• Altijd alert op gevaar

    Altijd alert op gevaar

    De Israëlische schrijfster Ayelet Gundar-Goshen beschrijft in haar nieuwe roman Waar de wolf loert de spannende belevenissen van Michaël, Lilach en hun zoon Adam na hun verhuizing vanuit Israël naar Silicon Valley in Californië. Al op de eerste bladzijde wordt de lezer het verhaal ingetrokken: ‘Ik kijk naar de minuscule vingertjes van de pasgeboren baby en probeer te begrijpen hoe die kunnen uitgroeien tot de vingers van een moordenaar. De dode jongen heet Jamal Jones. Op de foto in de krant heeft hij ogen als zwart fluweel. Mijn jongen heet Adam Sjoester, of Shuster, zoals ze het hier spellen. Zijn ogen hebben de kleur van de zee bij Tel Aviv. Ze zeggen dat hij hem heeft vermoord. Maar dat klopt niet.’

    Aan het woord is Lilach. Ze vertelt hoe hun leven is verlopen sinds ze zestien jaar geleden in Palo Alto in Californië zijn komen wonen. Hun Israëlische namen zijn veramerikaanst tot Lila, die van haar man van Michaël tot Michael. Hun kind Adam is opgegroeid en opgevoed in Amerika.

    Heftige gebeurtenissen

    Op de avond voor het Joodse Nieuwjaar Rosj Hasjana is er een aanslag gepleegd op een synagoge in Palo Alto. Een zwarte man met een machete vermoordt een jong meisje, vier mensen raken gewond.  Voor de lokale Joodse gemeenschap is het niet te bevatten dat zoiets in Palo Alto kan gebeuren. De mensen vragen zich af of deze daad gericht is tegen hun gemeenschap. In de supermarkt komt Lila Susan Weinstein, de moeder van het vermoorde meisje tegen. Die wordt ook geïnterviewd door het televisiejournaal. De verslaggeefster heeft meer aandacht voor de achtergrond van dader Paul Reed dan voor de nabestaanden. Reed kwam in aanraking met drugverkopers en de combinatie van drugs en slechte genen leidde tot een psychische aandoening. Voor een goede behandeling ontbrak het geld. Susan valt uit tegen de verslaggeefster en zegt dat ‘Martin Luther King zich geschaamd zou hebben als hij had gehoord dat een zwarte man met een machete een aanval op een synagoge had uitgevoerd, als een roofdier in de jungle.’ De zin over de jungle wordt uitgebreid geciteerd en twee organisaties eisen excuses voor racistische uitingen. De journaals laten de beelden telkens weer zien. Minstens tien mannen staan ‘verlamd en niet in staat tot handelen’ toe te kijken. In Israël zou zoiets nooit gebeuren, vinden ze. Ondenkbaar dat een terrorist daar een synagoge binnenloopt en dat er niemand ingrijpt. Een van de ouders stelt drie dagen na de aanslag voor een workshop zelfverdediging voor jongeren te organiseren. Lila en Michael dringen er bij hun zoon Adam op aan zich daarvoor ook op te geven. Eerst wil hij dat niet, maar later sluit hij zich toch bij die groep aan. De trainingen worden gegeven door een voormalige Mossad-agent Oeri. Adam is een introverte jongen en laat nauwelijks iets los over wat er op school en op de trainingen gebeurt.

    Zo gaat het leven door: Adam op school en zijn trainingen, Michael op zijn werk, Lila thuis en op haar vrijwilligerswerk: ‘Drie rivieren die elkaar pas ’s avonds ontmoetten, wanneer ze weer in dezelfde zee stroomden voor het avondeten dat soms luidruchtig en soms stil was, en altijd geregeerd werd door de grote winterslaap. Een winterslaap waaruit we ineens op donderdagavond om elf uur ontwaakten toen Adam Michaël belde en met bevende stem zei: ‘Pap, kun je me komen halen? Er is hier iemand dood.’  Adam is op een feestje met klasgenoten. Lila en Michaël zaten naar een aflevering van The Simpsons te kijken: ‘achter het gepraat van Marge en Homer lag een grote zwarte stilte op de loer als een panter die vanuit het donker naar je ligt te kijken.’

    Lila en Michaël halen hun zoon op bij het huis waar de dode Jamal in de huiskamer in elkaar is gezakt. Is Jamals dood te wijten aan drugsgebruik, was het een hartstilstand of is hij vermoord? Heeft zijn islamitische achtergrond een rol gespeeld? En is Adam op de een of andere manier betrokken bij zijn dood?  Lila zoekt naar de antwoorden op deze vragen. Achteraf reconstrueert ze de gebeurtenissen, wat blijkt uit zinnetjes zoals, ‘maar dat bedenk ik nu pas.’ Ze beschrijft meerdere min of meer toevallige ontmoetingen, met o.a. Annabella Jones, de moeder van Jamal. Zo komt zij steeds meer over de dood van de klasgenoot van Adam te weten. En ze twijfelt meer en meer over de rol van haar eigen zoon, vooral nadat er op de muur bij de school met grote letters leuzen zoals ‘De Jood vermoordde hem’, ‘Joden zijn de duivel’ en ‘Shuster is een moordenaar’ zijn gespoten. Lila zegt tegen Michaël dat ze zou willen dat Adam met hen deelt wat hij meemaakt en voelt. Michaël reageert daar ‘schokschouderend’ op, zegt ‘dat kinderen over het algemeen niet met hun ouders delen wat ze meemaken.’ Een van de bijfiguren in het boek vat het kernachtig samen: ‘Mijn vrouw zei altijd dat moeder of vader zijn, betekent dat je de hele tijd in spanning zit. Weet je, vroeger dacht ik dat het grootste mysterie in ons leven onze ouders zijn. Tegenwoordig denk ik dat het grootste mysterie in het leven van mensen hun kinderen zijn.’

    Fictie en werkelijkheid

    De fictieve gebeurtenissen in het boek roepen herinneringen op aan werkelijke gebeurtenissen. Bij de aanslag op een synagoge in Pittsburg in 2018 waren elf slachtoffers te betreuren. De dader riep daarbij antisemitische leuzen. In het boek lezen we: ‘de aanvaller van de synagoge in Pittsburg was bewapend geweest met een halfautomatisch pistool en was erin geslaagd elf gelovigen te doden voordat men hem tegenhield.’  De aanslag op de synagoge in Palo Alto wordt verdrongen door andere gebeurtenissen, zoals: ‘een agent in Wisconsin schoot op een zwarte man die aan het joggen was.’ Ook dit lijkt geënt op de werkelijkheid. Ahmaud Arbery werd aangezien voor een inbreker toen hij aan het hardlopen was. En Tony Robinson werd in 2015 in Wisconsin door een politieagent doodgeschoten toen hij schreeuwend over straat liep. Beide slachtoffers waren zwart. Ayelet Gundar-Goshen combineert dit soort gebeurtenissen en maakt er een nieuwe fictieve gebeurtenis van: een aanslag op de synagoge in Palo Alto. Maar de scheidslijn tussen fictie en werkelijkheid is flinterdun.

    Tegenstellingen

    Ayelet Gundar-Goshen werkt veel met tegenstellingen in haar boek. De belangrijkste is Israël tegenover Californië. In Israël is er altijd de dreiging van terroristische aanslagen. Op de hoeken van de straten staan bewapende soldaten en het luchtalarm voor raketaanvallen kan ieder moment klinken. Iedereen daar is altijd alert op gevaar. De moeder van Lila was niet blij met hun verhuizing naar Californië: ‘Als je me straks maar niet aankomt met dat het daar veiliger is om kinderen op te voeden.’ Lila ziet dat anders, de verhuizing ziet ze als een ‘kans om haar kind te redden van de Israëlische krankzinnigheid, waarvan het idiootste nog is dat iedereen stellig gelooft dat die volstrekt zinnig is.’ Over haar leven in Israël zegt Lila op het eind van het boek: ‘Ik haatte Haifa in die winter vol aanslagen. Elk moment kon de bekende en verlichte straat veranderen in een brandende jungle.’ Maar na zeventien jaar in Amerika is daar ook volop dreiging. Het beeld van de jungle uit het begin van het boek  zien we hier terugkomen. Als Lila in een restaurant zit, bekijkt ze de gezichten van de gasten. ‘Ik keek om me heen, alert op elke beweging. Waar loert de wolf?’

    Ook de hoofdpersonen vormen een contrast: Adam met zijn Joodse achtergrond tegenover de zwarte Jamal met een islamitische achtergrond. Gundar-Goshen vertelde daarover in een interview (met Marnix Verplancke in Bazarov, 21 oktober 2022) dat ze te horen kreeg dat het niet slim was om Jamal zo uit te beelden. Maar, zo antwoordde ze: ‘De literatuur is op haar best wanneer er geen geboden en verboden mee gepaard gaan.’  Dit past bij een opmerking van de moeder van Michaël. Zij geniet ervan om met een vinger in politieke correctheid te prikken, ‘net zo lang totdat je er misselijk van werd.’

    Gundar Goshen schrijft over een actueel thema: het toenemende antisemitisme. Zij schrijft beeldend over de toenemende ongerustheid bij Lila. Als ouder weet je niet wat er in je kinderen omgaat. Met onverwachte thrillerachtige plotwendingen is het een boek met veel vaart. Sylvie Hoyink maakte er een mooie vertaling van. Waar de wolf loert is een boek om in een adem uit te lezen.

     

  • Oogst week 37 – 2022

    Waar de wolf loert

    Hoe is het om je niet thuis te voelen op de plek waar je woont? Dit is het thema in Waar de wolf loert van Ayelet Gundar-Goshen. Een serieus thema en Gundar-Goshen heeft er een geraffineerd verhaal over geschreven.

    Op een dag zakt een islamitische klasgenoot Adam op een feestje dood in elkaar. Zijn moeder ruikt gevaar, maar weet niet van welke kant het komt. En dan is het er weer, het gevoel een buitenstaander te zijn. Hoe meer ze over de dood van de klasgenoot te weten komt, des te groter wordt haar ongemak. Adam blijft opvallend zwijgzaam en blijkt meer te weten dan hij toegeeft.

    Over haar boek Leugenaar schreef Marjolijn van de Gender op Literair Nederland: ‘Door de perfecte balans in de verteltoon en de goed uitgewerkte, meeslepende personages is het onmogelijk dit boek weg te leggen.’

    Ayelet Gundar-Goshen (Tel Aviv, 1982) is psychologe en scriptschrijver. Zij ontving voor haar boek Eén nacht, Markovitsj de Sapirprijs voor het beste Israëlische romandebuut. Ook haar tweede boek Leeuwen wekken (2018) was een (internationaal) succes.

    Op 1 oktober gaat Inge Schilperoord bij ILFU Exploring Stories met Gundar-Goshen in gesprek in TivoliVredenburg, Utrecht.

    Waar de wolf loert
    Auteur: Ayelet Gundar-Goshen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2022)

    De laatste witte man

    ‘Toen Anders, een witte man, op een ochtend ontwaakte, ontdekte hij dat zijn kleur was veranderd in een donker en onmisbaar bruin.’

    Dit is de eerste, intrigerende zin van De laatste witte man van Mohsin Hamid.
    Het blijkt dat er elders in het land meer mensen zijn die verkleuren. Schaamte, ongeloof, angst en woede. Emoties die Anders zelf ervaart of waar hij mee geconfronteerd wordt nu hij in zijn nieuwe vel zit.
    Hij voelt zich nog dezelfde man als eerst, maar anderen zien hem niet meer zo. Wat ervaar je dan?

    Op de flaptekst staat: ‘In De laatste witte man zet Mohsin Hamid al onze obsessies en halve waarheden op hun kop om een beeld te schetsen van een toekomst waarin we meer met elkaar gemeen hebben dan we nu denken.’

    Mohsin Hamid is een van oorsprong Pakistaanse schrijver die in de Verenigde Staten studeerde. Hij kreeg o.a. les van Toni Morrison. In 2001 debuteerde hij succesvol met Moth Smoke (finalist voor de PEN / Hemingway Award), dat (nog) niet in het Nederlands werd vertaald. Andere boeken van hem zijn wel in het Nederlands verschenen, bijvoorbeeld De val van een fundamentalist (shortlist Man Booker Prize) en Hoe word je stinkend rijk in het nieuwe Azië. Hamid zou het idee voor De laatste witte man hebben opgedaan na 9/11 toen hij merkte dat zijn medemensen hem anders bekeken en behandelden.

    Mohsin Hamid schrijft, woont en werkt in Londen.

    De laatste witte man
    Auteur: Mohsin Hamid
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)

    Recitatief

    Kleur is ook het thema in Recitatief, want veranderen mensen in De laatste witte man van kleur, in dit korte verhaal van Toni Morrison gaat het om twee meisjes die bevriend raken als ze acht jaar zijn en tijdelijk in een opvang voor daklozen wonen. De een is zwart, de ander wit. Ze wonen er maar kort en verliezen elkaar weer uit het oog, maar komen elkaar in het verhaal nog wel een paar keer tegen. Tot zo ver vrij gewoon. Het bijzondere zit hem in de vraag wèlk meisje zwart en wèlk meisje wit is, want dat blijft voor de lezer onduidelijk!

    In haar voorwoord schrijft Zadie Smith dat Morrison Recitatief zelf bedoeld had als ‘een experiment met het weglaten van alle raciale codes in een verhaal over twee personages van verschillend ras, voor wie raciale identiteit van cruciaal belang is.’
    Zadie Smith zegt daarover: ‘Dit verhaal is eerst een puzzel en dan een spel. Morrison noemde Recitatief een “experiment”, en dat is het. Maar het onderwerp van het experiment is de lezer zelf.’

    Het lijkt een fascinerend en zinvol ‘experiment’. Oordeel zelf!

     

     

    Recitatief
    Auteur: Toni Morrisson
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)
  • De macht van een goed verhaal

    De macht van een goed verhaal

    ‘Wijsheid kan alleen worden gevonden in waarheid,’ is een bekend citaat van Johann Wolfgang von Goethe. In de wereldwijde bestseller Leugenaar verkent de Israëlische auteur Ayelet Gundar-Goshen (1982) de oorzaken en gevolgen van grote en kleine leugens. De grootste leugen in deze roman komt van de zeventienjarige Noefar, die tijdens haar werk in een ijssalon ruzie krijgt met een bekende zanger. Als hij tegen haar schreeuwt en haar pols pakt, begint zij te gillen, waardoor toegesnelde buurtbewoners denken dat de zanger haar heeft aangerand. 

    Noefar is niet de enige die liegt. De zanger zelf geeft agenten de indruk dat hij de aanranding echt op zijn geweten heeft, een doofstomme zwerver die heeft gezien wat er daadwerkelijk gebeurde blijkt gewoon te kunnen praten en een verlegen jongen zwerft vijf dagen rond terwijl zijn vader denkt dat hij een militaire training volgt. Er is een bejaarde vrouw die zich voordoet als haar overleden vriendin en lezingen geeft over haar tijd in Theresienstadt terwijl ze nooit in een concentratiekamp heeft gezeten: ‘Raymonde wist dat Rivka graag zou willen dat iemand haar verhaal vertelde. Zoals een olijfboom graag wil dat iemand zijn vruchten opraapt en er olie van maakt. Dus raapte zij de olijven van Rivka op, deed haar eigen olijven erbij en perste ze samen heel goed uit, en wat dat opleverde was zo zuiver en bitter dat het zonde was om het de kinderen niet te drinken te geven.’

    De geboorte van een leugen

    Gundar-Goshen, die psychologie studeerde, pelt zorgvuldig de laagjes van haar personages af om te onderzoeken waarom ze liegen én de leugens volhouden. Meteen nadat Noefar heeft gegild, beseft ze dat de toegesnelde buurtbewoners een verkeerde indruk krijgen van wat er is gebeurd: ‘Iedereen was zo aardig, zo vol belangstelling, wat zouden ze zeggen als ze erachter kwamen dat er eigenlijk niets gebeurd was, dat ze zich voor niets hierheen hadden gehaast?’ Dan is de leugen al in gang gezet: ‘En het was haar schuld niet dat het snikken bij de toeschouwers als knikken overkwam. “Heeft-ie aan je gezeten?” vroegen ze, en het gezicht achter de handen beefde, ofwel bevestigde, en elke snik leek een knik, en elke knik was een kop in de krant van morgen, en voor je het wist ontspon zich op een verwaarloosd plaatsje als door een wonder het verhaal van de voormalige winnaar van een talentenjacht die beschuldigd werd van een poging tot verkrachting van een minderjarig meisje, en de mensen keken naar het verhaal dat voor hun ogen geboren werd en zagen dat het goed was. ’

    De rol van de mensen in dit citaat is groter dan de rol van Noefar: door de Bijbelse verwijzing ‘zagen dat het goed was’ worden zij vergeleken met God, degene die bepaalt. Zij houden van een goed verhaal, wíllen het geloven en creëren een leugen. Dit is een situatie die ook veel te zien is op televisie: reality-programma’s volgen een verhaallijn en het maakt de kijkers niet uit in hoeverre het narratief de werkelijkheid benadert, zolang het maar vermaak oplevert. Niet voor niets is Noefar meerdere malen te gast bij een talkshow, waar zelfs haar make-up past bij het verhaal dat ze vertegenwoordigt. 

    Broeierige sfeer

    Hoewel de #MeToo-beweging nergens in Leugenaar wordt genoemd, is het verband tussen Noefars verhaal en de actualiteit niet te missen. De beschuldigde zanger is geen seconde vriendelijk tegen Noefar geweest: ‘En hij begon het meisje weer met zijn nare woorden te bestoken, en de woorden waren als heteluchtballonnen die opstijgen zodra het vuur eronder aangestoken wordt: “Walgelijke koe, ik zou je met geen stok durven aanraken”, en nog meer van dergelijke benamingen en beledigingen.’
    Maar is dit zó erg dat hij het verdient om vals beschuldigd te worden en in de gevangenis te belanden? 

    Op die vraag geeft Gundar-Goshen geen antwoord, oordelen laat ze over aan de lezer. Onder het verhaal sluimert de geschiedenis en de huidige politieke toestand van Israël, wat voor een broeierige sfeer zorgt. De vertaling uit het Hebreeuws van de in 2018 overleden Shulamith Bamberger behoudt deze sfeer heel knap. Ook de aanwezige alliteraties, metaforen en andere stijlfiguren zijn zo goed dat ze oorspronkelijk Nederlands lijken. Wel kan er een vraagteken worden geplaatst bij de keuze om te spreken van een ‘vrouwelijke arts’ en ‘vrouwelijke rechercheur’, wat impliceert dat er een verschil is met mannelijke artsen en rechercheurs, terwijl de context hiertoe geen aanleiding geeft.

    Serieus en speels

    Vanwege het onderwerp zou Leugenaar een belerende roman kunnen zijn, maar dat is het niet. Leugens hebben, net als verhalen, een verbindende kracht. Zo heeft een jongen vanuit zijn raam gezien dat Noefar niet is aangerand en wil hij dat zij op televisie zijn naam noemt. Uit deze afpersing ontstaat een vriendschap die langzaam meer wordt. De bejaarde dame stapt dankzij haar leugens voor het eerst in een vliegtuig. Haar lezingen over Theresienstadt zorgen ervoor dat jongeren durven te huilen. 

    Doordat de personages elk moment ontmaskerd kunnen worden, is Leugenaar ongelooflijk spannend. Gundar-Goshen wisselt haar zware schrijfstijl vol metaforen moeiteloos af met speelse scènes waarin de personages toch weer ontsnappen aan de waarheid. Humor maakt naadloos plaats voor de vraag wat je zelf zou doen als je je in de situatie van de personages zou bevinden. Wat is nu eigenlijk het verschil tussen een leugen en een verhaal? Is er een verschil? Door de perfecte balans in de verteltoon en de goed uitgewerkte, meeslepende personages is het onmogelijk dit boek weg te leggen.

     

  • Oogst week 3 – 2020

    Bowie's Boekenkast

    Ook mensen die niet zo bekend zijn met de muziek van David Bowie, weten vast wat een markante man het was. Dat hij heel veel las, zal echter niet iedereen weten. Hij zou ‘lezen’ zelfs genoemd hebben als zijn ultiem idee van geluk.

    Welke boeken hebben hem het meest beïnvloed? Bowie stelde zelf, drie jaar voor zijn dood, een lijst samen van boeken die zijn leven hebben veranderd. Dat zijn dus niet per se de boeken die hij het mooiste vond, maar juist die hij het belangrijkste en meest invloedrijk vond voor zijn leven, en die dus die iets over hem vertellen. Deze lijst is tijdens de grote ‘David Bowie Is’ tentoonstelling al gepubliceerd en ging toen meteen ‘viral’.

    De lijst in op internet al in te zien. Er staan beroemde boeken op van beroemde schrijvers, maar ook minder beroemde werken van (minder) beroemde auteurs.
    Per boek is een kort essay opgenomen over inhoud en auteur, je krijgt suggesties over welk (Bowie)-nummer je daarbij het best kunt beluisteren en nog vervolg-leestips. Het boek wordt daarmee een schier eindeloze lijst.

    Uitgeverij Orlando speelt slim in op Bowie’s lijst met o.a. de publicatie van De beste jaren van juffrouw Brodie (december 2019) van Muriel Spark en Circusnachten van Angela Carter (januari 2020).

    Bowie’s boekenkast is geïllustreerd door Luis Paadín.

    Bowie's Boekenkast
    Auteur: John O'Connell
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando

    Leugenaar

    Een van de grootste vertalers uit het Hebreeuws was Shulamith Bamberger (1947 – 2018). Zij was geboren in Israël en verhuisde als jonge vrouw naar Nederland waar zij vertaalkunde ging studeren. Zij vertaalde o.a. proza van onder meer David Grossman, Alon Hilu en Hila Blum, maar vertaalde o.a. ook Arthur Japin, Harry Mulisch en Willem Elsschot vanuit het Nederlands naar het Hebreeuws.

    Ook Leugenaar van Ayelet Gundar Goshen (Tel Aviv, 1982) heeft zij vertaald.

    Leugenaar gaat over de vriendelijke, altijd dienstbare, 17-jarige ijsverkoopster Noefar Sjalev.
    Als op een dag een beroemde zanger haar beledigt, loopt zij de zaak uit. Hij gaat haar achterna in de veronderstelling dat ze er met zijn geld vandoor gaat. ‘Noefars gil alarmeert de buurtbewoners en tot haar verbazing is iedereen ervan overtuigd dat de man haar seksueel probeerde lastig te vallen. En zij besluit hen dat te laten geloven. Met zwarte humor en diep inzicht in de menselijke aard beschrijft Leugenaar hoe een klein leugentje een groot verschil kan maken. In een wereld van mediahypes en alternatieve feiten laat de schreeuw van een meisje een hele stad twitteren.’

    Leugenaar is in verschillende landen een groot succes en zal ook verfilmd worden.

     

     

    Leugenaar
    Auteur: Ayelet Gundar Goshen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Vuurgeesten

    Prachtige recensies kreeg het boek Vuurgeesten van de van oorsprong Zuid-Koreaanse schrijfster R.O. Kwon. Het is een debuut waar de schrijfster tien jaar aan schreef voordat ze het goed genoeg vond, maar daarna denderde het dan ook de bestsellerlijsten in.

    Vuurgeesten gaat over twee jonge mensen, Phoebe en Will, waarvan er één vanuit een schuldgevoel in de ban raakt van een sekte. De ander kent de aantrekkingskracht van het geloof, maar heeft er mee gebroken en worstelt vervolgens met de leegte die dat veroorzaakt.
    De religieuze groepering waarbij Phoebe zich aansluit wordt geleid door een charismatische oud-student met een twijfelachtig verleden en radicale opvattingen. Als de groep een aanslag pleegt en Phoebe verdwijnt, stelt Will alles in het werk om te achterhalen wat er gebeurd is

    Michael Cunningham zei over dit boek: ‘Spannend, angstaanjagend en diep ontroerend; een juweel van een boek. Het beste dat ik in lange tijd gelezen heb. Kwon heeft haar naam gevestigd.’

     

     

    Vuurgeesten
    Auteur: R.O. Kwon
    Uitgeverij: De Arbeiderspers