• Drie literaire tijdschriften van deze zomer

    Een Glossy, Tirade en Raymond Brulez in De Parelduiker

    Door Ingrid van der Graaf

    De zomer vloog voorbij maar het is nooit te laat een literair tijdschrift te bespreken.
    Kluger Hans stelde zich bij het maken van een zomereditie voor een literair portret samen te stellen van ‘de mens’. Het werd een zogeheten glossy, met op de goudkleurige cover een detail van een afbeelding van Dior, alles op glanspapier gedrukt, compleet met recepten voor bijvoorbeeld komkommersoep. Kluger Hans als een ‘livestyle’. Met mooie verhalen van onder andere Naomi Rebekka Boekwijt (Juli) en debutant Daniel Op de Beeck met Tris, waarin de overgave van een jongen aan de gebruiken van een geloofsgemeenschap eerst tot een obsessie leidt en later tot de dood. Opvallend en interessant door de wendingen in het verhaal.
    Dave Reggers schreef in dialect (en zonder hoofdletters) het verhaal Que sera sera. Op een babbeltoontje, alsof het een onderonsje geldt wat de vertelling dichtbij de lezer brengt. ’tweejentagetig. et nummer drukt op mijn wervels als ik mij buk (…) kzienet in mijn vingers die et dekbed gladstrijken.’
    En hier één van de vier recepten van Idris Sevenans, Deze is voor een salade.

    Was in een vergiet
    Droog keukenpapier in
                       zeer dunne schijfjes
    sla uit elkaar
    Los zout in witte wijn en
    Wacht met mengen tot
    geroosterd vlees calorie-arm wordt

    Illustraties, Vogue paintings van Egon van Herreweghe. Bestaande reclamefoto’s werden gedeeltelijk of helemaal met grove kwast overschilderd. Het effect is verrassend en lijkt een protest tegen de reclamewereld. De gedachte achter een glossy is te verleiden, iets te willen waarvan je niet wist dat je het wilde. Deze Kluger Hans spreekt de taal van de verbeelding en van verschillende schrijvers wil je meer lezen, al wist je dat niet.

     

    Tirade#459
    9200000045707640Sinds de oudere garde van de redactie in 2013 plaats maakte voor een beduidend jongere redactie, wat tot mooie en sprankelende edities heeft geleid, blijft het een soort stoelendans. Simone Saarloos nam al even plaats maar verdween vrijwel gelijk weer. Lieke Marsman verliet, na wel haar stem te hebben laten horen, al eerder de redactie om zich aan haar studie en nieuw werk te kunnen wijden. In dit juni nummer maakt Martijn Knol, die ook niet ongehoord bleef, plaats voor Wytske Versteeg. Ook Knol gaat fulltime schrijven. Dat het tijdschrift niet onder deze snelle wisselingen te lijden heeft, is te danken aan de stevige roots die zijn voedingsbodem vond in het literair etablissement van de jaren vijftig. Tirade heeft zich ontwikkeld tot een blad dat niet meer weg te denken is. In deze editie weer mooie bijdragen, onder meer enkele prozagedichten van Derek Walcott (1930) in vertaling door Astrid Staartjes.
    ‘Ik verliet het metrostation en er stonden mensen / stokstil op de trap, alsof ze iets wisten / wat ik niet wist. Dit was ten tijde van de Koude Oorlog, / en nucleaire rampen. De hele straat was uitgestorven,’
    Henk van Straten als De Ambassadeur over de melancholie in het werk van schrijver James Salter (1925-2015), hij zucht bij geen enkel boek zoveel als bij een boek van Salter. Een even ontroerend als oprecht essay van Wytske Versteeg over kwetsbaarheid dat je niet in de koude kleren gaat zitten. Verhalen van Vamba Sherif, Gerda Blees (concentrisch verhaal) en van Marijn Sikken Roosje. Een zuiver ‘coming of age’ verhaal waarin haast elke zin zoveel meer vertelt dan er staat. Een verhaal van de gevestigde Spaanse auteur Hipólito G. Navarro, (vertaling Melani Reumers). Debutanten zijn Christiaan Ronda, Derko Laan en Mira Aluç. Christien Brinkgreve laat haar licht schijnen op Babyboomboek van Ronald Havenaar. De rubriek waarin een auteur even helemaal los mag gaan, De tirade van…, was voor Asis Aynan, die de politieke correctheid van de acteur Nasrdin Dchar betwijfelt. Een heerlijk tirade.

     

    De Parelduiker#2015/3
    Parelduiker 3-15 omslag_Opmaak 1Raymond Brulez (1895-1972) zocht voor zijn debuutroman André Terval (1930) meer dan tien jaar naar een uitgever die het waagde hem uit te geven. Zijn boek werd namelijk niet Vlaams- katholiekgezind genoeg bevonden. Er speelde nogal wat tussen de schrijvers  van het interbellum. Fatsoens- en huwelijksmoraal mochten niet geschonden worden en dat was nu precies waar Brulez zich aan bezondigd had volgens de toonaangevende Vlaamse auteurs uit die tijd, Marnix Gijsen, Gerard Walschap en Maurice Roelants. Joris Van Parys schreef een biografie van Brulez die deze maand onder de titel Gelukkig en vol droefenis. De werelden van Raymond Brulez zal verschijnen bij uitgeverij Houtekiet. Zijn bijdrage in De Parelduiker gaat over de aard van het contact tussen de Hollandse Forum-schrijvers Ter Braak, Du Perron, en de Vlaamse vrijdenker Brulez. Geïllustreerd met mooie afbeeldingen van enkele boekomslagen, een brief van Greshoff aan Brulez vanuit Italië, krantenartikelen en enkele sfeerfoto’s uit zijn huwelijkstijd.
    Bart Slijper werkt aan een groepsportret van de Tachtigers. Zijn stuk In gemeenschap van Goederen gaat over de loyaliteit en financiële steun die de Tachtigers elkaar boden. Daar moet je dan weer De Parelduiker voor lezen om te weten te komen dat het rond 1890 in de Amsterdamse Avant-gardistische kringen aan de orde van de dag was elkaar om geld te vragen of juist ruimhartig weg te geven. Een mooi bewijs van vriendschap en solidariteit. Met foto’s van de Tachtigers gemaakt door de toenmalige fotograaf Willem Witzen.
    Over de correspondentie die dagboekschrijver Hans Warren (1921-2001) onderhield met soldaat Jan Kakebeeke (Kees in zijn dagboeken) in Nederlands-Indië schreven Ronny Bogaart en Eric de Rooij. Een kijkje achter de dagboekbladen van Warren.
    Van Herman Sandman het derde en laatste deel over Groningse schrijvers Schrijvers uit het land van koolzaad en aardgas. Dit loopt onder meer van de schrijver van het lied In een groen, groen, groen, groen knollen-knollenland, Jan de Rijmer tot de dichter Dries van Wissen. Een uitvoerig (goed) stuk over het literaire leven van heden tot nu. Een Parelduiker waardig.

     

     

     

  • Nieuwe blik op dode dichter

    Nieuwe blik op dode dichter

    Willem Kloos is hét protoype van de dichter. Gekweld, dronken en eenzaam. Vol van Grote Gevoelens, Hevige Hartstochten en Onvervulde Verlangens die zich in eindeloze stromen sonnetten en andere gedichten een weg banen. Willem Kloos (1859-1938) was de dichterlijke voorman van de paleisrevolutie in de Nederlandse letteren bij uitstek: de Beweging van Tachtig. Hij bezorgde in 1882 de eerste uitgave van de gedichten van zijn jonggestorven vriend Jacques Perk, die een nieuw tijdperk inluidden in de Nederlandse literaire geschiedenis en hij – Kloos – voorzag dit boekje van een programmatische inleiding. En ten slotte redigeerde hij vanaf 1885 meer dan vijftig jaar het tijdschrift dat spreekbuis der Tachtigers was: De nieuwe gids. Na drieste beginjaren vol van passie, originaliteit en overmoed ontpopte Kloos zich tot een levend fossiel van wat zo glorieus begon. En daarmee zat hij zijn eigen beeldvorming en nagedachtenis danig in de weg. Het is dus een mooie daad van eenvoudige rechtvaardiging dat aan Kloos’ leven en werk onlangs een biografie werd gewijd.

    Het beeld van Kloos als gedoemd poëet c.q. dichtervorst is op het lachwekkende af herhaald in hagiografisch aandoende en inmiddels zeer gedateerde publicaties, zoals van Max Kijzer, K.H. de Raaf en last but not least van Kloos’ weduwe Jeanne Reyneke van Stuwe herself. Dit beeld wordt door Bart Slijper krachtig bijgesteld, allereerst door zijn focus op de enkele jaren van Kloos’ werkelijk belangrijke optreden in de Nederlandse letteren en ten tweede door Kloos zonder terughouding in al zijn deerniswekkendheid voor het voetlicht te brengen. Kloos’ zelfmoordpoging (met een broodmes) is wel een dieptepunt dat hier waarschijnlijk voor het eerst wordt opgedist (Jeroen Brouwers noemt in elk geval in zijn boek uit 1984 over zelfmoord in de Nederlandse letteren het geval Kloos niet).

    Slijpers suggestieve beschrijving van het contact tussen de jeugdige dichters Kloos-Perk resp. Kloos-Verwey laat ruimte genoeg voor een 21ste eeuwse interpretatie van volledig geconsumeerd homoseksueel contact. Of daarvan echt sprake geweest is blijft vaag. Doet het ertoe en ‘willen wij dit weten’? Misschien niet, maar de ogenschijnlijk veelzeggende behandeling van dit even delicate als gewichtige onderwerp laat onduidelijkheid bestaan die de nieuwsgierigheid wel prikkelt maar niet bevredigt.

    Slijper laat meer vragen van de lezer onbeantwoord: bv. hoe Kloos’ vrienden reageerden op zijn toch wel wat burgerlijke huwelijk. En we hadden ook wel iets meer willen weten over contacten van Willen Kloos met zijn vader, stiefmoeder, stiefbroer. Of waar Kloos van leefde. Of hoe Kloos m.n. in zijn zwartste jaren zijn zenuwziekte en alcoholverslaving wist te combineren met het redacteurschap van De nieuwe gids. Over de achtergrond van figuren als Witsen, Van der Goes, Gorter, Alberdingk Thijm, Paap hadden ook enkele aanvullende alinea’s kunnen zorgen voor meer reliëf en perspectief. Wie waren al die mensen, hoe kenden ze elkaar, etc. Nu blijven het toch passanten die af en toe fel belicht worden. Wie niet enigszins thuis is in de betreffende materie kan daardoor ook wel wat ‘tekort komen’.

    Als er één woord van toepassing is op dit boek dan is het ‘impressionistisch’. De auteur Bart Slijper focust zeer sterk op een beperkt aantal levensjaren van Kloos. Die zijn zonder meer doorslaggevend of in elk geval relevant, zeker waar het zijn vriendschappen betreft (Slijper spreekt dikwijls van ‘liefdes’) met Jacques Perk en Albert Verwey. Maar het resultaat is toch ook: onevenwichtigheid. Bij sommige gebeurtenissen staan we zo ongeveer in de kamer om een en ander bij te wonen en mee te maken, door middel van langdurig uitgesponnen verslagen, levendig aangevuld met goedgekozen dagboek- en briefpassages. Anderzijds worden Kloos’ laatste veertig levens- en huwelijksjaren in enkele alinea’s afgedaan. Neutraler geformuleerd: dit is een journalistieke biografie. Slijper concentreert zich op wat ‘het belangrijkste’ is in Kloos’ leven, de rest is bijzaak – en blijft dus grotendeels buiten beeld.

    Dit doet niet af aan het feit dat dit boek levendig en aantrekkelijk is. Het prijkt, zoals het hoort, met een aanzienlijk notenapparaat en verantwoording, maar de biografie is nergens zwaarwichtig of taai. De bronnen waaruit Slijper heeft geput zijn bovendien overvloedig, rijk, origineel en gevarieerd. Slijpers commentaar is hier en daar juist knap-laconiek (‘Dingen waren anders vroeger.’, p. 199) of aandoenlijk betrokken (‘Ach, Willem dan toch.’, p. 225; ‘De treurigheid van dit alles.’, p. 227). Ook scherp is Slijper soms in zijn bijna aforistisch aandoende kwalificaties: ‘Hij is gecapituleerd en heeft overwonnen’, p. 242.

    Zoals gezegd: het bestaande beeld van Willem Kloos – als daarvan al iets was overgebleven – was eenzijdig, verouderd en ook niet helemaal rechtvaardig. Bart Slijper geeft met zijn levendige boek over deze dode dichter de lezer van vandaag een nieuwe blik. Het verhaal over ‘de mens’ Willem Kloos kan biograaf Bart Slijper niet leuker maken dan het is; de ‘figuur’ Willem Kloos verdient dit boek volledig. Slijper heeft Kloos ontdaan van literair-historisch aangekoekte ballast die het zicht op de reële betekenis van Kloos belemmerde. Namelijk die van katalysator van de Beweging van Tachtig en van een ‘nieuw geluid’ in de toenmalige Nederlandse letteren.

    In dit gevreesd gemis.
    Het leven van Willem Kloos

    Auteur: Bart Slijper
    Verschenen bij: Uitgeverij Bert Bakker
    Aantal pagina’s: 325
    Prijs: € 24,95