• Zachte hand

    Zachte hand

    Een boek als een zachte hand. Kan dat? Ik ben daar gevoelig voor. Dat alles zonder oordeel wordt gepresenteerd, de auteur zich niet op de voorgrond dringt, het verhaal mij toekomt. Hoe de schrijfster op elke pagina een geschiedenis met zachte hand naar voren schuift. Hier, neem het, voor jou.

    Ook de moordaanslagen in Dublin worden op deze manier naar voren geschoven. En ik neem ze aan. Het is wel even slikken hoe nuchter, precies en meedogenloos het er staat. Dit is een knappe roman over het leven op een Iers eiland tijdens ‘The Troubles’ in 1979.

    ‘Joseph McKee loopt op zaterdag 9 juni in Belfast naar de slager, vlak bij de speelhal aan Castle Street waar hij een baan heeft als portier. Hij is vierendertig jaar, katholiek en werkt als vrijwilliger voor de IRA. Twee leden van Ulster Defence Association komen op een motor vlak naast hem rijden en schieten Joseph McKee vier keer in het achterhoofd, terwijl ze flink gas geven om de schoten te maskeren.’

    Als leesclub waren we ervan onder de indruk. Het meest indrukwekkende boek tot nu voor de leesclub gelezen, klonk er. We vroegen ons niet af wat de schrijfster ons wilde laten zien. We zagen het.

    Ik fietste langs de IJssel waarvan het water met de dag stijgt. Ik dacht aan een  jongen van lang geleden, denk jaren zeventig. Vriend van  de man (toen mijn vriend). Ze speelden schaak. Na elke zet smeerde de schaakvriend een stokbroodje voor zichzelf, waarna hij het mes in zijn mond stak, het door opeen geperste lippen naar buiten trok, in een bergje boursin stak. Toen was alles zacht. Ik bedoel, je hield je oordeel voor je.

    De moorden op het vasteland lijken het leven op het eiland niet te beïnvloeden. De Atlantische oceaan als buffer. De vrouwen bakken scones, er is room en appeltaart, er wordt whisky geschonken. De dertienjarige James vangt en vilt konijnen voor in de stoofpot.

    In de film The Banshees of Inisherin, dat speelt tijdens de Ierse burgeroorlog in 1923 op het kleine, (fictief) Ierse eiland Inisherin, hebben de eilanders ook genoeg aan hun hoofd om zich om een burgeroorlog te bekommeren. Twee vrienden maken elkaar het leven tot een hel, de enige huwbare vrouw verlaat het eiland om als bibliothecaresse te gaan werken. Van over het water worden rookpluimen waargenomen, de eilanders kijken elkaar aan, zeggen, ze schieten weer, en gaan verder. Dan het besef. Dat waar ook ter wereld, we uitzicht hebben op een oorlog, erlangs leven. Dit is schrijven in een nieuwe vorm, ver voorbij aan poëzie.

    James zegt voorbij de helft van het boek:

    ‘Er is een vrouw omgekomen bij een bushalte.
    Ze was jonger dan mama.
    We praten hier niet over politiek, James, zei Michéal.
    Dat is toch geen politiek, zei James. Het is een feit. Er is een vrouw omgekomen bij een bushalte. Opgeblazen met een bom.’

    Er zijn alinea’s waarin zonder onderbreking van perspectief wordt gewisseld. Ik lees het, bewonderend. ‘James snoof om zijn longen vol te zuigen met de vreemde geur die ik de hele dag zou willen inademen, nooit meer naar buiten.’ Vanuit de verteller die beschrijft hoe James geuren (verf, terpentine) opsnuift, gaat het perspectief als vanzelfsprekend over naar James zelf. En ik neem het.

    Er kwam een berichtje voorbij over een gevierd Australisch schrijfster die haar literaire prijzen aan de oorspronkelijke bewoners van Australië geeft. Het voelde als belangrijks, ik kan het niet meer terugvinden.

    De Engelse kunstschilder, Lloyd en de Franse taalonderzoeker JP Masson, die aan proefschrift over de taal werkt,verstoren de orde op het eiland. James, de jongste bewoner van het eiland is gefascineerd van de schilder. Masson dwingt James haast om zijn Ierse naam, Séamus, te gebruiken. Al wat menselijk is komt in dit boek voor. Heimelijkheid, rivaliteit, verraad. Aan het eind is er een iemand die teleurgesteld wordt, een iemand die zijn belofte niet nakomt, iemand die in zijn vuistje lacht.

    Sommige boeken zijn een voorrecht om te lezen. Een boek als een zachte hand waarmee de geschiedenis van Ierse kolonisatie door de Engelsen (en hoe dat uit de hand is gelopen) gepresenteerd wordt. Dat ik Audrey Magee bij het dichtslaan van dit boek intens bewonder.

     

     

    De kolonie / Audrey Magee / vertaling Lette Vos / 390 blz. / uitgeverij Oevers (2025)


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over wat ze leest en haar beweegt.

     

     

  • Oogst week 2 – 2026

    Moed, deemoed

    Een drijvend terras in the Donau, twee vriendinnen die met elkaar in gesprek zijn. Een van de twee, Marija wil de verschillen tussen haar ouders, beiden van Servische afkomst, uit de doeken doen om zo de nauwe Nederlandse blik op Serviërs in Nederland te verruimen. Schrijven, wil ze, over de wereld van haar jeugd. Haar vader stamde af van vechters die voor de Turken vluchtten. Naar het Dinaragebergte in Montenegro en verder, verder, richting Bosnië en Kroatië. Haar moeder stamt af van boeren die overleefden door te verdragen, zich vasthoudend aan tradities van nederigheid en dienstbaarheid. Wat als die beide werelden onder je huid zijn gaan zitten?

    Gordana Grbavci (1965-2024) groeide op in het voormalige Joegoslavïe en vluchtte tijdens de Balkanoorlog samen met haar gezin naar Nederland. Moed, deemoed schreef ze in het Nederlands, haar nieuwe taal. Helaas overleed ze, net na het schrijven van haar boek, bij een ongeluk tijdens haar vakantie. Ze werd 59 jaar.

    Moed, deemoed
    Auteur: Gordana Grbavdi
    Uitgeverij: De kleine Uil

    De kolonie

    In de zomer van 1979 reist meneer Lloyd, een Engelse schilder, naar een eilandje voor de westkust van Ierland. Zonder het te merken wordt hij gevolgd door Jean-Pierre Masson, een Fransman die al jaren op het eiland komt en de taal van de bewoners bestudeert. Deze Fransman is fel gekant tegen eilandbezoekers. Hij wil het isolement van de bewoners en daarmee hun taal beschermen. De bewoners zelf hebben echter zo hun eigen ideeën over wat zij belangrijk vinden en wat zij van het leven verlangen. Het verhaal speelt tegen de achtergrond van The Troubles, het Noord-Ierse conflict, en de aanslagen van de IRA die daar onderdeel van waren.

    Audrey Magee is een Ierse romanschrijver en journalist. Ze studeerde Duits en Frans aan het University College Dublin en journalistiek aan de Dublin City University. Ze werkte twaalf jaar lang als journalist en schreef voor, onder andere, The Times, The Irish Times, The Observer en The Guardian. Haar eerste roman, The Undertaking, stond op meerdere shortlists en werd genomineerd voor meerdere prijzen. Haar tweede roman, De kolonie, stond op de longlist van de Booker Prize en op de shortlist van de Orwell Prize.

    De kolonie
    Auteur: Audrey Magee
    Uitgeverij: Oevers

    Ontaard

    Het is 1925 en na tien jaar lang hard werken beseft Roelof dat het hem in het Drentse veen niet zal lukken zijn droom waar te maken: een eigen stukje land. Daarom schraapt hij zijn laatste geld bij elkaar, neemt hij afscheid van iedereen die hij kent, inclusief zijn verloofde en stapt in Rotterdam op de boot naar Canada.

    In 2025, precies honderd jaar later, heeft Roelofs achterkleindochter in heel haar leven nog nooit iets avontuurlijks gedaan. Dat verandert als ze de brieven van haar overgrootmoeder vindt. Wat is er met Roelof gebeurd? Waarom is hij spoorloos verdwenen in Canada? Ze pakt wat spullen bij elkaar, neemt afscheid van familie en vrienden en maakt de reis die Roelof ooit heeft gemaakt. Honderd jaar later, op zoek naar het verhaal van haar voorvader.

    Marion Bruinenberg (1989) is schrijver, journalist, zelfstandig redacteur en vertaler. Ze studeerde Rechtsgeleerdheid, Nederlandse Taal en Cultuur en Journalistiek en ging naar de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ze heeft als redacteur bij de Volkskrant gewerkt en als stagiair, bureauredacteur en acquirerend redacteur bij verschillende uitgeverijen. Haar debuut, Nieuweling, kwam uit in 2022. Ontaard is haar tweede roman.

    Ontaard
    Auteur: Marion Bruinenberg
    Uitgeverij: Querido