• Waagstuk met impact

    Waagstuk met impact

    Het was bijna kerst. Ik dacht aan boodschappenlijstjes, badkamer poetsen, bedden opmaken, verzamelen van ingrediënten. Terwijl ik bloem en suiker afweeg, appels klaar leg, rozijnen in gembersap te weken zet voor mince pies, (vrij naar een recept van de moeder van Jeanette Winterson), zie ik voor me hoe een moeder haar handen om het gezicht van haar kind legt. Met beide duimen veegt ze het kwijl uit haar mondhoeken. Het kind lacht, een grimas waarin enkel de moeder een lach herkent. Een beeld ontstaan uit tekstfragmenten uit Dagen als vreemde symptomen. Over een vrouw die bevalt van een meisje. 

    Wanneer het kind op de borst van de moeder, Sisyphus ligt, bekijkt ze ‘het hoofdje met geronnen bloed en beseft dat dit kind ‘alleen bestaat omdat zij bestaat’ en ‘niks belangrijker zal zijn’ dan de zorg om dit kind. De eerste pagina’s van Dagen als, zijn (ik zei het al) fragmentarisch en begint met ‘Sisyphus vindt een overkoepelende stem’. Waarin ze kiest voor ‘allegorie’ en een ‘caleidoscopische benadering’ van het verhaal dat verteld gaat worden. En ook, ‘Uit elk fragment poetst ze zichzelf tevoorschijn’. Betekenisvolle regels, aanwijzingen voor wie het ziet. 

    Toen de kerstdagen voorbij waren, de mince pies verorberd, bedden afgehaald, was het huis stiller dan ooit. Dat er altijd een missen ontstaat na wat geweest is. 

    ‘Alle vrouwen zijn TOPoverlevers’, plaatste Astrid H. Roemer op social media. Ik denk aan Over de gekte van een vrouw. Een indrukwekkend boek over vrouw zijn in de jaren zeventig. Met een citaat van Albert Helman. ‘Maar de grootste Liefde blijft onbegrepen en niemand heeft ooit durven zeggen, dat daar een stuk van de hemel begon: het eenzaamste stuk…’. Dat liefde nooit gaat over samenzijn. Dagen als, gaat over vrouw, moeder zijn van een meervoudig gehandicapt kind in deze tijd. Dat de mannen uit beide romans Louis heten is een overeenkomst, evenals de beschreven lustgevoelens bij de vrouw, en de man die denkt dat het hem toekomt. Hoe in de  literatuur het ene boek het andere vindt. Hoe geschiedenis zich in vele vormen herhaalt. 

    Als de relatie met haar man kapot is, kan Sisyphus eindelijk met haar dochter op vakantie naar een Grieks eiland. Want kou verslechtert haar toestand. ‘Niet zelden overnachten ze in het ziekenhuis. Haar dochter worstelt tussen de lakens met een of andere infectie. Zuurstofmeter, vochtinfuus, sondevoeding. Sisyphus zit naast het bed, wacht op een nieuw jaargetijde.’ 

    De mythische Sisyphus tartte de goden, moest voor straf met een rotsblok op zijn schouders een berg beklimmen. Eenmaal boven gekomen rolde het rotsblok weer naar beneden, hij opnieuw… Zoals een moeder elke dag opnieuw haar kind liefheeft, verschoont, kleedt, voedt, leert lopen. ‘En dan ziet ze het: de kans dat haar dochter de paar vaardigheden die ze met zoveel moeite heeft weten te ontwikkelen ook weer zal verliezen.’ Waarna hoop verandert in een ‘leeggelopen ballon die richtingloos door de kamer stuitert’. Hoe hoop steeds van richting verandert. Van, ‘Hoop is nu alleen nog maar gewenning.’, en ‘Hoop is een reflex.’, tot ‘Hoop is een roestvrijstalen geluid’. Van die lege rolstoel dus. Het werkt intens.

    Elke dag met die lege rolstoel naar het dagcentrum om haar dochtertje, die daar niet meer is, op te halen. Ze ontmoet een vrouw die haar helpt zich te herinneren wat er gebeurd is. ‘Alles bestaat nog. Ook als het allang verloren is.’ Ook dit werkt intens. 

    En kijk, daar staat het dan toch. ‘Je vindt het fijn als ik je gezicht in mijn handen neem, als ik met mijn vingers de lijnen van je schedel volg, met mijn duimen je wenkbrauwen streel. Je hoofd klapt naar achteren. Je malende kaken ontspannen even.’ Het beeld in mijn hoofd was er een van liefde. Er is ontroering, bewondering ook om de vorm, de kracht van taal en elke witregel die geldt. Een geweldig waagstuk met een geweldige impact. Lees het!

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.

     

     

     

     

     

     

     

  • Wat lezers ervan maken

    Wat lezers ervan maken

    Sinds het zomer is, word ik elke ochtend om vijf uur wakker. Het eerste daglicht schemert door het slaapkamerraam naar binnen. Aan de muur worden de contouren van een omlijste tekening zichtbaar, het tafeltje daaronder. De boomtoppen waar ik vanuit mijn bed zicht op heb, vangen de eerste zonnestralen. Naast het bed ligt een klein essay in boeken. Ik lees in Claudia Roth Pierponts biografie van Philip Roth, Een schrijver en zijn boeken aan de hand van de boeken die hij publiceerde en de schrijvers die hij bewonderde. Een biografie lees je bij uitstek in bed, als het huis nog stil is. De schrijvers die in deze biografie voorkomen en die ik in huis heb, verzamelde ik naast mijn bed. Sommige daarvan, zoals Hemingway, Henry James en Isaak Bashevis Singer, nog uit de boekenkast van mijn vader.

    Ik lees over Roth’s huwelijk met Maggie Williams, die hem bedroog met een zwangerschap, en met de abortus van die niet bestaande zwangerschap. Williams stond model voor Lucy Nelson in Een braaf meisje, dat Roth schreef om zijn naargeestige huwelijk met haar te verwerken. Hij werkte er vijf jaar aan. Soms kreeg hij maanden niets op papier. Het is het boek dat hem het meest heeft gekost, het minst opleverde. In Roth’s biografie door Blake Bailey wordt weinig aandacht aan dit boek besteed. Critici vonden dat hij zichzelf als schrijver met dit boek had overschat. Later werd het personage Lucy gezien als een goed neergezette, maar mislukte feministe. 

    Wat lezers maken van wat een schrijver schrijft of zegt moet geheel ten  laste worden gelegd van de lezer. Mijn vorige column ging over Astrid H. Roemers laatste roman Dealers dochter. Ik schreef dat Roemer in de jaren zeventig de boeken van Brouwers, Wolkers en Nooteboom verslond. De schrijfster reageerde op mijn interpretatie van haar roman:‘Goed begrepen, houden zo, I Like it’. Maar liet ook weten dat ze geen boeken verslindt, ‘Ik lees traag en geconcentreerd.’ Waarop ik mijn column aanpaste. 

    Philip Roth had er na zijn schrijversleven een dagtaak aan om de dingen die recensenten, interviewers en allerhande duiders over zijn teksten en hemzelf beweerden, recht te zetten. ‘er is zoveel over hem geschreven en zo vaak zijn het verkeerde dingen, maar beweringen beginnen desondanks wortel te schieten in de geschiedenis. Wat hij nu opschrijft is om dat allemaal recht te zetten, voor de toekomst.‘, schrijft Claudia Roth Pierpont. Nadat hij in 2012  had laten weten te stoppen met schrijven, bleef hij losse aantekeningen maken over wat er in hem opkwam, schreef stukken waarvan er een als ‘Open letter’ in The New Yorker werd gepubliceerd. Over de misvatting dat zijn personage Coleman Silk in De menselijk smet, was gebaseerd op The New York Times recensent Anatole Broyard. Roth verklaarde: ‘Neither Broyard nor anyone associated with Broyard had anything to do with my imagining anything in The Human Stain.’

    Zo lees ik me van het een naar het ander, heb ik In de greep van Henry James onder handen, De duizendkunstenaar van Lublin van Bashevis Singer, herinner me dat ik alle boeken die Roth op weg hebben geholpen nog moet lezen. Alsof ik daarmee de schrijver nader kom, de illusie koester een compleet beeld van alles te krijgen.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft lezend.

     

     

  • Taal een eigenaardig ding

    Taal een eigenaardig ding

    Ik lees Astrid H. Roemer, haar laatste roman Dealers Dochter. Een boek over hoe mensen uit een andere cultuur dealen met hun achtergrond, en letterlijk dealen in drugs. Er zijn vijf Surinaamse personages. Er is een drugsmoord. Er is een kind uit Surinaams Nederlandse ouders dat zich nergens thuis voelt, alle personages voelen zich eigenlijk nergens thuis. Het gaat over zwarte en witte mensen, over klasse verschillen. Het begint met een jongen van zestien die op blote voeten vanuit zijn dorp in het oerwoud van Suriname naar Paramaribo gaat. Daar besluit hij met een Nederlandse jonge vrouw die zich over hem ontfermde, mee naar Nederland te gaan. Hij neemt afscheid van zijn ouders. ‘In zijn dorp woonden 350 volwassenen en hij wou wonen in een land van miljoenen mensen. Miljoenen, herhaalde zijn vader. Zal er dan plek voor jou zijn, mijmerde zijn moeder. Was er plek voor mij bij jullie, vroeg hij…’ Als kind van een volk dat zich lang geleden aan de slavernij ontworstelde, wil hij meer van het leven dan het dorp hem kan bieden.

    Tegelijk luister ik naar een interview met Astrid Roemer. Daarin zegt zij dat ze een vat vol woorden is die ze overal vandaan heeft gehaald. Als kind met de liedjes van Annie M.G. Schmidt. Later, toen ze in Nederland woonde, vond ze de boeken van Jeroen Brouwers, Cees Nooteboom, Jan Wolkers, nog voor ze Nederlandse schrijfsters ontdekte. Ze zegt dat ze ‘geneigd’ is om te schrijven, zoals een schilder geneigd is om te schilderen. Waarom ze altijd over vrouwen schrijft?  ‘Misschien wil ik ook aan mannen laten zien, hoe wij vrouwen denken en voelen en hoe ze met ons omgaan. Als een mannelijke auteur een vrouw neerzet dan is het altijd een ander soort vrouw dan ik normaal bij vrouwen zie, maar dan begrijp ik wel hoe mannen ons zien. Snap je?’
    Ze zegt, ‘Literatuur is een eigenaardig ding. Die wil altijd achter het verhaal kijken.’

    De levens van haar personages zijn heftig, het schudt je dooreen, je beseft dat zachte heelmeesters die dansen om de kern van stinkende wonden niets genezen. Er moet ingegrepen worden. Een bittere werkelijkheid waar Roemer ons in meetrekt. Haar zwarte personages trouwen liever een witte Nederlander om integratie te vergemakkelijken. Een van haar personages zegt na een politieke discussie met zijn dochter, ‘Kind, ik wil rustig slapen en het liefst in de armen van een Hollandse vrouw want voor een man die zwart oogt als ik is de wereld overal een hel!’ De dochter, Aqua, vindt het vieren van Surinaamse Immigratiedag belachelijk. ‘Gedenken dat jouw voorvaderen onder valse beloften naar een oerwoud waren gelokt om goedkoop te werken voor een stelletje nietsnutten.’ Toch gaat ze steeds weer met haar ouders mee, want: ‘Wij hebben zo weinig wat ons samenbindt en deze feesten doen dat.’

    Waarna ik iets heb bij te stellen, een beeld, een mening. Roemer lezen is inzichten verwerven. Ze zegt, ‘Er is altijd iets dat ons compleet ontgaat, en dat iets is dat wij, romanschrijvers en dichters, proberen te articuleren.’ In Dealers Dochter staat veel dat ik citeren wil, me in beweging zet, andere gedachten brengt. Zoals Roemer in het interview zegt, ‘Wat tot mij komt als ik een goed boek van een schrijver lees, dan is het vooral iets algemeen menselijks wat voor mij voelbaar wordt.’ Roemer brengt in haar romans de grote onderwerpen uit de geschiedenis van Suriname terug naar persoonlijke verhalen, naar waar haar personages vandaan komen. 

     

     

    Luister naar het prachtige interview van Ianthe Mosselman met Astrid H. Roemer in De Balie (2020).


    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft bij een goed verhaal.

  • Oogst week 11 – 2023

    is daar iemand

    Bij het grote publiek is Micha Hamel bekend vanwege Maestro, een tv-programma waarin BN’ers orkesten dirigeren. Met wisselend succes. Zijn eigen succes is allesbehalve wisselend. Als componist verzorgt hij wereldwijd muziekvoorstellingen en hij is sinds 2015 voorzitter van de werkgroep Kunst en Wetenschap voor de KNAW. Ook als dichter heeft hij zijn sporen verdiend. Zo werden zijn poëziebundels Alle enen opgeteld en Bewegend doel beloond met meerdere prijzen. Hamels zesde bundel, is daar iemand, heeft een GGZ-instelling als decor.

    In 2009 verkeert Hamel in een psychose, waarvoor hij wordt opgenomen in het ziekenhuis. Veertien jaar later vindt hij eindelijk de juiste woorden om die periode te verdichten. Zelf noemt Hamel is daar iemand een psychografie, het verhaal van een geest. Tijdens die wazige dagen bij de GGZ vormt de hoofdmaaltijd het enige hoogtepunt. Het ansichtkaart-zinnetje ‘het eten was er lekker’ keert geregeld terug in zijn 101 gedichten. Net als een paard, een leeuw en een makreel. Poëzie over waanideeën? Een waanzinnig idee!

    is daar iemand
    Auteur: Micha Hamel
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    De tedere verteller (essays)

    Olga Tokarczuk vermorzelt de superioriteitsgevoelens van westerse reizigers: ‘De toerist wil dat het exotisch is, maar niet té. Hij wil dat het authentiek is, maar wil onder geen beding afzien van zijn ochtenddouche. Hij wil een lichte huivering van emotie, maar niet in die mate dat hij er onrustig van wordt. Hij wil contact met de plaatselijke bewoners, maar niet dat het hem ergens toe verplicht en te serieus wordt.’ Zou I.L. Pfeijffer Grand Hotel Europa op Tokarczuks essays hebben gebaseerd? In De tedere verteller bewijst Tokarczuk dat de bevoorrechte mens geen échte empathie meer heeft, en hoe gevaarlijk dat is.

    Nederland schermt al jaren met zijn meest geëngageerde schrijver aller tijden: Eduard Douwes Dekker. Zijn Max Havelaar was zo’n oproep tot empathie, maar inmiddels doet die naam hooguit denken aan goeie koffie en ‘iets met Indonesië’. Dan heeft Polen met de Nobelprijswinnares van de Literatuur een serieuzere krachtpatser in huis. Tokarczuk krijgt het zelfs voor elkaar dat haar fictieve romanpersonages (Janina Duszejko) op echte spandoeken van demonstranten staan. Zij laat ons geloven dat literatuur de wereld inderdaad ten goede kan veranderen. Zolang we maar teder en kritisch durven te zijn.

    De tedere verteller (essays)
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus

    DealersDochter

    Astrid Roemer geldt als een grand dame van de Nederlandse literatuur. In 2016 en 2021 ontvangt zij respectievelijk de P.C.-Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren voor haar gehele oeuvre. De laatste onderscheiding wordt met calvinistische soberheid toegekend vanwege haar openlijke steun aan Desi Bouterse. De Belgische koning woont de uitreiking niet bij. Als nasleep van deze affaire verschijnt nu DealersDochter anderhalf jaar later dan de bedoeling was. Gecanceld te worden, dat verdienen alleen middelmatige makers. Gelukkig maar.

    Roemers nieuwe roman volgt vijf personages wier levensloop wordt bepaald door hun geboortegrond: Suriname. Allen hebben zij zijdelings iets te maken met een personage uit Roemers roman Gebroken wit (2019). Via vervreemding, criminaliteit en racisme laat Roemer zien wat de gevolgen kunnen zijn van een zelf gekozen exodus. Bovendien zet Roemer de lezer aan het denken over hoe geschiedenis generaties lang doorwerkt in individuen. Kan iemand, wiens voorouders van continent naar continent zijn gesleurd, zich ooit ergens écht thuis voelen?

    DealersDochter
    Auteur: Astrid H. Roemer
    Uitgeverij: Prometheus
  • Astrid H. Roemer wint prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren

    Astrid H. Roemer (Paramaribo, 1947) krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor een auteur wiens werk een belangrijke plaats in de Nederlandstalige literatuur inneemt. Roemer is de eerste auteur uit Suriname die bekroond wordt met deze prijs. In 2016 werd ze ook gelauwerd met de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre.

    De jury noemde onder meer dat Roemer met haar romans, toneelteksten en gedichten een unieke positie bekleedt in het Nederlandstalige literatuurlandschap. ‘Haar werk is onconventioneel, poëtisch en doorleefd. Roemer slaagt erin thema’s uit de recente grote geschiedenis, zoals corruptie, spanning, schuld, kolonisatie en dekolonisatie, te verbinden met de kleine geschiedenis, het verhaal op mensenmaat’.

    Astrid H. Roemer debuteerde in 1970 onder het pseudoniem Zamani met de dichtbundel Sasa mijn actuele zijn waarna ze behalve poëzie ook romans en theaterstukken publiceerde. Roemers proza vormt het belangrijkste onderdeel van haar oeuvre, waaronder haar magnum opus: de trilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1998). Haar laatste boek, Gebroken Wit, verscheen in 2019. In haar werk spelen thema’s als migratie, seksuele oriëntatie, racisme en emancipatie een grote rol.

    De uitreiking van de prijs wordt beurtelings door het fonds Literatuur Vlaanderen en het Nederlands Letterenfonds georganiseerd en wordt afwisselend uitgereikt door de Belgische koning en de Nederlandse koning. In oktober ontvangt Roemer de prijs in het Koninklijk Paleis te Brussel uit handen van Koning Filip. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 40.000.

    In het verleden ontvingen onder meer Remco Campert, Leonard Nolens, Judith Herzberg, Cees Nooteboom, J.C. Bloem, Lucebert en Hugo Claus de Prijs der Nederlandse Letteren.

    Vorig jaar werd de schrijfster over haar oeuvre geïnterviewd in De Balie: Het grote Schrijversinterview met Astrid H. Roemer.

    Foto: Raúl Neijhorst