• Het echte leven van mastodont Moeyaert

    Het echte leven van mastodont Moeyaert

    In de prachtige privédomeinserie van de Arbeiderspers is kortgeleden Een ander leven verschenen van en over de Vlaamse mastodont Bart Moeyaert. Zestig jaar is de gelauwerde schrijver dit jaar geworden en bijna zestig publicaties heeft hij op zijn naam staan: poëzie, proza, theater, literatuur voor jeugd en volwassenen. In 1983 debuteerde hij met de latere ‘longseller’ Duet met valse noten, uitgebracht als 12+ titel. Moeyaert zegt in het egodocument Een ander leven dat het genre van de adolescentenliteratuur ‘schromelijk onderschat’ wordt, dat er vaak vanuit wordt gegaan dat deze literatuur per definitie niet meerlagig is, ‘weinig vlees aan het bot bevat’. Moeyaerts oeuvre is een bewijs van het tegendeel. Zijn werk is veelvuldig vertaald en met vele bekroningen beloond onder andere met de ‘Nobelprijs voor de Jeugdliteratuur’, de Astrid Lindgren Memorial Award in 2019.

    Een ander leven is het verslag van de zoektocht naar de contouren van zijn geschiedenis. Zijn volwassenwording als zevende zoon in een traditioneel gezin wordt beschreven en de achtergrond van en band met zijn ouders. De strijd om schrijver te worden en de persoonlijke zoektocht naar zijn identiteit krijgen veel aandacht en ook poëticale aspecten en duiding van zijn eigen werk komen aan de orde. Het boek is non-fictie, beschrijft feiten, maar wie het werk van Moeyaert kent weet dat er voor de lezer altijd werk aan de winkel is. In dit geval bijvoorbeeld door een originele opbouw waarbij een hersenbloeding van zijn vader de opmaat vormt en poëtische fragmenten uit brieven van zijn moeder als motto’s de hoofdstukken inleiden die starten bij moeders zeventigste verjaardag en niet-chronologisch heen en weer meanderen van Moeyaerts tienertijd tot nu. Een eerste, tweede en derde ‘rust’, korte tussenstukjes, beschrijven hoe de vader, de moeder en tenslotte de spullen het ouderlijk huis verlaten.

    Moeder, vader en geaardheid

    De rode draad van het boek is een driedaags verjaarscadeautje van zoon Bart (dan 35) voor zijn jarige moeder (70) naar Parijs, de stad waaraan Moeyaert veel herinneringen heeft. Moeder geniet met volle teugen. Ze is blij dat ‘ze meer deel uitmaakt van de wereld dan gewoonlijk’. Als ze tijdens het ontbijt in het hotel een geanimeerd gesprek voert met een mondaine vrouwelijke hoogleraar uit New York (‘Kinderen, nee daar heeft ze nooit tijd voor gehad’), een vrouw en een leven over wie ze later die dag nog door fantaseert, realiseert Moeyaert zich tot zijn ontsteltenis dat er voor zijn moeder naast het leven dat ze geleid heeft, thuis met zeven kinderen, ook een ander leven is dat ze niet geleid heeft. Deze ontdekking en ook het feit dat hij niet veel wijzer wordt van zijn moeder als hij doorvraagt, is illustratief. Eigenlijk weet hij heel weinig van zijn moeder, die al heel jong vaderloos opgroeide op een kasteel waar haar moeder huisbewaarster was, die misschien veel minder kinderen had gewild, die zegt ‘nooit’ naar een andere man dan haar vader te hebben omgekeken. Dit laat onverlet dat er een goede en warme band is tussen moeder en benjamin Bart. Hij schrijft met veel liefde over haar, zij geniet tijdens het uitje overduidelijk van hun samenzijn en ze heeft vanaf het moment dat hij het huis verliet fantastische brieven naar hem geschreven waar de lezer van mee mag genieten.

    De relatie met vader is om verschillende redenen moeizamer. In die relatie is de strijd zichtbaar die Moeyaert gestreden heeft om het aan te durven schrijver te worden – pa vindt dat geen beroep met perspectief en eist dat er eerst een degelijke opleiding wordt afgerond – en zijn strijd om homoseksueel te durven zijn. Dat laatste aspect krijgt gaandeweg het boek steeds meer aandacht. De route naar het andere leven dat Moeyaert wil leiden doet denken aan Splinter Chabots Confettiregen. Onontkoombaar en indringend ervaar je als lezer nog maar weer eens hoeveel strijd een niet-heteromens moet leveren voor zelfacceptatie. Bij Moeyaert komt daar de strijd met zijn vader bij, die homoseksualiteit ‘een ziekte’ noemt, die ‘als een gezwel genezen of weggesneden [moet] worden’. De kleine Moeyaert is ‘niet breed, niet groot, mijn stem is hoog. In winkels word ik met meisje aangesproken.’ Mild stelt hij dat zijn vader niet goed weet hoe hij met zijn jongste om moet gaan: ‘Mijn gebruiksaanwijzing is niet helder opgesteld.’ Moeyaert moet voor zichzelf erkennen dat hij niet ‘stoerder’ hoeft te worden en dat de beslissing die hij even neemt als hij 25 is ‘nu ben ik van de jongens af’ een leugen is. Tegenover zijn ouders liegt hij niet maar verzwijgt hij lange tijd dit aspect van zijn identiteit. ‘Wat ongezegd blijft is geen leugen.’ Uiteindelijk beweert vader geen problemen te hebben met de homoseksualiteit van zijn jongste zoon. Hij geeft hem wel het ongevraagde advies mee: ‘Wat jij voelt hoeft niemand te weten.’ Daar denkt Moeyaert het zijne van. Hij is ‘klaar met zijn vaderlijk advies, de meningen, het ingehouden leven.’ In Een ander leven deelt Moeyaert gelukkig veel met de lezer, iets wat ook gewaardeerd wordt door de jury van de BruutTAALprijs voor het beste Regenboogboek van 2024, die Moeyaerts Een ander leven 12 augustus jongstleden deze bekroning heeft toegekend.

    Een gelukkige schrijver

    Het boek is een feest voor de lezer. Moeyaerts schrijfstijl is vlot, beeldend, humoristisch, hier en daar vriendelijk ironisch. Een integer mens klinkt door in de geboekstaafde geschiedenis. Levendig, boeiend en zachtaardig beschrijft Moeyaert zijn jeugd, het gezinsleven, de relatie met zijn broers, het verleden van zijn moeder, zijn zoektocht in de liefde, vrienden en relaties. Dat hij een schrijver is en wil worden, is hemzelf eigenlijk altijd al wel duidelijk geweest, maar ook dat hij niet weet ‘of ik het durf.’ Een aantal mensen blijkt belangrijk te zijn geweest in zijn schrijversontwikkeling: schrijver Aidan Chambers (‘Je bent zo overduidelijk een auteur’), schrijfster Mireille Cottenjé (‘ga eens op de rand van het nest zitten, jij’) en partner Geert (‘Vanaf nu woont in de Van Geertstraat een schrijver’). Hij leert dat de schrijver de eerste lezer is en dat de belangrijkste opdracht is trouw aan jezelf te blijven. Wie een boek ‘te literair’ of ‘te moeilijk’ noemt, spreekt voor zichzelf. Nu durft hij uit te spreken dat een titel tegenwoordig wel een zuivelproduct met een beperkte houdbaarheidsdatum lijkt. ‘Het woord oeuvre krijgt er iets archaïsch door’ waardoor er geen ruimte meer genomen wordt om het werk in een context te plaatsen. Uit zijn eigen indrukwekkende oeuvre bespreekt hij de ontstaansgeschiedenis, receptie en interpretatie van het met (internationale) prijzen overladen jeugdboek Blote handen uit 1995 waarin ‘de schrijver Moeyaert en de man Bart elkaar beginnen te vinden.’ Over het schrijven zegt hij: ‘Schrijven maakt mij gelukkig. Als iemand van mijn werk houdt, […] maakt me [dat] gelukkig.’ Een ander leven is een boek om van te houden.

    ‘Altijd weer die eindes van me’, schrijft Moeyaert in een reactie op een opmerking van een uitgeefster. ‘Ze zeggen wel eens vaker dat mijn verhalen niet met een punt eindigen, […] dat ik te veel aan de lezer overlaat.’ Daar is in dit boek geen sprake van. Het boek eindigt met een ‘laatste rust’ waarin een andere kant van Moeyaerts vader blijkt en met de heerlijke aantekeningen van zijn moeder over hun gezamenlijke dagen in Parijs begin 1996.

     

  • Oogst week 17 – 2024

    Een ander leven

    Als Bart Moeyaert met zijn moeder bij haar thuis komt na een bezoek aan zijn dementerende vader in het ziekenhuis overhandigt ze hem een oranje schoenendoos met agendaatjes waarin ze een soort dagboek heeft bijgehouden: ‘Ze drukt me op het hart dat ik er niet met mijn broers over mag praten. Ik mag alles lezen, maar liever niet morgen. Bij voorkeur na haar dood, als ik er klaar voor ben. Ik zeg dat ik de dagboeken op een veilige plek zal bewaren. Daarop mag ze rekenen. Ik herhaal dat ze bij mij veilig zijn.
    Onderweg naar huis staat de schoenendoos op de passagiersstoel. Ik leg er af en toe mijn hand bovenop. Er zit een half leven naast me. Op een bepaalde dag, op een bepaald moment, zal ik het deksel van de schoenendoos halen en aan het verleden van mijn moeder beginnen (…) Thuis sla ik een van de agendaatjes open, de dag nadat ik de doos heb gekregen. Ik doorblader het jaar haast met afgewende ogen. Ik wil – voor nu even snel – alleen maar te weten komen op welke manier mijn moeder notities heeft gemaakt. Houdt ze het kort of schrijft ze hele volzinnen?
    Natuurlijk houdt ze het kort. Natuurlijk vertelt ze haast niets ’.

    De aantekeningen van de moeder vormen maar een deel van het pas als Privé-domeinreeks 328 verschenen Een ander leven van Moeyaert. Hij beschrijft daarin zijn positie als jongste in een gezin met zeven kinderen, waarin hij zich niet gezien voelde. Er was een dominante vader en een bescheiden moeder. Toen zij 70 werd nam Bart haar mee naar Parijs in de hoop wat meer van haar te weten te komen. Dat lukt aanvankelijk niet. Tot een toevallige ontmoeting met een Amerikaanse vrouw haar confronteert met haar eigen levensloop en zij Bart vertelt dat ze ‘een ander leven’ had gewild.

    Een ander leven
    Auteur: Bart Moeyaert
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    Mes

    Salman Rushdie werd op 12 augustus 2022 met vijftien messteken toegetakeld door een moslim-fundamentalist, op het moment dat hij zich klaar maakte voor een lezing. Rushdie overleefde de aanslag wonderbaarlijk. Sindsdien mist hij het zicht in één oog en kan hij een hand niet meer goed gebruiken. Een half jaar lang was hij zo aangedaan dat ook schrijven niet meer lukte.

    Tot hij begon aan Mes, waarin hij verslag doet van de moordaanslag en welk effect die had op zijn persoonlijk leven. Ook probeert hij zich te verplaatsen in de dader door een fictief gesprek met hem aan te gaan: ‘Ik wil zijn naam niet gebruiken in dit verslag. Mijn Aanvaller, mijn would-be-Assassino, de Achterlijke man die Aannames over mij maakte, die met mij een bijna dodelijke Afspraak had… Ik merkte dat ik hem in gedachten, het zij me misschien vergeven, Asshole noemde. Maar ten behoeve van deze tekst zal ik hem iets welvoeglijker ‘de A.’ noemen. Hoe ik hem in de privacy van mijn huis noem is mijn eigen zaak.
    Deze ‘A.’ nam niet de moeite iets te weten te komen over de man die hij had besloten te vermoorden. Hij gaf zelf toe dat hij nauwelijks twee bladzijden van mij had gelezen en een paar YouTube-video’s van mij had bekeken, meer was niet nodig. Hieruit kunnen we opmaken dat de aanslag in elk geval niet over De duivelsverzen ging.
    In dit boek zal ik proberen te begrijpen waarover dan wel’.

     

    Mes
    Auteur: Salman Rushdie
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Tijdelijke helden

    De ondertitel van Tijdelijke helden van H.W. Auden, Verzamelde gedichten, is niet helemaal terecht. De selectie bevat niet alle gedichten maar een, met meer dan zeshonderd (tweetalige) pagina’s,  zeer ruime bloemlezing. De gedichten bestrijken een breed spectrum van politiek tot religie en van puur menselijke tot culturele thema’s. Al zijn beroemde teksten zijn er in terug te vinden, zoals het bij een breed publiek bekende ‘Funeral Blues’ dat gebruikte is in de film Four Wedddings and a funeral uit 1994, waarvan de eerste strofe luidt:
    Stop all the clocks, cut off the telephone,
    Prevent the dog from barking with a juicy bone,
    Silence the pianos and with muffled drum
    Bring out the coffin, let the mourners come.

    Het werd al meerdere keren in het Nederlands vertaald. Willem Wilmink bijvoorbeeld maakte ervan:
    Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
    Verbied de honden hun banaal geluid.
    Sluit de piano’s, roep met stille trom
    de laatste tocht van deze dode om.

    De vertalingen in Tijdelijke helden zijn van Han van der Vegt. Bij hem begint ‘Funeral Blues’ zo:
    Zet stil de klokken, hoorn nu van de haak
    zorg met een sappig bot dat de hond geen heibel maakt,
    sluit de piano’s en, met trom omfloerst,
    draag uit de baar te midden van de stoet.

    Tijdelijke helden
    Auteur: W.H. Auden
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Een boek om te delen

    Een boek om te delen

    Morris woont bij zijn oma. ‘Voor een tijdje maar. Het was het beste zo. Dat zei zijn oma. Er waren verdrietige dingen gebeurd.’ Morris denkt aan de verdrietige dingen, maar geeft er geen duidelijke woorden aan. Dat hoeft ook niet, in Morris, de jongen die de hond vond van Bart Moeyaert, is het verdriet voelbaar tussen de regels door.

    De oma van Morris heeft een hondje: Houdini. Het hondje heet zo omdat hij niets liever doet dan verdwijnen. Dan rent hij weg, de berg op en is Morris degene die hem moet vinden. Op de berg is het koud, maar Morris weet de weg. Hij heeft de dingen namen gegeven, dat helpt. Zo noemt hij het bosje struiken dat prikt de Egels, en voorbij de Egels moet hij op deze dag lopen. Er valt sneeuw, heel veel sneeuw. Tot diep in zijn enkels staat hij in het witte pak. ‘Morris dacht wat hij heel dikwijls dacht: dat alles altijd verandert, juist als je het niet wilt.’ Niet veel later volgt een onverwachte ontmoeting vol spanning.

    Ondanks dat er verdrietige dingen gebeurd zijn, is Morris geen verdrietig jongetje. Sterker nog, je moest Morris geen jongetje noemen. ‘Of kereltje. Je moest niet met je vlakke hand op zijn bol tikken en ocharm zeggen.’ Zijn oma begreep dat, zij gaf hem een naam waarvan hij brede schouders kreeg.

    Bart Moeyaert heeft weinig woorden nodig om de koude wereld te schetsen. In prachtige zinnen vertelt hij Morris’ verhaal. Je voelt het vriezen en de sneeuw, het verdriet, de eenzaamheid, de spanning en de troostende liefde van zijn oma. Dit is zo’n boek dat je na het lezen nog een tijdje met je meedraagt en waarvan zinnen je bijblijven zoals: ‘Als je stiekem huilt, huil je nooit helemaal uit.’ En: ‘Als iemand zo stil mogelijk probeert te huilen, moet je niet vragen of hij huilt. En ook niet waarom.’ Moeyaert doet dit knap, het zijn lessen die niet belerend zijn maar die je hoofd laten knikken. Want het is zo. Er zijn verdrietige dingen gebeurd en er wordt gehuild, maar Morris is bovenal een troostend boek, gevuld met ontroerende zinnen die erom vragen om herlezen te worden.

    Prachtige illustraties en vormgeving

    De soms paginavullende illustraties van Sebastiaan van Doninck trekken je nog meer het verhaal in. De prenten zijn gekleurd in warm-koud contrast en versterken hiermee de sfeer. Ook de vormgeving van Herman Houbrechts draagt hieraan bij. Vooral het moment dat het hondje verdwijnt in de sneeuw wordt sterk verbeeld. In drie woorden rechts onderin staat ‘Houdini was verdwenen.’ Even hiervoor hoopt Morris nog dat ‘hij ergens zwarte vlekken zou zien lopen.’ De zwarte letters op de verder witte pagina symboliseren het hondje in de oneindige sneeuw, maar ook maakt het de machteloosheid van Morris voelbaar.

    Morris is een boek om te delen. Het is misschien wel omdat Moeyaert de tekst oorspronkelijk schreef voor een muziektheaterproductie, dat dit boek zich bij uitstek leent om voorgelezen te worden. Het is in ieder geval te hopen dat Morris zijn weg vindt naar veel slaapkamers en klassen. Dit is een verhaal waar je al luisterend samen van geniet, waar je eerst voor jezelf een tijdje over nadenkt en waar je vervolgens, net als Houdini, je gedachten over wilt laten ontsnappen.

     

     


    Literair Nederland werkt aan een spin-off voor kinder- en jeugdliteratuur, Jong Literair Nederland. Om alvast in de stemming te komen, zullen er zo nu en dan recensies over kinder- en jeugdboeken op Literair Nederland verschijnen. Wij zijn nog op zoek naar recensenten. Ben je bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken en lijkt het je leuk ze te recenseren, laat het ons weten of stuur alvast een proefrecensie op!  mohana@literairnederland.nl of carolien@literairnederland.nl
  • Oogst week 38 – 2020

    Het hele leven

    Bart Moeyaert (1964) is een veelzijdig auteur. Hij debuteerde al op negentienjarige leeftijd met Duet met valse noten, dat in meerdere talen werd gepubliceerd. Naast vertalingen, gedichten en toneelstukken schrijft hij zowel jeugdboeken als romans. In 2019 won hij de Astrid Lindgren Memorial Award, ook wel bekend als de Nobelprijs voor Kinderliteratuur. Nu is Het hele leven verschenen, een bundeling van Moeyaerts eerdere cyclus De Schepping, Het Paradijs en De Hemel, geïllustreerd door Peter Van Den Ende. Deze cyclus is ontstaan uit een samenwerking tussen Moeyaert en het Nederlands Blazers Ensemble. Deze muzikaliteit komt terug in de poëtische taal en de illustraties maken het geheel compleet.

    Het hele leven
    Auteur: Bart Moeyaert, Illustraties Peter Van Den Ende
    Uitgeverij: Querido

    Op het eerste gezicht

    Lucy is een tweeënveertige vrouw uit een witte wijk. Ze ligt in scheiding en wordt verliefd op Joseph, die bij de slager werkt. Hij is twintig jaar jonger, een stuk armer en zwart. Hun relatie is niet makkelijk voor hun omgeving en er ontstaan nog meer grenzen wanneer blijkt dat het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de brexit. Dat is de inhoud van Op het eerste gezicht, de nieuwe roman van bestsellerauteur Nick Hornby (1959), vertaald door Nico Groen. Hornby won meerdere prijzen en verschillende van zijn boeken zijn verfilmd. De recentste adaptie is High Fidelity, te zien op de streamingdienst Hulu.

    Op het eerste gezicht
    Auteur: Nick Hornby
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Winterbijen

    De Duitse auteur Norbert Scheuer (1951) won in zijn taalgebied meerdere literaire prijzen. Voor het eerst is één van zijn romans in het Nederlands vertaald door Anne Folkertsma: Winterbijen, gebaseerd op een plaatselijke geschiedenis. Egidius Arimond, leraar Latijn, woont in de Eifel en wordt vanwege zijn epilepsie ontslagen. Als hobby houdt hij bijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog smokkelt hij Joodse vluchtelingen in bijenkisten over de grens met België. Tussendoor heeft hij een affaire met de echtgenote van een prominente nazi. In 1944 komt er nog een dreiging bij: Engelse en Amerikaanse bommenwerpers boven de Eifel. De situatie escaleert wanneer Egidius wordt opgepakt.

    Winterbijen
    Auteur: Norbert Scheuer
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Frans Kellendonk lezing door Bart Moeyaert: 'Bestaan kan iedereen'

    door Ingrid van der Graaf

    De Frans Kellendonklezing is een literaire lezing die sinds 1992 jaarlijks georganiseerd wordt door de Radboud Universiteit te Nijmegen ter nagedachtenis aan de auteur Frans Kellendonk, die er student en docent was.

    Bestaan kan iedereen is de titel van de Frans Kellendonk Lezing 2012 die op maandag 27 februari aan de Radboud Universiteit Nijmegen werd uitgesproken door de dichter, romancier en essayist Bart Moeyaert. In de lezing gaat Moeyaert in op de vraag wat de taak van de schrijver is. En hoe genuanceerd engagement kan zijn.

    ‘Bestaan kan iedereen. Er zijn vraagt moed.’ Zo luiden de eerste regels van het gedicht ‘Kies’ uit Moeyaerts bundel Gedichten voor gelukkige mensen (2006).  Een gedicht dat pleit voor omzichtig formuleren, voor de nuance. Dat die nuance toen, en ook nu, vaak zoek is in het maatschappelijk debat is één ding. De vraag die Moeyaert stelt, is hoe de kunstenaar zijn engagement kan formuleren. Kan dat nog omzichtig? Wordt hij dan gehoord? Of móet hij omzichtig zijn – en toont hij daarmee juist zijn moed?

    De rode draad van de lezing wordt gevormd door de zeldzame ontmoetingen van Bart Moeyaert met Frans Kellendonk aan het eind van de jaren tachtig. En door de vragen die hij hem nu zou willen stellen. Zoals wanneer het tot Kellendonk doordrong wat zijn werk veroorzaakte bij anderen. En wat dat besef vervolgens weer met hem deed. Of het bij hem, zoals bij Moeyaert zelf, ook tot de constatering leidde dat ‘bestaan’ voor de schrijver niet voldoende is – dat die het aan zichzelf verplicht is ’te zijn’. Omzichtig, genuanceerd en zuiver formulerend. En op die manier anderen het schaamrood op de kaken jagend.

    In Bestaan kan iedereen vormen de zeldzame ontmoetingen van Bart Moeyaert met Frans
    Kellendonk aan het eind van de jaren tachtig de rode draad van een lezing die vanuit de persoonlijke geschiedenis en de eigen werkkamer uitzoemt naar de hele literaire wereld en de maatschappij waarin we leven en waarbinnen de literatuur moet zien te functioneren. Met als belangrijkste vraag of schrijvers van nu wel diep genoeg nadenken over wie, hoe
    en wat ze zijn.

     De PDF van de Kellendonklezing is  hier
     te downloaden.

  • Niet zijn sterkste werk, wel een boeiend verhaal

    Niet zijn sterkste werk, wel een boeiend verhaal

    Recensie door Geertje

    In boekhandels en bibliotheken vinden we het werk van Bart Moeyaert onder de rubriek ‘jeugdliteratuur’, een misverstand dat Moeyaert zelf graag rechtzet: ‘Ooit is mij het etiket jeugdboekenschrijver opgeplakt, en dat kleeft nog steeds aan me. Er wordt een grens getrokken, maar die bestaat helemaal niet.
    Met Dani Bennoni bewijst Moeyaert dat hij niet alleen voor kinderen schrijft. Het kleine boekje is ook goed te lezen door volwassenen, niet in het minst door de bijzondere schrijfstijl.

    Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1939. De oorlogsdreiging wordt steeds reëler, maar daar lijkt de kleine Bing zich relatief weinig van bewust te zijn. Zijn oudere broer is als soldaat vertrokken, maar Bing hecht het volste geloof aan diens terugkeer. Dani Bennoni, de voetbalheld van Moon, staat bij Bing in het krijt en moet hem koste wat het koste leren voetballen zodat Moon bij zijn thuiskomst trots kan zijn op zijn jongere broertje. Samen met zijn beste vriend Lenny schrikt Bing niet terug van listen en intriges, wat zal uitmonden in een verbaal spel tussen Dani Bennoni en Martha, één van de meisjes die een oogje heeft op Dani.

    Bing voert zelf een kleine oorlog tegen zijn angsten. De angst om zijn broer te verliezen en de angst om Dani Bennoni te verliezen, de held waar hij naar opkijkt. ‘Ik hou mijn ogen dicht en bid voor Dani Bennoni. Bijna zeg ik dat ik hem ga missen, maar het begin van die zin schrap ik direct uit mijn gedachten. Waarom zou ik Dani missen.’
    De relatie tussen Dani en Bing is dan ook eerder dubieus: ‘Onderdanig kijkt Bing naar Dani op als een grote broer en slaafs voert hij diens bevelen op. Iedere keer als Dani naar me knipoogt en daarmee het teken geeft dat ik straks met Lenny naar het clubhuis van Daring Club moet gaan en op hem moet wachten dan doe ik dat. Ik ben een hond.’

    Dat Moeyaert de lezer graag opzadelt met onbeantwoorde vragen is bekend, maar misschien dat hij in dit geval een tikje te ver gaat: ‘Ik moet op de bank tegenover het douchehok gaan zitten. Ik moet mijn broek op mijn schoenen laten hangen en naar Dani Bennoni kijken. Verder hoef ik niets te doen.’ Wat is hier aan de hand?
    In de bibliotheek vinden we het boekje terug onder het thema homoseksualiteit, maar dit is toch iets anders. Moeyaert haalt iets aan maar gaat er dan niet dieper op in, waardoor je als lezer het gevoel krijgt je in een doodlopende straat te bevinden en met een wrang gevoel achterblijft.

    Hetzelfde geldt trouwens voor meerdere elementen. Op de achterflap staat dat het verhaal zich afspeelt in 1939. Omdat het voornamelijk vrouwen zijn die het verhaal bevolken kunnen we vermoeden dat de mannen naar het front zijn. Moon is alleszins vertrokken, maar waar naartoe is ook niet vanaf het begin duidelijk. Dani werkt in een schuur die voor de avond moet worden ingericht als een slaapzaal, een trein met de mannen en de uniformen zal ’s avonds aankomen. Stilaan ontvouwt het verhaal zich en hoe verder je leest hoe duidelijker de verhaallijn wordt, het vergt wel enige concentratie. Het is pas in de laatste hoofdstukken dat alle elementen in elkaar passen, en dan nog blijven er een aantal open stukken. In feite is er veel te lezen tussen de regels.
    Daarbij de vraag of Dani Bennoni geschikt is voor jonge lezers vanaf twaalf jaar. Lange beschrijvingen van handelingen, het niet-expliciet vermelden van bepaalde elementen, het zijn toch een paar dingen waar we rekening mee moeten houden bij jonge lezers. De kans is groot dat ze het boek als vervelend zullen ervaren, of dat ze moeite hebben om de niet-geëxpliciteerde elementen aan te vullen. Moeyaert heeft bewezen dat hij volwassenen kan boeien, maar geldt dat ook voor kinderen?

    Natuurlijk heeft een boek als Dani Bennoni ook sterke kanten die we zeker niet over het hoofd mogen zien. Wat dit boek aantrekkelijk maakt is de filmische vertelstijl die we van al de boeken van Moeyaert kennen en in dit boekje erg nadrukkelijk aanwezig is. Lichaamstaal en handelingen nemen een belangrijke plaats in. Sommige scènes lijken voor een filmscript geschreven te zijn: ‘”Dani en zijn vader”, zegt Martha. Ze trekt haar mondhoeken op. Haar bovenlip blijft aan haar tand plakken. Ze kijkt naar rechts, waar Lenny staat, ze kijkt naar links, waar ik sta, en knikt over haar schouder, naar Anneka en Theresa. Ze verdeelt het speeksel op haar mond en legt de woorden die ze gaat uitspreken klaar op haar tong.’

    Zoals het verhaal vragen oproept zonder die te beantwoorden zo toont de mooie omslagillustratie van Pauline Hoogweg ons het lichaam van een jongen in voetbalkleren. Het gezicht krijgen we echter niet te zien.
    Alles samen bekeken is dit misschien niet het sterkste werk van Moeyaert, al is het wel een boeiend verhaal met een weemoedige doch hoopvolle sfeer.