• Bloemlezing waarin niet alles lezenswaardig is

    Bloemlezing waarin niet alles lezenswaardig is

    Wim Huijser bezorgde al een biografie (2015) van C. Buddingh’. Onlangs werd er nog een ANWB informatiebord over het werk van C. Buddingh’ op een brugwachtershuisje in Dordrecht onthuld waarbij Huijser ook het eerste exemplaar van de door hem samengestelde poëzie bloemlezing van Buddingh’ Een geluk bij een ongeluk aan de loco-burgemeester overhandigde. Wim Huijser zit in het bestuur van het Buddingh’ Genootschap en poogt een Buddingh’ revival van de grond te krijgen. Daar behoort ook een bloemlezing uit Buddingh’s proza, Bazip, Deibel en andere verhalen toe.
    Buddingh’ (1918-1985) is bekend van de Blauwbilgorgel, het absurdistische gedicht over een fantasiedier, en van het potje Sandwichspread waarvan het deksel op het potje Marmite paste. Een gedicht dat zo realistisch en pretentieloos is dat het absurd wordt. In ieder geval is het grappig, zeker zoals Buddingh’ het voordroeg tijdens de befaamde dichtersmanifestatie in Carré in 1966. Dit komisch realisme is terug te vinden in Buddingh’s proza. Het verhaal Krijn kan weer pissen (1975) opent prachtig:

    Op de groentemarkt stond Dikke Dolf aan een aubergine te ruiken. Hij liet hem een paar centimeter zakken en vroeg: ‘Heb je het gehoord?’ ‘Wat gehoord?’ ‘Krijn kan niet meer pissen.’

    Vervolgens wordt in sprankelende dialogen de hypochondrische Krijn en diens verhouding tot zijn traditioneel-anarchistische gezin beschreven. De verteller van het verhaal is uitsluitend aanwezig als chroniqueur van een vermakelijke episode en geeft over zichzelf weinig prijs. In het openingsverhaal, over een familie die last heeft van vissensterfte, zijn de dialogen uit het leven gegrepen zonder ook maar enigszins aangetast te zijn door de tand des tijds. Opmerkelijk, aangezien het verhaal al tijdens de Tweede Wereldoorlog is geschreven en tot Buddingh’s vroegste werk behoort.

    Als schrijver van tableaux vivants met een scherp oog voor het komische is Buddingh’ als prozaïst op zijn best. In het iets te lange verhaal over de getalenteerde, maar onuitstaanbare voetballer Jopie Deibel weet hij aan die ingrediënten een dramatisch en verrassend eind toe te voegen. Terwijl Belofte maakt schuld wordt opgediend met een scheutje melancholie; het beschrijft het moment waarin de nederlaag zich aandient van twee titaantjes die de literaire wereld van de jaren zestig aan het veroveren zijn.

    Deze bloemlezing maakt ook Buddingh’s beperkingen duidelijk. Als Buddingh’ zelf de hoofdpersoon is (Leve het bruine monster) dan ontbreekt de spanning, de introspectie noch het plot zorgen voor veel opwinding. ‘Bijzonder aardig: prima, prima’, om met Hermans te spreken die in 1978 zowel Buddingh’ als zijn gepubliceerde dagboek in een ingezonden stuk in het NRC genadeloos op de korrel nam. Buddingh’ was nadien nooit meer dezelfde. In dat licht gezien niet handig dat Huijser besloten heeft dit langdradige, wat gezapige verhaal over Buddingh’s wederwaardigheden als voetballer, aan de bloemlezing toe te voegen. Voor de biografische gegevens kunnen we beter terecht bij Huijsers biografie Dichter bij Dordt.

    Wellicht werd het erin opgenomen omdat Buddingh’ erg weinig publicabel prozawerk heeft voortgebracht, in deze bundel staan slechts vijf korte verhalen. Om dezelfde reden lijken De avonturen van Bazip Zeehok toegevoegd. Volgens Huijser is het onmiskenbaar een roman – het werk beslaat inderdaad ruim 150 pagina’s, meer dan de helft van de bloemlezing , maar daar is alles mee gezegd.
    De 69 schetsen over een wereldvreemd en oppervlakkig personage dat stuurloos in een oceaan van gezapigheid dobbert, zijn in een zeer infantiele kinderboekentaal beschreven: ‘En ze bijt Bazip even in zijn oor, wat hij natuurlijk wel heel prettig vindt, maar toch ook een beetje, hoe noem je dat ook alweer, oh ja, gênant (…)’. In De avonturen van Bazip Zeehok triomferen Buddingh’s zwaktes (oppervlakkigheid, onvermogen tot plot building en overtuigend psychologiseren) en ontbreken zijn sterke punten (rake en geestige typeringen van de eigen omgeving).

    Net als zijn idool C. Buddingh’, weet Huijser geen maat te houden. Van een bloemlezing wordt verwacht dat alleen het beste werk erin opgenomen wordt. Daar zouden de oubollige en nietszeggende verhalen van Bazip Zeehok dan zeker niet toebehoren.

     

     

  • Oogst week 9

    Mijn wilde tuin

    Tuinieren is voor wie de hele dag in zijn hoofd verblijft doorgaans een welkome afleiding. Als grote schrijvers het over hun tuin hebben, hebben ze het dan ook zelden alleen over hun tuin. Wat daar groeit en bloeit, staat voor het leven zelf. Dat geldt ook voor Mijn wilde tuin van Meir Shalev. Zijn ‘aantekeningen van een wildtuinier’ beginnen met zijn verhuizing naar de dorre Vlakte van Jizreel in het noorden van Israël. Tuinieren valt daar niet mee. Shalev oefent geduld, houdt vol, observeert en filosofeert. Dat levert een boek op dat niet alleen over tuinieren en literatuur gaat, maar ook over koken. Een zelfportret van tekeningen voorzien door Rafaela Shir.

    Mijn wilde tuin
    Auteur: Meir Shalev
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Bazip, Deibel en andere verhalen

    Het is dit jaar honderd jaar geleden dat C. Buddingh’ in Dordrecht werd geboren. Voor die gelegenheid selecteerde zijn biograaf Wim Huijser de beste verhalen van Buddingh’, die door velen die minder ingewijd zijn in zijn werk vooral als dichter herinnerd zal worden. Een dichter die het licht hield, ook als hij het over ernstige zaken had.

    Tot de beste verhalen van C. Buddingh’ die in Bazip, Deibel en andere verhalen gebundeld zijn, horen parabels bewoond door even absurdistische wezens als de legendarische Blauwbilgorgel, maar ook verhalen die ogenschijnlijk over normale dagelijkse dingen gaan. En toch weet Buddingh’ ook daar in taal weer zijn draai aan te geven.

    Bazip, Deibel en andere verhalen
    Auteur: C. Buddingh'
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Slapende tijgers

    Verhalen vertellen helpt bij het verwerken van tegenslag en teleurstelling. Na de dood van een buurjongen werken verhalen helend voor een zesjarig meisje. Verhalen over de dieren in de dierentuin die zich ooit bevond in de wijk waar ze nu woont. Samen met haar vriendje Ben gaat ze er helemaal op in die verhalen.  Maar dan maakt een aangekondigde verhuizing inbreuk op hun fantastische kijk op het leven.

    Astrid Panis gelooft in de kracht van verhalen. In haar debuutroman Slapende tijgers ze maakte daarvoor  twee prentenboeken – zorgt ze dat haar personages zich kunnen laven aan verbeelde troost.

    Slapende tijgers
    Auteur: Astrid Panis
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee