticus Ben Lerner, zelf ook een auteur die luistert naar de naam Ben, beschrijft op een gegeven moment het huis van twee literaire vrienden: ‘Het huis was niet ontworpen aan dagelijkse ritmes maar aan een vreemd soort literair tijdsverloop.’ Het lijkt of hij het daarmee in één moeite door heeft over het tijdsverloop van 22.04. Een titel die overigens, slaat op de tijd waarop in de film Back to the Future de bliksem insloeg in de toren van de rechtbank.

    In het uiteengevallen tijdsverloop zou je de dissociatieve reactie van Ben kunnen zien op de mededeling van een arts dat hij een hartafwijking heeft waaraan hij zal sterven. Eens, want dat het snel zal gebeuren, verzint Ben er zelf bij. Niet dat daarmee alles nu heel anders wordt, hooguit een beetje. Zoals een verhaal uit de Chassidische, joods-mystieke traditie over de komende wereld vertelt. Een mantra door het hele boek heen: alles zal zijn zoals het nu is, alleen een beetje anders. Meteen al anders, doordat Bens ‘lichaamsdelen een verschrikkelijke autonomie begonnen te verwerven die niet alleen ruimtelijk, maar ook temporeel was.’ Hij concludeert dat hij ‘ouder en jonger was dan iedereen in de kamer, inclusief ikzelf.’

    Dit gevoel van dubbelheid steekt overal de kop op: ‘Ik meen het wel en ik meen het niet’, ‘ik zal mezelf gelijktijdig in verschillende toekomsten projecteren.’ Tot zelfs in de vraag of er plaatselijke of algehele verdoving moet worden toegepast bij het trekken van verstandskiezen.

    Gezichtspunten komen meer dan eens terug, alleen telkens een beetje anders. Net zoals kleuren op een reproductie verschillen van de originele kunstwerken.

    Zo heeft Lerner ook veel vlammetjes en vonkjes door het verhaal gestrooid. Van de bliksem, een gasvlam, sigaretten, de lichtjes van Brooklyn Bridge die in de avond in het water weerspiegelen, de Marfa Lights (spooklichten) en ga zo maar door. Ze vormen als het ware de weerslag van de vonken uit het Chassidische denken: de stralen van de schepping die uit elkaar zijn gevallen en als gebroken vonken (zoals de gebroken tijd in het boek) door de mens weer tot één geheel moeten worden samengevoegd, als ‘de gebroken glinstering van de komende wereld (…), een wereld waar alles hetzelfde, maar een beetje anders is.’

    Zo moet de lezer de lijnen van de roman tot één geheel zien te maken, waarbij hij ook twaalf afbeeldingen die in de roman zijn opgenomen daar weer in moet zien te passen. Bijvoorbeeld die van het beroemde schilderij Angelus Novus van Paul Klee, dat door de filosoof Walter Benjamin in zijn boek On the Concept of History werd beschreven: ‘Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend (…). De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken.’

    Maar dat gaat moeilijk, want er raast een orkaan over het land; de roman is qua tijdspanne gesitueerd tussen twee orkanen: Irene en Sandy (2012). Tijdens de tweede orkaan viel het daglicht uit. Er viel zo niet veel meer te zien, misschien een enkel vonkje en vlammetje.

    Niet het hele boek is overigens in een filosofisch aandoende stijl geschreven. Het derde deel over een bezoek aan een ziekenhuis, dit keer om op verzoek van Bens beste vriendin Alex sperma af te staan om bij haar een kind te verwekken, is bijvoorbeeld ronduit hilarisch van toon.

    De verwijzingen naar filosofie en kunst boren een diepere laag, over leven en kunst aan. Over contact tussen mens en kunst en tussen mensen onderling. Of niet, zoals iemand die door de telefoon een monoloog afsteekt zonder te merken dat de verbinding al is verbroken. Kunst heeft bij uitstek de kracht ‘om tussen lichamen en temporaliteiten te circuleren.’

    22 – 04 Staat in de traditie van de grote seculier-joodse Amerikaanse romans na Saul Bellow, met een vleugje Woody Allen en Philip Roth. Waarbij een verwijzing naar de joodse tijdsbeleving zoals Walter Benjamin die beschreef, ook kan worden teruggevonden bij de Israëlische schrijvers Amos Oz en zijn dochter Fania Oz (in: joden en woorden): ‘Letterlijk met onze rug naar de toekomst en ons gezicht naar het verleden.’ Back to the Future als het ware.

    Voor niet zo doorgewinterde lezers is het misschien soms wat teveel gevraagd. Toch is dit boek een aanrader: als je er wat moeite voor doet, ben je een ervaring rijker.