• Brieven voor de eeuwigheid

    Brieven voor de eeuwigheid

    Recensie door Ria van Rheenen

    Begin jaren ’90 worden Arnon Grunberg en Esther Krop door een wederzijdse kennis aan elkaar voorgesteld. Grunberg is een verwoed brievenschrijver, hij wil schrijver worden. Esther studeert aan de kunstacademie in Enschede.
    Na hun kennismaking corresponderen ze bijna anderhalf jaar met elkaar. Deze briefwisseling is nu in boekvorm verschenen.

    Bij het lezen word je meteen ondergedompeld in het wel en wee van Arnon Grunberg en Esther Krop, en opgenomen in de leefsfeer en denkwijze van Grunberg, alsof je in een studentendispuut zit waar men als vrienden, concurrenten, studiegenoten, jonge adolescenten elkaar de les leest, elkaars ambities, levensbeschouwingen en karakters aftast en analyseert en bekritiseert.
    Grunberg schrijft helder, direct en persoonlijk, hij neemt zichzelf en zijn schrijverschap serieus als ‘vak’ maar blijft het min of meer (naargelang het hem uitkomt) zien als een spel, met gebruik van humor, ironie en manipulatie. Hij beschrijft zijn angst, zijn destructieve gevoelens, zijn leugens, kortom alle ambivalenties van een zoekende adolescent.
    Hoewel we geen brieven vàn Esther lezen, krijgen we toch een goed beeld van haar ideeën over haar leven, ambities en idealen in de kunst.

    De brieven gaan aanvankelijk over het dagelijks leven van beiden. Grunberg is geïnteresseerd in haar studie, haar werkstukken, wat ze doet en hoe ze denkt. Hij geeft openhartig weer hoe hij denkt over ‘het leven’. Hij schrijft haar over zijn ontluikend inzicht in karakters, zijn cynisme, zijn leugenachtigheid, zijn angst voor het leven, zijn schrijfambitie en talent. In het begin is Grunberg aardig en complimenteus en zijn de brieven hartelijk van toon.
    Later verandert dit. Hij krijgt steeds meer kritiek op de gevoelens van Esther en de manier waarop zij zich uitdrukt. Hij neemt hierbij geen blad voor de mond. Als lezer vraag je je af waarom Grunberg zo doet. Vanwaar het dédain waarmee hij Esther benadert als hij reageert op de gebeurtenissen die ze meemaakt? Kwetsend, soms vergoelijkend, maar vaak meedogenloos. Wat wil hij hiermee? Is hij zijn schrijverschap, al filosoferend en oordelend over levenszaken aan het oefenen? Ziet hij de correspondentie als vingeroefeningen voor zijn carrière? Hij is het meestal oneens met de opvattingen en denkwijze van Esther. Het is wel duidelijk dat deze jonge, zoekende volwassenen zich op verschillende manieren ontwikkelen. Ze zijn totaal verschillend van karakter en hebben geen enkele overeenkomst in hun opvattingen en kijk op het leven. De onverenigbaarheid van karakters leidt tot een einde van de briefwisseling.

    Maar dat hij kan schrijven staat wel vast. Grunberg begint hier zijn beoogde carrière met brieven voor de eeuwigheid. 18 Jaar later is zijn lijst van gepubliceerde werken indrukwekkend.

    Deze uitgave in 2011 is dan ook een fenomenale zet van Esther Krop, inmiddels grafisch vormgeefster. De door haar in 2009 opgerichte uitgeverij heeft contact gezocht met Grunberg om de door haar bewaarde brieven uit te geven.
    Het is een bijzondere samenwerking met Grunberg geworden met als resultaat dit boek, Brieven aan Esther. Een unieke uitgave, waarin persoonlijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in groei naar volwassenheid van zowel schrijver als uitgever in elkaar verstrengeld zijn .

     

  • Pijnlijk en confronterend

    Pijnlijk en confronterend

    Door Anne-Marie van der Poel

    Voor wie er nog aan twijfelde: Arnon Grunberg is de grootste contemporaine Nederlandse schrijver. Tirza consolideert deze positie. Nog zwartgalliger dan Willem Frederik Hermans, maar een zeer waardig opvolger. De existentiële ervaring waarop Grunberg zijn lezers trakteert in zijn jongste roman is aangrijpend, pijnlijk, misselijkmakend en confronterend. Maar oh, zo verschrikkelijk goed.

    Jörgen Hofmeester houdt zich staande. Hij is alles kwijt: zijn opgebouwde spaargeld is samen met het hedge fund waarin hij het heeft belegd verdwenen, ten gevolge van de economische neergang na 11 september 2001. Zijn vrouw heeft drie jaar geleden haar gezin verlaten om het geluk elders te zoeken, zijn oudste dochter heeft zich losgeweekt van het gezin en is een bed and breakfast begonnen in Frankrijk en op de uitgeverij waar Hofmeester werkte hoeft hij niet meer te komen. Hij is overbodig verklaard, maar te oud om ontslagen te worden. De enige voor wie Hofmeester nog leeft is Tirza, zijn jongste en ‘meest geslaagde’ dochter. Hij leeft letterlijk voor haar: de rol van vader spelen is wat hem op de been houdt. Koken voor Tirza en de schijn van een baan ophouden (reizigers uitzwaaien op Schiphol kan ook een job zijn, het helpt je in ieder geval praktisch door de dag). Maar de echtgenote keert terug. En Tirza wil na haar eindexamen met haar vriendje naar Afrika. In Choukri, zoals de jongen heet, ziet Hofmeester de belichaming van het kwaad. Hij ziet in hem Mohammed Atta, één van de kapers van de ‘9/11 vliegtuigen’. Choukri is dus, in de logica van Hofmeester, degene die de financiële zekerheid die Hofmeester zo zorgvuldig voor zijn dochters en zichzelf had opgebouwd in rook heeft doen opgaan.

    Op het eindexamenfeest van Tirza vergrijpt Hofmeester zich aan een schoolvriendinnetje van haar, als uiterste poging zijn bestaan te bevestigen: ‘Maar hij bestaat nog. Iets anders dan dat voelt hij niet, ziet hij niet, neemt hij niet waar, de sensatie van het eigen bestaan die allesoverheersend is, die door alles heen dringt, die geen enkele conventie heel laat’.

    Tirza betrapt hen en het wordt het pijnlijk duidelijk dat de praktische oplossingen die Hofmeester altijd hanteerde als hij voor een crisis stond niet meer afdoende zijn om op terug te vallen: ‘Van het bestaan herinnert hij zich een ongemakkelijke stilte, een stijve motoriek, een zenuwtrek, een ternauwernood onderdrukt verlangen. De eeuwige behoefte onder alle omstandigheden beschaafd over te komen.’

    Tirza
    is de meest aangrijpende en indringende roman van Arnon Grunberg tot nu toe. De vaste ingrediënten zijn weer aanwezig: de zwartgalligheid, het absurdisme en het spelen van rollen om maar niet toe te moeten geven aan de rol waarin het leven je vanzelf duwt. Sinds Blauwe maandagen zijn het bekende thema’s in zijn werk. Wellicht komt het door zijn stijl, die zich in deze laatste roman tot een nog strakkere heeft ontwikkeld, of door de plot, dat pijnlijk hard aankomt, in ieder geval laat deze roman je vertwijfeld achter. Voor wie de humor in de zwartste kanten van het bestaan ziet, valt er nog wel iets te lachen. Gelukkig maar. Humor is het enige dat dit verhaal draaglijk maakt. Al vergaat het lachen je uiteindelijk wel.

     

  • Een geslaagde spagaat tussen tederheid en cynisme

    Een geslaagde spagaat tussen tederheid en cynisme

    Met De Asielzoeker lijkt Grunberg voorzichtig een nieuwe weg in te zijn geslagen. Kampten de personages in Blauwe Maandagen, Figuranten en Fantoompijn met een adolescenten- problematiek en was het verhaal ondergeschikt gemaakt aan de anekdote, in De Asielzoeker verkent Grunberg het domein van het “volwassen lijden” en schrijft een heus verhaal. In De Asielzoeker wordt een ex- schrijver geconfronteerd met het overlijden van zijn partner en wegens een opnieuw gepubliceerd verhaal door de media verantwoordelijk gehouden voor een terroristische aanslag. De Asielzoeker is een roman over het subjectieve karakter van verantwoordelijkheid en lijden.

    Christian Beck woont samen met zijn partner “de Vogel” in Götingen. Zij werkt op de universiteit en doet onderzoek naar beesten. Zelf werkt hij als vertaler bij een klein vertaalbureau waar hij gebruiksaanwijzingen uit het Engels naar het Duits vertaalt. Christian Beck noemt zichzelf een  onschuldzoeker, een verzamelaar van onschuld die zich voedt met de onschuld van anderen. Een zwartkijker die zijn levensbron ziet slinken naargelang hij er zelf meer en meer uit drinkt.

    Als op een ochtend “de vogel” verklaart dat ze ziek is en Christian haar naar het ziekenhuis brengt, blijkt al snel dat zij kanker heeft en binnen afzienbare tijd zal komen te overlijden. Om haar laatste maanden een zinvolle invulling te geven, schuift Christian Beck zijn vertaalwerk aan de kant en probeert zo goed en kwaad als het gaat zijn partner in haar laatste levensfase te begeleiden.

    Toegegeven, de hierboven genoemde ingrediënten doen eerder denken aan een telefilm uitgezonden door de EO of NCRV, dan aan de slapstickliteratuur van Arnon Grunberg. In De Asielzoeker wordt dan ook niet de gebruikelijke, hartverscheurende aftakeling van een mensenleven beschreven, maar een surreële lijdensweg vol vreemde haken en ogen. Zo heeft de terminale kankerpatiënte twee opvallende laatste wensen. Op de eerste plaats wil “De Vogel” op de valreep nog met een jonge, goeduitziende asielzoeker trouwen en op de tweede plaats zou ze dolgraag geitenkaas willen leren maken.

    In deze absurde gegevens herkennen we het universum van Grunberg die, al is het ditmaal minder, de anekdote laat prevaleren boven de verhaallijn. Christian Beck wil zijn partner in alles ter wille zijn en staat toe dat zij met een asielzoeker trouwt en neemt ’s nachts zelf plaats onder de kapstok en haalt iedere dag Thai. Met de komst van de asielzoeker (Grunberg geeft hem geen naam) transformeert het stel in een van elkaar afhankelijke drie-eenheid. Met z’n drieën reizen ze af naar een boerderij in Frankrijk om zich te bekwamen in het vervaardigen van geitenkaas. Deze opofferingsgezindheid van Christan Beck naar zijn vrouw toe kent geen grenzen. De motivatie hierachter kan misschien gevonden worden in het verleden van hun relatie die alles behalve harmonieus verliep.

    Voor het eerst in de verhalen van Grunberg lijkt er dan ook sprake te zijn van een dwingende psychologische ontwikkeling van de protagonist. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld maar aan het einde van het verhaal blijkt alle informatie wel in een groter verband te passen. In De Asielzoeker gebeuren dingen niet zomaar. Dingen hebben een rede (hoe absurd soms ook). Voor het stel in Götingen woonde, woonde het in Eilat (Israël) alwaar “De Vogel” onderzoek deed naar dieren in de woestijn. Christian was “De Vogel” meer uit gemakzucht dan uit passie naar Eilat gevolgd en verdeed zijn tijd met niets meer of minder dan het brengen van bordeelbezoeken. Van intimiteit was tussen Christian en De Vogel op dat moment al vier jaar geen sprake meer. Christian Beck had niet lang voor zijn vertrek naar Eilat het schrijversschap (korte verhalen over de zelfkant van de maatschappij) aan de wilgen gehangen. Het stoppen met schrijven had niet zozeer met zijn vrouw of Eilat te maken maar eerder met de bron van zijn creativiteit.

    “Daarom had hij besloten het schrijven te laten voor wat het was. Christian Beck was intelligent genoeg om gevaarlijk te kunnen zijn, dat wist hij van zich zelf […] ook getalenteerde duisternis blijft duisternis, ik wil niemand met die duisternis vergiftigen.”

    Ondanks dat Christian Beck een punt achter zijn schrijvers carrière heeft gezet, blijft de duisternis hem achtervolgen. Tijdens een van zijn vele bordeelbezoeken raakt hij de controle over zichzelf kwijt en steekt een prostituee een oog uit. Als Beck bij de politie zijn straf opeist, wordt hem vriendelijk doch dringend verzocht het land te verlaten in plaats van de “verdiende” gevangenisstraf uit te zitten. Dit is waarom “De Vogel” en Christan Beck in Götenberg zijn gaan wonen. Dit is waarom Christian Beck als vertaler van gebruiksaanwijzingen werkt. Dit is waarom Christan Beck (naar aanleiding van een opnieuw gepubliceerd kort verhaal) door de media in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    In De Asielzoeker beschrijft Arnold Grunberg een ex- schrijver die zijn vriendin aan kanker verliest en zichzelf daarvan de schuld geeft. Een van het begin tot het eind boeiende roman die naast vele komische aspecten ook ontroert. De grote kracht van het boek is gelegen in de tedere manier waarop Grunberg de liefde van de cynische Christian Beck voor zijn aftakelende vrouw beschrijft zonder zijn gevoel voor slapstick te verliezen. Een geslaagde spagaat al vond ik het plot waarin een terroristische aanslag en de oververhitte discussie in de media er aan de haren bij gesleept wordt wat mager.