• Ingenieuze historische schelmen- en ideeënroman in één

    Ingenieuze historische schelmen- en ideeënroman in één

    In 1782 verscheen in Frankrijk Le Chirurgien Dentiste van de toen 50-jarige tandarts Pierre Fauchard. Het was een belangrijk boek omdat het uitging van medische behandeling van defecten aan gebitten. Tot dan toe moest je met rotte tanden naar de barbier, die zonder veel compassie het kwaad met wortel en tand weghaalde. Of je teisterde zelf je kaken om van de pijn af te komen. Fauchard hield het niet bij trekken maar maakte serieus werk van reparatie en zelfs transplantatie van tanden.

    Een van de motto’s in de jongste roman van Auke Hulst, Tandenjager, komt uit die gebittenbijbel: ‘De tanden in hun natuurlijke staat zijn de meest gepolijste en hardste botten van het menselijk lichaam; tegelijk zijn ze het bevattelijkst voor kwalen die acute pijn veroorzaken en soms zeer gevaarlijk kunnen zijn.’ Dat lijkt bij eerste lezing een nuchtere constatering, maar wie deze sprankelende roman ten volle heeft verteerd en het motto herleest beseft dat er een metafoor in zit voor de samenleving.

    Tanden van jong gesneuvelde soldaten

    Auke Hulst neemt de lezer mee naar het begin van de negentiende eeuw. Fauchard had met zijn behandelingen school gemaakt. Wie het kon betalen (nog altijd een kleine minderheid van rijkeren) kon zijn gebit laten renoveren of implantaten laten plaatsen. Daarmee kon je je tenminste weer vertonen zonder je lippen stijf op elkaar te houden. Maar de praktijkhoudende tandartsen moesten wel aan vervangende tanden zien te komen. Die waren volop voorradig bij jonge gesneuvelde soldaten op slagvelden.

    Daarmee begint Tandenjager. Eerst in een prelude met de doodsstrijd van soldaat Amadeo d’Isenbardt nabij Quatre Bras en daarna met de introductie van een sluwe Nederlander, die zich naargelang hem het beste uitkomt Vos Jacobsz en Jacobi Fox noemt. Zijn echte patroniem gebruikt hij nooit en dat heeft een reden. Hij is de buitenechtelijke zoon van een baron. Zijn moeder die bij de baron in dienst was, is om voor de buitenwereld het geheim te verbloemen getrouwd met een hork van een – streng gelovige – (stief)vader. De moeder is gestorven tijdens de vroeggeboorte van een dood broertje dat Vos uit schuldgevoel over haar dood in de roman kwellend blijft achtervolgen als zijn ‘gebroerte’.
    De moeder heeft Vos gevoed met liefde voor literatuur en ingewijd in het Verlichtingsdenken: hij is atheïst geworden. Het armoedige milieu waaruit hij komt (de baron erkent hem niet als zijn zoon) en zijn slechte gebit bieden hem weinig toekomst.

    Puntgaaf gebit uithakken

    Daar wil hij verandering in brengen. Hij gaat tanden roven van gevallenen op het slagveld en die verkopen aan artsen. Als hij het lijk van Amadeo vindt, ontdekt hij dat die een puntgaaf gebit heeft. Hulst beschrijft heel precies hoe Vos dat eruit hakt (ja, hij weet hoe hij gruwelijke taferelen moet presenteren) om het vervolgens door zijn afnemer, een Londense tandarts, in zijn eigen mond te laten plaatsen.
    Maar hij ontdekt meer op het lijk van Amadeo: bizarre liefdesbrieven van een gravin, Margaux, die in Nederland een landgoed en in Suriname plantages bezit. Hij ziet dé kans om zich voorgoed uit zijn armoede te verheffen door te proberen het aan te leggen met Margaux.

    Hulst sleept de lezer vervolgens mee in een avontuur dat heel lang raadselachtig blijft totdat uiteindelijk alles op zijn plek valt. Margaux is geen gewoon wezen. Ze is een ‘vleermens’, een vampier. Ze heeft mannen nodig voor haar bestaan, zoals een vampier bloed zuigt. Haar grootste angst is zich aan een man uit te leveren. Het lukt Vos echter om haar in te palmen en dat wordt een probleem als Margaux en hij echt verliefd op elkaar raken. Dat kan zij zichzelf niet toestaan. Copulatie, vooral als die een zwangerschap tot gevolg heeft, is in haar geesteswereld fataal.

    Vooravond Slag bij Waterloo

    Tandenjager is een razend knappe verknoping van een historische, schelmen- en ideeënroman in één. De schelm vertoont zich in de jonge Vos die, in armoede opgegroeid, zich met list en bedrog een weg baant in de wereld. Maar hij komt ook tot inzichten door de confrontatie met conflicterende ideeën: de Verlichting tegenover het godsgeloof en de Bijbel als levenssnoer, de machtswellust van de mens tegenover de natuur en tegenover medemensen, lijden en onsterfelijkheid, liefde en racisme. Tijd en plaats van handeling zijn niet alleen belangrijk door de ontwikkeling van de wetenschap, maar ook door de laatste Napoleontische oorlog en de afschaffing van de handel in slaven. Daarbinnen is wat er tussen Margaux en Vos gebeurt de motor van het verhaal.

    Hulst beschrijft de wereld van toen in levendige en smeuïge bewoordingen. Neem hoe hij zicht biedt op het leven aan de vooravond van de slag bij Waterloo: ‘Dezer dagen puilde de stad uit (…) Vos was te voet gekomen. Hij had overnacht in een mistroostig gat dat wegzonk in het moeras, was met de pont de Donge overgestoken, en had Tilburg bereikt, waar geroddeld werd over de sodomie van de Prins van Oranje. Voorbij Antwerpen waar hij zijn vermomming had bemachtigd, had hij in het open veld in een bivak rondgehangen, handelend in sterke drank en worst, doof voor de toespelingen van de soldaten. Het bataljon was door desertie al enkele opportunisten kwijt geraakt die voor het schamele handgeld in dienst waren getreden; minder verstandige lieden hunkerden naar het veld van eer.’ Op een dergelijke manier reis je in Tandenjager hotsend en botsend mee in reiskoetsen en voel je de insectenbeten en de modder aan je voeten als Vos door het oerwoud trekt.

    Lievelingsboek is Don Quichot

    De roman staat verder bol van de intertekstuele verwijzingen naar literatuur die in het begin van de 19de eeuw veel gelezen werd of actueel was (het is op zich al een groot genoegen zoveel mogelijk schrijvers te ontdekken): Shakespeare, Shelley, Keats, Blake, Dante, Kant, noem maar op. Tandenjager doet ook in dat opzicht nergens geconstrueerd of gezocht aan. De citaten zijn er allerminst met de haren bij gesleept en passen organisch in de wereld van Vos en Margaux. Zo is het lievelingsboek van Vos niet voor niets Don Quichot. Het is zo ongeveer het laatste dat hij kwijtraakt als hij zich een vluchtweg ploetert vanaf een plantage in Suriname. Zijn liefde voor de onbereikbare Margaux is hetzelfde lot beschoren als die van Quichot voor zijn Dulcinea. Wie niet wordt geciteerd is Bram Stoker, maar naar diens roman lijkt Tandenjager vooral in zijn vorm te verwijzen. Net als Dracula is Hulsts roman voor een groot deel opgebouwd uit dagboeken en brieven.

    Tenslotte is er de prachtige compositorische opzet van Tandenjager. Het verhaal springt heen en weer in de tijd, maar wordt bij elkaar gehouden door enkele hoofdstukken over bepalende jaren en plaatsen die als scharnieren fungeren en naast een topografische kaart als titel een muzikale beweging hebben: ‘prelude scherzo ostinato nocturne’. Tandenjager is een intense leeservaring. Je hebt een paar dagen nodig om ervan bij te komen.

     

     

  • Op zoek naar het eeuwige leven

    Op zoek naar het eeuwige leven

    Het is even wennen, de futuristische wereld die Auke Hulst in Slaap zacht Johnny Idaho neerzet. Deze roman speelt in een wereld die lijkt op de onze, maar die toch totaal anders is met weblenzen, swipes en taps. ‘Veel berichten gaan over sociale onrust in ooit welvarende steden, in ooit welvarende landen, waar ooit de zon scheen. Londen brandt. Madrid smeult na, in San Francisco hebben ordediensten de toegang tot Millionaire’s Row gebarricadeerd. Silicon Valley wil zich afscheiden, burgermilities brengen de technies zo nu en dan een slag toe.’ Welkom in de wereld van Auke Hulst, waarin weblenzen het leven domineren, zoals bij de kennismaking met personage Hatsu blijkt: ‘Voor de spiegel doet ze haar oude weblenzen in. Ze probeert dóór haar lenzen heen te kijken, voorbij de informatiestromen, en ziet diezelfde data terug in het spiegelbeeld. Ze sluit niet uit dat er een camera is verstopt achter het glas. En hoeveel voyeurs liften mee op wat haar lenzen registreren? Eén paar ogen? Meerdere?’

    Hier wordt meteen gekenschetst in wat voor een Big Brother-achtige samenleving de personages zich staande moeten houden. Wie kijkt er mee en wie houdt je in de gaten? Er is een ‘Oog’ dat alles registreert en vastlegt. Dit, in combinatie met de ratrace waarin iedereen verstrikt zit, geeft een gevoel van beklemming en rusteloosheid dat door het hele boek te voelen is. In deze setting gaan een, volgens de databanken niet bestaande, tiener, een terminale bankier en een wetenschapper op zoek het eeuwige leven.

    Johnny Idaho, een Amerikaanse tiener, is op weg naar de Archipel, een zwaar bewaakt eiland in de oceaan. Zijn reis wordt beschreven als de tocht van een illegale immigrant zoals wij deze vandaag de dag kennen. Het doel van zijn reis blijft lang onbekend. De missie van Willem Gerson, de Chief Executive Officer van een multinational, is wel meteen duidelijk. Zijn terminale ziekte duwt hem in de richting van Hatsu, een Japanse wetenschapster die het gen van onsterfelijkheid probeert te isoleren.

    In de eerste helft van de roman raken de levens van de drie hoofdpersonen elkaar nauwelijks, maar na een indringend beschreven ramp verandert dit. In dit centrale hoofdstuk toont Hulst zich een meesterlijk verteller. Het gebouw waarin Johnny Idaho zich bevindt, stort in. Het doet denken aan een 9/11 aanslag. Na deze cruciale scène is alles anders, en vallen de levens van de hoofdpersonen samen.

    Gerson is op een oneerlijke wijze schatrijk geworden en dacht overal mee weg te komen. Hij dacht zelfs onsterfelijk te zijn, maar nu moet hij accepteren dat hij dood gaat. Hij besluit onsterfelijkheid te kopen bij Hatsu. Vastbesloten is hij en bereid ver te gaan. Het was een van Gersons malafide bouwprojecten die instortte en al dan niet de dood van Johnny Idaho veroorzaakte. Het is maar de vraag of Johnny echt dood is, hij bewoont een duistere onderwereld. Vanuit zijn (schijn)dode situatie neemt hij wraak en dit doet hij geheel in stijl van het boek Moby Dick. In eerste instantie lijkt het boek Moby Dick slechts een detail uit het leven van Johnny (‘Een goed boek maakt geen reclame, een goed boek verkondigt de waarheid.’), maar het blijkt als een rode draad door Slaap zacht Johnny Idaho te lopen met de walvis die symbool staat voor de harde werkelijkheid.

    De roman van Auke Verhulst staat op de grens van science fiction en daar moet je van houden. Soms is het verhaal moeilijk te volgen, met allerlei digitale maar ook futuristische termen. En dat maakt het lastig je werkelijk in te leven in de personages en de wereld waarin zij leven. De thema’s daarentegen zijn alledaags: de dood zit de personages op de hielen en ondanks de mythe van onsterfelijkheid die hun futuristische leven suggereert, moeten ze toch één voor één hun sterfelijkheid accepteren.

     

  • Volgens jury BNG Literatuur Prijs was 2012 in literair opzicht een tam jaar

    De genomineerden voor de BNG Literatuurprijs 2012 zijn Auke Hulst (1975) met Kinderen van het ruige land, Christiaan Weijts (1976) met Euforie en de twee Vlaamse schrijversJoost Vandecasteele (1979) met Massa en Annelies Verbeke (1976) met de verhalenbundel Veronderstellingen.

    De jury nomineerde dit jaar uit het aanbod van 21 inzendingen slechts vier auteurs voor de prijs. Er werd door de jury een kanttekening gemaakt over de kwaliteit en de durf van de inzendingen. Volgens het juryrapport: ‘In literair opzicht was 2012 een tam jaar. Niet alleen in absolute zin verschenen er minder romans van jonge schrijvers, ook inhoudelijk gezien maakte de opbrengst een voorzichtige en gedweeë indruk.

    Opvallend vaak was de blik naar binnen gericht; op de kleine beschermde wereld van de personages en hun dikwijls prille gevoelsleven. Kwamen grotere visioenen nauwelijks over het voetlicht doordat ook uitgevers in tijden van crises op safe spelen en derhalve nalaten met lef te investeren?’ De jury heeft ervoor gekozen auteurs te nomineren die laten zien dat zij iets te vertellen hebben over de tijd waarin we leven. ‘Hun werk prikkelt, zindert, gromt en laat zo nu en dan de tanden zien.’

    De BNG Literatuur Prijs is een oeuvreprijs die in 2005 door literair agent Paul Sebes in het leven werd geroepen en is bedoeld om niet doorgebroken jonge auteurs mentaal en financiëel aan te moediging. Kandidaten voor deze prijs moeten Nederlandstalige auteurs zijn, geboren in 1972 of later, twee of meer literaire prozawerken op hun naam hebben staan en nog niet doorgebroken zijn, geen grote literaire prijs hebben gewonnen en waarvan tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 een nieuw boek is verschenen. De winnaar ontvangt 15.000 euro.

    De jury van de prijs, bestaande uit Marja van der Tas, Han Ceelen, Daniëlle Serdijn, Jeroen Vullings en Ward Wijndelts, zegt in een persbericht teleurgesteld te zijn in de kwaliteit van de inzendingen.

    Op donderdag 7 februari 2013 wordt de BNG Nieuwe Literatuur Prijs uitgereikt in de Amstelkerk op het Amstelveld, te Amsterdam.

    Eerdere winnaars van de BNG Literatuur Prijs waren Jan van Mersbergen (2011), Gustaaf Peek (2010), Carolina Trujillo (2009), Rachida Lamrabet (2008), Sanneke van Hassel (2007), Yves Petry (2006) en Esther Gerritsen (2005).

    Meer over de keuze van de jury is hier te lezen.