• Het vangen van levensechte momenten

    Het vangen van levensechte momenten

    De als een alcoholist geleefd hebbende, laat doorgebroken maar niettemin jong gestorven Raymond Carver (1938 – 1988,) geldt als een van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van zijn generatie. Die roem leunt vooral op zijn korte verhalen in een stijl waarin geen woord teveel staat, getypeerd als minimalisme of ‘dirty realism’. Met personages die met moeite hun hoofd boven water houden, die gekweld door relatieproblemen, geldzorgen of anderszins, makkelijk naar de drank grijpen. Carvers gedichten, met gelijksoortige thematiek, hebben bij deze ‘short stories’ altijd in de schaduw gestaan. Beide genres kenmerken zich door een prettige mix van helderheid en ondoorgrondelijkheid; sober verwoord maar met een levensechte harteklop. 

    Carver zag zich zichzelf niet als een geboren dichter. Al heeft hij gezegd ermee te kunnen leven indien er ‘dichter’ op zijn grafsteen zou komen te staan. Carver schreef bij vlagen, of alleen proza, of alleen poëzie. Maar zijn schrijverscarrière  begon en eindigde hij met gedichten. Wat in de laatste tien jaar van zijn leven resulteerde in vier bundels, waaronder Where water comes together with other water (1985) en Ultramarine (1986). Het was de periode waarin de drank was afgezworen en zijn leven stabieler werd. Zijn nieuwe levenspartner vanaf 1977 , dichteres Tess Gallagher,  had daarin een wezenlijk aandeel. Tragischer is dan ook dat longkanker hem niet al te lang daar de vruchten van liet plukken.

    De behoefte iets te schrijven 

    Carver schreef gedichten met een kop en een staart en een verhalend middenstuk. In zijn beste gedichten zit leven, een ziel zogezegd. De tweeënzestig door Astrid Staartjes gekozen en vertaalde gedichten worden voorafgegaan door Een kort verhaal over poëzie van Carver zelf. Een autobiografische schets van de jonggetrouwde schrijver die als apothekerskoerier bij een oude man een bestelling aflevert en in diens huis voor het eerst oog in oog komt te staan met een ‘privébibliotheek’. Wachtend op de uitgeschreven cheque van de oude man kijkt hij om zich heen en valt zijn oog op een exemplaar van het tijdschrift Poetry. De man bemerkt de nieuwsgierige blik van de jongeman, die al enige tijd ‘geobsedeerd [was] door de behoefte om iets te schrijven’ en geeft hem het exemplaar met de raadgeving, ‘Misschien schrijf je op een dag zelf nog eens iets. In dat geval moet je weten waar je het naartoe kunt sturen.’ Carver ‘voelde dat er iets gewichtigs plaatsvond (…) alsof ik een openbaring onderging (…).’ 

    Achteloos en genereus lijken de zinnen uit zijn pen te zijn gevloeid. De waarheid is echter dat hij eindeloos schaafde aan zijn werk en niet gauw tevreden was. Voeg daarbij dat hij zijn leven lange tijd niet op orde had en het wordt duidelijk waarom zijn werk pas laat de literaire erkenning kreeg die het verdiende. Hoewel drank altijd een rol speelde, wekken zijn gedichten allerminst de indruk in alcoholische roes te zijn geschreven. De toon is sober, de woordkeuze helder en precies. Transparante taal waarin het moment zo bondig mogelijk gevangen werd, nog knispert van leven. Als in diepvriesgroente die zo snel mogelijk na de oogst wordt ingevroren om de versheid te bewaren. De hand van de schrijver moest zo onzichtbaar mogelijk zijn. Er komt haast een ethische component om de hoek kijken: hij wilde werkelijk binnendringen in het leven van zijn lezers met zijn gedichten over persoonlijke, concrete ervaringen, alledaagse belevenissen en herkenbare situaties. 

    Carvers dichtregels rijmen niet, zijn vaak ongelijk van lengte en kenmerken zich veelal door een ogenschijnlijk willekeurige toepassing van het enjambement. Hij behoort niet tot het soort dat lettergrepen en woorden telt om de regellengte te bepalen. Spaarzaam en secuur met woorden overschrijdt niettemin menig gedicht de paginagrens. Omdat het Engelse origineel niet is afgedrukt, valt het belang van bijvoorbeeld alliteratie in deze gedichten niet goed op waarde te schatten. Maar we mogen aannemen dat Carver in zijn gedichten, mogelijk nog meer dan in zijn proza, zeer begaan was met zijn woorden, de rangschikking ervan en hun onderlinge samenklank. Wat pleit voor de vertaling is dat die niet de indruk wekt voor de eerste de beste oplossing te hebben gekozen om een zin ‘natuurlijk’ te laten lopen. Al lezend komt nergens de gedachte op dat het ‘slechts’ prozaregels zijn die de schijn van poëzie ophouden. Wel is het jammer dat van de gedichten niet wordt vermeld uit welke bundel ze oorspronkelijk komen. 

    Subtiel treffende wendingen

    Met een paar lichte toetsen zit je bij Carver al midden in de tragiek, zoals bij de opening van Citroenlimonade

    ‘Toen hij maanden geleden bij mij langskwam voor het opmeten
    van mijn wanden voor boekenkasten, zag Jim Sears er niet naar uit
    als een man die zijn enige kind zou verliezen aan het hoge water
    van de Elwha.’ 

    Onderhavige tragiek kan zomaar, ondanks de terloopse toon en het schijnbaar willekeurig gekozen enjambement, feilloos toeslaan. Vaak hangt er een suggestieve, ietwat sinistere sfeer over een neutraal ingezet gedicht dat in het slot tot ontlading komt. Zoals in de laatste regels van De keuken: ‘We wachtten allemaal, verwonderd / over de gestamelde lettergrepen, de woorden die bleven hangen / toen het rauwe leed uit mijn jonge mond stroomde.’  Na een wat heen en weer springend middenstuk, daalt haast uit het niets zomaar een avond. ‘We gingen met z’n allen / naar de keuken en schonken onszelf een borrel in. En nog een. / Ongemerkt was de dag in de avond overgegaan.’ Subtiel weet Carver, als een voor de zon trekkend wolkje, de sfeer te treffen van een plots omgeslagen moment.

    Begin en afsluitingen van zijn gedichten lijken haast met nog meer zorg gekozen dan de rest. Het lukt Carver vaak met een waardige, zij het niet opzichtige uitsmijter voor de dag te komen, zoals in een gedicht over een gezinsruzie uit zijn jeugd in een gehorig huis dat eindigt met: ‘ga naar bed daar! schreeuwde iemand. / Kappen nou! En dat deden we. We deden de lichten uit, / klommen in bed en werden stil. Het soort stilte dat neerdaalt in een huis / waar niemand kan slapen.’

    Verraderlijke luchtigheid

    Al met al ligt het sterfelijke vaak op de loer, maar maakt de laconieke toon dat dit beslist niet deprimeert. Eerder dan doem hangt er een verraderlijke luchtigheid over deze gedichten. Meer dan melancholicus was Carver een vitalist, die graag in de vrije natuur mocht vissen. Zo weet hij het genademoment van een overweldigende geluksbeleving levensecht te vangen. Zoals in Voor Tess dat hier in zijn geheel volgt. Een minivertelling gegoten in de vorm van een dramatische monoloog met die zo kenmerkende, uitgekiende balans tussen uitweiden en inkorten. 

    Op de Straat schuimbekt het water,
    zoals ze hier zeggen. Het is ruig weer en ik ben blij
    dat ik binnen zit. Blij dat ik de hele dag heb gevist
    bij Morse Creek, alsmaar mijn hengel uitwerpend
    en weer binnenhalend. Ik heb niks gevangen. Zelfs geen
    enkele keer beetgehad. Maar dat gaf niks. Het was oké!
    Ik had je vaders zakmes bij me en werd een tijdje gevolgd
    door een hond die door zijn baasje Dixie werd genoemd.
    Ik voelde me soms zo gelukkig dat ik moest stoppen
    met vissen. Eén keer ging ik met gesloten ogen op de oever liggen
    en luisterde naar de geluiden van het water
    en naar de wind in de toppen van de bomen. Dezelfde wind
    die door de Straat waait maar ook een andere wind.
    Even stelde ik me zelfs voor dat ik dood was –
    en dat was prima, in ieder geval voor een paar
    minuten, totdat het echt tot me doordrong; dòòd.
    Terwijl ik daar met gesloten ogen lag,
    vlak nadat ik me had voorgesteld hoe het zou zijn
    als ik werkelijk nooit meer op zou staan, dacht ik aan jou.
    Ik opende mijn ogen, kwam meteen overeind
    en ging weer verder met gelukkig zijn.
    Ik ben je dankbaar, weet je. Dat wilde ik je zeggen.’

     

     

  • Oogst week 24 – 2021

    Mijn vrienden

    De Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) raakte na zijn dood in de vergetelheid, tot de jaren tachtig van de vorige eeuw en sinds die tijd komen er geregeld nieuwe uitgaven of vertalingen van zijn werk uit. In 1923 wordt Bove (pseudoniem van Emmanuel Bobovnikoff ) ‘ontdekt’ door Colette en als hij vierentwintig is voltooit hij Mes amis dat een groot succes wordt. Zelf noemt hij zijn publicatie ‘de roman van de verarmde eenzaamheid’. Uitgeverij Vleugels geeft Mijn vrienden nu opnieuw uit in een vertaling van Katelijne De Vuyst.

    Hoofdpersoon Victor Baton is een jonge oorlogsinvalide, woonachtig op een klein zolderkamertje. Hij slentert door Parijs op zoek naar mensen van wie hij zou kunnen houden en die van hem houden. Zijn zoektocht brengt hem tot korte ontmoetingen op straat, in een station, in een restaurantje of langs de Seine, zonder dat hij in zijn missie slaagt. Hij wordt, behalve door etiquetteregels, gehinderd door zijn eigen trots en verwaandheid. ‘Ach de eenzaamheid,’ zegt hij op het einde van de novelle, ‘wat een schone en droevige zaak! Hoe schoon wanneer we ervoor kiezen, hoe droevig wanneer ze ons al jaren wordt opgedrongen. Sommige sterke mannen zijn niet alleen in de eenzaamheid, maar ik die zwak ben, ik ben eenzaam omdat ik geen vrienden heb.’ Op tragi-komische wijze laat Bove zien dat eenzame vrijheid of menselijke solidariteit onverenigbare zaken zijn. Bove was een bescheiden mens die zich uit eigen keuze in de marges van het Parijse literaire leven ophield. Hij was een eenling met een eigen stijl, een eigen toon, voor wie het leven een voortdurende strijd was. Mijn vrienden wordt wel vergeleken met Oblomov en Bove met Proust en Dostojevski. Zijn werk en personages zijn even tijdloos.

    Mijn vrienden
    Auteur: Emmanuel Bove
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Exces

    Decor: Amsterdam eind jaren tachtig, Berlijn begin jaren negentig. Ook New York en Londen komen voorbij, tot weer hedendaags Amsterdam in beeld is en zelfs de actuele lockdown, in Exces van Persis Bekkering. Tegen deze achtergrond waarin rave, dansen, feesten, vrijheid, extase, vele geliefden en eindeloze nachten tot de opperste existentie worden verheven viert danseres Nim het leven. Haar jeugd was precair, bedenkelijke vaderfiguren begeleidden de jonge Nim naar volwassenheid.

    Ze wordt de dansende overlever, met dansen, zuipen en snuiven en driehoeksverhoudingen in een nieuwe westerse jeugdcultuur. Toch heeft ze het gevoel dat er nooit iets verandert, dat alles zich alleen maar herhaalt en zij in eenzelfde kringetje blijft ronddraaien. Met twee doden in haar herinnering probeert Nim te begrijpen hoe haar leven zich voltrekt en waarom ze zo’n verwoestend spoor achter zich laat.

    Persis Bekkering is literatuurcriticus voor NRC Handelsblad. Ze schrijft columns, proza en essays voor onder andere De Gids, Mister Motley en De Nederlandse Boekengids. Exces is haar tweede roman.

    Exces
    Auteur: Persis Bekkering
    Uitgeverij: uitgeverij Prometheus

    Uit het oosten, licht

    Raymond Carver (1938-1988) was een van de grootste Amerikaanse schrijvers, meester van het korte verhaal. Door deze verhalen werd hij het meest bekend. Ze gaan over mensen aan de onderkant van de samenleving, over relaties die stuklopen, uitzichtloosheid en alcoholisme. Huwelijksproblematiek (hetero) oftewel wederzijds onbegrip tussen de seksen is zijn hoofdthema. Carver tekent het allemaal op droge toon op. Hij voelde zich verbonden met armlastigen omdat hij zelf in armoede en met drankmisbruik was opgegroeid. Zelf leefde hij jarenlang in dezelfde omstandigheden en toen hij de drank voorgoed had afgezworen brak de periode aan waarin hij de meeste gedichten schreef.

    Uit het oosten, licht is een selectie uit al zijn gedichten. Ze lezen bijna als proza, alleen de afgebroken regels en de korte zinnen rechtvaardigen het predicaat gedicht. De personages zijn Carveriaans: gewone mensen met kleine of grotere tragedies die eveneens haast achteloos worden verteld:
    ‘De dochter zit de hele dag op haar kamer
    gedichten te schrijven over haar zelfmoordpoging.
    Daarom zien we haar niet. Niemand ziet
    haar nog. Ze verscheurt haar gedichten
    en schrijft ze opnieuw. Maar een dezer
    dagen zal het haar lukken.’

    Een kleine vertelling in een veel groter en langer verhaal in een taal die niet loslaat maar meesleept.

    Uit het oosten, licht
    Auteur: Raymond Carver
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels