• Oogst week 40 – 2023

    De nachtzijde van de rivier

    De Britse schrijfster Jeanette Winterson (1959) publiceerde in 1985 Oranges are not the only fruit, een autobiografische roman over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng christelijk milieu. Ze verwierf er internationale bekendheid mee en van het boek werd ook een tv-serie gemaakt. Winterson studeerde Engels en begon aan een schrijverscarrière met verhalen, kinderboeken en essays. Ideeën uit de natuurwetenschap, tijd en ruimte, metafysica, fictie versus werkelijkheid en genderidentiteit zijn de kwesties waarover zij zich buigt. Haar eerste jeugdroman De tijdhoeder (2005) is een science-fictionverhaal en de roman Frankusstein, om er maar een te noemen, handelt onder meer over kunstmatige intelligentie en robotica.

    De nachtzijde van de rivier bestaat uit huiveringwekkende korte verhalen over verleiding, angst en wraak, liefde en verdriet. Van de geesten en de doden wel te verstaan en tegen de achtergrond van onze digitale wereld. We staan voortdurend met elkaar in contact. We weten alles over anderen en over de ontwikkelingen in de wereld. Wat we niet kennen is de wereld van de geesten, de verhalen van de doden. Winterson op haar website: ‘Ik geloofde nooit in geesten, totdat ik met ze samen begon te leven.’ Wintersons geesten hebben nieuwe manieren gevonden om ons te bereiken, verstoren met technologie de grens tussen leven en dood en regelen ontmoetingen met het bovennatuurlijke.

    De nachtzijde van de rivier
    Auteur: Jeanette Winterson
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Tenminste voor een bepaalde tijd

    Met het schrijven van Tenminste voor een bepaalde tijd komt de ik-verteller een onuitgesproken belofte aan Frida na. Het is 1974. Frida is de tiener die zwanger is en, zo komt de ik te weten van haar broer Nico met wie hij vriendschap heeft aangeknoopt, daarom door haar ouders van school wordt gehouden. De vijftienjarige ik is hopeloos verliefd op haar. ‘Want door Frida trad het leven – en zeker ook mijn leven – voor even uit zijn verstikkende begrenzing.’

    Hij is in de ban van zijn verliefdheid, maar ook van het verdriet om zijn zus die door een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Al die heftige gevoelens kwellen hem voortdurend. Om daaraan en aan de droevige sfeer thuis te ontsnappen zoekt hij een baantje. De boekwinkel waarin hij gaat werken wordt zijn houvast, evenals het voor een klant bijhouden van een archief van mysterieuze verdwijningen. In het boek is het overlijden van de zus van de auteur een autobiografisch gegeven.

    Het verhaal speelt zich af in Zutphen, waar ook Heesens debuutroman Een naderend begin van iets nieuws (2021) – met dezelfde ik-verteller maar dan een paar jaar ouder – en de verhalenbundel Naar Zutphen (2019) zijn gesitueerd.

    Tenminste voor een bepaalde tijd
    Auteur: Hans Heesen
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer 2023

    Over de berekening van ruimte I

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) studeerde literatuur en filosofie. In 1984 verscheen haar eerste boek, de novelle Lyrefugl. Vele verhalen en gedichten verder brak ze in 1993 door met de roman Ifjølge Loven en er volgde internationaal erkenning. Voor haar fictie laat Balle zich inspireren door Kafka en Borges, liefde en existentiële eenzaamheid zijn haar thema’s.
    Voor de delen een t/m drie van Over de berekening van ruimte – een titel die in totaal zeven romans zal beslaan – ontving ze in 2022 de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

    In deel 1 botsen twee tijdsbelevingen. Thomas, samen met zijn vrouw Tara handelend in 18e eeuwse boeken, wordt elke ochtend wakker op 18 november. Zijn geheugen is gewist, zijn geestelijke gevangenschap doet denken aan dementie. Voor Tara loopt de tijd gewoon door en iedere dag vertelt zij hem wat er is gebeurd. Alles wat Tara ziet en hoort schrijft ze op. In het begin van de roman is het voor de 121e keer 18 november. Tara wordt elke dag ouder en voor haar is het haast een obsessie om te proberen bij 19 november te komen, in een wereld waar de tijd normaal verstrijkt. Maar wat is normaal? Op het mysterie tijd hebben natuurkundigen, filosofen en geriaters nog altijd geen antwoord. Solvej Balle houdt de lezer vast met de vraag wat er in Thomas’ en Tara’s wereld aan de hand is.

     

    Over de berekening van ruimte I
    Auteur: Solvej Balle
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Relevant, sappig en genuanceerd

    Relevant, sappig en genuanceerd

    Recensie door Peter Samuel

    In zijn nawoord begint essayist en historicus Ian Buruma onmiddellijk met een overduidelijke boodschap: ‘Het was niet mijn bedoeling om Kawashima Yoshiko, Felix Kersten en Friedrich Weinreb te veroordelen omdat ze slechte mensen zouden zijn. Daarvoor is het te laat’.

    Genoemde hoofdpersonen in De fantasten lijken op het eerste oog nauwelijks iets met elkaar gemeen te hebben, maar toch. Het ‘Oosterse Juweel’ (bijnaam van Mantsjoeprinses Yoshiko), de ‘magische Boeddha’ (bijnaam van Himmlers privémasseur Kersten) en de Joodse immigrant, van de gelijknamige affaire (Weinreb) brachten ieder op hun beurt tijdgenoten en historici op een dwaalspoor. Zij maakten door in hun eigen verhalen te geloven bedrog tot zelfbedrog. Buruma is er uitstekend in geslaagd om hun levens, waarin de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol speelt, met elkaar in verbinding te brengen.

    ‘Het geheugen en beoordelingsvermogen van de mens zijn niet onfeilbaar…’

    Scherpe analyse en subtiele ironie

    Ian Buruma, geboren op 28 december 1951, is een Nederlandse sinoloog, japanoloog en publicist. Hij wordt geroemd om zijn eruditie en beschouwende publicaties. In 2008 ontving hij de Erasmusprijs, in 2018 de Gouden Ganzeveer. Volgens de jury van de Erasmusprijs wordt het werk van Buruma gevoed door een fascinatie voor de wereld aan gene zijde van de burgerlijke bekrompenheid en door ondogmatisch, kritisch denken. Buruma ziet zichzelf meer als beschouwend schrijver dan als activist. Hij hanteert in zijn schrijfstijl een scherpe analyse, waarin zowel identificatie als distantie een plaats vinden, doordrenkt met subtiele ironie. Al deze kenmerken zijn in De fantasten terug te vinden. Hij heeft het boek in de Engelse taal geschreven, onder de oorspronkelijke titel The Collaborators. De Nederlandse vertaling – onder de kennelijk ‘neutralere’ titel – is van de hand van Arthur Wevers.

    Het centrale thema in het oeuvre van Ian Buruma is de Tweede Wereldoorlog. Hij beluisterde van jongs af aan zijn vaders verhalen die was ondergedoken, opgepakt, bombardementen overleefde en aan executie ontsnapte. Na zijn eerdere werken, waaronder 1945, Biografie van een jaar, lag het voor de hand dat hij voort zou gaan met schrijven over zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog, het drama dat hij zelf nooit heeft meegemaakt. In De fantasten weeft hij in tien hoofdstukken de levensverhalen van drie bijzondere, wonderlijke figuren ineen.

    ‘De wonderlijke levens van Kersten, Kawashima en Weinreb bevatten wel elementen die de verhalen van veel collaborateurs kenmerken: hebzucht, idealisme, sensatiezucht, machtshonger, opportunisme en zelfs de niet altijd misplaatste overtuiging dat ze ook iets goeds deden.’

    Historische les

    Om Friedrich Weinreb kon Buruma vanuit zijn wantrouwen over het tijdperk van verzetshelden en collaborateurs sowieso niet heen. Deze Joodse immigrant liet Joden in Den Haag geloven dat hij hen tegen betaling voor deportatie kon behoeden. Uiteindelijk heeft hij een aantal aan de Duitse politie verraden, hetgeen Buruma nauwkeurig weet te verwoorden. De tweede persoon die de schrijver in beeld brengt, Kawashima Yoshiko, gaf hij in The China Lover een bijrol. In De fantasten staat deze beeldschone Chinese prinses centraal. Zij was spionne voor de Japanse geheime dienst, had affaires met hoge officieren, maar doste zich soms ook als man uit. Haar haast mythische status leverde de sluwe heldin, tegelijkertijd verraadster, de bijnaam ‘Mata Hari van het Oosten’ op. Met de derde hoofdpersoon, Felix Kersten, houdt Buruma zich al langer bezig. Hij schreef eerder in krantenartikelen over deze persoonlijke masseur van Heinrich Himmler, als zijnde een voorbeeld van vele oplichters, die tot de achterkamertjes van de macht wisten door te dringen.

    Ian Buruma heeft met De fantasten een historische les over de betrekkelijkheid van identiteit en over de kijk op het verleden geschreven. In zijn analyses, even sappig als genuanceerd, onderscheidt hij op zorgvuldige wijze feiten, waarschijnlijkheden en beweringen. Het boek is een boeiende reconstructie van verhalen over drie verguisde en gemythologiseerde figuren. Engelen of duivels? Leugens of zelfbedrog? Ook in onze tijd zijn dit soort verhalen over collaborateurs c.q. fantasten onmisbaar om te begrijpen hoe gemakkelijk het is om geweld en ongekend lijden door de vingers te zien. Het is een les van en voor alle tijden, die door Ian Buruma in De fantasten op voortreffelijke wijze is gecomponeerd.

     

     

  • Kunstmatig of matige kunst?

    Kunstmatig of matige kunst?

    De voetbalwereld en de autobranche kennen al jaren een geduchte concurrent wat de oververtegenwoordiging van mannen betreft: de informaticawereld. Met haar essaybundel Twaalf Bytes bindt Jeanette Winterson de strijd aan met seksisme en misogynie in haar werkveld. Klinkende cijfers, harde statistieken en inspirerende verhalen bewijzen dat genderongelijkheid zelfs in de hoogste regionen van de computerwetenschappen voortwoekert. Winterson heeft echter meer willen schrijven dan een activistisch pamflet, getuige de ondertitel Heden en toekomst van kunstmatige intelligentie. Dat maakt van Twaalf Bytes een boek met twee gezichten.  

    Waar Winterson de stand van zaken rond AI beschrijft en feminisme propageert, overtuigt haar werk. Maar regelmatig waagt ze zich aan filmische speculaties zonder onderbouwing, met veel misschien-zinnetjes. Ten slotte probeert ze te bewijzen wat er deugdelijk zou zijn aan kunstmatige intelligentie, maar verslikt ze zich in haar ambitie naar alomvattendheid. Religie, mythologie, literatuur, ras, sociologie, genderpolitiek, geschiedenis, film, liefde en Big Tech. Al deze thema’s propt ze in amper 300 pagina’s; de rode draad wordt algauw een onontwarbare knoop.

    Vrijheid, gelijkheid, zusterschap

    Voor progressievelingen is Twaalf Bytes een feest van herkenning. In haar pleidooi voor emancipatie binnen de informatica houdt Winterson zich bij de feiten. Zo had het Duitse ENIGMA-systeem in de Tweede Wereldoorlog nooit gekraakt kunnen worden zonder vrouwelijke, zwaar onderbetaalde rekenaars. Ada Lovelace, Lord Byrons dochter, is dé grondlegger van de hedendaagse pc en Spotify, maar waar haar mannelijke tijdgenoten de credits voor krijgen. Over deze vrouw die nota bene Alan Turing inspireerde, wordt gezegd ‘dat ze meeliftte op andermans succes, dat haar berekeningen niet klopten, dat ze de aantekeningen waarin ze de werking van de analytische machine uitlegt niet zelf heeft geschreven. Dat ze zichzelf overschatte, ijdel was en dat Babbage haar alleen maar tolereerde.’ 

    De revanche voor de vrouw gaat gestaag, maar niet snel genoeg. Winterson haalt John Stuart Mill aan die in 1869 zegt: ‘‘‘Geen slaaf is in dezelfde mate – en in de volle betekenis van het woord – slaaf als een getrouwde vrouw.’’’ Tot ver in de 20ste eeuw blijft de vrouw wilsonbekwaam en financieel afhankelijk van haar man in het ‘beschaafde’ Westen. En tegenwoordig verergert kunstmatige intelligentie dit probleem slechts. Banken maken bij kredietverstrekkingen gebruik van algoritmes die discrimineren op geslacht. Oftewel, vrouwen hebben een lagere bestedingslimiet dan (witte) mannen. Drie keer raden welke soort mensen de algoritmes vormgeeft? Juist. Bovendien is deze doelgroep fervent liefhebber van een wel heel specifieke vorm van kunstmatige intelligentie.

    Eigenlijk keurt Winterson maar één kunstmatige levensvorm af: de sekspop. Sekspoppen zeggen nooit ‘nee’, zijn in 99 van de 100 gevallen veredelde pornopitspoezen en hebben soms zelfs een verkrachtingssimulatie als nieuwste gadget. Daarnaast hebben ze geen eigen wil. Winterson weet dr. Kathleen Richardson van De Montfort University aan haar zijde: ‘Als hoogleraar Ethiek en AI is ze bang dat seksrobots stereotypes zullen versterken, objectificatie en commercialisering van het vrouwenlichaam zullen bevorderen en tot meer geweld tegen vrouwen zullen leiden.’ Als consument kan de man zichzelf wijsmaken dat hij echt wel weet dat seks met een vrouw van vlees en bloed niet zo werkt, maar corruptie van de geest gaat sluipenderwijs: ‘Als ze het niet zo doet, zich niet zo kleedt en zich niet zo gedraagt, is ze gewoon frigide. En als ze het wel zo doet, is ze een slet.’
    Waarvoor dient kunstmatige intelligentie dan wel? Daarin is Winterson niet altijd even duidelijk.

    Confucian confusion

    In de inleiding stelt Winterson haar bescheiden doel voor Twaalf Bytes vast: ‘Ik wil lezers die denken dat ze geen belangstelling hebben voor AI, biotech, Big Tech of datatech laten ontdekken dat deze verhalen boeiend (…) angstaanjagend zijn en allemaal met elkaar samenhangen.’ Vooral dat laatste punt, de onderlinge samenhang van haar subonderwerpen, nekt de schrijfster. Omdat haar bundel essays bevat, en geen wetenschappelijke artikelen, neemt Winterson alle ruimte om uit te weiden over talloze niet-wetenschappelijke kwesties. Aangezien het wetenschappelijke kader ontbreekt waaraan ze haar onderwerpen toetst, bezigt ze het holistische cliché dat alles uiteindelijk allemaal naar hetzelfde wijst. 

    Theoretisch vormt de vermenging van allerlei mythes met de Verlichting en de evolutiebiologie het grootste bezwaar. Het Gilgamesj-epos, het Thomasevangelie, het taoïsme, Jezus Christus, Frankenstein; al deze literaire en religieuze fenomenen koppelt ze aan theorieën van de verlichters John Maynard Keynes, René Descartes en Charles Darwin. Onwillekeurig roept Twaalf Bytes herinneringen op aan het omstreden 12 Rules for Life van pseudo-intellectueel Jordan Peterson, die ook niet vies is van een psychoanalysetje hier en een Oedipuscomplexje daar. Bovendien noemt Winterson de Industriële Revolutie de zwartste dag voor de mensheid, terwijl volgens haar het kapitalisme – dé aanjager van massaconsumptie, klimaatproblemen en inkomensongelijkheid – de oplossing is waarmee kunstmatige intelligentie de mens op aarde redt. Om de verwarring compleet te maken bombardeert Winterson even later de venture capitalists Elon Musk, Richard Branson en Peter Thiel dan wel weer tot volksvijand nummer één. Volgt u het nog?

    De filmcultuur komt in Twaalf Bytes eveneens rijkelijk aan bod. Het geeft te denken dat Wintersons toekomstverwachtingen meer op kaskrakers dan op wetenschap gebaseerd zijn. De bundel barst van de aannames, eventuele mogelijkheden en plompverloren filmfantasieën: ‘In het komende decennium zal het internet van dingen de gedwongen evolutie en de geleidelijke verdwijning van Homo sapiens zoals we die kennen in gang zetten.’ Het majesteitelijk wij tiert welig: ‘We stellen ons God altijd voor als een niet-belichaamd netwerksysteem.’ Dit soort verkondigingen doen mij smachten naar de roman Mogelijkheid van een eiland, waarin Michel Houellebecq op overtuigende wijze een wereld van gekloonde, via fotosynthese levende post-mensen creëert. Waarom overtuigt dat wel? Omdat de Fransman zijn boek niet over álles wil laten gaan, zoals Winterson dat wel tevergeefs probeert. Ook in het vrije genre van de essayistiek geldt blijkbaar het devies: vrijheid schuilt ‘m in de beperking.

    SkAI Radio

    Kunstmatige intelligentie wordt binnen de muziekwereld gebruikt om klassieke composities te simuleren. Zo bestaan er machines die stukken componeren met de complexiteit van Bach, om maar iemand te noemen. Sceptici zeggen dat op deze wijze gecomponeerde muziek onvolwaardig is, want de mens heeft haar niet zelf gemaakt. Voor velen is het onderscheid tussen AI en de mens dus: het een is gemaakt door machines, het andere is ontstaan. Winterson noemt een ander verschil, waar zij meer in gelooft: ‘We hebben de technologie. We hebben de wetenschap. We hebben de kennis. We hebben de gereedschappen. We hebben de universiteiten, de instellingen, de structuren, het geld. Where is the love?’ Met liefde is alles mogelijk. Zo springt Twaalf Bytes van Bach naar de Black Eyed Peas, van #MeToo naar #Doeslief. Door verwarring en open deuren boet Twaalf Bytes in aan relevantie, hoe krachtig Winterson de maatschappijkritiek op het patriarchaat ook optuigt.

     

     

  • Boeiende weergave van de nabije toekomst

    Boeiende weergave van de nabije toekomst

    Dit opmerkelijke, eigentijdse boek, Frankusstein van Jeanette Winterson, begint met de verregende vakantie in 1816 van Mary Shelley en haar echtgenoot de dichter Percy Bysshe Shelley, haar wat simpele halfzus Claire die tevens de minnares is van dichter Lord Byron, en diens arts Polidori, beiden ook aanwezig. Uit verveling besluiten ze een griezelverhaal te bedenken, voor Mary Shelley de aanloop naar Frankenstein.
    In de tweede verhaallijn, de hedendaagse, klinkt de stem van transgender en arts Ry Shelley, geboren als vrouw (Mary) maar op weg man te worden. Tot het einde van het boek wisselen de twee verhalen elkaar af, ieder met een eigen stem: die van de negentiende-eeuwse Mary en die van de hedendaagse Ry. Deze Ry wordt verliefd op professor Victor Stein, expert op het gebied van kunstmatige intelligentie en geobsedeerd door de cryogenetica (cryoneren = het vriesdrogen van een lichaam). Hij droomt ervan ingevroren lichamen weer tot leven te wekken en van het kunnen uploaden van de inhoud van het menselijk brein in een computer.* Data zonder lichaam, geest zonder materie ziet hij als een ideaal toekomstbeeld.

    Seksrobots

    Stein is het equivalent van Frankenstein; beiden willen levenloze lichamen tot leven wekken. Ook de andere personen uit de negentiende eeuw worden gespiegeld in het nu. Voor Lord Byron staat Ron Lord, een zakenpartner van Stein en een nogal botte, vrouwonvriendelijke ondernemer. Hij verhuurt opvouwbare vrouwelijke sekspoppen die verrijkt met de kunstmatige intelligentie van Stein tot leven komen. Dan is er de zeer vrome christelijke Claire die na aanvankelijke weerzin tegen Rons business wel brood ziet in een christelijke seksrobot voor naar zinnelijke lust hunkerende mannen.

    De dialogen tussen Ron en Claire zijn geestig en ook in de rest van het boek valt te glimlachen om Wintersons humor. Een hilarische scène is die wanneer op een officiële ontvangst Ron per ongeluk een van zijn seksrobots activeert, waarna deze luid en duidelijk haar erotische vermogens verbaal ten gehore brengt. Ondanks de nonchalante humor en de luchtige sfeer van de gebeurtenissen heeft het boek een koele ondertoon. En als Stein de anderen meeneemt diep een nucleaire bunker in, waar onder andere het licht uitvalt, de vloer onverklaard volstroomt met water en Stein zijn gecryoniseerde hoofden toont, wordt de sfeer bepaald dystopisch.

    Ondergeschikt aan verhaal

    In 1816 krijgt Mary Shelley het idee voor haar beroemde gothic novel Frankenstein, de arts die een monster creëert. In het nu merkt Victor Stein op: ‘Kunstmatige intelligentie is niet sentimenteel, ze zoekt naar de best mogelijke oplossingen. Het menselijk ras is niet de best mogelijk oplossing.’ De Shelley’s, zowel Mary als Percy, zijn bekende historische figuren en kunnen het als personage in dit geval wel zonder veel diepgang stellen. Anders is het met de hedendaagse personages: zij blijven aan de oppervlakte en zijn ondergeschikt aan het verhaal. Maar Wintersons weergave van de nabije toekomst is boeiend en verdient op zich al bewondering.

    Liefdesverhaal?

    In alles heeft Winterson de tegenstelling gezocht en dat heeft ze knap gedaan: man vrouw, geest lichaam, heden verleden, utopie dystopie, kunst technologie, liefde horror.

    De ondertitel van Frankusstein is Een liefdesverhaal. Over de liefde tussen Mary en Percy Shelley hoeft geen twijfel te bestaan, die van Ry en Victor ziet er ondanks de lichamelijke relatie een stuk koeler uit. Vooral Ry blijft een onbewogen, afstandelijk type. In een interview met The Guardian geeft auteur Winterson aan dat zij zichzelf man noch vrouw en misschien zelfs geen mens voelt. Dat zien we terug in Ry. Ze levert Victor illegaal lichamen voor zijn experimenten, behalve uit liefde ook uit eigen interesse voor wat kunstmatige intelligentie allemaal vermag.

    Hedendaagse thema’s

    Jeanette Winterson is een Britse schrijfster, geboren in 1959. Met haar eerste boek Sinaasappels zijn niet de enige vruchten uit 1985 won ze al meteen de Whitbread Prize. Het  fors autobiografische boek gaat over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng religieuze gemeenschap. Winterson schreef tot nu toe zo’n twintig boeken, waaronder verhalen, romans, non-fictie, kinderboeken en essays. Haar thema’s zijn (gender)identiteit, fictie en werkelijkheid, tijd en ruimte, en ze gebruikt ideeën uit de natuurwetenschappen waarmee haar verhalen een science fiction-achtige uitstraling krijgen. In 2006 werd ze benoemd tot ‘Officer of the British Empire’ voor haar verdiensten voor de literatuur. In 2011 schreef ze een ‘echte’ autobiografie.

    Onsterfelijk

    In The Guardian verklaart Winterson dat zij (nog steeds) een enthousiaste christen is. ‘Maar dat is wie ik ben, dus ik moet het gebruiken.’ Religie en geslacht hebben haar gevormd en in de robotica zag ze dit samenkomen. ‘Ik dacht ineens, wacht even, dit komt allemaal samen. Hebben we niet altijd gezegd dat de lichamen zullen wegvallen, de geest doorgaat, er daarbuiten een eeuwigheid is? Dit is nu wat de wetenschap belooft, dat we de inhoud van onze hersenen zullen uploaden of onszelf zullen uitbreiden met slimme implantaatgenen. […] …langzaam vorderend tot dit punt, waar we onsterfelijk konden worden, zoals we altijd wilden zijn, en altijd dachten dat we waren.’ Wie technologie en toekomst fascineren, die leze Jeanette Winterson.

     

    * Meer informatie: Alcor Life Extension Foundation op internet.

     

     

  • Oogst week 23 – 2018

    Tussen Lenin en Lucebert

    Igor Cornelissen (1935) schreef als journalist voor Het Vrije Volk, Het Parool enVrij Nederland over onderwerpen als de sociale strijd, Oost-Europa, communisme, spionage en de Tweede Wereldoorlog.

    In Tussen Lenin en Lucebert schrijft hij over de opmerkelijke Nederlandse kunstcritica en communiste Mathilde Visser (1900 – 1985). Visser werd geboren in een welgesteld joods-liberaal milieu. Voor de oorlog woonde zij na een mislukt huwelijk een tijd alleen in Berlijn. Toen het haar daar te heet onder de voeten werd verhuisde ze naar Parijs waar ze de kunstenaars Pablo Picasso, Salvador Dali en Max Ernst leerde kennen. Die vriendenkring vormde haar verder en was de basis voor haar carrière als kunstcritica.

    Hoewel ze na de oorlog veel geld gaf aan de Communistische Partij van Nederland kostte het haar veel moeite om het lidmaatschap te verkrijgen. De partijleiding vertrouwde de rijke, in bontjas gehulde bourgeoisdame niet helemaal.
    Cornelissen reconstrueerde het levensverhaal van Mathilde Visser aan de hand van brieven, dagboeken en gesprekken met tijdgenoten.

     

    Tussen Lenin en Lucebert
    Auteur: Igor Cornelissen
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Tokio mon amour

    In het eerste hoofdstuk van Tokio mon amour toont Ian Buruma zich nog onzeker:

    ‘…Mijn vlucht met Pakistan International Airlines was geboekt. Ik stond ingeschreven bij de filmacademie van de Nihon-universiteit in Tokio en had een studiebeurs toegekend gekregen van de Japanse overheid, waarmee ik de kosten voor mijn levensonderhoud kon betalen. Ik vond het spannend om voor een flink aantal jaren naar Tokio te verhuizen, maar ook een beetje eng. Zou ik geen heimwee krijgen en me zo eenzaam voelen dat ik de hele tijd brieven ging zitten schrijven aan mensen die zich op bijna tienduizend kilometer van Tokio bevonden? Zou ik binnen enkele maanden terug zijn, vernederd omdat ik een morele nederlaag had geleden? Ik had een Japanse vriendin, Sumie, die mee naar Japan zou verhuizen, maar toch.’ …

    Buruma kwam in 1975 aan in Tokio, en had geen idee wat hem te wachten stond. Hij was in Amsterdam en Parijs gefascineerd geraakt door Japanse films en theater en dus reisde hij naar de bron. In Tokio mon amour doet hij daar verslag van.

    Tokio mon amour
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    Amsterdam

    Eva Cossee over haar boek:

    ‘Mijn Amsterdam is een stad van immigranten. Dat ik zo denk, is niet zo vreemd. Mijn voorvaderen Cossée waren Hugenoten en kwamen in de zeventiende eeuw vanuit het Loire gebied naar Amsterdam, waar op dat moment bijna 10% van de bevolking van Franse herkomst was. Amsterdam heeft altijd een grote aantrekkingskracht op handelaren en kunstenaars gehad. Nu is Amsterdam de meest multiculturele stad ter wereld met nog meer verschillende nationaliteiten dan New York.

    Amsterdam. Stad van aankomst schetst een beeld van de bevolkingsopbouw na 1945. En Amsterdam is ook altijd een rebelse stad geweest, met rookbommen en protesten, door Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden prachtig verwoord. De handel op het Waterlooplein wordt beschreven door Saskia Goldschmidt en de spreekwoordelijke vrije liefde in de hoofdstad door Cees Nooteboom, en het multiculturele straatbeeld door Robert Vuijsje. Tot slot krijgen ook de neushoorns en andere bewoners van de diergaarde Artis een stem.’

     

    Amsterdam
    Auteur: Eva Cossée
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2018)

    Waarom schrijven?

    De onlangs overleden Philip Roth heeft naast fictie ook veel non-fictie geschreven over een groot aantal onderwerpen, waaronder de schrijvers die hij bewondert, zijn eigen werk, het creatieve proces en de Amerikaanse cultuur. In Waarom schrijven? wordt voor het eerst al dit werk verzameld in één band. Het bevat de eerder verschenen essaybundels Lectuur van mijzelf en anderen en Over het vak, maar ook veel stukken die ofwel herzien zijn, of nooit eerder gepubliceerd. Waarom schrijven? geeft een prachtig beeld van de gedachtewereld van een van Amerika’s grootste schrijvers.

     

    Waarom schrijven?
    Auteur: Philip Roth
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2018)

    Tijdschrift Terras

    Terras is een tijdschrift voor internationale literatuur dat gemaakt wordt door medewerkers verspreid over de hele wereld. Het veertiende nummer, Elders, onderzoekt de tegenstellingen van stad en platteland, centrum en periferie, en brengt plekken in kaart waar iets bijzonders aan de hand is en waar op een mooie manier over geschreven kan worden.
    Het nummer bevat nieuwe ontdekkingen, niet eerder in het Nederlands vertaalde proza-auteurs die worden ingeleid door Annelies Verbeke, dichters zoals de Spaanse Sandra Santana en essayisten. Van Jon Fosse, die in het Nederlands taalgebied al naam heeft als toneelschrijver, worden gedichten en een essay gebracht. Daarnaast is er een hommage aan de dichter Charles Simic die dit jaar 80 wordt, verzorgd door K. Michel en Wiljan van den Akker en zijn er bijdragen van onder meer Arno Camenisch, Miek Zwamborn, Tomas Lieske, H.C. ten Berge en Joseph Zoderer. Menno Wigman figureert postuum in dit nummer als vertaler (naast Hélène Gelèns en Elma van Haren) van het Poettrio-project met Sean O’Brien, W.N. Herbert en Fiona Sampson.

     

     

  • Oogst week 3

    Een stand van de zon

    De Ierse schrijver Donal Ryan heeft pas 3 boeken geschreven maar grossiert al in (Ierse) prijzen. In 2016 is zijn boek The Spinning Heart op het Dublin Book Festival uitgeroepen tot Irish Book of the Decade. Daarvoor had het al de Guardian First Book Award en de European Union Prize for Literature gewonnen en in 2013 stond het op de longlist voor de Booker Prize.

    Toch kiest uitgeverij Koppernik eerst voor een vertaling van de verhalenbundel A Slanting Of The Sun (Een stand van de zon), waarvan het titelverhaal verkozen werd tot ‘Short Story of the Year’ door de Irish Book Awards.

    Ryan (1976) schrijft verhalen ‘die de menselijke tragedie van eenzaamheid, isolatie en onthechting blootleggen. Soms vinden ze plaats in het alledaagse leven; soms worden ze opgeroepen door een noodlottige ontmoeting of een tragische beslissing. De verhalen beschrijven hoe mensen tot elkaar worden aangetrokken en zich vastklampen aan liefde. vaak in wanhopige omstandigheden. In indringend en vaak ijzingwekkend proza beschrijft Donal Ryan de wrede schoonheid van het menselijke hart met al zijn verwachtingen en tekortkomingen.’

    ‘Uitstekende verhalen… Ryan is al zo’n meester van het korte verhaal dat je zelfs als je de afloop vreest toch door blijft lezen.’ – Irish Independent
    Briljant en duister.’ – The Guardian

    Een stand van de zon
    Auteur: Donal Ryan
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Waarom we poëzie haten

    Nog zo’n prijswinnaar: Ben Lerner. Hij won met zijn romandebuut Vertrek van station Atocha de Believer Book Award. In Duitsland ontving hij in 2011 de Preis der Stadt Münster für Internationale Poesie.

    In Waarom we poëzie haten gaat hij in op  de vraag waarom mensen een hekel hebben poëzie. Volgens hem is de haat voor poëzie onlosmakelijk verbonden met dichtkunst.
    In dit persoonlijke essay neemt hij de haat voor de poëzie als vertrekpunt voor zijn verdediging van deze kunstvorm. ‘Gaandeweg vindt hij een verklaring voor de hooggestemde mislukking die aan ieder gedicht ten grondslag ligt: de impuls om de individuele ervaring in een tijdloze, gemeenschappelijke vorm te gieten.’

    Dat is toch mooi gezegd.

    Waarom we poëzie haten
    Auteur: Ben Lerner
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Pauwl

    Openhartig was hij, Erik Jan Harmens in zijn roman Hallo muur. Daarin schrijft hij over zijn alcoholverslaving, burn-out, echtscheiding en de dood van geliefden. Op het omslag stond: ‘verslag van een leven tot op de bodem’. Op het omslag van de nieuwe editie van dit boek maak je meteen kennis met Harmens’ stijl: Hallo Muur, ik ben Erik Jan Harmens, Dit is het verhaal dat ik je wil vertellen. Het gaat goed met me. Maar het ging een tijdje niet zo goed. Die donkerte ligt nu achter me, als een voorbije nacht.

    Blijkbaar wil Harmens op voorhand de potentiële lezer vertellen wat hem of haar te wachten staat. Ook het omslag van zijn nieuwste roman Pauwl, licht een tipje van de sluier: ‘een roman over leven met autisme [en andere dingen die op zich niks met autisme te maken hebben]’.

    De uitgever noemt Pauwl een geestige, realistische en hartverscheurende roman over een volwassen man met autisme. Als je Hallo muur gelezen hebt, kan je je hier wel iets bij voorstellen.

    Pauwl
    Auteur: Erik Jan Harmens
    Uitgeverij: Overamstel Uitgevers
  • Oogst week 10

    Hun beloofde land

    De Engels-Nederlandse Ian Buruma, internationaal geroemd schrijver en essayist, heeft deze keer een zeer persoonlijk boek geschreven. In Hun beloofde land schetst hij het verhaal van zijn grootouders Bernard Schlesinger en Winifred Regensburg, beiden in Londen geboren kinderen van Duits-Joodse immigranten. Twee levens tijdens twee wereldoorlogen. In beide oorlogen waren zij jaren van elkaar gescheiden. Maar ze schreven elkaar, bijna dagelijks over hun leven, over kunst, muziek en hoop. Hun brieven zijn bewaard gebleven en vormen de basis van Buruma´s verhaal.

    Hun beloofde land is eerder in Engeland verschenen, de recensies zijn enthousiast. Philip Roth schrijft:

    ‘Dit is een zorgvuldig en mooi geschreven, uiterst leesbare sociale geschiedenis, op een elegante en intieme manier verteld, aan de hand van de correspondentie van de familie. Buruma beschrijft de in Groot-Brittannië geboren Joden uit de hoge middenklasse helder, met warmte en met sympathie – het zijn niet voor niets zijn grootouders – en hij maakt voelbaar hoe het was om Duits-Joodse emigranten te zijn tijdens het Engelse interbellum.’

    Op 20 maart a.s. spreekt Buruma in Spui25 over zijn nieuwe boek en gaat daarna in gesprek met Nelleke Noordervliet.

     

    Hun beloofde land
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen

    Het duurt wel even voordat je als niet Hagenaar van die stad gaat houden. Maar fascineren doet Den Haag al snel en uiteindelijk ga je haar ook een beetje begrijpen. Hun gezamenlijke Haagse roots hebben Wim Noordhoek en Marcel van Eeden, beiden allang vertrokken uit Den Haag, aangezet tot het maken van een prachtig boekje over die stad. Dat de tram een aanzienlijke plek krijgt in deze bundel wordt direct duidelijk door het omslag en de vormgeving van de inhoudsopgave, afgedrukt als de route van de tram. Wim Noordhoek denkt met gemengde gevoelens aan Den Haag terug, maar ‘eens een Hagenaar, altijd een Hagenaar’. Hij schreef verhalen waarin de geschiedenis van Den Haag, en die van zijn familie, vorm krijgt. Over het zonnige vooroorlogse Kijkduin en het naoorlogse Statenkwartier, de resten van de Atlantikwall en de wijk rond Meer en Bos. Marcel van Eeden, die vooral tekent over de tijd van vòòr zijn geboorte in ’65, voorzag deze bundel van prachtige tekeningen.

    Wim Noordhoek (1943) is radiomaker, journalist en schrijver. Marcel van Eeden is kunstenaar.

     

     

     

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen
    Auteur: Wim Noordhoek
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Gute Nacht, Freunde

    Duitsland is het thema in de komende boekenweek. Dat was voor uitgever, auteur en vertaler Christoph Buchwald aanleiding om een ‘geschiedenis van Duitsland in 25 boeken’ te maken. Buchwald geeft in Gute Nacht, Freunde een overzicht van de 25 Duitse boeken die volgens hem inzicht geven in het ‘dna’ van de Duitsland, haar cultuur, mentaliteit, wereldbeeld en geschiedenis. Dat overzicht beslaat ruim een eeuw: van het keizerrijk tot nu. Leesplezier voor de lezer, en de mate waarin een boek inzicht geeft in een tijdsbeeld waren voor hem belangrijke selectiecriteria.

    Buchwald nam boeken op van bekende en minder bekende auteurs. Alle boeken in zijn overzicht zijn in het Nederlands verschenen.

     

    Gute Nacht, Freunde
    Auteur: Christoph Buchwald
    Uitgeverij: Cossee

    Bloemen van het kwaad

    In dit nieuwe jaar / bidden wij dat oost en west / en de hele wereld zullen samenleven / en samen voorspoed delen’ .

    De gedachte is mooi, maar krijgt een zwarte kleur als je weet dat deze regels in 1940 geschreven zijn door Hirohito.

    Hirohito is een van de dichters die schrijver en journalist Paul Damen opnam in een bloemlezing met gedichten die geschreven zijn door dictators. Mussolini, Hirohito, Mao, Osama Bin Laden, Fidel Castro, Ceaușescu en Salazar om er maar een paar te noemen. Zij zijn allemaal vertegenwoordigd in Bloemen van het kwaad. Gedichten van dictators.

    Het vraagstuk waarom zij allemaal dichtten en hoe die gedichten te rijmen zijn met hun daden lijkt interessanter dan hun brouwsels. Kan je een gedicht mooi vinden dat geschreven is door iemand van wie je weet dat die zovele doden op zijn geweten heeft?

    Paul Damen plaatst de door hem verzamelde gedichten in deze bloemlezing in een historisch kader. Dat is waarschijnlijk de meerwaarde van deze bundel.
    Met een nawoord van Menno Wigman.

     

    Bloemen van het kwaad
    Auteur: Paul Damen
    Uitgeverij: Koppernik
  • Hetzelfde maar een beetje anders 

    Hetzelfde maar een beetje anders 

    De ik-figuur in de tweede roman van de Amerikaanse schrijver en criticus Ben Lerner, zelf ook een auteur die luistert naar de naam Ben, beschrijft op een gegeven moment het huis van twee literaire vrienden: ‘Het huis was niet ontworpen aan dagelijkse ritmes maar aan een vreemd soort literair tijdsverloop.’ Het lijkt of hij het daarmee in één moeite door heeft over het tijdsverloop van 22.04. Een titel die overigens, slaat op de tijd waarop in de film Back to the Future de bliksem insloeg in de toren van de rechtbank.

    In het uiteengevallen tijdsverloop zou je de dissociatieve reactie van Ben kunnen zien op de mededeling van een arts dat hij een hartafwijking heeft waaraan hij zal sterven. Eens, want dat het snel zal gebeuren, verzint Ben er zelf bij. Niet dat daarmee alles nu heel anders wordt, hooguit een beetje. Zoals een verhaal uit de Chassidische, joods-mystieke traditie over de komende wereld vertelt. Een mantra door het hele boek heen: alles zal zijn zoals het nu is, alleen een beetje anders. Meteen al anders, doordat Bens ‘lichaamsdelen een verschrikkelijke autonomie begonnen te verwerven die niet alleen ruimtelijk, maar ook temporeel was.’ Hij concludeert dat hij ‘ouder en jonger was dan iedereen in de kamer, inclusief ikzelf.’

    Dit gevoel van dubbelheid steekt overal de kop op: ‘Ik meen het wel en ik meen het niet’, ‘ik zal mezelf gelijktijdig in verschillende toekomsten projecteren.’ Tot zelfs in de vraag of er plaatselijke of algehele verdoving moet worden toegepast bij het trekken van verstandskiezen.

    Gezichtspunten komen meer dan eens terug, alleen telkens een beetje anders. Net zoals kleuren op een reproductie verschillen van de originele kunstwerken.

    Zo heeft Lerner ook veel vlammetjes en vonkjes door het verhaal gestrooid. Van de bliksem, een gasvlam, sigaretten, de lichtjes van Brooklyn Bridge die in de avond in het water weerspiegelen, de Marfa Lights (spooklichten) en ga zo maar door. Ze vormen als het ware de weerslag van de vonken uit het Chassidische denken: de stralen van de schepping die uit elkaar zijn gevallen en als gebroken vonken (zoals de gebroken tijd in het boek) door de mens weer tot één geheel moeten worden samengevoegd, als ‘de gebroken glinstering van de komende wereld (…), een wereld waar alles hetzelfde, maar een beetje anders is.’

    Zo moet de lezer de lijnen van de roman tot één geheel zien te maken, waarbij hij ook twaalf afbeeldingen die in de roman zijn opgenomen daar weer in moet zien te passen. Bijvoorbeeld die van het beroemde schilderij Angelus Novus van Paul Klee, dat door de filosoof Walter Benjamin in zijn boek On the Concept of History werd beschreven: ‘Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend (…). De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken.’

    Maar dat gaat moeilijk, want er raast een orkaan over het land; de roman is qua tijdspanne gesitueerd tussen twee orkanen: Irene en Sandy (2012). Tijdens de tweede orkaan viel het daglicht uit. Er viel zo niet veel meer te zien, misschien een enkel vonkje en vlammetje.

    Niet het hele boek is overigens in een filosofisch aandoende stijl geschreven. Het derde deel over een bezoek aan een ziekenhuis, dit keer om op verzoek van Bens beste vriendin Alex sperma af te staan om bij haar een kind te verwekken, is bijvoorbeeld ronduit hilarisch van toon.

    De verwijzingen naar filosofie en kunst boren een diepere laag, over leven en kunst aan. Over contact tussen mens en kunst en tussen mensen onderling. Of niet, zoals iemand die door de telefoon een monoloog afsteekt zonder te merken dat de verbinding al is verbroken. Kunst heeft bij uitstek de kracht ‘om tussen lichamen en temporaliteiten te circuleren.’

    22 – 04 Staat in de traditie van de grote seculier-joodse Amerikaanse romans na Saul Bellow, met een vleugje Woody Allen en Philip Roth. Waarbij een verwijzing naar de joodse tijdsbeleving zoals Walter Benjamin die beschreef, ook kan worden teruggevonden bij de Israëlische schrijvers Amos Oz en zijn dochter Fania Oz (in: joden en woorden): ‘Letterlijk met onze rug naar de toekomst en ons gezicht naar het verleden.’ Back to the Future als het ware.

    Voor niet zo doorgewinterde lezers is het misschien soms wat teveel gevraagd. Toch is dit boek een aanrader: als je er wat moeite voor doet, ben je een ervaring rijker.