• Geweld en grof gespuis op het Mexicaanse platteland

    Geweld en grof gespuis op het Mexicaanse platteland

    Boeken die je overrompelen, je komt ze zelden tegen. Maar zo af en toe raast er een over je heen. En dat is precies wat Orkaanseizoen doet. Als een woeste storm beukt deze roman in op alles wat je rechthoudt in het leven en vernietigt elke positief beeld dat je in de realiteit ontwaart. De Mexicaanse Fernanda Melchor werd terecht verschillende malen bekroond voor haar tweede roman en haalde zelfs de shortlist van de International Booker Prize 2020.

    Wervelend is wel het minste wat je kunt zeggen over Orkaanseizoen. Het boek begint vrij klassiek met enkele magisch-realistische elementen, helemaal in de traditie van de typische Latijns-Amerikaanse literatuur. Maar het duurt niet lang voor Melchor losbarst. Ze schetst het reilen en zeilen van een dorpsgemeenschap die in armoede en chaos leeft, La Matosa. Het is een plaats die leeft van roddels en afgunst.

    Enig aanzien was er voor de Heks omdat ze met al haar kruidendrankjes oplossingen bood voor ongewenste zwangerschappen, onverklaarbare aandoeningen of andere opgelopen ziektes en verwondingen. Haar vurige relatie met de duivel nemen de doprsbewoners er maar bij, maar als ze in het orkaanseizoen meegesleurd wordt door de modderstroom en net als vele anderen sterft, wordt haar duivelskind de nieuwe ‘Kleine Heks’. Het boek opent met de vondst van het lijk van deze heks. Zij is vermoord. De zoektocht die Melchor ontwikkelt in haar roman is er niet zozeer een naar de moordenaar, maar toont wel hoe alles in elkaar haakt in de kleine dorpsgemeenschap, en tenslotte zie je hoe de Kleine Heks aan haar dood kwam. De Kleine Heks blijkt ook geen vrouw te zijn, maar een travestiet die de hele dorpsgemeenschap, vooral de mannen, diende met seksuele gunsten.

    Lustvol geweld

    De personages zijn zeer donker en schuwen grof geweld, lustbevredigende seks, mateloze drank en drugs helemaal niet. Het gevolg is een samenleving die aaneen lijkt te hangen van fysieke en verbale uitbarstingen, waar niemand voor de ander wil onderdoen. Verkrachtingen, moord en andere uitspattingen zijn legio, maar worden oogluikend toegestaan als er maar gewin uit voorkomt voor de een of de ander. De personages zitten vast in de klassieke rolpatronen. De mannen zijn macho’s die ‘gebruik maken’ van de vrouwen en hen behandelen als bezit en slaaf, maar daarnaast doen ze zich ook allemaal te goed aan homoseksuele uitspattingen om hun lusten te kunnen botvieren.

    De stijl is wat dit boek zo wervelend maakt. Melchor schrijft ellenlange volzinnen – soms verschillende pagina’s voor één zin. Dat maakt het in het begin wat lastig, maar werkt op de lange duur zo meeslepend dat je als lezer helemaal mee in het avontuur wordt getrokken. Makkelijk lezen is het niet, maar bruisend zeker. Ze doorspekt alles met de grove schutting- en straattaal van de personages en gaat geen taboes uit de weg. Alles wordt rauw, realistisch, voluit beschreven zonder er doekjes om te winden.

    Uitzichtloos bestaan

    Melchor toont dat er niet te ontsnappen valt aan je lot in een achtergestelde dorpsgemeenschap op het Mexicaanse platteland. De personages zitten stuk voor stuk vast in een spiraal van armoede en geweld. Hun pogingen om eruit weg te geraken zijn halfslachtig en leiden tot niets. Om toch een beetje te kunnen ontsnappen aan hun armetierige leventje doen ze zich dan maar te goed aan drugs, seks (met wie of wat doet er even niet toe), verkopen ze zichzelf aan iedereen die ervoor betaalt om dan daarmee opnieuw een cirkel van drank en drugs te beginnen. De hele omgeving is corrupt en iedereen doet eraan mee: ook de gezagsdragers of ondersteuners. Op geen enkel moment is enig perspectief te bespeuren, er is geen enkele hoop en alles is uitzichtloos.

    Orkaanseizoen is een gitzwarte, uiterst pessimistische schets van een maatschappij die aan zijn lot overgelaten wordt. Melchor lijkt hiermee een aanklacht te sturen richting Mexicaanse overheid met de oproep om hieraan iets te doen. Ze biedt evenwel geen oplossingen. Dat maakt het boek nog rauwer en donkerder. Orkaanseizoen ontdoet het beeld van een idyllisch leven op het platteland van al zijn franjes en toont op een overweldigende manier wat er schort aan het leven daar, de bittere realiteit van een uitzichtloze gemeenschap. Melchor doet dat in een unieke opzwepende stijl die haar woede nog eens extra in de verf zet. De lezer blijft verweesd, murw geslagen achter en kan alleen maar met met ontzetting terugblikken.

     

     

  • Oogst week 9 – 2020

    Verdwijnpunt

    Een narratief over verdriet of pijn wordt vaak in de vorm van een queeste of sprookje gegoten, een reis die positief eindigt. Natuurlijk is dit niet representatief: het kan voorkomen dat de pijn niet verdwijnt of dat het verdriet niet minder wordt. In Verdwijnpunt onderzoekt Wytske Versteeg (1983) ‘de verschillende facetten van pijn en de gevolgen van geweld en machteloosheid’. Geen sprookjes, maar een zoektocht naar ‘wat het betekent om te leven en kwetsbaar te zijn’.

    Versteeg schrijft essays, romans, scenario’s en recensies. Haar roman Boy stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs en voor haar gehele oeuvre werd de Frans Kellendonkprijs in 2019 aan haar toegekend. Op dit moment geeft ze les in fictie aan de Hogeschool Artez.

    Verdwijnpunt
    Auteur: Wytske Versteeg
    Uitgeverij: Querido

    Orkaanseizoen

    Fernanda Melchor (1982) is een Mexicaanse auteur en journalist. Orkaanseizoen is haar tweede boek en haar eerste werk met een Nederlandse vertaling. In 2019 won ze met Orkaanseizoen zowel de Internationale Literatuurprijs als de Anna Seghers-prijs. In dit boek is de Heks, een persoon in transitie, vermoord. Door wie is niet belangrijk, het draait om de vraag waarom.

    De Heks bleek onderdeel uit te maken van een gruwelijk, arm dorp waarin huiselijk geweld, ongewenste zwangerschappen en drugsmisbruik orde van de dag zijn. Eén van de grootste problemen van Zuid-Amerika is geweld tegen en moord op vrouwen. Juist daarover gaat Orkaanseizoen en Melchor gebruikt woest proza met diepgaande personages om dit verhaal te vertellen.

    Orkaanseizoen
    Auteur: Fernanda Melchor
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Als je de stilte ziet

    In Als je de stilte ziet lukt het de hoofdpersoon niet om een goede band op te bouwen met zijn pleegbroer. Hij weet niet hoe het komt, maar het geheim dat tussen hen in staat blijft hem de rest van zijn leven achtervolgen. Dit levert een filmisch geschreven en ontroerend verhaal op ‘over verlangen, vluchtigheid en betekenis geven aan het leven’.

    De voor Thomas Verbogt (1952) kenmerkende lichte, melancholieke verteltoon komt prachtig tot zijn recht in Als je de stilte ziet. Naast romans schrijft Verbogt ook humoristische korte verhalen, columns voor De Gelderlander, toneelstukken en cabaretteksten. Elsbeth Etty noemde hem ‘een meester van de dialoog’.

    Als je de stilte ziet
    Auteur: Thomas Verbogt
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • Mislukte lasagne

    Mislukte lasagne

    Er zijn lezers en schrijvers die menen dat literatuur uit lagen bestaat. Met de oppervlakte nemen zij geen genoegen, er moet diep gegraven worden. In lagen kunnen lezers, alsof ze archeoloog zijn, heerlijk spitten en ze hebben ook nog de gelegenheid om hun vondsten te duiden door ze aan een of andere laag toe te schrijven. Lagen suggereren diepte en hun aanwezigheid biedt houvast in de nooit aflatende strijd tegen de oppervlakkigheid.

    Misschien is het verhelderend om de gelaagde roman te vergelijken met lasagne. Een belangrijke eigenschap van lasagne is dat de laagjes afzonderlijk vaak helemaal niet zo bijzonder zijn, het is de combinatie die het geheel aantrekkelijk maakt. De goede lasagne vormt een geheel in de diepte, niet in de breedte. Maar wie recentelijk over paardenvlees gelezen of gehoord heeft, weet dat niet elke lasagne uitblinkt in kwaliteit. Voor lasagneliteratuur is dat helaas niet anders.

    De korte roman De corrector van de Spaanse auteur Ricardo Menéndez Salmón is een voorbeeld van een lasagneroman. De eerste laag die we aantreffen is nogal dun en wordt gevormd door het verhaal van een corrector, Vladimir, die bezig is een vertaling van Dostojewski’s Duivels (ook wel vertaald als Boze Geesten) op fouten te controleren. Vladimir is getrouwd, heeft een kind verwekt bij een andere vrouw (waar zijn vrouw niets van weten mag) en zijn ouders leven nog. Vroeger is hij schrijver geweest, maar met zijn romans wil hij het liefst niets meer te maken hebben.

    Dostojewski’s roman Boze Geesten is een roman over terroristen en dat brengt ons bij de tweede laag waarin de bomaanslagen in Madrid in 2004 beschreven worden. Deze aanslagen, waarbij 191 doden vielen, vonden drie dagen voor de Spaanse verkiezingen plaats. De regerende Partido Popular (PP) was bang dat de aanslag door veel kiezers als straf zou worden opgevat voor de Spaanse steun aan de Amerikaanse inval in Irak. In een poging om de publieke opinie in elk geval tot na de verkiezingen te beïnvloeden werd de ETA als belangrijkste verdachte genoemd, terwijl men heel goed wist dat de daders extremistische moslims waren. Ironisch genoeg verloor de PP de verkiezingen juist door deze poging tot misleiding van de publieke opinie en niet door de aanslagen zelf. Dat laatste punt speelt overigens geen rol in de roman. Ironie is niet aan Salmón besteed – helaas niet, ben je na afloop geneigd te zeggen.

    Veel details over de aanslagen en hun nasleep krijgen we overigens niet te lezen. Vladimir krijgt het nieuws over de aanslagen en hun nasleep te horen via de T.V. en de telefoon, de hele roman komt hij zijn kamer niet uit. De gebeurtenissen in de buitenwereld zijn dan ook alleen een aanleiding om de eigen binnenwereld te verkennen. Dat brengt ons bij de derde en verreweg dikste laag, die wordt gevormd door zwaar aangezette beschouwingen.

    Vladimir is ontzet door het gewelddadige nieuws en verbaast zich over de kalme voortgang van het dagelijkse leven. De leugens van de politici over de betrokkenheid van de ETA zijn aanleiding om eens flink te filosoferen over leugens, taal en feiten. Bij Salmón wordt liegen al gauw ‘perverteren van de werkelijkheid’ en hij komt met een onderscheid tussen ‘feiten-feiten, halve feiten en feiten die nooit hebben plaatsgevonden’. Wie zich wel eens serieus met filosofie bezig heeft bezig gehouden, merkt dat de schrijver het onderscheid tussen feit en bewering niet begrepen heeft, of niet de moeite waard heeft gevonden. Dat zou nog niet zo erg hoeven te zijn als het aardige gedachten en mooie zinnen zou opleveren, maar dat is helaas niet het geval.

    Zo vind je behoorlijk wat wijsgerige dooddoeners in deze lasagne. Bijvoorbeeld dat het hele leven een grote leugen is. Let ook op hoe Salmón het formuleert:

    Ons leven, ons hele leven, van zonsopgang tot het uur van de wolf, is één grote leugen, een schaduw, een intense schijnvertoning. Fjodor Dostojewski wist het. Albert Camus wist het. John Maxwell Coetzee (…) weet het ook.’

    Het helpt ook niet dat Salmón te pas, maar vooral te onpas, met namen van bekende filosofen, schrijvers en kunstenaars strooit alsof het pepernoten zijn. Het noemen van al deze namen moet blijkbaar benadrukken dat het hier om verheven en bovendien serieuze zaken gaat. Dit idee gaat gaandeweg steeds meer irriteren en het is daarom maar goed dat deze roman dun is, nauwelijks 125 bladzijden.

    De laagjes willen, afzonderlijk of in combinatie, geen enkel moment echt smaken. Het geheel is geschreven in een stijl die geforceerd ‘Literair’ aandoet – let op de hoofdletter. Salmón verliest zichzelf in een overspannen wens groots en verheffend te willen schrijven. Neem bijvoorbeeld de volgende zin waarin twee vergelijkingen over elkaar heen buitelen:

    ‘Ik kan zelfs met zekerheid zeggen dat veel van die gezichten zijn uitgedoofd als oude sterren en dat het spoor ervan in mijn leven me nu even onmogelijk te vertalen blijkt als een in het Hebreeuws geschreven tekst dat zou zijn.’

    Ironisch genoeg maakt Salmón een fout die doet denken aan die van de Partido Popular in 2004.  De partij verloor de verkiezingen door acties die nu juist moesten verhinderen dat ze de verkiezingen verloor. Salmón maakt de fout zo graag een literaire roman te willen schrijven dat het resultaat als literatuur niet wil overtuigen. Het is veel te nadrukkelijk diepzinnig en indrukwekkend bedoeld en daardoor in toenemende mate ergerniswekkend flauw.

    Het is bovendien merkwaardig hoeveel fouten er staan in een roman waarin de hoofdpersoon beroepshalve niets anders doet dan het opsporen van fouten in het werk van anderen. Om er een paar te noemen: Vladimir krijgt een telefoontje van zijn vriend en ‘begrijpt onmiddellijk dat er iets ernstigs aan de hand is’. Ongeveer een pagina later, als het gesprek nog nauwelijks verder is en er nog niets inhoudelijks is gezegd, breekt bij hem het inzicht door dat er ‘echt iets ernstigs is gebeurd’. Maar als hij dat aan het begin van het gesprek al gemerkt had, dan kan dat tweede inzicht niet veel voorstellen.

    Regelrecht onjuist is dat Bloody Sunday in Belfast plaats vond, dat moet Derry zijn. En de zin  ‘Ik ben per definitie monogaam,’ is om meerdere reden onjuist. Monogaam is men niet enkel en alleen op grond van een definitie en bovendien blijkt Vladimir in het verleden helemaal niet monogaam te zijn geweest.

    Ten slotte, en iets lastiger op te merken voor een corrector, is Salmóns gebrekkige kennis van wijsbegeerte. De gevolgtrekkingen die hij doet kloppen vaak niet en zijn methode lijkt er vooral uit te bestaan om eenvoudige zaken moeilijk voor te stellen, en ze met zwaar aangezette woorden te verheffen tot iets wat ze niet zijn. Dat bezwaar vat aardig samen wat er schort aan deze roman.

    Ten slotte blijkt De corrector ook nog eens een afsluiting van een trilogie over ‘het Kwaad’ te zijn. Bijna zou je verzuchten dat dit teveel van het goede, niet het kwade is, maar bij nader inzien lijkt niet het goede of het kwade maar eerder de lelijkheid de boventoon te voeren. Misschien biedt een ouderwetse spaghettiwestern tegenwicht tegen deze lasagneroman. Maar daarover een andere keer.