• Oogst week 14 – 2024

    Baba Jaga legde een ei

    ‘In het begin vallen ze u niet op…’ Zo begint Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešić (1949-2023). Daarna heeft ze het over afgezakte kousen, muizenpasjes, opgedroogde appeltjes, een gerimpelde huid, een nek als van een kalkoen en meer van die genadeloze typeringen van ‘kleine lieve oude vrouwtjes’.
    Baba Jaga is in de Slavische mythologie een heks, een wilde vrouw met magische krachten, een bosgeest. Haar hut staat op kippenpoten en ze kidnapt kinderen.

    Baba Jaga legde een ei bestaat uit drie delen. In het eerste bezoekt de ‘ik’ haar moeder in Bulgarije die last heeft van toenemende ouderdomsgebreken. In het tweede veroorzaken drie oude vrouwen in een Tsjechisch kuuroord magische gebeurtenissen en in het derde deel laat Ugrešić een deskundige op het gebied van Slavische folklore de twee eerste delen analyseren vanuit wetenschappelijk-folkloristisch perspectief, doorspekt met talloze weetjes over Baba Jaga. Zo verbindt Ugrešić de verschillende verhaallijnen, eigenzinnig, humorvol en soms ontroerend.

    Dubravka Ugrešić werd ooit zelf voor Baba Jaga uitgemaakt. Geboren in Joegoslavië vluchtte ze voor de oorlog in Kroatië die uitbrak nadat Joegoslavië uiteen was gevallen. Ze had een kritisch essay over het nationalisme in Kroatië geschreven, aanleiding voor collega’s om haar te beschimpen als landverraadster en Baba Jaga.

    Ugrešić woonde sinds 1996 in Amsterdam. Ze was literatuurwetenschapper en schrijfster van romans, verhalen, essays, columns en artikelen in Nederlandse en internationale kranten en tijdschriften. Ze doceerde aan Amerikaanse en Europese universiteiten. Haar werk is in meer dan dertig talen vertaald.

     

    Baba Jaga legde een ei
    Auteur: Dubravka Ugrešić
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2024)

    Van Allegaartje tot Zeebenen – Een niet zo gebruikelijk woordenboek

    Veel mensen hechten aan oude, mooie woorden, blijkt uit het zaterdagochtendprogamma De Taalstaat op Radio 1. Daarin kunnen luisteraars een ‘vergeetwoord’ indienen. Nelleke Noordervliet, beschermvrouwe van het Gezelschap van Geadopteerde Vergeetwoorden, opgericht door Frits Spits, keurt het woord al of niet goed. Duizenden in onbruik geraakte of ‘ouderwetse’ woorden zijn inmiddels geadopteerd.

    Dat de taal verandert weet ook journalist en scenarioschrijver Rogier Proper (1943). Zeker vandaag de dag gaat het snel. De verengelsing heeft al lang toegeslagen en op internetfora en -platforms doet het er vaak niet meer toe of iemand zich duidelijk uitdrukt. Punten, komma’s en hoofdletters spelen nauwelijks een rol, een lidwoord is niet belangrijk. Op mobiele telefoons vieren simpelheid en snelheid hoogtij. Jongeren en ouderen verstaan elkaar niet altijd, merkte Proper. Al heel lang bestaande woorden worden niet begrepen door jonge mensen en al helemaal niet gebruikt. Vice versa overigens. Weten jongeren wat bombarie betekent, of allegaartje? Of wat een telefooncel is? Of dat ze hunkeren naar aandacht?

    Proper heeft veel van deze woorden opgetekend in zijn Van Allegaartje tot ZeebenenEen niet zo gebruikelijk woordenboek. Hij verzamelde bijzondere, mooi klinkende en inspirerende woorden en geeft er een toelichting bij. Het boekje is een verhelderend naslagwerk.

    Proper publiceerde eerder het Jaap Knasterhuis Groot Filmwoordenboek (voor jeugdigen) en een handboek voor scenarioschrijvers: Kill Your Darlings. Hij was ook radiomaker, schreef kinderboeken en ontwikkelde honderden scenario’s. Nog steeds houdt hij zich met tv-series bezig.

    Van Allegaartje tot Zeebenen - Een niet zo gebruikelijk woordenboek
    Auteur: Rogier Proper
    Uitgeverij: Balans (2023)

    Schuilhuisje

    De in Nederland wonende en werkende Lena Kurzen (1982) komt oorspronkelijk uit Duitsland. Die kwam naar Nederland om logica te studeren en ook promoveerde die er als logicus. Op de website Papieren helden schrijft die korte verhalen en op Shortreads kleine verhaaltjes naar aanleiding van een nieuwsbericht. Schuilhuisje is diens debuutroman.

    Een man van in de vijftig en zijn jongere vrouw lijken gelukkig samen. De coronapandemie heerst, waardoor ze allebei thuis werken en hele dagen bij elkaar zijn. Echt contact hebben ze echter niet, hun gedachten en gevoelens houden ze voor zichzelf. Dat kan niet anders dan tot misverstanden en onbegrip leiden. De vrouw wil graag een kind, de man is vaag over wat hij wil, de liefde voor zijn bonsaiboompje lijkt groter. Hij mist zijn zoon die hij niet meer ziet. Samen heeft het stel cavia’s, welke beestjes de dupe worden van hun onuitgesproken strijd.

    In het ik-perspectief vertelt de vrouw het verhaal, met soms zulke overdrijvingen dat het hilarisch wordt. Ze komt erachter dat haar man een dubbelleven leidt. Ontkenning en nieuwsgierigheid volgen, ontmaskering kan niet uitblijven.

    Schuilhuisje
    Auteur: Lena Kurzen
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2024)
  • Oogst week 13 -2024

    Yellowface

    In het lijstje met ‘Beste boeken van 2023’ van de Volkskrant in december vorig jaar stond tussen alle Nederlandse en vertaalde boeken ineens het Engelse Yellowface van R.F. (Rebecca) Kuang. Het gaat over een schrijfster, June Howard, die maar geen successen oogst. Maar dan is ze de enige getuige van de dood (ze stikt in een pannenkoek) van de wel populaire vroegere klasgenoot, de Chinees-Amerikaanse Athena Liu, op wie ze flink jaloers is. Ze ontdekt het manuscript waaraan Liu bezig was. Het gaat over de ronseling door het Britse leger van Chinese arbeiders in de Eerste Wereldoorlog. June doet alsof ze Athena’s beste vriendin was. Ze gaat het boek herschrijven en meer en meer naar haar hand zetten om de roman uiteindelijk onder pseudoniem als haar eigen werk te publiceren. Het wordt een succes, maar wordt het bedrog ontdekt? Yellowface is nu er nu in het Nederlands. Het is een satire op de omgang met diversiteit in de uitgeverswereld die in de Engelstalige pers nogal wisselende kritieken kreeg. Toen Kuang haar eerste versie in 2021 afhad werd haar zelfs afgeraden het te publiceren omdat uitgevers afhoudend zouden zijn.

    Yellowface
    Auteur: R.F. Kuang
    Uitgeverij: The House of Books

    De contractarbeiders van Deli

    Reggie Baay (1955) is gespecialiseerd in Indische koloniale en postkoloniale literatuur. Tot zijn vele publicaties op dit terrein behoort De njai. Het concubinaat in Nederlands-Indië uit 2018. In dat boek speelt onder andere zijn oma een rol die een ‘njai’ (een inheemse concubine van de Europese witten in Nederlands-Indië)was. Zij werd daar haar Europeaan, Baays opa, weggestuurd toen hij terugging naar Nederland. Baay slaagde er lang niet in te weten te komen hoe het zijn oma verder was vergaan, tot een toevallige ontmoeting met een onderzoeker hem duidelijk maakte dat veel van die njai later om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien contractarbeider werden op Sumatra. Dat spoor trok Baay na en hij ontdekte inderdaad zijn oma. Hoewel de slavernij al lang was afgeschaft bleken de omstandigheden waaronder de njai contractueel diensten moesten verrichten zo streng dat die nauwelijks van slavernij verschilden. De contractarbeiders van Deli is opnieuw een boek waarin Baay persoonlijke verhalen verweeft met de grote geschiedenis.

    De contractarbeiders van Deli
    Auteur: Reggie Baay
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Papieren vrienden

    Jan Konst maakte in 2012 samen met de arts de overlijdensakte van zijn vader op. Ineens flitste het beeld bij hem op van de keren dat hij de geboorteaktes van zijn dochters in ontvangst nam. Zonder erop bedacht te zijn ervoer hij de kringloop van het leven. Met zijn vader had hij vaak gesprekken gevoerd over de zin van dat leven. Hij wilde er een boek over schrijven, maar het lukte niet. Tot hij dacht aan de literaire personages die hem al jaren vergezellen (Konst is literatuurwetenschapper aan de Freie Universität Berlin en richt zich vooral op moderne Nederlandse literatuur en relaties daarvan met de Duitse). Van hem is er nu het boek Papieren vrienden, waarin hij ingaat op vragen over de zin van het leven in een ‘gesprek’ met zestien literaire voorbeelden – ‘papieren vrienden’. Hij put daarvoor uit achthonderd jaar Nederlandse literatuur. Zestien hoofdstukken zijn het geworden, gewijd aan personages / schrijvers als Onno Quist (‘De ontdekking van de hemel’), Margriete van Limborch (geesteskind van Jan van Aken), Bert Alberegt (‘Herinneringen van een engelbewaarder’) , Tibbolt Satink (‘The MOVO-tapes’), Sofie Lakmaker en elf anderen.

    Papieren vrienden
    Auteur: Jan Konst
    Uitgeverij: Balans
  • Oma was de sterkste van allemaal

    Oma was de sterkste van allemaal

    In Couscous op zondag vertelt Khadija Arib bevlogen en betrokken over haar jeugd in Marokko, haar komst naar Nederland, de confrontatie met de Nederlandse cultuur en wat dit voor haar persoonlijk en beroepsmatig betekent.

    Deze familiegeschiedenis begint met Khadija’s jeugd bij haar moeder en oma in een volkswijk in Casablanca, Marokko waar de gemeenschap erg betrokken is met elkaars wel en wee.
    Khadija’s vriendelijke vader komt oorspronkelijk uit een rijke familie maar verbrast zijn geld. Hij ziet zich, mede vanuit zijn eergevoel, genoodzaakt te gaan werken in Nederland. Na een aantal jaren voegen Khadija en haar moeder zich bij hem, in een veelal door Marokkanen van Berberse afkomst bevolkte Rotterdamse wijk.

    In het koudere Nederland is het leven héél anders dan in Marokko. In het warme Marokko speelt het maatschappelijke leven zich veelal buiten, temidden van familie en buren af, waar in Nederland het privéleven achter gesloten deuren plaatsvindt.

    Khadija’s vader verandert door de tijd heen van een vriendelijke en losse man, die weinig op heeft met de behoudende waarden uit de Marokkaanse cultuur en de Islam, in een achterdochtige, strenge man die zijn vrouw en dochter wil controleren. Op latere leeftijd tobt hij steeds meer met allerlei vage gezondheidsklachten.
    Khadija’s moeder wil echter graag haar vrijheid behouden en gaat buitenshuis werken. Daarmee is ze een van de weinige vrouwen in de buurt die haar eigen kost verdient.

    Dit verhaal gaat voor mij echt leven wanneer Khadija eerst vanuit haar werkzaamheden als maatschappelijk werkster en als partijlid van de PVDA, over haar ervaringen met Marokkaanse gezinnen in Rotterdam gaat schrijven.

    Arib laat twee kanten van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland zien. Het is boeiend om te lezen over de maatschappelijke situatie van de Marokkaanse gezinnen in Nederland: over vrouwen die vrijwel binnenshuis opgesloten zitten en niet buiten mogen komen van hun mannen, jonge Marokkaanse meisjes die stiekem een verhouding aangaan met een man, kinderen die moeten tolken voor hun ouders bij de arts. Maar aan de andere kant ook over het minder belichte onbegrip van de Nederlandse overheid ten aanzien van deze groep mensen en het naïeve idee dat het wel vanzelf goed komt met de Marokkanen in Nederland.
    Dit boek is een aaneenrijging van verhalen. Verhalen die herkenning oproepen maar ook verwondering en op bepaalde momenten onbegrip dat het er in Nederland zo aan toe kon gaan en soms nog gaat.

    Ook belicht ze de situatie in het thuisland waar de dictatoriale koning Hassan II aan de macht is. Op een gegeven moment gaat Khadija weer naar Marokko om haar familie te bezoeken. Doordat ze zich in Nederland kritisch uitlaat over het Marokkaanse regime wordt ze in 1989 samen met haar kinderen door de geheime dienst opgepakt en bij het politiebureau ondervraagd.
    “Zij gingen steeds gerichtere vragen stellen. Ze wilden weten wie actief waren binnen het KMAN, waar ik tenslotte regelmatig kwam waarvoor ik werkte. Opnieuw zei ik dat ik alleen maar voornamen kende […]. De mannen werden steeds intimiderender. Ik moest meewerken, zeiden ze, anders werd ik naar beneden gebracht. Daar was ook een martelcentrum, begreep ik nu.”

    Indrukwekkend zijn de passages waarin ze schrijft over haar ondervragingen door deze mannen maar ook de onvoorwaardelijke steun van de vrouwen uit haar buurt en haar oma.
    “De vrouwen uit de buurt waren in deze periode een grote steun voor mij. Ze waren allemaal analfabeet, maar zeer sterk. Mijn oma was de sterkste van allemaal. Ze heeft geen moment aan me getwijfeld. Ze heeft me ook nooit gevraagd waarom ik bepaalde dingen deed. Voor haar was dat vanzelfsprekend: ik moest doen wat ik geloofde dat goed was. Alleen zo kan een mens gelukkig zijn. Zij leefde mee en stond pal achter mij.”

    Khadija Arib beschrijft de voor- en nadelen van de Marokkaanse en Nederlandse cultuur en is kritisch naar beiden. Naarmate het verhaal vordert gaat het steeds meer van het persoonlijke naar het politiek maatschappelijke. Zijdelings vertelt de schrijfster nog iets over haar privéleven. Ik vind het jammer dat het persoonlijke steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

    Couscous op zondag is een onderhoudend, kritisch en nuancerend portret over de interactie tussen de Marokkaanse en Nederlandse cultuur. Het heeft mij meer inzicht hierin gegeven. Maar ook in geschiedenis van Marokko en haar dictatuur onder koning Hassan II. Dit is een verhaal van herkenning, soms onbegrip oproepend maar bovenal roept het bewondering op voor de rol die Khadija Arib inneemt ten aanzien van de integratie van de Marokkaanse gemeenschap in de Nederlandse maatschappij.