• Beste boeken van 2023

    Beste boeken van 2023

    Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.

     

     

     

     

    Verder kijken – Esther Kinsky

    Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.

     

     

    His Natural Life – Marcus Clarke

    Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)

     

     

     


    Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden

    Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.

     

     

     

    Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer

    Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)

     

     

     


    De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren

    Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.

     

     

    Het boek van de kinderen – A.S. Byatt

    Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)

     

     


    Nirwana – Tommy Wieringa

    Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.

     

     

    Het hart van de ever – Baltasar Porcel

    Het hart van de ever is de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)

     

     


    Ruitjesblues – Jan Beuving

    Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)

     

     

     


    Luister – Sacha Bronwasser
    De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.

     

     

    Een schitterend wit – Jon Fosse
    Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)

     

     


    Das Spinnennetz – Joseph Roth
    Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.

     

     

    De wintersoldaat – Daniël Mason

    In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)

     

     


    Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje

    Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

     

     

    De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf
    Ademloos las ik dit jaar
    Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)

     

     


    Scherven – Bret Easton
    Dit jaar las ik
    Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie. 

     

     

    In het huis van de dichter – Jan Brokken
    Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)

     

     


    Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.  

     

     



    De laatste witte man
    – Mohsin Hamid
    Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)

     

     


    Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom
    Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
     verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden. 

     

     

     

    Balts – Luuk Gruwez
    In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)

     


    ArkadiaSipko Melissen
    Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
     Arkadia is prachtig geschreven!

     

     


    Drengr
    – Aron Dijkstra
    Een echte Viking is
    drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)

     


    Jij zegt het – Connie Palmen
    Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’

     


    Goudjakhals
    – Julien Ignacio

    Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)

     

     


    Marente de Moor – De schoft 

    Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen. 

     

    Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt 

    Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)

     

     


    Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose

    Een prachtig indrukwekkende debuutroman van de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.

     

     


    Rugzwemmen – Marc ter Horst

    Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)

     

     


    Een kleine weldaad – Raymond Carver

    Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.

     

    De minnaar – Marguerite Duras

    Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)

     

     

     

  • Meanderende familiegeschiedenis

    Meanderende familiegeschiedenis

    Het hart van de ever van Baltasar Porcel is het soort boek dat je, nadat je het hebt dichtgeslagen meteen weer opent om het begin te herlezen. Zijn er daar al aanwijzingen naar het einde? Ja, die zijn er. Halverwege de eerste bladzijde wordt gewag gemaakt van een graf. Tijdens het lezen van dit wijduit meanderende verhaal ben je dat allang vergeten. Het is ook geen boek om achter elkaar uit te lezen, toch is de rode draad makkelijk te volgen.

    Het verhaal is opgebouwd uit acht hoofdstukken, die meestal beginnen met een overpeinzing of een natuurbeschrijving, zoals het hoofdstuk Het eiland van opa van het oog. ‘De dag brak open en ordelijk aan, het eiland was half gezien en veelvuldig voorgesteld. Wat zouden we de wereld liefhebben als we haar voor de eerste keer in één keer ontdekten! Om vanuit de ruimte aan te komen bij alle bomen en edelstenen, bij de meest uiteenlopende en uitgelaten mensen, bij de intense en smachtende aspecten van de liefde, bij de lome en grootse tijger en de witte en nostalgische meeuw, (…)’

    Elk hoofdstuk gaat dieper in op een ander personage dat een rol speelde in het leven van Baltasar Guillem van De Oude Huizen. Hij is de oom van de verteller, de schrijver Baltasar Porcel die in dit boek zijn eigen leven fictionaliseert. Baltasar Guillem was de broer van Gabriel, de vader van de schrijver. Over de vader en de nijd tussen beide broers komen we weinig te weten, hoewel het niet vertelde genoeg zegt over hun relatie. Gabriel was een grijze muis, Baltasar een charismatische rokkenjager, avonturier, filosoof en opportunist. Stof genoeg om in de handen van de Catalaan Porcel een boeiend en rijk verhaal te worden.

    De erfenis

    Het hart van de ever speelt zich af op Mallorca, waar de schrijver zijn jeugd doorbracht, maar ook in Cuba, Thailand en de Provence. Porcel erft het bezit van zijn oom op Mallorca: De Oude Huizen, een vervallen landgoedje, en in Palma het dorpshuis Can Cronos. Reden voor de schrijver om in het waarom van deze vreemde nalatenschap te duiken, maar vooral ook om antwoord te krijgen op wie zijn oom eigenlijk was. Hij zou de erfenis kunnen weigeren, want het onderhoud zal een hoop geld gaan kosten. Sommige kamers zijn nog in tact met wat aftands meubilair, onder andere de secretaire van zijn oom met oude dagboeken en brieven. Vervolgens duikt Porcel in zijn familiegeschiedenis vol anekdotes en geheimen waarin zijn mysterieuze oom de hoofdrol speelt.

    De oom stond voor het recht van het individu en wilde zijn persoonlijk universum opbouwen. In het boek wordt dat gesymboliseerd in het licht dat de oom in De Oude Huizen liet aanleggen om ze uit de duisternis te halen. ‘Vanavond heb ik getrild en gehuild van verwondering: ik heb de schakelaar omgedraaid en Er Was Licht. Een put van duister en kou en dood en vreemde en beslissende krachten die altijd over De Oude Huizen geheerst had, is plotseling ontploft, verzwonden, vervlogen in de lucht, en te midden van alles en boven alles is de mensen helderheid verschenen in de gloed waarvan de huizen vlekkeloos straalden, een lichtend witte bloem.’ Dit is een sleutelscène in het boek want in het proces van het scheppen van zijn wereld, zoals in Genesis, wil oom dat zijn erfgenaam zal schijnen door weer bezit te nemen van De Oude Huizen en op die manier de betekenis van zijn werk te accepteren.

    Rokkenjager en filosoof

    In Thailand leefde oom met mooie opwindende vrouwen. Hij had een affaire met Pilar Massanella, de dochter van zijn latere vrouw Valèria, en de rest van haar leven verlangt het meisje, later vrouw smachtend naar hem. In de tijd van de Spaanse burgeroorlog, die ook op Mallorca speelde, wist hij bij een vliegtuigcrash de gewonde Engelse piloot en een Duitse professor die de Nazi’s ontvluchtte onder de ogen van de Guardia Civil te helpen ontsnappen. De oom kreeg hulp van de dochter van een Engels spionnenechtpaar, met wie Porcel later weer contact zoekt. Van haar krijgt hij interessante informatie over zijn oom. We krijgen het indringende verhaal van de verlegen en saaie Maxim Massanella de Mus, doctorandus semitische talen, die met de mooie wulpse Valèria trouwde. Hij redde haar en haar dochter Pilar uit het huwelijk met een gewelddadige falangist, waarbij zijn familiekapitaal haar bijzonder goed uitkwam. Na Maxims dood, die hij zelf zag aankomen en die hoogstwaarschijnlijk door Valèria werd beraamd, trouwt zij met Baltasar Guillem. Na haar, verrassende, dood heeft hij zijn affaire met Pilar. Over de dader van deze vreemde doodsoorzaken wordt gespeculeerd en sommige mensen wijzen de oom aan.

    De schrijver-verteller-neef bewonderde oom in zijn jeugd, verfoeide hem later om zijn egoïstische gedrag, maar leert uit de geschriften die hij achterliet dat zijn oom kon en wilde zijn wie hij was, ondanks de beknottende periode ten tijde van de Spaanse burgeroorlog en daarna. Een man die vocht tegen uniformiteit en weerstand bood tegen onrecht. Dat blijkt ook uit de gesprekken die Porcel heeft met diverse mensen die nog in leven zijn en oom gekend hebben. Zoals Donat Consolí, de oude knecht die nog in De Oude Huizen woont.

    Intrige volgt op intrige en langzaam worden de ogen van Porcel, en zijn lezer, geopend voor wat er allemaal heeft gespeeld in die breed uitwaaierende familie. De opa bijvoorbeeld, Baltasar Pere van De Oude Huizen, oftewel Baltasar Pere van het oog, vertrok als jonge man naar Cuba, viel in een krokodillenkuil en verloor zijn oog. Baltasar Guillem bezoekt zijn vader in Cuba en doet in een van zijn dagboeken levendig verslag van diens leven. In de jaren twintig van de vorige eeuw vergaarde hij zijn kapitaal met het smokkelen van drank en tabak naar het door de drooglegging geteisterde Amerika.

    Uiteindelijk gaat Porcel naar de Provence op zoek naar Emaur Jano. Haar moeder was een vriendin van oom en de dochter, ‘van blakende schoonheid’, heeft Baltasar Guillem goed gekend in haar jeugd. Wederzijdse energie knettert voelbaar tussen de schrijver en Emaur Jano. Hun amourette is een intermezzo in het boek. Ondertussen weet Emaur Jano heel veel puzzelstukjes te leggen in het verhaal van de oom, een boeiende maar ook wat langdradige ontwikkeling, want er blijkt een hele Franse tak van de Porcels te zijn die eeuwen terugvoert.

    Tussen God en de duivel

    De ontdekking van wie Baltasar Guillem werkelijk was, kan gezien worden als de ware erfenis die de schrijver ontving. Zijn grootvader en oom hadden hem uitverkoren als de personificatie van de deugden van hun familie.
    Hoewel het verhaal nergens echt spannend is, dwingt het einde tot snel uitlezen en worden diverse verhaallijnen afgeknoopt. Porcel gaat op zoek naar het graf van zijn oom, dat bijzonder genoeg ergens in Bretagne zou zijn. Het beeld van een boeiend mens is bijna compleet, hoewel het einde nog een verrassing in petto heeft. Het hart van de ever – de titel slaat terug op de everzwijnen die op het landgoed gehouden werden – is een boek dat gaat over mensen als amorele wezens, die zich voortbewegen door instinct, verlangen naar vrijheid, ambitie, macht en plezier. Baltasar Guillem was een fervent atheïst, maar altijd in harmonie met het universum en net zo ver verwijderd van God als van de duivel, of anders gezegd, goed met beide.

    Dit boek is een aanrader. De goede vertaling moet geen gemakkelijke klus zijn geweest. Baltasar Porcel stierf in 2009 en wordt beschouwd als de beste schrijver die Catalonië voortbracht. Hij schrijft inhoudsvol en toegankelijk, met prachtige beelden, natuurbeschrijvingen en filosofieën over dood en leven, passie en verlangens en hoe te leven.