• Een waardig gedragen ongeluk

    Een waardig gedragen ongeluk

    Hebt u zin om nog eens een complexloos verhalende negentiende-eeuwse roman te lezen van het soort dat niet meer wordt geschreven, maar ziet u er wat tegenop om wekenlang bij een knetterend haardvuur door te brengen of bent u niet voldoende bemiddeld om huispersoneel in dienst te nemen dat voor uw leesgemak gedienstig loodzware turven voor u op ooghoogte kan houden? Dan hebben wij goed nieuws voor u: er is een nieuwe uitgave van Kolonel Chabert, een roman (of novelle) van amper honderd bladzijden en een van de hoogtepunten uit het gigantische oeuvre van Honoré de Balzac (1799-1850). Met de bijna honderd boeken die dat oeuvre beslaat, en dat door de auteur La comédie humaine werd genoemd, introduceerde Balzac een nieuw literair procedé: zijn personages duiken voortdurend op in meerdere delen. Mocht u zich verder willen verdiepen in het leven en werk van een van Frankrijks meest gevierde schrijver, dan kunnen wij overigens De Frankrijktrilogie van gallofiel Bart Van Loo van harte aanbevelen.

    Weinig stervelingen slagen erin om het volledige werk van deze schrijver te doorploegen, maar enkele hoogtepunten van La comédie humaine moet elke literatuurliefhebber toch geproefd hebben. Kolonel Chabert is een goed begin. De plot van deze (althans in Frankrijk) onsterfelijke klassieker is genoegzaam bekend: op een dag dient zich bij procureur Derville in Parijs een haveloze man aan die zich uitgeeft voor de dood gewaande kolonel Chabert, een van Napoleons trouwste en meest gewaardeerde officieren. Naar eigen zeggen was Chabert tijdens de slag bij het Pruisische Eylau gewond geraakt en werd hij doodverklaard door de keizerlijke legerartsen van het Grande armée. Naar de gewoonte van die tijd belandde hij met andere gesneuvelden in een massagraf, maar na een tijdje ontwaakte Chabert uit zijn schijndood en kon hij zich met een zeer plastisch beschreven uiterste krachtinspanning een weg naar de oppervlakte banen.

    Daarna volgt een herstelperiode en een lange, zware tocht door Europa, tot Chabert uiteindelijk in Frankrijk arriveert. Maar zijn problemen zijn nog niet opgelost: Chaberts erfenis is inmiddels verdeeld en zijn vrouw hertrouwde met graaf Ferraud. Zij wil niets met hem te maken hebben en beweert hem niet te herkennen, zodat een juridische strijd losbarst: Chabert wil zijn identiteit bewijzen om aanspraak te kunnen maken op zijn fortuin. Een proces voeren zou hem echter handenvol geld kosten, en dat heeft de berooide militair niet. Bovendien verzuipt hij in de administratieve mallemolen: ‘Ik ben onder de doden begraven geweest, maar nu ben ik begraven onder de levenden, onder aktes, onder feiten, onder de hele maatschappij, die mij weer onder de grond wil hebben!’ Procureur Derville is bereid om te helpen, maar ook zijn middelen zijn beperkt. De jurist stelt dan ook een schikking met Chaberts voormalige echtgenote voor. Chabert is echter een man van eer die zijn principes nooit opgeeft en weinig voor compromissen voelt: door zijn edelmoedigheid eindigt hij uiteindelijk straatarm in een ‘oudemannenhuis’.

    Weliswaar is het taalgebruik in dit boek naar hedendaagse normen bij momenten wat gezwollen en komen de setting en de plot ietwat theatraal over, maar dankzij de scherpe dialogen en de wisselende camerastandpunten is het al bij al verrassend flitsend en modern en op geen enkel moment statisch of saai. Balzac durft weleens een plotwending uit zijn mouw te schudden die wat op het randje is, maar dat vergalt het leesplezier niet – tenminste als de lezer bereid is om zich in te leven in de conventies van de grote negentiende-eeuwse roman. Ook de visie op man-vrouwrelaties moet je in haar tijd zien: dat gravin Ferraud, die in dit boek als een vilein, hebzuchtig secreet wordt voorgesteld, misschien niet eens veel te verwijten valt – in haar tijd had een weduwe immers veelal de keuze tussen hertrouwen en de bedelstaf, en dat ze daarna haar vermogen veilig probeerde te stellen is niet eens zo verwonderlijk – is een overweging die men destijds waarschijnlijk niet gauw zou hebben gemaakt. Deze passage spreekt in dat opzicht boekdelen: ‘De moraal van dit verhaal is dat een mooie vrouw nooit haar echtgenoot – en zelfs niet haar minnaar – zal herkennen in een man die rondloopt in een oude koetsiersjas, met een pruik als een ragebol en met afgetrapte laarzen.’

    Balzac, die het woelige tijdperk van de restauratie na de Franse Revolutie schetste aan de hand van zijn tragische personage Chabert, de belichaming van de ondergang van een generatie trouwe aanhangers van Napoleon, stelt zich op als alleswetende verteller die graag in de zielen van zijn geesteskinderen kijkt. Het motto Show, don’t tell bestond duidelijk nog niet: ‘Deze indringende, woordeloze welsprekendheid, die ligt in een blik, een gebaar, in het zwijgen zelf, overtuigde Derville geheel en ontroerde hem hevig.’ Net zomin draaide Balzac zijn hand om voor een levenswijsheid (of tegeltjesspreuk, zoals kwatongen zouden zeggen) meer of minder: ‘Het ongeluk is een soort talisman die onze oorspronkelijke aard versterkt: het vermeerdert bij sommigen het wantrouwen en de slechtheid, zoals het de goedheid doet groeien van diegenen die een edelmoedige inborst hebben.’

    Als chroniqueur van zijn tijd wordt Balzac trouwens nog steeds hoog aangeslagen in Frankrijk: zo werd hij uitgebreid geciteerd door topeconoom Thomas Piketty in diens standaardwerk Kapitaal in de 21ste eeuw, een boek waarin hij de processen blootlegt die vermogensongelijkheid veroorzaken. Kortom, laat u niet misleiden door de geringe omvang van Kolonel Chabert: het is een boek waarin enorm veel Franse (literatuur)geschiedenis is samengebald.

     

     

  • Fluisterende gedachten tot zwijgen gebracht

    Fluisterende gedachten tot zwijgen gebracht

    Het is moeilijk om uit te maken waar Bart van Loo het meest van onder de indruk is, van de zwartharige schoonheid Coraline, van de schitterende oude gebouwen van Antwerpen of van het Verzameld werk van Willem Elsschot. Coraline en Bart ontmoeten elkaar in de Bibliothèque Nationale te Parijs. Niet iedereen vindt het een mooi gebouw maar daar kan Alain Giebens ook niets aan doen. Hij maakte er, net als van de Antwerpse straatbeelden, een prachtige foto van. De beelden zijn heel plezierig om naar te kijken en samen met de prettig leesbare tekst van Bart van Loo vormen zij een monument voor de stad Antwerpen.Het is moeilijk om uit te maken waar Bart van Loo het meest van onder de indruk is, van de zwartharige schoonheid Coraline, van de schitterende oude gebouwen van Antwerpen of van het Verzameld werk van Willem Elsschot. Coraline en Bart ontmoeten elkaar in de Bibliothèque Nationale te Parijs. Niet iedereen vindt het een mooi gebouw maar daar kan Alain Giebens ook niets aan doen. Hij maakte er, net als van de Antwerpse straatbeelden, een prachtige foto van. De beelden zijn heel plezierig om naar te kijken en samen met de prettig leesbare tekst van Bart van Loo vormen zij een monument voor de stad Antwerpen.

    Coraline komt speciaal voor Bart, vanuit Parijs naar Antwerpen. Althans dat denkt hij maar het vermoeden bestaat dat zij ook erg nieuwsgierig is naar het werk van Elsschot. Samen bespreken zij zijn werk en verkennen intussen de stad. Willem Elsschot was een meester van de miniatuur, volgens Bart van Loo, en maakte van het weren van breedsprakige gevoelens zijn handelsmerk en zijn humor balanceert op de rand van de bezadigde glimlach. Mooier kan Elsschot toch niet worden gekarakteriseerd?

    Coraline ontvouwt een nog niet eerder bekende literaire theorie, die van het vooruitwijzende plagiaat. Zij noemt het Le plagiat par anticipation. Elsschot zou hebben gegrasduind in het werk van Albert Camus en gedeelten uit De vreemdeling, dat in 1942 verscheen, hebben opgenomen in zijn roman Kaas, dat al in 1933 van de persen is gerold. Bart beziet zijn vriendin argwanend, het zou wel eens kunnen zijn dat zij hem in het ootje wil nemen. Echter uit haar houding spreekt oprechtheid en zij somt een aantal treffende overeenkomsten op tussen een aantal werken van bekende auteurs. Zo zou Sophocles leentjebuur hebben gespeeld bij Freud. Sommige schrijvers zouden zich hebben laten inspireren door teksten uit de toekomst en een later geschreven verhaal oefent invloed uit op een lang van te voren geschreven tekst. De omgekeerde wereld dus. Bart vraagt zich af of hij soms te veel gedronken heeft.
    De discussie is in zoverre interessant dat de lezer nieuwsgierig wordt naar het werk van de hier genoemde auteurs zoals Georges Perec en Albert Camus. Van het een komt het ander en dit is ook één van de grote verdiensten van dit boek, het spoort aan tot verder onderzoek.

    Elsschot had een voorliefde voor het getal 17. Hij woonde te Parijs in de rue d’Armaillé op nummer 17 en deze straat bevindt zich in het 17 de arrondissement maar in zijn debuutroman Villa des Roses verandert hij het huisnummer 17 in 71. Zowel in Tsjip en in Kaas als in Villa des Roses speelt het getal 17 een geheimzinnige rol. De aandachtige lezer zal het inmiddels opgevallen zijn dat de bladzijde 70, in het boek van Bart van Loo, wordt gevolgd door bladzijde 17. Ook hier weer die eigenaardige omdraaiing. Als ze er over na denken speelt het getal 17 ook een grote rol in het leven van Bart en Coraline. Toeval natuurlijk.

    Wanneer Coraline weer is vertrokken naar Parijs, dwaalt Bart als een geslagen hond door Antwerpen. Wel ontvangt hij, waarschijnlijk door haar toedoen, een uitnodiging om een lezing bij te wonen over Willem Elsschot die wordt gehouden in de Bibliothèque Nationale die wordt georganiseerd door het illustere gezelschap Oulipo (Ouvroir de Literature Potentielle, werkplaats voor potentiële literatuur) Bart besluit tenslotte te kiezen voor het drinken van een Geuze samen met zijn vrienden en de Parijse schone en de verhalen van Elsschot uit zijn hoofd te zetten. Hij heeft aan de uitnodiging geen gehoor gegeven. De wind drijft het drukwerk in de richting van het standbeeld van Rubens. De nog fluisterende gedachten aan Coraline zijn tot zwijgen gebracht.

     

    Elsschot, Antwerpen & Coraline
    Auteurs: Bart van Loo (tekst) en Alain Giebens (foto’s)
    Uitgever, Houtekiet/Atlas
    Prijs: € 19,95