• Paasilinna’s roman leest als het script van een tekenfilm

    Paasilinna’s roman leest als het script van een tekenfilm

    Arto Paasilinna (1942 – 2018) is een Finse schrijver wiens boeken in vele talen zijn vertaald. Hij schreef zo’n 40 romans waarin vaak iemand centraal staat die niet helemaal in de maatschappij past. Dat soort eenlingen wordt zonder pardon of begrip door de gemeenschap uitgestoten is de maatschappij-kritische boodschap die hij aan zijn lezers meegeeft, maar de precieze en vaak humoristische beschrijvingen van de wonderlijke avonturen van zijn protagonisten zorgen daarbij wel voor een pakkend verhaal. Dat geldt ook voor De huilende molenaar, een onlangs door de Wereldbibliotheek heruitgegeven vertaling van één van zijn romans.

    In het Engels luidt de titel The howling millner en niet The crying millner en dat voorkomt het misverstand dat het hier om een snikkende persoon zou gaan. Helaas heeft het Nederlands  – vermoedelijk omdat we weinig wolven kenden – nooit een woord bedacht voor het geluid dat wolven en honden bij volle maan maken. De huilende molenaar huilt namelijk niet, hij zet een keel op die doet denken aan wolvengehuil. 

    Huilen in de nacht

    De boomlange en zwijgzame Gunnar Huttunen komt op een dag aanzetten in een klein Fins dorpje. Hij maakt de in verval geraakte molen in orde en gaat daar ook wonen. Eindelijk kunnen de boeren van het dorp hun graan weer dichtbij laten malen. Daar zijn ze hem heel dankbaar voor. Huttunen lijkt een geaccepteerd lid van deze kleine gemeenschap te worden, ook al omdat hij af en toe kinderen en volwassenen kan vermaken met het imiteren van dieren. Er is één obstakel: geregeld barst hij ’s avonds in luidkeels wolvengehuil uit. De dorpshonden huilen mee en vele dorpelingen worden zo van hun slaap beroofd. Meermalen belooft Huttunen beterschap, maar als dat niet lukt, begint de stemming zich tegen hem te keren. Het geluk dient zich aan als een mooie tuinbouwconsulente op haar fiets de molen bezoekt en hem aanraadt een moestuintje te beginnen. Hij raakt ter plekke verliefd op haar.

    ‘Nog diezelfde avond ploegde Huttunen zijn moestuin om en bij het invallen van de nacht reed hij er een vracht mest op uit. (…) Vroeg in de ochtend besproeide hij zijn stukje grond nog met water en toen pas ging hij slapen. Gelukzalig ging Huttunen liggen. Hij had nu een moestuintje helemaal voor zichzelf. Dat betekende dat het niet lang zou duren of de lieftallige tuinbouwconsulente zou weer bij hem langs komen.’

    Naar het gekkenhuis

    Helaas is hun snel opbloeiende liefde weinig tijd gegund. Huttunen heeft de neiging niets over zijn kant te laten gaan en als er naar zijn smaak wat te veel geklaagd wordt over zijn wolvengehuil reageert hij met acties die de dorpelingen tegen hem in het geweer brengen. Hij gooit vijf zakken graan van boer Vittavaara in de rivier als die bij hem langs komt om ze te laten malen, en en passant klaagt dat het gehuil hem vele nachten wakker heeft gehouden. En van kruidenier Tervola pakt hij na een woordenwisseling de weegschaal af en laat die in de waterput zakken. Geen wonder dat dorpsagent Portimo, die Huttunen eigenlijk wel sympathiek vindt, de opdracht krijgt hem naar het gekkenhuis te brengen, met de diagnose ‘manisch depressief’ die de dorpsdokter hem opgeplakt heeft. Huttunen probeert er het beste van te maken maar na enige tijd is het verblijf in het gekkenhuis niet meer te harden en ontsnapt hij met behulp van een andere bewoner, de zakenman Happola. Deze heeft zich als gek voorgedaan om tijdens de oorlog aan dienst in het leger te ontkomen. Happola heeft een sleutel waarmee hij elke nacht de poort uit kan wandelen om zijn zaken af te handelen en heeft Huttunen herkent als iemand die niet echt gek is, of alleen maar een klein beetje.

    Huttunen schuilt een tijdlang in zijn molen en wordt daar betrapt door agent Portimo die hem aanraadt: ‘”Kunnari, zou je er niet gewoon verstandig aan doen om deze molen te verkopen en naar Amerika te gaan? Naar wat ik ervan gehoord heb, is gek zijn daar geen schande, daar lopen ze vrij rond.”’ Maar Huttunen spreekt geen Engels en besluit zich te verschuilen in de bossen bij het dorp. Daar vindt de romance met de tuinbouwconsulente voortgang: ze omarmen elkaar en hij streelt haar knie.

    Hij gaat ervandoor

    Verder mag hij niet gaan, want al vindt de tuinbouwconsulente hem lief, een kind krijgen van iemand die gek is, of in elk geval een béétje gek, dat durft ze niet aan. Al kan hij goed van het land leven, toch heeft Huttunen af en toe wel geld nodig. Als blijkt dat hij zijn spaargeld niet kan opnemen en zijn molen niet kan verkopen omdat hij ontoerekeningsvatbaar is verklaard slaat hij op tilt en besluit de dorpskerk in de fik te steken. Zodra er actie ondernomen moet worden is hij op zijn best en met toestemming van Jezus die het zelf altijd een lelijke kerk heeft gevonden, steekt hij het gebouw in brand. 

    Als de dorpelingen met emmers water komen aangerend moet hij snel weg: ‘Nu moest hij ervandoor; zo’n grote groep mensen kon hij niet aan, zelfs niet als hij met een wapen zwaaide. Huttunen ademde diep in en spurtte naar het voorportaal, sprong over de sissende brandhaard en daarvandaan in één ruk door naar de buitenlucht met het geweer op zijn rug en de handen voor zijn tranende ogen. De verbijsterde mensenmenigte maakte de weg vrij voor de molenaar. Al snel kon Huttunen weer zo goed zien dat hij het kerkhof over kon rennen. Hij denderde over de grafstenen, sprong over het hek achter de begraafplaats en verdween het bos in.’
    Hoe het verhaal afloopt zal hier niet verklapt worden. Paasilinna’s roman leest als het script van een tekenfilm, waar mensen en dieren zich met hoge snelheid in zevenmijlslaarzen kunnen voortbewegen en harde klappen kunnen oplopen waar zij binnen een seconde weer van herstellen. Dankzij deze voortvarende schrijfstijl is De huilende molenaar een boeiend sprookje geworden waarin de personages tekenfilmtypen zijn waar je met een glimlach naar kijkt.

     

     

  • Oogst week 25 – 2021

    De huilende molenaar

    Een hele rits aan titels heeft hij geschreven, een van Finlands meest bekende auteurs, Arto Paasilinna (1942 – 2018). Een aantal van zijn boeken is in vertaling bij uitgeverij Wereldbibliotheek verschenen maar veelal alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Dat is jammer want Passilinna lezen is plezier hebben. Ondanks de thematiek. Passilinna neemt in zijn boeken de Finse moderne samenleving kritisch onder de loep, daarnaast zijn de dood, vrijheidsdrang en wraak belangrijke thema’s in zijn werk, maar hij beschrijft deze op licht-ironische en droogkomische manier.

    In De huilende molenaar gaat het om een eenling die in gedrag afwijkt van de dorpsbewoners. Waren zij eerst blij met zijn komst, – hij blijkt vriendelijk en behulpzaam-, gaandeweg keren zij zich tegen hem. Hij heeft namelijk de bijzondere gewoonte om, als hij somber wordt, te gaan huilen als een wolf.

    Het lijdt geen twijfel of Paasilinna maakt er weer een virtuoze vertelling van.

     

    De huilende molenaar
    Auteur: Arto Paasilinna
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De meteoriet en het middagdutje

    Vandaag 23 juni 2021 verschijnt bij uitgeverij Boom De Meteoriet en het middagdutje.

    Vijftig zwart-witfoto’s vormen de basis voor De meteoriet en het middagdutje. Aan de hand van die foto’s schreef Maarten Asscher korte, verhalende essays van achthonderd woorden. Het zijn onvermoede geschiedenissen, verrassende details en merkwaardige belevenissen. In de traditie van Rudy Kousbroeks ‘fotosyntheses’ waarin steeds beeld en tekst met elkaar in verbinding staan, roept de auteur zijn eigen verbazende wereld op, waarin een Japanse rotstuin, een neerstortende jachtbommenwerper, mijnwerkers in een liftkooi en een verdwenen watertoren onderling gaandeweg met elkaar verbonden raken.

    Om een indruk te krijgen kunt u hier op Literair Nederland drie fotosyntheses lezen, Personen, Bedrog en Stilleven, van Maarten Asscher in onze eigen, gelijknamige rubriek.
    Andere bijdragen in die rubriek vindt u hier.

    Maarten Asscher (1957) is schrijver van romans, verhalen, essays, gedichten en poëzievertalingen. Zijn meest recente boek is Een huis in Engeland. Roman van een kleinzoon (De Bezige Bij, 2020). Voor zijn vertalingen van de 35 Engelse sonnetten van Fernando Pessoa werd Asscher in 2011 genomineerd voor de Filter Vertaalprijs. In 2019 ontving hij de vijfjaarlijkse J.H. Donnerprijs vanwege zijn bijzondere verdiensten voor het Nederlandse boekenvak.

    De meteoriet en het middagdutje
    Auteur: Maarten Asscher
    Uitgeverij: Uitgeverij Boom

    De trotse bedelaars

    Een van de successen van het Schwob-initiatief, ‘de mooiste vergeten klassiekers’ is Albert Cossery. Hij werd geboren in Egypte, woonde het grootste deel van zijn leven in Parijs, maar bleef zich zijn hele leven een Egyptische schrijver voelen.
    Lezers die hem ontdekt hebben willen méér. Gelukkig kan dat. Na het succes van Grote Dieven Kleine Dieven, verscheen al snel De luiaards in de vruchtbare vallei, en nu komt daar ook De trotse bedelaars bij.

    In zijn column ‘Herontdekte meesters‘ schrijft Mathijs van den Berg op deze website dat de boeken van Cossery geschreven zijn in een ‘gebeitelde stijl’ met een ‘humoristische toon en bijtende maatschappijkritiek’.

    Het oevre van Cossery is klein, 10 boeken. De trotse bedelaars verscheen voor het eerst in 1955 in Parijs. Het speelt zich af in de broeierige schaduw van de steegjes, straten en pleinen in een grote Egyptische stad, in het milieu van hele en halve intellectuelen, anarchisten, dichters en revolutionairen, die uit overtuiging bedelaars zijn geworden.
    Voor hen betekent de gewelddadige moord op de prostituee ­Arnaba eigenlijk niet zoveel. Maar wie is de moordenaar? Rechercheur Nour El Dine, gekweld door zijn onfortuinlijke liefdesleven, verdenkt met name de eigenzinnige Gohar. Die houdt zichzelf maar net in leven met het bijhouden van de boekhouding van een bordeel en het schrijven van brieven voor de ongeletterde hoertjes. Gaandeweg groeit niet alleen de verdenking van de rechercheur voor deze zonderlinge figuur, maar ook de fascinatie die hij voor hem opvat

    Vic Veldheer schreef op deze website een recensie over Grote dieven kleine dieven, Rik van der Vlugt besprak hier De luiaards in de vruchtbare vallei.  

    De trotse bedelaars is vertaald door Rosalie Siblesz

    De trotse bedelaars
    Auteur: Albert Cossery
    Uitgeverij: Jurgen Maas
  • Flat characters in een roman vol verrassingen

    Flat characters in een roman vol verrassingen

     

    Is het mogelijk om volkomen onbevangen een boek te lezen? Wel een mooi idee, dat je een willekeurig boek in de bibliotheek leent en je mening zuiver en alleen vormt op basis van de tekst. Talloze auteurs zouden op die manier heel wat meer tot hun recht komen; marketing zou niet uitmaken, laat staan recensies, literaire prijzen, de reputatie van de schrijver, etc. Maar de literatuurwetenschap heeft dit idee reeds lang verlaten: een lezer is nóóit onbevangen. De kaft is van belang, de winkel waarin je het boek koopt, de persoon van wie je het boek cadeau krijgt, het lettertype en de lettergrootte, een eventuele opmerking van een kennis, de taal, de titel, de flaptekst, papierkeuze, het humeur van de lezer. Het is dit gebrek aan ‘lezersonbevangenheid’ dat Helse eendjes de das omdoet – je kunt alleen teleurgesteld raken bij het zien van een koning, als je een keizer had verwacht.

    Arto Paasilinna is een illustere naam binnen de Finse literatuur. Zijn werk is in vele talen vertaald en hij won een aantal (ook buitenlandse) prestigieuze prijzen. Slechts een klein deel van zijn romans is in een Nederlandse vertaling verschenen – het meest recent is deze eer te beurt gevallen aan een werk uit 1998, met de hoogst indrukwekkende naam Hirtämmättömien lurjusten yrttitarha, ontnuchterend vernederlandst tot Helse eendjes. Op de coverfoto zien we een hondje met een motorcap en –bril. Dit, tezamen genomen met de achterflaptekst, doet ons blijmoedig denken: dit gaat een uitermate komische maar even zo spannende thriller worden, een roman (want dat staat letterlijk op de voorkant, ‘Roman’) met de literaire kwaliteiten die we van een Scandinavisch grootmeester verwachten mogen en met de noordelijke Kalevala-magie die het Suomi (Fins) natuurlijk zo eigen is…

    Maar dan begint het. We lezen over een geheim agent, Jyllänketo, een veertiger, die zich vermomt als een bio-inspecteur om een kijkje te nemen op een landgoed genaamd Peuravuoma, dat in handen is van de kille eigenares Kärmeskellio. Het landgoed huisvest een biologisch bedrijf waarop o.a. champignons worden verbouwd, en wel in een diep mijnschachtenstelsel. Er gaan geruchten dat er mensen op dit landgoed zijn verdwenen, en Jyllänketo is eropuit gestuurd om dit te onderzoeken. Spanning en sensatie dus. Nu is het jammer dat de oorzaak van deze verdwijningen reeds op de achterflap wordt gegeven. Een auteur moet wel stevig in zijn schoenen staan, als hij aan het begin van een thriller verklapt hoe de vork in de steel zit. Zou de CSI-serie ons nog steeds boeien, als we vanaf de aanvang weten wie de moordenaar is en hoe hij te werk is gegaan?

    Het boek moet ook grappig zijn. Dat impliceren althans de titel (naar welke motorrijdergroep zou die verwijzen?), de coverfoto en verscheidene opmerkingen in de tekst. En toegegeven, bij vlagen is het ook best humoristisch. Het hele thema is wat bizar en sommige personages zijn zulke stereotypen, dat het zo af en toe best tot glimlachen noodt. Maar meer niet. De vermoedelijk als lachwekkend bedoelde passages komen vaak wat gekunsteld, wat onnatuurlijk over; bij vlagen verliezen deze ‘komische’ uitstapjes alle verhaalrelevantie.

    Doch het meest in het oog springend is de karaktertekening. Deze is nagenoeg zwart-wit. Je hebt de ‘goeden’ (de bewoners van Peuravuoma) en buiten het landgoed heb je bijna uitsluitend ‘slechten’: graffitispuiters, motorfanatici, moordenaars, zakenlui, pubers en oude vrouwtjes. Er wordt geen nader onderscheid gemaakt binnen deze laatste groep – het zijn allemaal ‘schurken’ (deze term komt op bijna elke pagina weer bovendrijven). Het is direct duidelijk waar de sympathie van de schrijver ligt. Tegelijkertijd zijn het louter flat characters (de hoofdpersoon niet uitgezonderd): Paasilinna slaagt er niet in dieper door te dringen in de psyche van zijn personages. Of zou hij het juist zo bedoelen? Zou hij juist wíllen dat Jyllänketo en de zijnen simpele marionetjes zijn van de verhaalverteller? De roman lijkt hiertoe geen aanwijzingen te geven, dus het antwoord zal in het verdere proza van Paasilinna moeten worden gezocht. Maar dat voert hier te ver.

    Dit alles neemt niet weg dat men de auteur mag prijzen om zijn verregaande fantasie. Hij tekent een keur aan verrassende situaties die dan wel weinig diepgaand zijn, maar die desalniettemin zorgen voor een levendige lectuur. Paasilinna (of de vertaalster) bedient zich aan de lopende band van clichés, maar daar staat weer tegenover dat dit het lezen aanzienlijk vergemakkelijkt. Concluderend kunnen we dan ook stellen dat Helse eendjes voor de meer ‘literaire’ lezer geen aanrader is, maar dat ieder ander best een poging kan wagen. Aan verrassingen geen gebrek.