• In de ban van leegte

    In de ban van leegte

    Het vlees van David Szalay, het boek waarmee hij in 2025 de Booker Prize won, opent opvallend terughoudend. In plaats van een dramatische gebeurtenis of een expliciete psychologische inleiding presenteert Szalay een opeenvolging van alledaagse momenten, nauwelijks ingekaderd en zonder duidelijke spanningsboog. Die keuze is wezenlijk voor de roman. Door het verhaal vrijwel zonder richting te laten beginnen, dwingt Szalay de lezer om het leven van zijn hoofdpersonage, István, te ervaren zoals het zich voor hem ontvouwt: als een aaneenschakeling van situaties waarin hij zelden zelf sturend optreedt. De Hongaarse flatwijk in de jaren tachtig waarin hij opgroeit vormt daarvoor een logische achtergrond. Het is een omgeving waar perspectieven schaars zijn, waar gezinnen onder druk staan en waar jongeren vooral leren te verdragen in plaats van te sturen. In zo’n wereld is het niet vreemd dat Istváns jeugd bestaat uit gebeurtenissen die hem overkomen. Zijn passiviteit is geen karakterzwakte, maar het resultaat van omstandigheden waarin initiatief weinig oplevert.

    Dat wordt pijnlijk zichtbaar in de scène waarin hij, vijftien jaar oud, een seksuele relatie krijgt met een oudere buurvrouw. Szalay vertelt het zonder sensatie, alsof het een alledaagse gebeurtenis is. Voor de lezer ontstaat daardoor een ongemakkelijk gevoel. Je weet dat het niet normaal is, maar het wordt zo gepresenteerd. De focus ligt op Istváns reactie: een mengeling van afkeer en nieuwsgierigheid, zonder protest, zonder volledig besef van wat er gebeurt. Zijn ‘oké’ is veelzeggend. Het is geen instemming, maar een houding die het patroon van zijn hele leven samenvat: meebewegen, aanpassen, verdragen. Dit moment vormt geen traumatisch breekpunt, maar een vroege aanwijzing voor wie István is en hoe beperkt hij zich voelt door de verwachtingen van anderen en de grenzen van wat hij durft te voelen of te zeggen.

    Een leven in stappen die hij niet zelf kiest

    Over een periode van ongeveer veertig jaar volgt de roman Istváns ontwikkeling – of beter gezegd: zijn verschuivingen. Szalay kiest bewust niet voor een klassieke ontwikkelingslijn. De stappen in Istváns leven hebben geen duidelijke opbouw en komen niet voort uit ambitie of besluitvorming. Ze komen in sprongen: militaire dienst, werk als uitsmijter, klusjes in de beveiligingssector, en uiteindelijk een onverwachte entree in de wereld van de Londense superrijken.

    Belangrijk is dat Szalay steeds laat zien hoe deze sprongen tot stand komen. Niet omdat István iets nastreeft, maar omdat anderen hem verplaatsen. Een sergeant die hem opmerkt. Een werkgever die hem ergens neerzet. Een vrouw met geld en invloed die hem betrekt in haar wereld en hem kansen geeft die hij zelf nooit zou hebben gezocht. Zijn latere werk als vastgoedontwikkelaar wordt daardoor geen bewijs van bekwaamheid, maar van afhankelijkheid. Hij bezit geen visie, maar passeert door deuren die anderen openzetten. Zo laat Szalay zien hoe succes soms weinig zegt over zelfsturing en veel over beschikbaarheid en toeval.

    István als stille lens

    Wat István vooral kenmerkt, is zijn manier van in de wereld staan. Hij verklaart zichzelf nauwelijks, hij denkt weinig hardop, en hij reageert vaak aarzelend of ondoorgrondelijk. Dat maakt hem geen traditioneel romanpersonage dat de lezer via innerlijke monologen of conflicten leert kennen. In plaats daarvan fungeert hij als een lens. Doordat hij zelf weinig initiatief neemt, vallen de bewegingen van anderen des te meer op.

    In de flatwijk is hij iemand waarop mensen projecteren: familieleden die hem zien als een last of hoop, leeftijdsgenoten die hem als doelwit gebruiken, volwassenen die hem proberen te kneden volgens hun verwachtingen. In Londen verandert dat mechanisme niet; de context wordt groter, de huizen ruimer, de macht zichtbaarder, maar Istváns positie blijft die van iemand die observeert en wordt waargenomen. Zijn stille houding maakt hem tegelijk zichtbaar en onzichtbaar. Zichtbaar als lichaam dat aanwezig is, onzichtbaar als persoon met een eigen wil.

    Dat zijn zoon langzaam hetzelfde gedrag vertoont, onderstreept de herhaling van patronen. Szalay toont hiermee hoe een manier van leven – gedreven door aanpassing, stilheid en gebrek aan zelfvertrouwen – kan worden doorgegeven zonder dat iemand expliciet leert of kiest. Het komt voort uit wat men ervaart, niet uit wat men besluit.

    Het lichaam als drager van ervaring

    Szalays stijl is doelbewust sober. Hij werkt met korte, precieze zinnen en scènes die vaak breken op het moment dat een gevoel of gedachte zich zou kunnen uitkristalliseren. Door die keuze ontstaat ruimte voor lichamelijke details. Een hand die te lang blijft liggen, een blik die ongemakkelijk is, een schouder die wegdraait. Het zijn precies die momenten die de betekenis dragen. Niet wat István zegt, maar hoe hij fysiek reageert; niet wat anderen verwoorden, maar wat hun lichaam prijsgeeft.

    De titel Het vlees krijgt daardoor een dubbele lading. Enerzijds verwijst het naar lichamelijkheid en seksualiteit, die door het hele boek terugkomen als bronnen van verlangen én macht. Anderzijds benadrukt het hoe het lichaam functioneert als een soort geheugen. Waar István mentaal weinig vastlegt of doorvoelt, onthoudt zijn lichaam alles: spanning, onderwerping, afkeer, aantrekkingskracht. Zo maakt Szalay voelbaar dat een leven niet alleen bestaat uit gedachten en keuzes, maar evenzeer uit aanrakingen, nabijheid en ervaringen die zich in het lichaam nestelen.

    Het contrast tussen Hongarije en Londen versterkt dit effect. In de kleine, krappe appartementen in Hongarije beweegt István tussen de bewoners door, aanwezig maar nauwelijks opgemerkt; hij maakt geen deel uit van hun leven. In de grote, luxueuze huizen in Londen is hij zichtbaar tussen de mensen, maar slechts als figurant. Hij leeft mee aan de rand van hun wereld, fysiek onder de mensen maar emotioneel en sociaal afgescheiden. Zijn aanwezigheid is het enige constante, zijn plek in de wereld blijft onzeker. Szalay laat zo zien dat sociale verschillen niet alleen abstract bestaan, maar voelbaar worden in hoe iemand wel of niet onderdeel kan zijn van de ruimtes en levens om zich heen.

    Aandacht voor het minieme

    Het vlees is uiteindelijk geen verhaal over groei of bevrijding. Het is een roman die laat zien hoe omstandigheden iemand kunnen vormen, beperken en opsluiten in patronen. Szalay toont hoe een jeugd zonder goede begeleiding, zonder duidelijke grenzen of steun, iemand een leven lang kan achtervolgen. István is soms onaantrekkelijk en vaak onbegrijpelijk, maar precies daardoor geloofwaardig. Hij staat voor velen die geen grote gebaren maken, maar vooral proberen te overleven in de omstandigheden die ze krijgen.

    De spanning in het boek komt voort uit stiltes, uit details, uit het ongemak van kleine momenten. Een blik kan een hele relatie veranderen, een aanraking kan een machtsverhouding blootleggen, een korte misser kan een levenspad verzegelen. Szalay vraagt de lezer om aandacht voor het minieme. In die kleine details schuilt de ware lading.

    Een roman die blijft nazinderen

    Het vlees vraagt geduld, omdat het weigert de lezer te belonen met een climax of een ommekeer. Maar juist dat maakt het boek krachtig. Het toont een leven dat grotendeels in de marge wordt geleefd, maar dat daardoor een scherp licht werpt op hoe afhankelijk mensen zijn van hun omgeving en van andermans wil. Szalay confronteert de lezer met vragen die zich niet laten afschudden: hoeveel invloed hebben we werkelijk op ons leven? Hoeveel van wat we doen is keuze, en hoeveel is reactie?

    István is geen gids of voorbeeld, maar een spiegel. Hij toont hoe een leven eruitziet wanneer richting verdwijnt, wanneer gebeurtenissen elkaar opvolgen zonder dat iemand ze naar zich toetrekt. En juist daardoor blijft de roman lang hangen: het is een verhaal dat weinig zegt, maar veel laat zien.

  • Dit is meer dan het zoveelste boek over de Tweede Wereldoorlog

    Dit is meer dan het zoveelste boek over de Tweede Wereldoorlog

    Jonathan Dimbleby is een bekend Brits historicus en Ruslandkenner, gevierd tv-commentator en presentator voor BBC en ITV. En auteur van veel goed verkopende boeken over de Tweede Wereldoorlog en over Rusland. Geen kleine speler op het overvolle mediaveld van WOII, je moet dus wel wat te bieden hebben wil je je met succes wagen aan weer een – ook nog volumineus – boek op dat gebied. Dat heeft Dimbleby met overtuiging en goed resultaat gedaan. Helaas vliegt hij op het einde, in de epiloog, enigszins uit de bocht.

    Het thema, de titel zegt het al, is de strijd aan het Oostfront die natuurlijk eerder begon dan in 1944, namelijk met Operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941. Dimbleby schreef daarover al een boek, dus pakt de draad logisch op bij het verdere verloop van die strijd en de smadelijke nederlaag van Nazi-Duitsland in 1944, culminerend in de volledige, onvoorwaardelijke overgave aan de geallieerden in 1945. Dat is allemaal bekend terrein.

    Duits en Russisch wangedrag

    De waarde van dit boek is tweeledig. Met een grote mate van – vaak gruwelijke – details wordt de strijd in de loopgraven en daarbuiten op het slagveld beschreven. Dimblebly gebruikt daarvoor krachtige middelen zoals dagboeken, brieven en herinneringen van zowel Duitse als Russische soldaten, van hoog tot laag in rang. Het wordt soms allemaal wat veel van het kwade, maar je wordt wel weer eens met de neus op de afschuwelijke feiten gedrukt. Daarbij heeft Dimbleby ook aandacht voor deportaties onder erbarmelijke omstandigheden.

    ‘Er waren geen medicijnen. Er waren geen dokters. Er was geen ziekenhuis. En mensen gingen gewoon dood. Mijn opa overleed na een week. De zus van mijn moeder… overleed gewoon vanwege het klimaat – door de hitte. En mijn broer van 15 werd bijna doodgeslagen.’ Dit citaat betreft geen Duits wangedrag, maar Russisch. Het gaat hier over de deportatie van de Krim Tataren op last van Stalin en Beria. Vergelijkbare en nog veel schrijnender citaten zijn er in overvloed. Bovenstaand citaat toont aan dat de strijd aan het Oostfront er niet een was van witte engelen, de Sovjets, tegen zwarte duivels, de Duitsers. Integendeel, aan Sovjetzijde zijn er buitengewoon veel voorbeelden van wreedheden, plus door ideologie en rancune veroorzaakt agressief gedrag tegen Joden, met een flink stuk Holocaust ook in dit gebied, en ook tegen de ‘niet zuivere’ Russen aan de randen van de Sovjet Unie. Daarmee wordt de Duitse rol niet minder, maar wel voorzien van een tegenkant.

    De strijd in 1944

    Naast uitvoerige, gedetailleerde informatie over het verloop van de strijd in 1944 aan de diverse fronten met een enorme onderlinge afstand, belicht de auteur de rol van de Duitse machthebbers. Waar de legerleiding nog wel eens een rationele gedachte had over terugtrekking en hergroepering, wimpelde Hitler alle argumenten weg. De Duitse militairen moesten zich dan maar doodvechten, want een laffe terugtrekking zou een eeuwige schande zij voor het ‘Herrenvolk’ dat immers toch zou gaan winnen. En Hitler maakte korte metten met allen die in zijn optiek in de weg liepen van de ‘Endsieg’. En tenslotte is boeiend dat het niet alleen ging om Duitsland en Rusland die tegen elkaar vochten, maar ook om vele ‘non state actors’ als Oekraïense fascisten, Hongaarse Pijlkruisers en diverse partizanengroepen met uiteenlopende vijanden.

    De tweede verdienste van dit boek is de weerlegging van de mythe dat de landing in Normandië op 6 juni 1944, D day, de beslissende wending in WOII zou hebben veroorzaakt. Dat was, onverlet de enorme verdiensten van die operatie, niet zo. Het Russische verzet aan het Oostfront en het terugdringen van de Nazi’s, ten koste van vele miljoenen slachtoffers, heeft bij die wending een minstens zo belangrijke rol gespeeld. We weten dat allemaal misschien wel, maar vergeten het soms of verdringen het in onze woede over het optreden van de huidige Russische machthebbers jegens Oekraïne.

    Directe lijn van toen naar nu

    In een epiloog van 14 bladzijden na 554 pagina’s tekst trekt de auteur een directe lijn van de toenmalige strijd aan het Oostfront en de belegerde Sovjet Unie naar de oorlog van Poetin met Oekraïne. Hij vergoelijkt zeker niet de agressie van Poetin maar wijst wel op de gevoeligheden in Moskou rond de (vermeende) snelle uitbreiding van de NAVO oostwaarts. Dimbleby wijdt drie pagina’s aan de jaren 90 waarin na het uiteenvallen van de Sovjet Unie en het einde van de Koude Oorlog bij de nieuwe Russische machthebbers door het Westen bij monde van de VS de indruk werd gewekt dat de NAVO niet die kant op zou uitbreiden. Maar de auteur meldt dat over de beroemde ‘not an inch’ uitspraak van VS-zijde tussen historici nog steeds een strijd woedt. Hij kiest geen partij maar begrijpt de gekwetste Russische gevoelens over die NAVO-uitbreiding wel. De NAVO-uitbreiding als feit was ‘een vernederende wetenschap’.

    Plan van Churchill

    Eerder in het boek behandelt Dimbleby de verhoudingen tussen de Sovjet Unie, Engeland en de Verenigde Staten in de periode 1943-1945. Hij beschrijft zonder veel nieuwe inzichten de conferenties van Teheran en Yalta in respectievelijk 1943 en 1945 en die van Potsdam na de Duitse capitulatie. Interessant, maar weinig werkelijk nieuws over de bekende uiteenlopende houding van Churchill en Roosevelt tegenover Stalin, en de betekenis van Roosevelts opvolging door Truman. Vast bekend bij insiders maar voor veel lezers misschien wel nieuw zijn de plannen van Churchill uit het late voorjaar van 1945 om deels met hulp van een herbewapende Wehrmacht een oorlog te beginnen tegen de Sovjet Unie. De aarzelingen bij de Britse legerleiding en vooral de stellige afwijzing van het plan door de VS deden de plannen in de lades van Downing Street 10 belanden.

    Jammer van het oppervlakkige einde, bij zo’n grondig boek past geen haastige epiloog. Maar Eindspel: 1944 blijft waardevol en interessant voor leek en historicus en wie niet opziet tegen hier en daar bombastisch taalgebruik heeft een op het oog volledig overzicht van 1944, wat velen als het beslissende jaar in WOII beschouwen. De huidige geopolitieke spanningen zijn deels maar niet uitsluitend veroorzaakt door de machthebbers in het Kremlin, maar mogen ons niet de ogen doen sluiten voor de heroïsche strijd van Moskou om de Nazi’s  diep in hun eigen land terug te dringen en buiten de deur te houden. Ongetwijfeld had Stalin met dit laatste zijn eigen geopolitieke agenda op het oog en verschoof de optiek langzaam maar zeker van het winnen van de strijd tegen Duitsland naar het moeizaam vormgeven van de naoorlogse wereldorde. Dat die nu weer fundamenteel op het spel staat geeft Dimbleby’s boek een actualiteit die verder gaat het zoveelste boek over 1940-1945.

     

     

    Eindspel: 1944 - Hoe Stalin de oorlog won

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    Jonathan Dimbleby

    Met illustraties

    Translation by: Auke Leistra

    Uitgever: De Arbeiderspers (2024)

    ISBN 9789029552943

    660 pagina’s

    Prijs: € 34,99

    Buy with Libris
  • Oogst week 42 – 2024

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    De Britse historicus en schrijver Jonathan Dimbleby (1944) is presentator van radio- en televisieprogramma’s over actuele zaken. Hij begon daarmee in 1969 bij de BBC en schreef mee aan televisieseries die hij zelf presenteerde. Boeken van zijn naam zijn onder meer: The Palestinians (1978), Russia: a journey to the heart of a land and its people (2008), Barbarossa – Hoe Hitler de oorlog verloor (2021).

    Dit jaar verscheen Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won. Dimbleby geeft daarin een nauwgezette analyse van de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen in het allesbepalende jaar 1944. Er werd een moordaanslag op Hitler gepleegd, de geallieerden landden op de stranden van Normandië en tegelijkertijd bracht het Rode Leger in Operatie Bagration de Duitse Wehrmacht een verwoestende nederlaag toe, waarbij Wit-Rusland en het oosten van Polen werden heroverd. Nazi-Duitsland werd op de knieën gedwongen. Deze Russische triomf aan het oostfront kenmerkt de geschiedenis van Europa na de oorlog. Churchill en Roosevelt bogen voor Stalin die Oost-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde hebben. Dimbleby legt verbanden tussen dit succes en de huidige oorlog van Poetin in Oekraïne.

     

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won
    Auteur: Jonathan Dimbleby
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    De A van Asta

    De Deens Tine Høeg (1985) schreef met De A van Asta niet een roman in de gewone zin van het woord. Ze speelt met woorden. De tekst bestaat uit korte zinnen en regels met een of meer witregels ertussen. Soms bestaat een regel uit één woord, en een of twee zinnen of regels op een bladzijde komen ook voor. Interpunctie ontbreekt vrijwel.

    Asta, de hoofdpersoon en ik-verteller is bezig aan een boek over een Poolse cementkunstenaar. Ze wordt gestoord in het werk en gaat terug naar het verleden als ze een uitnodiging ontvangt voor een herdenkingsdienst voor August, een jongen met wie ze in hetzelfde studentenhuis woonde en die tien jaar eerder is overleden. Mai was destijds al haar beste vriendin en is dat nog steeds. Geregeld past Asta op het zoontje van Mai.

    De roman gaat over het studentenleven van toen, de feestjes en verliefdheden, waarin August een relatie had met Mai. Over wie ze dachten te zijn en wie ze nu zijn. Angsten, herinneringen en ambities komen boven. Op trage wijze laat Høeg het verhaal tot leven komen dat Asta nooit aan Mai heeft durven vertellen. Hoe waren de onstuimige dagen voorafgaand aan Augusts dood, wat gebeurde er werkelijk in de nacht dat hij stierf?

    Het boek werd bewerkt tot een toneeltekst en opgevoerd door het Koninklijk Deens Theater.

    De A van Asta
    Auteur: Tine Høeg
    Uitgeverij: Koppernik

    Intermezzo

    De Ierse schrijfster Sally Rooney (1991) staat bekend als iemand die schrijft over de millennials. Door The Guardian werd ze uitgeroepen tot dè millennialstem en Time rekende haar in 2022 tot de meest invloedrijke mensen ter wereld. Rooney noemt zichzelf een feminist en een marxist, sommige critici spreken vooral dat laatste tegen.

    In haar roman Normale mensen zet ze wat als normaal en niet-normaal wordt gezien tegen elkaar af. Deze roman werd genomineerd voor de Booker Prize en won belangrijke andere prijzen. Er werd ook een televisieserie van gemaakt, net als van Gesprekken met vrienden.

    In Intermezzo, Rooney’s vierde roman, rouwen twee zeer verschillende broers om de dood van hun vader. Peter, een dertiger, is een succesvolle advocaat in Dublin. Hij heeft relaties met twee vrouwen en geen idee hoe hij die moet handlen. Hij lijkt onaantastbaar, maar kan niet zonder slaapmedicatie. De tweeëntwintigjarige Ivan, een professioneel schaker en sociaal onhandige loner, krijgt een relatie met de achttien jaar oudere, net gescheiden Margaret. Hij is niet bepaald dol op zijn broer. ‘Opzettelijk zacht, bijna sissend, zegt Ivan: “God man, wat haat ik jou. Mijn hele leven al.” Zonder zich te verroeren, zonder om zich heen te kijken of andere gasten of de serveersters op hen letten, zegt Peter alleen: “Weet ik.”’ Rooney ontleedt de karakters van de twee broers.

     

    Intermezzo
    Auteur: Sally Rooney
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Toegang tot het levende verleden

    Toegang tot het levende verleden

    De Amerikaanse journalist Virginia Cowles schreef in 1941 Looking for trouble, waarin ze haar avonturen als verslaggever van oorlogshandelingen vastlegde, van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 tot aan de Battle of Britain in 1940. Het boek verscheen onlangs voor het eerst in een prachtige vertaling getiteld Op oorlogspad van Auke Leistra op de Nederlandse markt.

    Virginia Cowless maakte van 1936 tot 1940 een tocht ‘achter de vlammen aan’ langs alle gewapende conflicten in Europa. Van Spanje, via Tsjechoslowakije, Polen, Finland naar Engeland. Spanje is volgens haar het begin van alle ellende geweest, omdat de overwinnaars van 1918 zich er niet mee bemoeiden en de vrije hand gaven aan Hitler en Mussolini enerzijds en Stalin anderzijds. In Spanje brengt ze beide zijden in de Burgeroorlog van nabij in beeld, zonder te oordelen: ‘Ik schreef over de dingen die ik gezien en gehoord had, maar probeerde ze niet te interpreteren.’ Beide zijden in het Spaanse conflict probeerden haar in hun kamp te trekken en de minder leuke zijden te verbloemen. De Francogezinde persofficier Rosalles, die haar in zijn fraaie bolide langs het front rijdt, zegt telkens: ‘Daar kun je maar beter niet over schrijven’. Bijvoorbeeld over de stad Guernica. Volgens de persofficier werd de stad in de fik gestoken door de Republikeinen; in werkelijkheid, en als zodanig ook door Cowles benoemd, werd de stad door een Duits bombardement vernietigd.

    Dagelijks brood

    Cowles neemt je mee naar het front aan beide kanten en is voor de duvel niet bang: ze wil weten hoe de mensen hier overleven. Of dat nu het front in het warme Spanje is, of in het ijskoude Finland, de gevechten in de loopgraven in Spanje of in de lucht om Groot-Brittannië. Ze neemt je ook mee als ze zelf moet vluchten voor het oorlogsgevaar, in juni 1940 bijvoorbeeld, uit een door de Duitsers bijna veroverd Parijs, dat tot haar stomme verbazing door de autoriteiten zonder slag of stoot aan de invallers wordt prijsgegeven. Haar vlucht is een hartverscheurende tocht, waarbij ze de spanning niet kunstmatig opwekt door een detectivetoontje, maar door gewoon te beschrijven wat ze ziet.

    De schrijfster treft je met scherpe observaties en trefzekere bewoordingen. Ze kan heel subtiel aangeven hoe de mensen met de oorlog omgaan. Bij een bombardement schrijft ze: ‘De enigen die het vertikten om van hun plek te komen waren de vrouwen die in de rij stonden voor een bakkerij. Ik neem aan dat een snelle dood te verkiezen is boven de hongerdood.’ Van deze relativerende en tegelijkertijd ijzingwekkende observaties staan er meer in dit boek. Ze was vooral geïnteresseerd in de menselijke kant van het conflict: ‘De krachten die mensen aanspoorden zulke beproevingen te ondergaan, en de paradoxale mix van heftige en zachte eigenschappen die door het leed werden getriggerd.’

    Persoonlijke observatie en contact

    Cowles is ook een begenadigd biograaf van allerlei toonaangevende figuren in deze vooroorlogse tijd. Zij vertelt geen verhalen uit de tweede hand, maar put uit eigen ervaringen met Chamberlain, Churchill en Mussolini. Ze bezocht bijeenkomsten waar Hitler sprak. Ze ontmoette in Spanje onder meer de journalist Ernest Hemingway en ook Martha Gellhorn, die onterecht veel bekender dan zij is geworden. Zij was in staat om mensen te doorgronden en inzicht te geven in hun beweegredenen, alsof ze hen dagelijks observeerde en bestudeerde. Ze kwam ook tot verrassende opvattingen. De regering Chamberlain sloot volgens haar geen compromis uit angst, maar uit een oprecht geloof in de bereidheid van Duitsland zich een goede buur te betonen. Ze beweert dat Hitler uitgegroeid zou zijn tot een van de machtigste mensen van Europa, als hij gestopt was na de inname van het Sudetengebied in Tsjechoslowakije. Hitler was populair en genoot groot aanzien, al vindt ze dat moeilijk voorstelbaar, gezien de geringe indruk die hij op haar maakte. Ook Mussolini maakte op haar weinig indruk. Ze noemt hem ‘parmantig, een kleine, gedrongen man … hij liep met het hoofd in de nek en de borst naar voren – alsof de helft van zijn lichaam te groot was voor de rest.’

    Het boek is ook interessant door haar observaties van de cultuur van een land, of het nu om Engeland, Frankrijk of om Rusland gaat. Ze introduceert de Sovjet-Unie bijvoorbeeld door middel van de paradox dat er in dit land wel zilvervossenbontjassen voor de rijken te koop zijn, maar dat de gewone man alleen lege schappen aantreft, waar wollen kousen behoren te liggen. Ze ergert zich aan de onzekere, puberale manier waarop de communistische regering zich presenteert als het land dat geen fouten maakt.

    Paustovskij

    Dat brengt ons bij nog een reden waarom dit boek zo de moeite waard is. Lezing nodigt uit tot het maken van een switch naar het heden. Finland als het hedendaagse Oekraïne. Tsjechoslowakije als voorbeeld voor de NAVO om Rusland geen duimbreed te geven. Ze spiegelt ons als het ware voor dat al te grote clementie met de krachten van de duisternis uiteindelijk als een boemerangbom op onze cultuur zal neerdalen. Ook toen was het al lastig om de slagkracht van het Rode Leger in te schatten. In de strijd tegen de Finnen leek dat dit enorme leger qua manschappen materieel weinig voorstelde. Als Frankrijk en Engeland de Finnen niet in de steek hadden gelaten zou het land uiteindelijk niet bezweken zijn.

    Virginia Cowles beschrijft de conflicten van haar tijd als een strijd ‘om genade en gerechtigheid voor de wereld te behouden, en de waardigheid van de mens te behoeden.’ Ze laat zien dat onbuigzaamheid tegenover het kwaad een goede eigenschap is en zweert in dit verband bij Engeland, dat uiteindelijk niet boog, al leek het er in 1938 wel op.

    Haar manier van schrijven lijkt op die van de Russische schrijver Paustovskij. Ze was op het juiste moment op de juiste plaats en geeft de lezer van nu daarmee rechtstreeks toegang tot het levende verleden.

  • Oogst week 22 – 2023

    Ten oosten van de Middellandse Zee

    Abdelrahman Munif (Saoedi  Arabië, 1933-2004) was journalist en schreef romans, korte verhalen. Zijn literaire werk is sterk politiek getint. Veel van zijn boeken werden in eigen land verboden en in 1963 werd hem het staatsburgerschap ontnomen. In zijn cyclus Steden van zout beschreef hij wat de ontdekking van olie in sociologische en psychologische zin deed met de bedouïenencultuur. Het onlangs verschenen Ten oosten van de Middellandse Zee is de eerste roman van hem die in het Nederlands is vertaald. Hoofdpersoon is Rajab Ismail die elf jaar lang gemarteld wordt in een niet met name genoemd land in het Midden-Oosten. Hij ondertekent onder zware druk een bekentenis, mag naar Frankrijk om zich te laten behandelen en besluit daar zijn memoires te schrijven. Als hij zich daarin ook uitlaat over de mensenrechtenschendingen in zijn land blijkt hoe lang de arm van het regiem is.
    Dat de Nederlandse vertaling er is is bijzonder, want hoewel Munif in het Midden-Oosten erg populair is, is er maar erg weinig van hem vertaald.

    Ten oosten van de Middellandse Zee
    Auteur: Abdelrahman Munif
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Op oorlogspad

    Virginia Cowles (1910-1983) was een Amerikaanse journaliste en reisboekenschrijfster. Ze schreef over mode, maar veel meer over oorlogen. Ze heeft ook enkele biografieën op haar naam staan. Op oorlogspad gaat over de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog. De Engelse oorlogscorrespondent Christina Lamb vertelt in haar voorwoord een aardige anekdote over Cowles die illustreert hoe luchtig ze soms zware materie kon presenteren.
    Lloyd George had in de Sunday Times een artikel van Cowles over de Spaanse Burgeroorlog gelezen en daaruit geciteerd in het Lagerhuis. Niet veel later vroeg hij Randalph Churchill (zoon van Winston) de auteur van het artikel van wie de naam niet in de krant had gestaan, mee te nemen naar de lunch. Toen Lloyd George haar zag was hij zeer verbaasd dat zo’n mooie Amerikaanse zo gezagvol kon schrijven. Toen hij van de schrik bekomen was liet hij haar zijn kippen, koeien en varkens zien en gaf haar bij het vertrek een pot honing en twaalf appels mee.

    Op oorlogspad
    Auteur: Virginia Cowles
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen

    Wat aan Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen het meest opvalt zijn de prachtige illustraties. Het boek is een geschiedenis van de botanie in Nederland door wetenschapsjournalist Gemma Venhuizen die als uitgangspunt nam de collectie van Ed Brinkkemper die jarenlang kruiden- en plantenboeken verzamelde vanaf de zestiende eeuw. In het voorwoord schrijft Venhuizen: ‘Op een koude februariavond ontmoette ik Ed Brinkkemper (…) Ik nam de bus van Amsterdam-Noord naar Zaandam en wandelde verkleumd langs de Zaan. Het rook er naar cacao, en even zag ik voor me hoe ik ook thuis op de bank had kunnen zitten, met een kop warme chocolademelk. Maar toen belde ik aan bij Ed Brinkkemper en was ik mijn koude vingers op slag vergeten. Op blote voeten stond hij in de deuropening, dreadlocks tot voorbij zijn middel, een twinkeling in zijn ogen’.

    Hemelsleutel De Brinkkempercollectie van botanica in de Lage Landen
    Auteur: Gemma Venhuizen
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Vast in het ijs

    Vast in het ijs

    Dit is het tweede boek van de Ierse schrijver Cormac James. Eerder werd een aantal verhalen gepubliceerd in tijdschriften en in 2000 verscheen zijn eerste roman Track & Field. Zijn tweede boek Dwars door het ijs, uit 2014, is nu in vertaling verschenen. Het gaat over een expeditie in 1850, naar de sporen van een eerder verloren gegane expeditie naar de Noordpool. Die expeditie, die onder leiding van Sir John Franklin in 1845 vanuit Londen was uitgevaren, spreekt tot de verbeelding en tot op de dag van vandaag wordt er nog gezocht naar sporen ervan. Al eerder werden schrijvers, zoals Margaret Atwood en Mordecai Richler er door geïnspireerd; zelfs in Jane Eyre wordt kort melding gemaakt van de expeditie en Charles Dickens heeft er een gedicht over geschreven.

    Wat denkt James daar dan over te zeggen of aan toe te voegen? Hij zoekt het in het schrijven van een verslag over het wel en wee van de expeditie die op zoek gaat naar sporen van Franklin en bemanning. Helaas slaagt James er niet in om de lezer te boeien.
    Vanaf het begin is eigenlijk al duidelijk dat de expeditie niks zal worden en dat de bemanning veel ontberingen zal meemaken. En inderdaad: zij komen vast te zitten in het ijs, hebben geen enkel vooruitzicht om op korte termijn los te komen, hopen op beter weer en lijden onder de permanente dreiging van aanvallen van ijsberen, etc.

    Het verhaal moet het hebben van beschrijvingen van de mannengemeenschap en over het leven op het schip met al zijn bedreigingen. De enige relatie die wordt uitgewerkt is die van de vrienden en hoofdpersonen: stuurman Morgan en scheepsarts DeHaven. De dokter had eigenlijk niet mee gewild, wil ook steeds terug omdat hij weinig geloof heeft in de expeditie en zijn gelijk ziet in de zeer geringe voortgang die wordt geboekt. De stuurman zit op de boot omdat hij zin had in avontuur en weg wilde bij zijn vrouw, maar verliest gaandeweg eveneens zijn geloof in het succes van de expeditie. De karakters van de overige bemanningsleden blijven vlak. Pas op het eind komt de kok Cabot min of meer tot leven – en tot de dood: hij verdraagt de ontberingen niet langer.

    Een zwangere vrouw aan boord
    Om het spannender te maken introduceert de schrijver een verstekeling, Kitty. Tijdens het verblijf in Disko, de laatste plaats waar ze proviand in sloegen voor de verdere reis, had de stuurman een relatie met Kitty. Kitty wil heel graag weg uit Disko, raakt zwanger van de stuurman en besluit stiekem aan boord te gaan. Wanneer de boot al ver op weg is, komt ze tevoorschijn.

    Wat met haar te doen? Het is te laat om terug te keren, dus veel mogelijkheden zijn er niet en uiteindelijk wordt het kind aan boord geboren. Dat alles leidt tot de nodige verwikkelingen in de knoestige mannenwereld, maar erg interessant zijn die niet. De psychologische uitwerking is oppervlakkig en gaat vooral om leven en dood, in casu geboorte en dood. In de relatie tussen Morgan en Kitty speelt liefde geen rol, ze gaan op een zakelijke, volwassen manier om met de ontstane situatie, ze zijn min of meer tot elkaar veroordeeld. Naarmate het kind ouder wordt, groeit de liefde van de stuurman voor zijn zoon. Maar Morgan is introvert en laat weinig tot geen emoties zien; wat er gebeurt speelt zich voornamelijk in zijn hoofd af.

    Wanneer de kapitein overlijdt, krijgt de stuurman het commando over het schip. Hij raakt in tweestrijd: gaan we terug of gaan we door? Het schip ligt dan al 2 jaar vastgeklonken in het dikke ijs. Morgan kiest ervoor met een aantal manschappen, per slede versterking te halen en laat moeder en zoon achter op de boot.

    Waardering
    Het verhaal biedt te weinig om bijna 400 bladzijden lang te blijven boeien. Het deel over de hoofdpersonen is te oppervlakkig. In verhouding daarmee is er te veel tekst gewijd aan het verloop van deze expeditie, aan de ontberingen, aan een leven in het desolate gebied van de Noordpool, in meer dan één opzicht een ijzig klimaat.

     

     

     

  • De mens als wolf voor zijn medemens

    De mens als wolf voor zijn medemens

    Verleden jaar september vroeg een concertbezoeker zich, na een gitzwart concert door het Koninklijk Concertgebouworkest, af waar de hoop was gebleven. Zij had alleen maar verkeerd, zoals het programmaboekje kopte in ‘de schaduw van Het Sublieme.’ Een Kyrie en een Requiem, een stuk van Varèse en een ironische wals van Ravel waren over haar heen gedenderd. Monolieten hadden gechoqueerd, klankwolken hun bezwerende werk gedaan. Er was geen ontsnappen aan mogelijk geweest.

    Iets soortgelijks overkomt de lezer van de twintig verhalen van de vooral als reisschrijver bekend staande auteur Paul Theroux, die in een vertaling van Auke Leistra zijn verschenen onder de titel De vrouw van de reiziger. Theroux schept een beeld van de mens waarin je niet zou willen berusten, terwijl je ondertussen zoekend bent, of er niet iets achter of in de verhalen verborgen zit wat ontsnapping kan bieden en een beetje licht en lucht geeft. Al is het maar voor even. Als je het boek bijna uit hebt, lijkt er iets te dagen. In het titelverhaal en de verhalen erna.

    Maar voordat je bij die verhalen bent aangekomen, heb je als lezer al heel wat achter de rug. Een wasberenplaag rond het huis van een vader en twee zoons die met de dag erger wordt. ‘Ze nemen het over’, is de angst. Een galeriehoudster die mensen binnen haar invloedssfeer trekt en genoegen schept in hun ondergang. Een Engelse schrijver die in de tijd dat hij in Boston is voor een lezing dreigmailtjes krijgt. Pubers die met een modelspoortje op de muziek van Rip It Up van de Rolling Stones speelgoedvoetgangers dood rijden die staan voor medescholieren en ondertussen in staat zijn een bom te maken, wat ze een gevoel van macht geeft. Een man in Thailand, die omgang heeft met een ladyboy. En zijn collega die zegt: ‘Ik heb het over de vrouwen. Die glimlachjes, dat lievige. Dat is allemaal voor openbare consumptie. Privé is het het tegenovergestelde, alsof ze wraak nemen. Alsof ze ontaard zijn. En niet alleen hier. Ik heb ook een tijdje in Japan gezeten, voor een ander bedrijf. Die lieve geisha’s ontpopten zich thuis als draken.’

    , dood en verderf zaaiend, wraak nemend en genietend van het leed van de ander. Dat zijn enkele thema’s van de verhalen van Theroux. Soms komt het kwaad van buiten zoals bij de wasberenplaag en de dreigmailtjes, en soms komt het van binnenuit. ‘Zo ongeveer om de vier jaar ga ik terug naar mijn dorp, dat niet ver van Bergen ligt. Het is altijd een vreselijk bezoek. Ik word razend als ik zie wat er gebeurd is. Het is zo erg geworden dat ik er bijna niet meer heen durf. De bezoeken maken me van streek, omdat ze mij doen inzien dat ik hypocriet ben. Mijn prachtige dorpje biedt nu onderdak aan Pakistani’s, Indiërs, Afrikanen, Vietnamezen – bruine mensen die hier gekomen zijn als vluchteling, zogenaamd, omdat de Noren zo vriendelijk zijn om ze huizen en uitkeringen te verschaffen.’

    Zulke verhalen zetten aan tot zelfonderzoek. Je moet het kwaad misschien niet willen begrijpen. Alleen al het jezelf afvragen: waar sta ik, wat zou ik doen is al genoeg. Niet berusten, maar ook niet rusten. Misschien is het titelverhaal, De vrouw van de reiziger, daarom zo sterk, omdat het laat zien dat de mens zichzelf is en zichzelf wil zijn.
    De vrouw van … is een bekend fenomeen. Maar in het verhaal is zij het die op een gegeven moment besluit op reis te gaan en onderweg niets van zich te laten horen. Nu is het de man die thuis zit, bang dat er iets met zijn vrouw is gebeurd. De lezer kan sympathie opbrengen voor de vrouw, maar zich ook inleven in de angst van de echtgenoot.

    Niet alle verhalen zijn zo sterk als het titelverhaal en het qua thematiek eraan verwante verhaal De eerste wereld. Soms belooft de spanningsopbouw veel, zoals in het genoemde verhaal Rip It Up, maar is de ontknoping teleurstellend. Soms is het volstrekt onduidelijk waar de schrijver heen wil, zoals in Autostop in Italië. Soms is het taalgebruik te afstandelijk om je het verhaal in te zuigen. Maar de verhalen die wel raken of tot zelfonderzoek aanzetten, maken het lezen van de bundel uiteindelijk de moeite waard. Letterlijk en figuurlijk.


    De vrouw van de reiziger

    Auteur: Paul Theroux
    Vertaald door: Auke Leistra
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas Contact
    Aantal pagina’s: 421
    Prijs: € 21.99

  • Een transatlantische impasse

    Een transatlantische impasse

    Door Rein Swart

    De omslag toont een schaatsende jongen, die aan zijn zwaaiende armen te zien met veel plezier op ijshockeyschaatsen over een meer roetst. Dat zou best wel eens Hans van de Broek kunnen zijn, die zijn jeugdjaren doorbracht in Den Haag en omgeving. Op het moment dat het verhaal begint (in 1999) is hij analist in de Londense aandelenwereld, getrouwd met de Engelse Rachel en staat hij op het punt haar na te reizen naar New York, waar zij al werkt als bedrijfsadvocate en waar ze van plan zijn enkele jaren te blijven. Een senior vice president ziet dat hij op kantoor zijn spullen aan het inpakken is en waarschuwt Hans uit eigen ervaring dat het niet meevalt om weg te gaan uit New York als je daar eenmaal hebt gewoond.
    ‘Maar hij blijkt toch gelijk te hebben, in zekere zin,’ zegt de schrijver een bladzijde verder. ‘Nu ik de stad zelf ook heb verlaten, heb ik er moeite mee om los te komen van het gevoel dat het hele leven een soort naoogst is.’

    Het boek begint dus met een terugblik op zijn New Yorkse jaren, waar Hans zo weinig mogelijk aan wil terugdenken, maar hij moet wel als hij in het voorjaar van 2006 een telefoontje krijgt van een verslaggeefster van de New York Times, die hem ondervraagt over zijn relatie met Chuck Ramkissoon uit Trinidad, wiens lijk gekneveld in een kanaal is gevonden.
    De schrijver trekt ons vervolgens het verhaal in met een boeiende beschrijving van de eerste ontmoeting tussen Hans en Chuck, die als scheidsrechter tijdens een cricketwedstrijd met een pistool bedreigd wordt door een opgewonden toeschouwer en die met zijn rustige stem weet te kalmeren.

    Joseph O’Neill beschrijft met veel gevoel de werk- en sportwereld (cricket) van Hans in New York en verweeft daarin jeugdherinneringen uit Den Haag. De moeilijke relatie met zijn vrouw Rachel was voor mij het meest boeiende aan het boek. Rachel is nogal fel over de Irak-oorlog en wil daarom niet meer in Amerika wonen, waardoor ze enkele jaren een lat-relatie krijgen, die door Hans een transatlantische impasse wordt genoemd en die hij als een absoluut dieptepunt in zijn leven ervaart. Om daar uit te komen bezoeken ze in Londen een huwelijkstherapeute.
    O’Neill schetst een mooi beeld van New York en speciaal van Brooklyn waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt. De Irak-oorlog wordt een test voor gewetensvol politiek denken genoemd en dat is nog steeds actueel. Hans geeft eerlijk toe dat hij, anders dan zijn Engelse vrouw, niet weet wat hij ervan moet denken.

    Soms wordt de schrijver wat lang van stof en is het niet helemaal duidelijk waar hij met zijn verhaal naar toe wil, maar de anekdotes zijn vermakelijk, bijvoorbeeld over zijn bijzondere mede-gasten in het beroemde Chelsea Hotel waar ze verblijven, nadat ze niet meer in hun loft kunnen wonen.
    Aan 11 september 2001 zelf maakt Hans weinig woorden vuil, evenmin aan de bevalling van zoon Jake, die volgens mijn berekeningen in oktober 1999, dus vlak na aankomst in New York moet zijn geboren.
    Dat de schrijver zelf ook vaak data invoegt, is mijns inziens te wijten aan de zwalkende compositie. De jeugdherinneringen zijn evenmin organisch ingevoegd.

    Ondanks een veelbelovend begin blijft het drama teveel op afstand. Hans laat niet het achterste van zijn tong zien; hij kan dat misschien vanuit zijn beperkte gezichtspunt ook niet; hij geeft toe dat de relatie-crisis een ‘unilateraal falen van zijn kant’ is.
    Het blijft daardoor te beschouwend, er vindt geen echte loutering plaats en daarom is er ook geen echt nieuw begin. Een bodyzeurver, noemt Rachel Hans als ze na alle perikelen op vakantie zijn in Kerala, India en Hans haar aandacht wil voor de mooie hoge golven waarop zij met hun lichaam kunnen surfen, terwijl zij diepgang zoekt.

    Een niet geheel overtuigende winnaar van de PEN/Faulkner Award for Fiction 2009.