• In memoriam K. Schippers 1936-2021

    Op 12 augustus is schrijver, dichter, essayist K. Schippers na een korte periode van ziek zijn overleden. Hij werd vierentachtig jaar. Schippers, die ook wel de ‘beeldend kunstenaar onder de schrijvers’ werd genoemd, was in juni van dit jaar een van de gasten in de laatste uitzending van het boekenprogramma van de VPRO Brommer op zee, waar hij vanaf zijn huis in de Concertgebouw buurt, naartoe was gewandeld om daar verslag te doen van wat hem onderweg zo was opgevallen. Wie de uitzending terugkijkt, ziet dat de presentatoren die hem interviewden over zijn laatste boek Nu je het zegt, gretig aan zijn lippen hingen, een verwachtingsvolle lach om de lippen, verlangend naar een typisch schipperiaanse observatie. Die dan niet kwam. 

    K. Schippers werd op 6 november 1936 als Gerard Stigter in Amsterdam geboren en schreef een uitzonderlijk oeuvre van verhalen en beschouwingen, gedichten, romans, essays en readymades. Hij was een creatieve kijker, alledaagse dingen werden door zijn waarneming van hun gewoonheid ontdaan. Samen met J. Bernlef en G. Brants richtte hij het tijdschrift Barbarber (1958-1972) op dat in eigen beheer werd uitgegeven. In 1963 debuteerde Schippers met de dichtbundel De waarheid als De koe. Hij schreef in totaal ruim veertig romans, poëziebundels en bundels verhalen & beschouwingen. Op zijn eigen typische wijze vermengde hij in alle genres fictie, documentaire en autobiografie.

    Zijn romans hebben vaak een gedachte-experiment als uitgangspunt, zoals de gedachte over het toe-eigenen van taal in de roman Zilah (2003). Hij schreef over kunst in het documentaire boek Holland Dada (1974/2000) en voor zijn beschouwende bijdragen voor NRC Handelsblad, kreeg hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Het jaar daarop ontving hij voor zijn kunstkritieken de Pierre Bayle-prijs. Twee van zijn romans werden bekroond, in 1983 de Multatuliprijs voor Beweegredenen en in 2006 de Libris Literatuur Prijs voor Waar was je nou, de roman die uitgroeide tot een bestseller. 

    K. Schippers trad geregeld op tijdens de Nacht van de Poëzie, de laatste keer was in 2015 waar hij door Ester Naomi Perquin werd aangekondigd met een anekdote. Perquin vertelde dat zij eens met een bijna tachtig jaar oude dichter een museum bezocht. Dat zij die dichter onderweg kwijtraakte en na tientallen minuten zoeken, waarbij ze de suppoost inschakelde en bang werd bij elke toiletdeur die zij opentrok de dichter ineengezakt op de vloer zou aantreffen. Tot ze de dichter buiten in de zon zag zitten, een sigaret rokend. Zij vertelde hem hoe ze hem had gezocht, (Waar was je nou) haar groeiende angst hem op de vloer van een toilet te vinden. Hoe de dichter, na aandachtig luisteren, vroeg: ‘En, lag hij daar?’
    Waarna K. Schippers met verende tred het podium betrad en vanaf de katheter voorlas: ‘Iemand elke dag zien/iemand toevallig zien/iemand af en toe zien/ iemand per vergissing zien/(…)/iemand nooit meer zien’ uit zijn bundel Fijn dat u luistert.

    Het is verwonderlijk hoe Schippers zijn verrassende standpunten en visies kwijt kon in de romanvorm.  Zijn romans zijn geen ‘pageturners’, ze behoren langzaam gelezen te worden, als was het poëzie, en dan komt het genieten. In 2014 schreef hij ter ere van de Poëzieweek het Poëziegeschenk. Het thema ‘Verwondering’, kon niet toepasselijker, Schippers keek enkel met verwondering naar de dingen om hem heen. Een van zijn meest geliefde en geciteerde gedichten is ‘De ontdekking’:   

    Als je goed om
    je heen kijkt
    zie je dat alles
    gekleurd is

    Waarna je geïnfecteerd lijkt met zijn woorden en niets zich nog kleurloos aan je voordoet.

    Gerard Stigter was getrouwd met Erica Hoornik, samen hadden ze twee dochters, Diana en Bianca. K. Schippers publiceerde bij Uitgeverij Querido waaraan hij meer dan zestig jaar verbonden is geweest.

     

    Foto: Bianca Sisterman

     

  • In memoriam schrijver R.A. Basart (1946-2019)

    Dinsdag 25 juni jongstleden is R.A. Basart overleden. Basart was schrijver van een intrigerend maar bescheiden oeuvre dat met grote tussenpozen tot stand kwam. Zijn werk werd wel gekwalificeerd als literair hoogstandje.
    Op achtentwintig jarige leeftijd debuteerde Basart  als ironisch dichter met Oranjebal waarvoor hij uit handen van de juryleden Gerrit Komrij, Mensje van Keulen en Guus Luijters, de Fontijn-aanmoedigingsprijs ontving. Op dat moment beschouwd als beloftevol schrijver, koos Basart er niet voor zijn docentschap op te geven voor de literatuur.

    Twee bundels

    In 1977 verscheen een tweede bundel, De gezonde apotheek. Daarna trad er een stilte in die zo lang duurde, dat zijn naam haast uit het literaire geheugen verdwenen was. Pas twintig jaar later, in 1997 verscheen er dan een roman van zijn hand, De laatste lach, over een verliteratuurde leraar die in een identiteitscrisis belandt, ontslagen wordt en worstelt met de dood van zijn op jonge leeftijd overleden Joodse vader. Een roman waarin dagelijkse besognes en de zwaarte van het familieleven stijlvol en met aangrijpende humor beschreven wordt.

    Jaren van stilte

    Waarna er weer bijna twintig jaar voorbij gingen, met onderbreking van een enkele prozapublicatie in het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort in 2010, wat een voorpublicatie bleek te zijn van De verzoening, die in 2016 bij Lebowski verschijnt. Een roman over de drieënzestig jarige gewezen leraar en zelfbenoemde natuurgeneeskundige arts, Inni Pardijs. Over De verzoening schreef recensent Hans Vervoort:

    ‘Het dadaisme heeft in Nederland nooit veel aanhang gehad. Met Paul van Ostaaijen en later het tijdschrift Babarber (van Bernlef en K. Schippers) hebben we het zo ongeveer wel gehad. Maar met R.A. Basart krijg het een nieuwe representant. Zijn roman is één en al chaos maar op elke pagina trakteert hij de lezer op woord vernuftigheden die geregeld de lachspieren kittelen…’

    Gestage schrijver

    In 2016, het jaar van de verschijning van zijn tweede roman, werd Basart getroffen door een hersenbloeding. Toch bleef hij, zoals het hem gewoon was, langzaam en gestaag doorschrijven aan een nieuwe roman die de titel Bork zou krijgen maar niet tot een afronding is gekomen.

    In 2017 gaf zijn uitgever Lebowski een bloemlezing uit van Basarts eerste twee bundels, aangevuld met enkele nieuwe gedichten, Zingend naar huis. Binnenkort zal Lebowski de debuutroman van Basart, De laatste lach in een nieuwe editie uitbrengen. Daarmee is dan al zijn werk weer beschikbaar. Alleen de schrijver, die wordt node gemist.

     

    Lees hier over zijn laatste boek, De verzoening.

    Foto: via uitgever

     

  • K. Schippers en de invloed van Marcel Duchamp

    K. Schippers en de invloed van Marcel Duchamp

    Recensie door Machiel Jansen

    In 1913 schroeft Marcel Duchamp (1887 – 1968) een fietswiel op een krukje. Het is leuk om naar het draaiende wiel te kijken, net zoals je naar de vlammen in de open haard kunt staren. Een paar jaar later kiest hij voorwerpen uit, (een flessenrek, een sneeuwschep, een urinoir)  signeert ze en promoveert ze tot kunstvoorwerpen, Readymades. Vooral het urinoir, dat hij in 1917 Fontein noemt en signeert met het pseudoniem R. Mutt, onder meer een verwijzing naar een stripfiguur, houdt de gemoederen lang bezig. Het wordt geweigerd bij een tentoonstelling en verdwijnt, hoogstwaarschijnlijk op de vuilnisbelt. Later zijn er verschillende replica’s van gemaakt. In 2004 wordt Duchamp’s Fontein door kunstkenners uitgeroepen tot het meest invloedrijke, moderne kunstwerk.

    Duchamp kan zonder meer beschouwd worden als de voorloper van bijna elke grote kunststroming vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Pop Art, Conceptuele kunst, Minimal Art, Performance Art, Postmodernisme, al die stromingen zijn schatplichtig aan Duchamp. De gedachte dat het bij moderne kunst niet zozeer gaat om het kunstwerk zelf als wel het idee dat er achter zit, het conceptuele, vind je als eerste bij de uitvinder van de Readymade.

    Ook in de Nederlandse literatuur kom je Readymades tegen, met name in het werk van K. Schippers (1936, pseudoniem van Gerard Stigter).  Schippers richt in 1958 met zijn twee vrienden J. Bernlef en G. Brands het tijdschrift Barbarber op. Behalve nieuwe bijdragen van het drietal oprichters en schrijvers als Jan Hanlo en Dick Hillenius, staan er ook bestaande teksten in van schrijvers en kunstenaars, waaronder Francis Ponge, Daniil Charms, Kurt Schwitters en Marcel Duchamp.  De stemming bij Barbarber is die van vrolijkheid, vrijheid, het onverwachte. Loodzware ernst wordt met humor en ironie bestreden. Het zijn woorden die ook op het werk van Marcel Duchamp van toepassing zijn.

    Duchamp heeft  een aantal keren zijn aantekeningen verzameld en deze verschijnen in stukjes af en toe in Barbarber. Ze worden hier, misschien wel voor het eerst, gepresenteerd alsof het poëzie is. Wat opvalt is dat K. Schippers de vluchtige, pseudowetenschappelijk stijl van Duchamp, in zijn eigen teksten imiteert. De invloed is groot. De titel van Schippers’ tweede dichtbundel Een klok en profil (1965), verwijst naar een uitspraak van Duchamp (‘when a clock is seen from the side it no longer tells the time’).  In de bundel staat de éénregelige,  poetische Readymade getiteld Rijksmuseum, waarin het Nederlandse paleis van de kunsten teruggebracht wordt tot een adres: Stadhouderskade 42 te Amsterdam

    Bernlef en Schippers schrijven in 1967 een aantal essays over moderne kunst onder de titel Een cheque voor de tandarts. Ook die titel verwijst naar een werk van Duchamp; een zelf ontworpen cheque om zijn tandarts te kunnen betalen. En ook in Schippers’ latere werk is de geest van de Franse kunstenaar nooit ver weg.

    De invloed van Duchamp op Barbarber komt ook kort aan de orde in het nieuwe boek van K. Schippers De bruid van Marcel Duchamp. Het bestaat grotendeels uit beschrijvingen van de reizen die Schippers door de jaren heen ondernam om de plaatsen waar Duchamp woonde, werkte en verbleef te bezoeken. Het resultaat van die zoektocht is een plezierig en persoonlijk boek over een kunstenaar die zijn geheim niet prijs geeft en over een schrijver die zo graag eens bij zijn geestverwant en voorbeeld op bezoek zou gaan.

    Schippers reist Duchamp, die in 1968 overleed, na. Hij bezoekt Philadelpia waar het grootste gedeelte van het oevre te zien is, Parijs, Neuilly, Blainville-Crevon, München, New York. Waar Duchamp geweest is komt Schippers langs. Soms denkt hij hem elk moment te kunnen tegen komen.

    Wie helemaal niet bekend is met het werk van Duchamp of zijn tijdgenoten zal aan sommige delen van De bruid van Marcel Duchamp nog een hele kluif hebben. Schippers geeft geen systematische beschrijvingen van de kunstwerken, en ook aan interpretaties waagt hij zich niet. Daar zijn andere boeken voor. In plaats daarvan zijn het mijmeringen, herinneringen aan wat hij gelezen heeft, soms in de vorm van proza die flarden van Duchamps werk en leven vertellen. Daarbij gebruikt hij soms een overvloed van namen en titels, die de oningewijde wel eens kan afschrikken:

    ‘Wat weet hij nog van Rêlache, het ballet van Picabia en Satie, dat in 1912 in het Théâtre des Champs Elysées werd opgevoerd? Kwam Jacques Rigaut ook naar de première? Deze jonge dandy was immers bevriend met René Clair, de maker van de film Entre’acte, die in de pauze werd gedraaid. Les Deux Timides, waarin de twee geliefden elkaar achternazitten kwam pas zeven jaar later uit.’

    Achterin het boek staat een leeslijst, maar wie snel kennis wil maken met het werk van Duchamp kan het best www.understandingduchamp.com bezoeken. Een geweldige website waar met animaties de werken hier en daar verduidelijkt worden. Vooral voor een goed begrip van Duchamps meesterwerk De bruid, ontbloot door haar vrijgezellen,zelfs is dat geen overbodige luxe. Het werk heeft de naam ondoorgrondelijk te zijn en speelt een grote rol in Schippers’ verhaal.

    Het grote glas, zoals het werk ook wel wordt genoemd, verbeeldt een enorme machine, een pseudowetenschappelijke uitbeelding van de ongeziene krachten die de menselijke erotiek vorm geven. Een apparaat dat, zoals een criticus eens opmerkte, niet kan functioneren zonder de olie van de humor. Het werk is geen schilderij, geen beeldhouwwerk, maar wat Duchamp een ‘opschorting’ noemde. Een poging om een kunstwerk te maken waarbij het visuele ondergeschikt was aan de ideeën die er in tot uitdrukking komen. Iets totaal nieuws dus, een poging om los te komen van elke conventie, maar niet van de ironie en de lach.

    Centraal in Het grote glas, staat de bruid in de vorm van een apparaat dat niets menselijks heeft. Zij wordt bestookt door negen vrijgezellen die via vreemde mechanismen de bruid proberen te verleiden. Duchamp ontwierp voor het geheel een persoonlijke natuurkunde en de aantekeningen die het werk moeten verduidelijken zijn later uitgegeven in de zogenaamde Groene doos. Het zijn o.a. deze teksten die in Barbarber terecht kwamen.

    De titel van het boek verwijst naar de bruid in glas. In Het grote glas is zij een abstracte motor die draait op liefdesbrandstof. Schippers gaat op zoek naar haar menselijke gedaante, maar ook naar de raadsels die Duchamp en zijn werk omgeven. Daarbij gaat het hem niet eens zozeer om antwoorden maar meer om de nabijheid te ervaren van de kunstenaar met wie hij zich zo verwant voelt.

    De achterkant van het boek vermeldt dat hij op zoek is naar Duchamp’s bruid, de vrouw of vrouwen die de inspiratie geweest moeten zijn voor Duchamps Grote glas. Maar zo doelgericht zijn de reizen van Schippers niet en dat is nu ook net wat het boek zo leuk maakt. Zo beschrijft hij een hele dialoog tussen Mondriaan en Duchamp alsof hij er zelf bij was. In New York sluipt hij een oude studio van Duchamp in die inmiddels als kantoor dienst doet en beschrijft de ruimte alsof het nog vol met Duchamps spullen staat. In München gaat hij in een café zitten en alsof het 1917 is verwacht hij Duchamp  en zijn vriend elk moment te zien binnenkomen.

    Misschien nog wel leuker dan de bezoeken aan Duchamps vroegere woon- en verblijfplaatsen zijn de ontmoetingen die Schippers door de jaren heen heeft gehad met Man Ray, John Cage, Nelly van Doesburg en de ex-vrouw van Picabia. Het zijn geen diepgravende gesprekken en er komen geen wereldschokkende, nieuwe feiten aan het licht. Maar de grote kunstenaars van weleer komen opeens  dichterbij. Ze worden tastbaarder en het voetstuk waar de kunstgeschiedenis ze op heeft gezet wordt even weggenomen.

    Wat dat betreft doet De bruid van Marcel Duchamp denken aan Holland Dada (1974, uitgebreid en herzien in 2000) waarin Schippers de activiteiten van Dada kunstenaars in Nederland beschreven heeft.  Maar De bruid… is speelser in toon en opzet dan het meer feitelijke Holland Dada. Schippers is er met De bruid van Marcel Duchamp in geslaagd een informatief eerbetoon te schrijven aan een kunstenaar die zoveel invloed heeft gehad maar die we desondanks niet goed kennen. Schippers laat ons een beetje kennis met hem maken. De raadsels die Duchamp en zijn werk omgeven lost hij niet op. Een tipje van de sluier licht hij ook niet op. Dat hoeft ook niet bij een bruid die al ontbloot is.